515097_1systeemcrash

voor u gelezen: systeem crash

Overgenomen van blog Steven Vromman “Low Impact Man

Gunter Van Den Bossche is een van die mensen die ik regelmatig tegenkom op activiteiten en lezingen rond transitie en duurzaamheid. Hij is bijzonder begaan met deze kwesties en denkt hard na over hoe het nu verder kan of moet met onze wereld. De dag dat Nelson Mandela stierf (5 december 2013) besloot hij een boek te schrijven. Dit boek ‘Systeem crash’ is ondertussen uitgegeven en graag deel ik mijn bevindingen.

515097_1systeemcrashGunter is ambitieus, enerzijds wil hij een stand van zaken meegeven van alles wat misloopt en tegelijk de puzzelstukken voor een nieuwe wereld aangeven. Aangezien er heel wat misloopt gaat een groot deel van het boek over ons financieel systeem, piekolie en klimaatverandering, de groeidwang, het consumentisme, globalisering en andere uitdagingen. Daarbij bouwt hij verder op de ideeën van Heinberg en Leitaer, door het boek van Gunter te lezen krijg je dus meteen de inzichten van een aantal belangrijke denkers mee.

Gunter is econoom van opleiding en dat merk je aan de stukken over de geschiedenis van geld, het kredietsysteem en de impact van schulden. Regelmatig komt de stelling terug dat we af moeten van een financieel systeem gebaseerd op rente en schuldcreatie.

Het laatste kwart van het boek brengt dan puzzelstukken aan die een nieuwe samenleving – na de onvermijdelijke crash – mogelijk moet maken. Ik deel niet het enthousiasme van Gunter voor Thorium kerncentrales of technische gadgets als zelfsturende overdektje segway’s. Dat de auteur niet enkel gelooft in technologie kan je lezen in de pleidooien voor low-tech en voor innerlijke verandering. Zo staan er ook stukjes in over het belang van meditatie en liefde. Hoewel de vele puzzelstukken een plaats verdienen blijft het wat onduidelijk hoe we van het huidige model naar het nieuwe kunnen evolueren. Maar het is in elk geval een indrukwekkende prestatie om heel veel informatie in een leesbaar boek te bundelen.

Het boek kan besteld worden via de uitgeverij, of via Gunter zelf (gunter.van.den.bossche@telenet.be)

Scriptie - de kenniswerker de baas

Deeleconomie, grootkapitaal en de nieuwe sociale klasse

Oorspronkelijk gepubliceerd in MO (originele tekst) op 4 juli 2014

Het internet transformeert zichzelf van communicatieplatform tot productieplatform. Dat wijzigt de sociale verhoudingen fundamenteel. Een op vier werknemers is nu al freelance en tegen 2020 zou dat een op drie zijn. Kenniswerkers verdienen vaak erg weinig, terwijl ze toch hun eigen productiemiddelen bezitten. Creëert deze nieuwe sociale klasse ook een nieuw politiek speelveld?

Volgens de onlangs overleden Jean-Luc Dehaene zijn de klassieke politieke partijen, maar ook vakbonden en werkgeversorganisaties producten van een verleden tijd. Vandaag is het niet langer de politiek, maar technologie de drijfveer van verandering. In De Standaard van 19 april verwees hij in dat verband expliciet naar gedelocaliseerde peer-to-peer-initiatieven. Zijn er parallellen met het ontstaan van vakbonden en coöperaties tijdens het begin van de industriële samenleving?

In de negentiende eeuw ontstond een nieuwe klasse van proletarische arbeiders die waren weggejaagd uit hun land en ambacht, en zonder enige zekerheid en solidariteit afhankelijk waren van het kapitaal.

Om hun levensvoorwaarden te verbeteren, richtten zij solidariteitsmechanismen op, en allerlei sociale en politieke bewegingen die hun sociale eisen konden bijstaan. Die eisen en verlangens werden in belangrijke mate gerealiseerd toen de welvaartstaat die voorstellen ernstig nam en begon te realiseren.

Vandaag vindt een deproletarisering plaats. Een op vier werknemers is nu al freelance en tegen 2020 zou dat een op drie zijn, en in de VS zelfs een op twee. De nieuwe sociale klasse, de precaire kenniswerkers, bezitten hun eigen productie-middelen, zoals de computer, de netwerken, en in toenemende mate de nieuwe gedistribueerde productie-middelen zoals 3D printers. Toch is die nieuwe klasse vandaag ook erg onzeker in de context van de afbraak van de solidariteitsmechanismen van de welvaartstaat.

Breuk tussen kapitalisme en ondernemerschap

De nieuwe structurele realiteit van de kenniswerkers kwam zeer duidelijk tot uiting na de internet crisis van 2001. Ondanks de enorme kapitaalvlucht uit het internet, vond een enorme heropleving van de innovatie plaats en werd het participatieve Web 2.0 geboren, aanvankelijk zonder echte medewerking of financiering van het kapitaal.

De conclusie was duidelijk: het is vandaag mogelijk om heel complexe technologische projecten te creëren op basis van vrijwillige samenwerking, die bovendien minder dan ooit beperkt wordt door nationale of andere grenzen. Geld en kapitaal zijn nu minder nodig in de beginfase, eerder wanneer het project succesvol is en een economie begint te creëren. Er is dus een historische breuk onstaan tussen het kapitalisme en het ondernemerschap.
Het internet is inderdaad niet louter een communicatie-medium, het blijkt vooral een productie-medium te zijn. Overal ter wereld ontstaan er vrije software gemeenschappen, open hardware gemeenschappen, en vele andere projecten die gebaseerd zijn op gedeelde kennis. Volgens het Amerkaanse Fair Use Economy Report zou die economie in de VS nu al zorgen voor 17 miljoen arbeidsplaatsen en een zesde van het bruto nationaal product, geen peulschil dus.

Die mutualisering van de kennis gaat gepaard met een mutualisering van de fysieke economie. Meer en meer jongeren richten co-working ruimten in, en organiseren hackerspaces, makerspaces, diy biolabs en dies meer. En de zogenaamde deeleconomie laat de mutualisering toe van veel tot nu toe overtollige en ongebruikte goederen.

Het kapitalsme recupereert de vernieuwing

Maar het kapitalisme zou het kapitalisme niet zijn, als het daar geen winstmogelijkheden in zag. De nieuwe peer to peer economie is dus inderdaad al ingekapseld in het dominante system. Grote multinationals maken gebruik van vrije software, zoals IBM dat doet met Linux. Op die manier kan de multinational gebruik maken van het werk van honderdduizenden arbeiders, waