12186445_503126793181150_1956149186327379212_o

Twee projecten en 3 prioriteiten voor de P2P Foundation in 2016

door Michel Bauwens

Geschreven voor de groepsboog ‘New Commons
De P2P Foundation is een internationaal netwerk van onderzoekers en activisten die peer-to-peer praktijken, geïnterpreteerd als de gezamenlijke productie van gedeelde goederen, i.e. commons, onderzoeken, proberen te begrijpen en promoten. In dit kader hebben we begin 2015 drie strategische prioriteiten bepaald, die we hier even willen toelichten voor een Nederlandstalig publiek.

De eerste prioriteit is het werken naar een commons-georiënteerd transitiebeleid. Dat betekent een heroriëntatie van het productieapparaat en de maatschappij naar het creëren van gedeelde kennis en eventueel ook materiële goederen. Wij geloven dat dit nodig is omdat de huidige productievorm steunt op twee foutieve veronderstellingen.

De eerste is dat natuurlijke hulpbronnen oneindig zijn. We zitten verstrikt in een groeimechanisme dat enorm veel ‘negatieve externaliteiten’ veroorzaakt. Essentieel daarin is de vernietiging van de regeneratieve capaciteiten van onze planeet, met daarnaast ook al het materiële leed en de sociale onrechtvaardigheid die daaruit voortvloeit.

De tweede verkeerde veronderstelling is dat kennis moet worden geprivatiseerd. Menselijke samenwerking om problemen op te lossen wordt enorm moeilijk zo niet onmogelijk gemaakt. In commons-georiënteerde peer-productie dragen burgers vrijwillig bij tot gedeelde kennis
waarrond een dynamische maatschappij en economie kunnen ontstaan.

In het ideale geval worden die productieve commons gestimuleerd en gebruikt binnen een generatieve economie die mogelijkheden tot levensonderhoud creëert rond die commons, in tegenstelling tot een extractieve economie.

Tenslotte worden de inkadering en stimulering van het geheel ook georganiseerd door een ‘partnerstaat’-model, dat zowel individuele als sociale menselijke autonomie maximaal ondersteunt. Dit voorgestelde model vloeit rechtstreeks voort uit bestaande ervaringen van de commons-economie en de combinatie van productieve gemeenschappen, ethische ondernemerscoalities en stichtingen die het coöperatieve systeem mogelijk maken en beschermen. Streven naar politieke transitie betekent een stem geven aan burgers die gemeengoed creëren en beschermen en bestaande politieke krachten beïnvloeden door een positief programma op te stellen voor die transitie.

De tweede prioriteit is het scheppen van de economische voorwaarden. Dit noemen we ‘open coöperativisme’. Dit betekent dat we generatieve bedrijfsmodellen ondersteunen die niet gericht zijn op winstmaximalisatie, maar op het ondersteunen van een sociaal doel. Ze creëren een economie met toegevoegde waarde rond die commons en zorgen ervoor dat mensen kunnen leven van hun bijdragen tot die gemeengoederen. De aandacht gaat hier dus naar praktijken die het mogelijk maken om ethische ondernemerscoalities in het leven te roepen, die commons-vriendelijk zijn en zelf commons coproduceren.

Onze derde prioriteit betreft de ecologische transitie en in het bijzonder onze overtuiging dat de overstap naar het peer-productiemodel een voorwaarde is om de ecologische transitie te bewerkstelligen. Wanneer design en ontwikkeling inderdaad gebeuren binnen een open productieve gemeenschap die een gemeengoed creëert, is er geen geplande veroudering. Ten tweede maken de openheid en transparantie in het netwerk de realisatie van een open circulaire economie heel snel mogelijk.

Ten derde maakt de combinatie van globale samenwerking en lokale productie in microfabrieken enorme besparingen mogelijk op het vlak van goederentransport dat binnen het huidige productiesysteem momenteel twee derde van de materie en energie opslorpt . Ook de mutualisering van infrastructuur heeft ingrijpende gevolgen op het gebruik van hulpbronnen.

Hiermee zijn we beland bij het eerste onderzoeksproject van 2016: het berekenen van de maximale thermodynamische efficiëntie die we kunnen bereiken dankzij die transitie. Onze intuïtie zegt ons dat we met 20% van de hulpbronnen die we vandaag gebruiken zeker 80% van de goederen en diensten van de huidige samenleving kunnen vrijwaren. Voor dit project werken we we samen met het Frans-Australische BlaqSwans collectief.

Ons tweede onderzoeksproject is iets minder formeel en gaat over een economie die het minder moet hebben van het zeer inefficiënte prijzenmechanisme, maar evenmin van autoritaire centrale planning. Wat prijzen zijn voor een markteconomie en beslissingen voor een planeconomie, is gemeenschappelijke coördinatie voor een commons-economie.

Hoe moeten we ons dat inbeelden? Wat we vandaag al weten is dat de immateriële productie van commons gebeurt door middel van sociale signalen, i.e. stigmergie. Dat is vandaag de dominante methode in het produceren van open kennis (Wikipedia), vrije software (Linux) , en gedeelde conceptontwikkeling (Arduino).

Vermits we ook al weten dat bedrijven die werken in ethische ondernemerscoalities (Enspiral, Sensorica), interne transparantie beoefenen, dan is dit maar één stap naar de hypothese dat open logistiek en open boekhouding kan leiden tot het invoeren van stigmergische coördinatie in fysieke productieprocessen en dus naar een veralgemeende open circulaire economie. Het goede nieuws is dat de blockchain, het universele logboek dat voor bitcoin werd ontworpen, ook hiervoor kan dienen!

Tot zover de twee voorbeelden van hoe we proberen vooruit te gaan in het denken rond de commons-transitie in 2016.

assembly

[ASSEMBLY OF THE COMMONS] PETER ROSSEEL OVER DIGITALE VERANDERING

De industrialisering reduceerde de mens tot een productiefactor. De digitalisering zal volgens Peter Rosseel een menselijkere economie mogelijk maken. Hij stelt dat digitalisering niet zozeer tot economische groei leidt, maar tot menselijke groei. Zowel ons welzijn als onze welvaart zullen erop vooruitgaan. De voornaamste voorwaarde om die omwenteling te laten slagen, zijn wijzelf.

WIE? Peter Rosseel is directeur van Management Consulting and Research (MCR), een spin-off van de KU Leuven. Hij werkt rond strategie implementatie, verandermanagement en leiderschap. Hij schreef onlangs een opiniestuk over deeleconomie in De Morgen.

WAT? De Assembly of the Commons in Gent is een maandelijks event voor wie actief is in de commons/p2p/deeleconomie. In een informele setting ontvangen we een spreker, waarna ruim tijd wordt gemaakt voor dialoog en netwerking.

Oorspronkelijk bericht hier

Schermafbeelding 2016-01-16 om 17.42.14

Verander alles – De Broeikas

Oorspronkelijke tekst hier

Een project dat volop experimenteert met andere, nieuwe manieren van duurzamer leven zonder winstbejag centraal te plaatsen, dat is De Broeikas. Centraal ijkpunt is de terugkeer naar de rust, naar een vertragen, verstillen en verdiepen. De Broeikas verzet zich zo radicaal tegen de rushes van het dagelijkse leven en probeert vertrekkende vanuit kunst, cultuur en wetenschap een alternatief te bieden dat deint op het ritme van de natuur.

De stuwende geesten achter De Broeikas willen het anders doen. Omdat het kan, zowel sociaal als ecologisch. Ze verbinden en verzamelen mensen en initiatieven die geloven in een warme en begripvolle samenleving. Daar waar mogelijk, willen ze deze mensen soigneren, een forum geven en ruimte bieden. Dat alles met de bedoeling innovatieve coalities te smeden richting een vernieuwd samenleven. De Broeikas is prettig en verrijkend samenwerken, coöperatief en anders. Want waar kiemen kansen krijgen, kan synergie ontstaan en wordt innovatie mogelijk.

Het project De Broeikas is gesitueerd in de grote schuur van een oude beschermde vierkantshoeve in Neervelp, waar recent De Kaasdroger ingericht werd, een cohousingproject voor vier gezinnen. Via De Broeikas willen de bewoners hun woonproject openstellen voor andere participanten en geïnteresseerden. De Broeikas wil een labo zijn voor een andere wereld, een wereld waarin mensen gewone en gedurfde dingen uitproberen, op weg naar een andere, meer duurzame wereld. Daartoe hebben ze een coöperatie opgericht met ondertussen al 85 coöperanten.

Geïnteresseerden kunnen intekenen op aandelen om zo het project verder te steunen en mede-eigenaar van de schuur en haar activiteiten te worden. De organisatie wordt echter niet gestuurd door winst. Wie tekent voor een aandeel, tekent niet voor een financiële maar wel voor een sociaal-groene return. Het project van De Broeikas sluit zo naadloos aan het concept van de “WEconomy”, een filosofie die vol passie gepromoot wordt door Michel Bauwens, een Vlaming die wereldwijd bekend werd door zijn gedachtegoed over de peer-to-peereconomie.

Meer weten over De Broeikas of interesse om coöperant te worden?

schermafbeelding-2015-11-23-om-14.20.09

Kiezen om te delen: sociale deelinitiatieven zijn een maatschappelijke keuze

door Herman Peeters
Origineel op De Wereld Morgen, maandag 23 november 2015

Delen is meer aanwezig dan we vermoeden, en het belang ervan lijkt alleen maar toe te nemen. Iedereen maakt bewust of onbewust gebruik van open source software op zijn computer. Via Facebook delen we informatie met vrienden, of gewoon met iedereen. Wie een kamer vrij heeft kan die via Airbnb verhuren. Dichtbij maken deelinitiatieven opgang zoals autodelen, het delen van gebruiksvoorwerpen, het delen en gezamenlijk beheren van publieke ruimten, met complementaire munten enzovoort. Nieuwe internettoepassingen maken delen gemakkelijker dan ooit.
De recente opgang van het delen opent perspectieven op sociaal, ecologisch en economisch vlak. Maar het stelt ons ook voor vragen. Wie er zich op toelegt kan door te delen een stuiver uitsparen of bijverdienen. Dit lijkt handig voor wie het niet breed heeft, maar tegelijk blijken ook de marktspelers het delen ontdekt te hebben om nieuwe markten aan te boren, kosten te drukken of de bestaande regels te omzeilen. Deze ontwikkeling nodigt ons dan ook uit tot een reflectie over de plaats die we het delen en het beheer van gemeengoed in onze samenleving toekennen.

Eén naam, veel gezichten

Deeleconomie is een fenomeen met veel gezichten. Wanneer we spreken over deeleconomie veronderstellen we meteen de creatie van meerwaarde via het delen. Deze meerwaarde kan economisch, ecologisch of sociaal zijn, naargelang het karakter of de typologie van het deelinitiatief. Het kan commercieel of niet-commercieel van aard zijn, centraal of decentraal beheerd worden en op een lokale of globale schaal opereren. Wie iemand een lift aanbiedt via Uber deelt op een commerciële, centraal gestuurde globale wijze. Wie daarentegen zijn auto inzet bij het Gentse autodeelinitiatief Dégage participeert aan een niet-commercieel, lokaal en decentraal beheerd initiatief.

Uit economisch oogpunt zijn beide systemen effectief. Het bestaande potentieel van de wagen wordt optimaal benut. Op ecologisch vlak is de winst bij beiden eveneens duidelijk: minder auto’s op de weg betekent een lagere belasting van het milieu. Op sociaal vlak is het bepalen van de meerwaarde heel wat onduidelijker. Op microniveau lijken in beide systemen zowel de gebruiker als de aanbieder te winnen. De gebruiker hoeft zich geen wagen aan te schaffen, wat een grote kostenbesparing betekent, terwijl de aanbieder een deel van zijn investeringskost terugverdient.

Op macroniveau doen zich effecten voor die minder onder controle zijn. De zwaarder gereguleerde taxidiensten ondervinden een concurrentienadeel van Uber en dreigen uit de markt geprijsd te worden. Voor economisten is dit echter geen zwaar probleem. De chauffeur die hierdoor zijn job verliest heeft weldegelijk pech, maar is onderweg naar een productievere job. Een ander probleem dat opduikt is dat Uber mensen weghoudt van het publieke openbaar vervoer, zodat dit duurder wordt voor de gemeenschap.

Sociaal potentieel

Anderzijds zijn er uit sociaal oogpunt overwegingen te maken die voor lokale, decentraal georganiseerde non-profit initiatieven pleiten. Praktijken op lokaal vlak kunnen een grote betrokkenheid van de deelnemers organiseren. Ze zijn niet alleen vitaal, maar stimuleren tegelijk het vrijwilligerswerk en versterken het sociaal kapitaal in de buurt. De complementaire munt Toreke in het Gentse Rabot is een goed voorbeeld. Of wie bijvoorbeeld lid wordt van Dégage krijgt elk jaar een uitnodiging voor een barbecue waar de werking wordt besproken en men onderlinge vertrouwensbanden smeedt.

Uit het voorgaande besluiten om volledig in te zetten op non-profit-deelinitiatieven is nog iets te voorbarig. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vooral de hoger opgeleide middenklasse aan deelinitiatieven participeert. Mensen met een lagere scholing bedienen zich er minder vlot van. Dit is ook de ervaring van een aantal LETS-groepen die gepoogd hebben om kwetsbare gezinnen te betrekken. Ook moet opgemerkt worden dat de deeleconomie de bestaande sociaal-economische orde eerder bevestigt dan verstoort. Wie niet bezit ziet zijn bijdrage aan het gemeengoed niet rechtstreeks omgezet in een groter vermogen. Dit komt omdat herverdeling niet wezenlijk het DNA uitmaakt van de deeleconomie. Dit in tegenstelling tot de sociale zekerheid en ons belastingsysteem. Dit geeft meteen de plaats aan die we deeleconomie moeten toekennen ten aanzien van de publieke sociale bescherming. Deeleconomie kan hier alleen aanvullend en nooit vervangend ingezet worden.

Naar een herverdeeleconomie

Deeleconomie kan gemakkelijk een horizontale solidariteit tot stand brengen. Verticale solidariteit is minder evident. Voor dit laatste zijn systemen nodig waarbij sterkeren meer bijdragen en zwakkeren meer gebruiken. De digitale omgeving waarin de deeleconomie zich vandaag veelal ontwikkelt is een doorkruisende factor. Het is niet vanzelfsprekend om in een internetomgeving waar ogenschijnlijk iedereen gelijk is en de ongelimiteerde vrijheid van ondernemen en consumeren ons toelacht, sociale correcties in te bouwen. Een digitaal platform dat dit zou doen dreigt al gauw een leeg platform te worden. Bovendien versterken digitale en sociale uitsluiting elkaar wederzijds.

Het is bijgevolg meer voor de hand liggend om zich uit sociaal oogpunt toe te leggen op lokale gedeelde systemen van ‘onderlinge hulp’ die een grote participatie van zwakkeren nastreven of op systemen die collectief bezit voorop stellen zoals we die in historische commons terugvinden. Van dit laatste is de Community Land Trust een goed voorbeeld. Een sociaal georiënteerde deeleconomie streeft naar een grotere autonomie van de deelnemer t.a.v. de factoren die zijn bestaan determineren.

Burgerinitiatieven op een sociale leest geschoeid

Kan de deeleconomie dan zo georganiseerd worden dat zij een hefboom wordt voor opwaartse sociale mobiliteit voor zwakke groepen? Zeker. Men dient hierbij als initiatiefnemer een aantal specifieke principes voorop te stellen:

Op de eerste plaats dienen initiatieven die sociale stijging als uitgangspunt nemen, een ander waardenkader te hanteren en solidariteit en sociale inclusie boven winst te stellen.
Tussen de deelnemers moeten duidelijke afspraken gemaakt worden om een vermarkting van het gemeengoed tegen te gaan en overconsumptie te vermijden.
Om zwakkere groepen te bereiken dient er ingezet te worden op specifieke werkvormen. Zo is het niet onlogisch om initiatieven op te zetten die enkel voor zwakke groepen toegankelijk zijn teneinde de bindende kracht van de lotsverbondenheid te laten werken. Deze initiatieven dient kunnen best geënt worden op bestaande netwerken waar relatief veel laaggeschoolden aan participeren, zoals volkstuinen, voetbalclubs, carnavalverenigingen… Sociaal-economisch zwakkeren hanteren immers vaak informele vormen van onderlinge hulp.
Ook dient men domeinen te selecteren die een grote betrokkenheid van de doelgroep garanderen. Door bijvoorbeeld in te zetten op een initiatief voor het delen en beheren van ruimte in een kansarme wijk, verkrijgt men het effect dat de doelgroep zelf de vruchten van het initiatief zal plukken.
Men kan zich laten inspireren door historische modellen van delen, de zogenaamde commons, die het zwakkere deel van de bevolking bevoordeelden. Deze initiatieven hadden tot doel om iedereen in zijn bestaan te laten voorzien.
Tenslotte dient de overheid in dit soort innovatieve praktijken te investeren. Zij vergen immers een specifieke aanpak en begeleiding. Er moet meer geïnvesteerd worden in mensen die met minder kansen aan de start komen.

De overheid als partner

Bij de ontwikkeling van een sociale deeleconomie is er voor de overheid een belangrijke rol weggelegd. Ze kan tal van taken op zich nemen die de creatie van maatschappelijke meerwaarde aanmoedigen. Ze kan grids voorzien voor startende initiatieven. Dit kan de vorm aannemen van administratieve advisering. Ze kan een wettelijk kader uitbouwen voor gemeenschappelijk bezit en gebruik. Ze kan ook bijkomende regelgeving creëren voor bescherming en verzekering van vrijwilligerswerk of het fiscaal vrijstellen van kleine opbrengsten uit gemeengoed.

Ze kan fysieke ruimte vrijmaken voor de ontwikkeling van sociale burgerinitiatieven zoals het voorzien in ontmoetingsruimtes, terreinen voor coöperatieve windmolens, en dergelijke. Ze kan regels wegnemen of versoepelen die de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven hinderen. Denken we bijvoorbeeld aan de mogelijkheden die geloofsgemeenschappen zouden hebben mochten zij zonnepanelen op gebedshuizen kunnen plaatsen en aan leden en omwonenden een dividend uit kunnen keren. En ze kan drempels tot participatie verlagen. Zo zouden OCMW’s voorafbetalingen kunnen doen voor de aankoop van een aandeel van een coöperatieve nutsvoorziening dat naderhand in schijven kan terugbetaald worden.

Via een gericht stimulerend optreden van de overheid kunnen sociaal innovatieve praktijken in de deeleconomie een opstap bieden naar een sterkere maatschappelijke positie van zwakkere groepen. Toch is hier een belangrijke randbemerking bij te formuleren. Onderzoeken hebben aangetoond dat sociaal innovatieve praktijken beter renderen tegen de achtergrond van een herverdelende staat die er voor zorgt dat onderaan de samenleving de mazen van het net goed gesloten zijn.

Herman Peeters

Deze bijdrage verscheen in kortere vorm in Frank, het tijdschrift van Samenlevingsopbouw-Gent.

Bronnen:

http://platformsocialbusiness.nl/definities-van-de-deeleconomie/
https://about.ing.be/Over-ING/Press-room/Press-article/Deeleconomie-kent-groot-groeipotentieel-in-Belgie-2.htm
http://www.oikos.be/english/item/709-schor-over-de-deeleconomie
Bauwens, M., De wereld redden, Antwerpen, 2013
De Moor, T., Homo Coöperans, Utrecht, 2013
Van Bouchaute, B., Depraetere, A. Oosterlynck, S., Schuermans, N.: Solidariteit in diversiteit, in: Over gevestigden en buitenstaanders, Leuven, 2014
Mariën, I. en Van Audenhove, L., Digitale inclusie: het middenveld als structurele partners. In: Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2012, Oases, p. 320.

anacy2

’The Social Commons’ of ’Sociaal Gemeen Goed’

DOOR: Francine Mestrum/Attac Vlaanderen
Origineel gepubliceerd op 29 oktober 2015

(Originele bron: Attac-Vlaanderenn, foto van website filosophersforchangeosophersforchange)

Van sociale bescherming naar een sociaal gemeen Sociale bescherming staat hoog op de agenda vandaag. In 2012 keurde de Internationale Arbeidsorganisatie een aanbeveling goed over ‘sokkels’ van sociale bescherming. Men kan stellen dat dit een minimale agenda is, maar mochten alle mensen in de hele wereld deze rechten inderdaad krijgen, dan zou het een onvoorstelbare sociale vooruitgang betekenen.

De Belgische ngo’s zijn gestart met een nieuwe campagne over sociale bescherming. Het is een agenda die veel verder gaat, die sociale bescherming inderdaad als een mensenrecht ziet, ze universeel en op niet-commerciële wijze wil toepassen. Ik wil nog een stapje verder zetten en pleiten voor een ‘sociaal gemeen’, voor hier en voor het Zuiden. Waarom? Het valt op dat telkens je sociale bescherming wil bepleiten, veel jongeren meteen de andere kant op kijken.

Sociale bescherming! Iets uit de oude tijd! Dat hebben zij toch niet nodig! En het klopt dat veel jongeren niet echt behoefte hebben aan de solidariteit van de rest van de samenleving, tenzij …, ja, tenzij ze een fiets- of auto-ongeval hebben, tenzij ze plots ziek worden, tenzij ze denken aan de toekomst … Want je zal maar alles uit je eigen zak moeten betalen als je in het ziekenhuis ligt. Of je zal maar net genoeg verdienen om te kunnen leven, zonder iets te kunnen sparen voor je pensioen.

Maar het blijft een uitdaging om dit oude systeem op een aantrekkelijke manier te kunnen voorstellen aan jongeren, om uit te leggen dat dit toch precies de solidariteit is die ze doorgaans wel verdedigen. Spreken over ‘commons’ kan dan helpen, want de commons, het gemeen, daar staan de meesten wel achter. Het wijst op meer en meer gedeelde verantwoordelijkheid, het wijst op concrete solidariteit in plaats van op een abstract gegeven waarvan men de finesses niet kent.

Het zou natuurlijk niet erg fair zijn om een ‘gemeen’ te bepleiten en dat gewoon als een synoniem van de bestaande sociale bescherming te zien. De bestaande systemen zijn vijftig of honderd jaar oud en beantwoorden niet altijd even goed als toen aan wat vandaag de behoeften zijn. De maatschappij is veranderd en de samenleving is veranderd. Ook de sociale bescherming moet dus veranderen én verbeteren. Niet voor niets spreken sommigen van een ‘kathedraal’ als ze het over onze sociale zekerheid hebben, of over de ‘belangrijkste revolutie van de 20ste eeuw’. Toch moet er hier en daar wat bijgeschaafd worden, moeten de vele hindernissen om toegang te krijgen tot bepaalde rechten worden weg gewerkt, kunnen de vele bijbouwsels van de afgelopen decennia in één coherent geheel worden herverpakt.
Met een nieuwe naam – het sociaal gemeen – kan aan een nieuwe en betere inhoud worden gewerkt, om mensen méér bescherming te bieden. Tenslotte is het een feit dat de meeste mensen die sociale bescherming niet echt als van hen beschouwen. Ze zien het als iets van de overheid, van de vakbonden, van de mutualiteiten, van afwezige abstracte organisaties ergens in Brussel. Nochtans zijn wij het allemaal samen die voor onze sociale bescherming hebben betaald, met sociale bijdragen en met belastingen.

De sociale bescherming is van ons en van niemand anders, vandaar dat een benadering via het gemeen echt aangewezen is. Het zijn drie belangrijke redenen om over te stappen van ‘sociale bescherming’ naar een ‘sociaal gemeen’. Tel daarbij dat de sociale bescherming vandaag de dag hoe dan ook aan het veranderen is en bovendien wordt bedreigd. Ze is aan het veranderen door het soberheidsbeleid dat nu ook in de Westeuropese landen wordt gevoerd en rechtstreeks leidt tot afbouw van de uitkeringen en zelfs van sommige rechten. Dit zijn neoliberale hervormingen die nergens voor nodig zijn en de mensen kwetsbaar maken.
Onze sociale bescherming wordt bedreigd door de onderhandelingen die bezig zijn over internationale handelsverdragen waardoor de dienstverlening aan internationale concurrentie wordt bloot gesteld. Maar de sociale bescherming wordt ook bedreigd door de groeiende belangstelling voor het basisinkomen, een individualistische liberale oplossing die onmogelijk samen met de sociale bescherming kan bestaan en daarenboven de arbeidsmarkt en ons streven naar meer gelijkheid ernstig kan uithollen.

Wat bedoel ik dan met een ‘sociaal gemeen’ en wat kan het betekenen? Hoe het sociaal gemeen er in de toekomst zal uitzien, is moeilijk te zeggen, aangezien het de samenlevingen zelf zijn die er vorm moeten aan geven. Vast staat wel dat enkele algehele principes moeten gewaarborgd blijven, zoals respect voor universele mensenrechten, niet-commercialisering, horizontale solidariteit van allen met allen. Kortom, de grote principes die aan de basis liggen van onze bestaande sociale bescherming. Hoe en in welke mate we dit willen uitvoeren moet door de samenleving zelf worden bepaald. Op die manier kan men eerst en vooral de mensen weer bij de sociale vooruitgang betrekken. Ze moeten duidelijk weten dat het om hun rechten gaat en dat zij het zijn die er democratisch en participatief moeten over beslissen. Het kan niet dat het regeringen en parlementen zijn die zonder of met minimaal overleg aan de sociale rechten gaan sleutelen.

Wij zijn het die moeten beslissen over wat we willen en niet willen. Ten tweede kan door het organiseren van overleg met de mensen, de samenleving zelf worden beschermd. Het neoliberalisme staat een doorgedreven atomisering voor, en dat brengt, op termijn, de samenleving en dus ook de solidariteit in gevaar. Ten derde kan een bespreking van de sociale bescherming er toe leiden dat de rechten worden uitgebreid en versterkt. We hebben allemaal bescherming nodig, een leven lang, en een besef daarvan kan helpen om het systeem te verbreden en coherenter te maken. Het heeft immers geen zin meer om rechten toe te kennen in functie van je statuut op de arbeidsmarkt. En wordt het niet dringend noodzakelijk om ook een paar milieurechten op te nemen, zoals het recht op water?

Wanneer men daarover begint na te denken, stelt men al gauw vast dat het huidige economische systeem eveneens zal moeten veranderen om een hele samenleving te beschermen. Er is al erg veel geschreven over de nieuwe kenniseconomie die sowieso tot een andere arbeidsmarkt zal leiden. En hoe dan ook is het duidelijk dat een economie die enkel streeft naar winst, de natuur en de zorgtaken buiten beschouwing laat, geen grote toekomst kan hebben. Of met andere woorden, het is duidelijk dat een systeem van sociale bescherming alleen de economie niet kan veranderen, maar ze kan er wel sterk toe bijdragen dat er over wordt nagedacht en dat met veranderingen wordt begonnen. En dat kan dan weer tot het inzicht leiden dat de economie toch in dienst moet staan van de samenleving, dat ze goederen en diensten moet produceren waar de mensen behoefte aan hebben. Of nog, met andere woorden, dat ze moet zorgen voor de mensen. En zo is de cirkel eigenlijk rond.

De economie moet zorgen voor de mensen, zoals het milieubeleid moet zorgen voor de natuur en zoals de sociale bescherming moet zorgen voor ons allen. De zorg kan centraal komen te staan, de zorg voor het leven van mens, samenleving en natuur. Met een sociaal gemeen, zo blijkt dan, kan je zorgen voor de duurzaamheid van het leven. Hoe de sociale bescherming van de toekomst er kan uitzien, is niet te voorspellen. Het hangt af van de machtsverhoudingen in de samenleving en van het democratisch gehalte van de gesprekken. Maar het is duidelijk dat kan en moet nagedacht worden over de (on)voorwaardelijkheid van het leefloon, over de individualisering van rechten, over de arbeidsduur, over de verdeling tussen bijdragen en belastingen.
Wat ik met dit boek wil duidelijk maken is dat de sociale bescherming geenszins een instrument van het kapitalisme is, ze kan zoveel meer zijn dan een correctiemechanisme. Sociale bescherming kan net zo goed een instrument worden voor systeemverandering, maar dan in positieve zin, met aandacht voor het leven. Het sociaal gemeen is een project voor de lange termijn, maar er mee beginnen op een ogenblik dat onze verzorgingsstaten worden bedreigd, is zeker geen slechte keuze. Trouwens, voor linkse partijen is dit een gouden kans. Hoe beter dan met een belofte van méér sociale bescherming en meer participatie kan je mensen voor je project winnen?
—————-
Te bezoeken: www.socialcommons.eu
Francine Mestrum ‘The Social Commons. Rethinking Social Justice in Post-Neoliberal Societies’ werd geschreven in het Engels. Er is op de website www.socialcommons.eu ook een samenvatting in het Nederlands beschikbaar. Ze zijn beide gratis beschikbaar. Aangezien het project geen enkele subsidie ontvangt en met particuliere middelen wordt gefinancierd, is elke financiële bijdrage e

images

De tien geboden van peer-productie en de commons-economie

Originele tekst eerder gepubliceerd op de blog van de P2P Foundation en Wired

Voor een vrije, eerlijke en duurzame productiewijze en waardecreatie

Michel Bauwens, Berlijn, Oktober 23, 2015, voor de “Uncommons conferentie”

Zoals we elders probeerden aan te tonen, heeft het ontstaan van op commons gerichte peer-productie een nieuwe logica in het leven geroepen voor de samenwerking tussen open productieve gemeenschappen die gedeelde hulpbronnen (commons) creëren aan de hand van bijdragen, en marktgerichte entiteiten die toegevoegde waarde creëren bovenop of langs deze gedeelde commons.

Deze tekst handelt over ontluikende praktijken die een inspiratiebron kunnen zijn voor de nieuwe entiteiten van de ethische economie. De belangrijkste doelstelling is het creëren van nieuwe entiteiten die de traditionele bedrijfsvormen met hun winstmaximaliserende praktijken van waarde-extractie overstijgen. In plaats van extractieve kapitaalvormen hebben we generatieve vormen nodig die waarde co-creëren met en voor de commoners.

Voor de verklaring van de nieuwe praktijken, gebruik ik dezelfde formule als die van de Tien Geboden. Ze bestaan reeds allemaal onder verschillende gedaanten, maar moeten nog veralgemeend en geïntegreerd worden. Wat de wereld, de mensheid en alle wezens die de invloed ondergaan van onze activiteiten nodig hebben, is een productiewijze en productieverhoudingen die zowel vrij, eerlijk als duurzaam zijn.

Open en vrij

1. Gij zult open bedrijfsmodellen gebruiken die steunen op gedeelde kennis.

Gesloten bedrijfsmodellen zijn gebaseerd op artificiële schaarste. Hoewel kennis een niet- of zelfs anti-rivaliserend goed is waarvan de gebruikswaarde toeneemt naarmate het meer wordt gedeeld, en hoewel het in digitale vorm gemakkelijk kan gedeeld worden tegen zeer lage marginale kost, creëren veel extractieve bedrijven opzettelijk artificiële schaarste om rente te kunnen onttrekken aan het creëren of het gebruik van gedigitaliseerde kennis. Via legale onderdrukking of technologische sabotage worden goederen die natuurlijk kunnen worden gedeeld kunstmatig schaars gemaakt om extra winsten te genereren.

Dat is hemeltergend in een context waarin technische kennis in staat is levens te redden en de planeet te helen. Het eerste gebod is daarom het ethische gebod om te delen wat kan worden gedeeld, en om alleen marktwaarde te creëren bij hulpbronnen die schaars zijn, en toegevoegde waarde te creëren bovenop of langs deze commons. Open bedrijfsmodellen zijn marktstrategieën die gebaseerd zijn op de erkenning van natuurlijke overvloed en de weigering om een inkomen te genereren door die kunstmatig schaars te maken.

Meer informatie (in het Engels) is te vinden hier

Eerlijk

2. Gij zult werken via open coöperatieven

Er worden veel meer nieuwe ethische en generatieve entiteiten opgericht die meer in harmonie zijn met de uit bijdragen gecreëerde commons. De sleutel hierbij is om te kiezen voor postbedrijfsvormen die toelaten dat de bijdragende commoners in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Vooral open coöperatieven komen hiervoor in aanmerking. Ze hebben de volgende kenmerken:

1. Ze zijn doelgericht en hebben een sociale doelstelling die verbonden is aan de creatie van gedeelde hulpbronnen
2. Ze worden beheerd volgens een multi-stakeholdermodel, waarbij iedereen betrokken wordt die beïnvloed wordt door de werkzaamheden of bijdragen levert tot de betrokken activiteit
3. Ze verbinden zich statutair en volgens hun eigen regels met de productieve gemeenschappen voor het co-creëren van commons.

Ik voeg daar vaak nog een vierde voorwaarde aan toe, namelijk dat ze organisatorisch een globale visie hebben ten einde een tegenmacht te kunnen creëren tegenover de extractieve multinationals.

Coöperatieven zijn maar één van de potentiële vormen die commons-vriendelijke marktentiteiten kunnen aannemen. We zien ook de opkomst van meer open entiteiten zoals neo-tribale vormen (denk aan de werkwijze van de gemeenschap rond Ouishare), of meer strak georganiseerde nieuwe modellen zoals Enspiral.org, Las Indias of de Ethos Foundation. Een nog opener vorm is het soort van netwerk waarvoor de gemeenschap rond de open wetenschappelijke hardware Sensorica heeft gekozen. Ze wil de bijdragen strakker koppelen aan de gegenereerde inkomsten door alle microtaken in het beloningssysteem toe te laten aan de hand van open value accounting of contibutory acccounting (verder meer hierover).

Gij zult hierover meer informatie (in het Engels) vinden hier

3. Gij zult gebruik maken van Open Value Accounting (“open-waarde-boekhouding”) of Contibutory Accounting (“bijdragende boekhouding”)

Peer-productie is gebaseerd op vrije, gedistribueerde taken van bijdragers die werken binnen een samenwerkingsinfrastructuur gedreven door een open gemeenschap. De traditie van een baan met vaste taakbeschrijving in ruil voor een salaris is allicht niet de meest aangewezen manier om de bijdragers tot dergelijke processen te belonen. Vandaar de geboorte van de open-waarde-boekhouding of bijdragende boekhouding, een praktijk die al bestaat bij Sensorica. Het systeem bestaat erin dat elke commoner bijdragen kan leveren, ingelogd naargelang een projectnummer, en ‘karmapunten’ krijgt na een peer-evaluatie. Als er inkomsten worden gegenereerd, dan vloeien die naargelang de gewogen bijdragen, zodat elke commoner op een eerlijke manier wordt vergoed. Bijdragende boekhouding of andere gelijkaardige oplossingen zijn belangrijk om te vermijden dat enkel een beperkt aantal bijdragers die dichter bij de markt staan zich alle waarde die door een veel grotere gemeenschap werd gecreëerd, zouden toe-eigenen. Open boekhouding verzekert een transparante (her)verdeling van de waarde voor alle deelnemers.

Gij zult meer informatie (in het Engels vinden hier

4. Gij zult een eerlijke verdeling van gemeenschappelijk gecreëerde waarde verzekeren via CopyFair Licenties

De copyleft licenties laten iedereen toe om de noodzakelijke kenniscommons te hergebruiken, op voorwaarde dat elke verandering en elke verbetering aan dezelfde commons wordt toegevoegd. Dat is een groot voordeel, maar we mogen daarbij de noodzaak tot eerlijkheid niet uit het oog verliezen. Wanneer we overgaan tot fysieke productie die middelen vergt voor gebouwen, grondstoffen en lonen, zien we dat een dergelijke licentie de onbeperkte commerciële exploitatie van de commons door extractieve modellen in de hand werkt. We moeten dus verzekeren dat het delen van kennis behouden blijft, maar wederkerigheid vragen voor de commerciële exploitatie van de commons zodat er een gelijk speelveld ontstaat voor de economisch ethische spelers die de sociale en ecologische kosten internaliseren. Dit wordt bewerkstelligd door copyfair licenties die wederkerigheid vragen in ruil voor het recht op commercialisering, met behoud van het volledig delen van de kennis.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie vinden hier

5. Gij zult solidariteit bedrijven en de levens- en werkrisico’s verminderen via commonfare-praktijken

Aangezien een van de grote gevolgen van de financiële en neoliberale globalisering de geleidelijke verzwakking van de macht van nationale staten is, bestaat er vandaag een sterke en geïntegreerde poging om de solidariteitsmechanismen, ingebed in het model van de welvaartsstaten, terug te schroeven. Zolang we de macht niet hebben om het tij te doen keren, is het noodzakelijk dat we substantiële gedistribueerde solidariteitsmechanismen heropbouwen, een praktijk die we “commonvaart” (versus welvaart) kunnen noemen. Voorbeelden als het Broodfonds (Nederland), Friendsurance (Duitsland) en de “health sharing ministries” (U.S.), of coöperatieve entiteiten zoals Coopaname in Frankrijk laten nieuwe vormen van gedistribueerde solidariteit zien die kunnen worden ontwikkeld om ons te beschermen tegen levens- en werkrisico’s

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Duurzaam

6. Gij zult open en duurzame ontwerpen gebruiken voor een open source circulaire economie

Productieve open gemeenschappen verzekeren maximale participatie via modulariteit en granulariteit. Omdat ze opereren in een context van gedeelde en overvloedige middelen, is de praktijk van geplande slijtage -die geen fout is maar een kenmerk van winstmaximaliserende bedrijven- volledig vreemd aan hen. Ethische ondernemersentiteiten zullen daarom deze open en duurzame modellen gebruiken en duurzame goederen en diensten produceren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

7. Gij zult verder gaan dan uitsluitend te steunen op onvolkomen prijssignalen van de markt en overgaan tot wederzijdse coördinatie van de productie via open aanvoerketens en open boekhouding.

Wat besluitvorming is voor planning en het prijsmechanisme voor de markt, is wederzijdse coördinatie voor de commons.

We zullen nooit komen tot een duurzame ‘circulaire economie’ waarbij de output van het ene productieproces gebruikt wordt als de input voor een ander, als we gesloten aanvoerketens gebruiken en als elke samenwerking onderworpen is aan pijnlijke onderhandelingen in een weinig transparante omgeving. Maar ondernemingscoalities die reeds onderling afhankelijk zijn door hun bijdragen aan collaboratieve commons kunnen ecosystemen van samenwerking creëren aan de hand van open aanvoerketens waarin de productieprocessen transparant worden en waarbij elke participant zijn gedrag kan aanpassen gebaseerd op de beschikbare kennis binnen het netwerk. Overproductie doet zich niet voor wanneer de werkelijke productie van het netwerk algemene kennis wordt.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

8. Gij zult cosmo-lokalisering bedrijven

Als het licht is, is het globaal, als het zwaar is, is het lokaal: dit is het nieuwe principe van commons gebaseerde peer-productie, waarbij kennis wereldwijd wordt gedeeld maar de productie kan plaatsvinden op basis van de vraag en gebaseerd op werkelijke noden via een netwerk van gedistribueerde co-working ateliers en microfabrieken. Sommige studies hebben aangetoond dat tot tweederden van de grondstoffen en energie niet naar de productie gaan, maar naar transport. Dit is duidelijk onhoudbaar. Een terugkeer naar plaatselijke productie via herlocalisering is een voorwaarde sine qua non voor de overgang naar duurzame productie.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier
http://p2pfoundation.net/Category:Sustainable_Manufacturing

9. Gij zult fysieke infrastructuur wederzijds delen

Platformcoöperatieven, datacoöperatieven en fairshare-vormen van gedistribueerde eigendom kunnen worden aangewend om samen de productie-infrastructuur te bezitten.

De zogenaamde deeleconomie van Airbnb en Uber is verkeerd genoemd, maar toont niettemin het potentieel aan van middelen die anders niet zouden worden gebruikt. Co-working, skill-sharing, ride-sharing zijn voorbeelden van de vele manieren waarop we middelen kunnen delen en hergebruiken om de thermodynamische efficiëntie van onze consumptie dramatisch te verhogen.

In de juiste context van co-eigendom en co-governance, kan een echte deeleconomie gigantische voordelen opleveren op het vlak van een verminderd gebruik van hulpbronnen. Onze productiemiddelen, inclusief machines, kunnen wederzijds gedeeld worden, in eigen eigendom, door al degenen die de waarde creëren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

10. Gij zult generatief kapitaal mutualiseren

Generatieve kapitaalvormen kunnen niet steunen op een extractief geldaanbod dat gebaseerd is op samengestelde interest verschuldigd aan extractieve banken. We moeten af van de 38% rente die in alle goederen en diensten vervat is en ons geldsysteem veranderen, en het gebruik van wederzijdse kredietsystemen substantieel verhogen.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Vertaling Jean Lievens

Alles suggesties voor verbeteringen aan de vertaling welkom op info@jeanlievens.be

utrecht-meent-het-commons-unusual-business-casco

Over (Un)usual Business

(Un)usual Business is een enthousiaste groep commoners, opgericht door Casco – Office for Art, Design and Theory in samenwerking met Kritische Studenten Utrecht.

Wij zijn georganiseerd als een collectief. Dat betekent dat we functioneren zonder hiërarchie en beslissingen nemen op basis van consensus. We doen onderzoek naar de commons, in nauwe samenwerking met mensen die onze waarden delen en groepen die deze in de praktijk brengen. Door ook zelf als een commons te functioneren, met kennis als ons hulpmiddel, is onze praktijk tegelijk een vorm van zelf-educatie.

Een belangrijk onderdeel van onze activiteiten is een visueel experiment, in de vorm van een website, om bestaande praktijken van commoning in kaart te brengen. Daarnaast organiseren we evenementen en publiceren we ons collectieve onderzoek zowel online als op papier, om onze gemeenschap te versterken en dialoog aan te moedigen.

Visie

We streven ernaar om democratische controle te nemen over de gemeenschappelijke middelen om ons in onze dagelijkse behoeftes te voorzien en te veranderen hoe we ons tot elkaar verhouden. We zetten ons in voor een wereld waarin economische en sociale relaties zijn gebaseerd op zelforganisatie, zorgzaamheid, solidariteit en duurzaamheid.

Missie

We werken vanuit de overtuiging dat lokale, alternatieve economische praktijken mogelijkheden bieden om sociale verandering teweeg te brengen. Door fysieke en virtuele ontmoetings-ruimtes te faciliteren, hopen wij te leren van onze mede-commoners. Zo produceren, verzamelen en delen we kennis kennis over hoe we elkaar kunnen ondersteunen en gemeenschappen kunnen opbouwen gebaseerd op de commons.

URL: http://www.unusualbusiness.nl

e-mail: info@unusualbusiness.nl

130831_we-commonsjos_p1070456

‘Josaphat mag niet aan de privé verpatst worden’

Fragment artikel ut Brussel Nieuws 16/09/2015
Anno 2015 wil de Brusselse regering een nieuwe stadswijk op de oude spoorsite van Josaphat. Het kocht die tien jaar geleden van de Belgische spoorwegen, met de bedoeling om er een nieuwe (Europese) wijk uit de grond te stampen.

Jospahat Commons wil mee in de cockpit zitten. Ze zet hiervoor het ‘commons’ -idee in. Daarbij staat de gemeenschap voorop.

De Josaphat-site is van iedereen, dus moet de gemeenschap ook betrokken worden bij de woningproductie. “Het is een andere manier van governance. We stellen voor dat de Maatschappij voor Vastgoedverwerving (het vehikel van de Brusselse regering dat nu eigenaar is, SVG), de gronden overdraagt aan een stichting waarin de overheid, de gebruikers en de gemeenschap gelijk in participeren. We willen geen tegenvoorstel formuleren, maar het terrein is publiek goed en mag niet zomaar, via een verkaveling, in handen van de privé terechtkomen,” zegt An Descheemaeker van Josaphat Commons.

Van de website:
“Commons Josaphat is een autonoom platform zonder politieke banden. Het verenigt bewoners, militanten en verenigingen. Wat ons bindt is het idee dat onze stad bestuurd kan worden als een commons, een gemeengoed. Binnen onze groep vermeiden we zo veel mogelijk hiërarchische verhoudingen. Iedereen draagt bij wat hij of zij kan, vanuit haar eigen kennis, bekwaamheid en goesting.

De acties en projecten worden gedragen door werkgroepen en door een algemene vergadering waar alle vorderingen worden samen gelegd en waar de strategische beslissingen worden genomen. De acties kunnen alle kanten uit: het tijdelijk gebruik van de site, een ideeënoproep, een maquette, allerlei ateliers. Commons Josaphat heeft ook deelgenomen aan de projectoproep “Duurzame wijken” van Leefmilieu Brussel.

We willen samen, voor juni 2014, een alternatief lastenboek voor de ontwikkeling van deze buurt uitwerken, en zelf al een eerste ontwerp voorstellen, een ontwerp dat toont hoe wij ons de buurt verbeelden, door de commons her uit te vinden.

HET JOSAPHAT TERREIN

Een terrein in Schaarbeek, Josaphat genaamd, ligt vandaag volledig braak. Deze vastgoedreserve, 32 voetbalvelden groot, is eigendom van het Brussels Gewest, dat er een groot stadproject op wil realiseren. Zo’n buurt, in zo’n context, dan ligt speculatie op de loer. De groep Commons Josaphat wil een project uitdenken voor dit terrein dat geïnspireerd is door het idee van de Commons.

En dat wil zeggen ? Een paar politici en een handvol experts, hoe deskundig ze ook mogen zijn, kunnen nooit voldoende inzicht hebben om alleen te beslissen over de toekomst van 24 ha.

We wensen dat alle burgers die iets met het terrein te maken hebben mee kunnen beslissen: zij die in de buurt wonen, zij die er later zullen wonen, zij die er hun hond zullen uitlaten, zij die er zullen werken of er op uitkijken vanop het balkon.

We willen aan de overheid een voorstel doen voor de weg naar een invulling van het terrein. Daarvoor willen we beslissingsmacht geven aan een assemblee waarin iedereen die belang heeft bij de toekomst van Josaphat vertegenwoordigd is. Zo willen we het recht op de stad opeisen en bijdragen aan de cultuur van de commons in Brussel.

Om dat te bereiken hebben wij beslist dat we samen zullen nadenken over een stad waar alles wordt beheerd als een gemeenschappelijk goed: de aarde, het water, de biodiversiteit, de economie, de openbare ruimte, het sociale, de mobiliteit, de woningen, de opvoeding, de cultuur, en zo voort. Voor de verkiezingen zullen we hier geen akkoord over bekomen. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat er, in de pre-electorale periode, over gedebatteerd wordt, en dat is al niet niets.

Vervoeg Commons Josaphat om na te denken, te dromen, te debatteren, te bezetten, om actief ons recht op de stad uit te oefenen, ons recht om te denken, om de wereld her uit te vinden!

Zodat morgen iedereen er toegang toe heeft!”

11825808-1630251080588644-613491334205657398-n

POC21: 100 Eco-hackers en hippy geeks pogen de wereld te redden in een kasteel net buiten Parijs. Maar is er meer aan de hand?

Overgenomen van de lezerscommunity van De Wereld Morgen, gepubliceerd op 1 september 2015

Sinds iets meer dan twee weken is een verlaten 17de eeuws kasteel in Millemont ,naast Parijs mijn woon en werk plek. Met het project Vélo M2 zijn drie Brusselse collectieven (Soft Revolution, Urban Foxes en Ciklic) geselecteerd samen met 11 andere projecten om praktische oplossingen te geven op onze klimaat problematiek in aanloop van COP21 dat in december zal plaatsnemen in Parijs. POC21 of beter gezegd: Proof Of Concept wilt in de plaats van ellelange discussies die naar niets leiden tonen dat met Open Source projecten we een hele stap vooruit kunnen zetten. Het doel is nobel, maar hoe werkt het concreet?

Elk van de twaalf projecten biedt een tastbare oplossing voor een deel van onze klimaat problematiek te geven. Zo poogt Showerloop het aantal gebruikte liters van één douche te delen door vijf dankzij een ingenieus systeem van filters. Ownfood wilt de technologie van serres versimpelen en het werk om eigen planten te kweken herleiden naar 20 minuten per dag. Faircap is dan weer een waterfilter systeem dat kan worden ge-3D-print zodat het toegankelijk is voor iedereen en gewoon op een fles kan gevijsd worden. Wij met Vélo M2 proberen een platform uit te bouwen voor modules die passen op bakfietsen: een energiemodule met trapkracht en zonnepanelen, een cinema module of een keuken dat met recup voedsel werkt zijn maar enkel van de honderden mogelijkheden. Al deze modules kunnen worden gebouwd door iedereen om het gebruik van de bakfiets te stimuleren. Wat de twaalf projecten gemeen hebben is dat ze gebaseerd zijn op het open source principe: alle plannen worden openbaar gemaakt zodat een community verder kan werken op de bestaande plannen of gewoon nieuwe dingen kan toevoegen. Alles zit in het delen van ideeën om ze beter te maken.

Dat het open source principe niet enkel in de projecten zit is te danken aan te twee organisaties dat POC21 op poten hebben gezet: OuiShare en OpenState, respectievelijk een Franse en Duitse organisatie dat op basis van creatieve common en Open Source principe organisaties, ondernemingen en mensen steunt om positieve stappen te zetten in deze complexe maatschappij. Voor POC21 hebben ze niet enkel een innovatie kamp gebouwd waar 12 projecten na 5 weken een resultaat moeten tonen naar de buitenwereld, maar een reflectie over hoe we de hele maatschappij anders kunnen structureren zodat we duurzaam zijn over de hele lijn. Het innovatiekamp zelf is bij wijze van spreken open source en is in constante verandering om zich aan te passen aan de mensen die er in wonen en werken en dat in direct verband met de waardes die ze willen naar buiten brengen. Op hun site kan je dieper ingaan op de manier van leven, maar hier zijn alvast de basis principes.

De 130 mensen dat samenleven in het innovatiekamp zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het co-living en co-working aspect. De basis accommodatie werd door de organisatoren klaar gezet, maar sindsdien is elke verbetering een collectieve beslissing. In de ochtend wordt er een check-in gehouden. Mensen mogen dan zeggen waarvoor ze hulp nodig hebben, wat hun plan is van de dag en welke problemen ze ondervonden hebben. De dagtaken worden verdeeld op vrijwillige basis. Het composteren van de droogtoilettes, de keuken, het vuilnis of de nachtwacht wordt verdeeld onder de vrijwilligers, mentors, projectleiders en organisators. Iedereen zit hier op dezelfde lijn. Rond 19u30 wordt een check-out gedaan en krijgt iedereen de kans om mensen in de kijker te zetten of uit te leggen welke verbeteringen en vorderingen er gedaan zijn aan het samen leven. Alles verloopt organisch en de kerngroep grijpt pas in als het echt nodig is. Het co-living onderdeel is even belangrijk als het co-working onderdeel. Het werd snel duidelijk dat enkel 12 projecten tonen in een expo op het einde een gemiste kans zou zijn, en het simpelweg zou passen in onze prestatie gerichte maatschappij. Een beschouwing over het totaal proces is hier noodzakelijk.

Wat POC21 het beste omvat is een broeiplaats voor creativiteit, dit is niet enkel te danken aan het feit dat er meer dan 100 mensen van over heel de wereld samenzitten in een kasteel, maar dankzij de mentordays dat worden georganiseerd. Momenten van reflectie waar de projecten en deelnemers de kans krijgen om nieuwe kaders te ontdekken via specialisten in hun vak domein. Zo kregen we bezoek van Michel Bauwens, een Belgische filosoof dat bij de meest invloedrijke denkers van het moment behoort dankzij zijn Peer To Peer Foundation. Tomas Diez is de co-founder van een van de eerste FabLabs van Europa en staat mijlenver voor op het gebruik van dergelijke instituten in de dagelijkse maatschappij. Ook was Till Wolfer aanwezig op POC21, hij is een van de designers dat de XYZ Cargo Bike en het systeem erachter ontwierp samen met N55 Collective waarop wij ons project baseren.

Al deze mensen hadden een directe invloed op ons denken en kijk op het project. Meermaals kregen we een mokerslag dankzij de mogelijkheden die ze ons gaven, en stapsgewijs leerden we een principe van Open Source kennen: het is niet erg om niet alles te weten, blijf open voor nieuwe mogelijkheden en heb geen schrik om je project te herdenken. Michel Bauwens gaf ons het Fair Chare principe en de Copy Fair License die we kunnen gebruiken om een eerlijk ecosysteem te bouwen rond ons project. Zou zouden non-profit en privé gebruikers de modules vrij kunnen gebruiken en profit organisaties in ruil voor een investering in de community eveneens werken met de modules. Till Wolfer gaf ons dan weer meer inzicht in het modulaire systeem en hoe we een basismaat konden gebruiken om het project een breder draagvlak te geven. Tomas Diez liet ons dan weer dromen over de toekomst van FabLabs waar je je eigen machines zou kunnen bouwen uit simpele materialen voor je fablab. Weer een stap verder in de goeie richting.

Na twee weken samenwonen en samenwerken vond ik het tijd om even tot bezinning te komen. Alle projecten zijn in de fase toegekomen waar ze beginnen te bouwen en er is een bekommernis dat er geen tijd meer zou zijn om de grotere thema’s en kaders te bespreken. Ik noteerde op het dorpsplein bord dat we deze zondag een filosofische sessie gingen houden met de volgende preview: “Learning to build a boat to avoid drawning is great. But we can’t do it by only giving the plans, we need to give the desire to travel by sea”. Achter deze gedachten zit de vraag hoe we het open source principe breder kunnen toepassen op de maatschappij. Want het is mooi, samenleven in een kasteel met 100 wereldverbeteraars, maar zo ontstaat er een bubbel, en onze taak is juist de bubbels te doorprikken. Tijdens het derde weekend, kwamen een tiental mensen naar de Wooden Dome en we begonnen onze gedachte te structureren. Onze redenering startte met het idee dat de expo het kanvas is voor de buitenwereld, en we moeten een verhaal hebben dat zowel de hackerspace gebruikers als onze mama’s aanspreekt. We begrijpen snel dat er geen afgebakend antwoord is, dat zou paradoxaal zijn voor het open source principe, maar we zien ook dat achter open source basis waardes zijn dat oplossingen geven voor onze huidige maatschappij. Het helpt ideeën sneller concreet maken, het geeft je een empowered gevoel als je zelf iets doet, het maakt de dingen dat je bouwt meer waardevol dan wanneer je ze koopt, het helpt je niet alleen te voelen. Dit zijn waardes waar iedereen zich in kan vinden en dat moeten we proberen te delen op de expo. Met deze bedenkingen eindigen we ons gezellig onder onsje met drie vragen die we zullen stellen aan elke kampbewoner:

Why do You Open Source (om een semantiek te bouwen rond open source)
What aspect of the Camp can we open source (om open source buiten het kader van software en hardware te brengen)

How did your most valuable conversation at POC21 start (om te begrijpen hoe ideeën vorm krijgen en mensen te helpen in hun creativiteit)

We zitten bijna halfweg en POC21 blijkt nu al een geslaagd Proof Of Concept te zijn. Laten we de komende 3 weken sleutelen aan het totaalproces om het te kunnen herhalen in tal van plekken over de hele wereld en dat deze 12 projecten niet enkel succesvol zijn, maar dat er tientallen andere projecten uit te grond worden gestamd dat dezelfde principes behouden en de samenleving weer centraal zet boven het geldgewin.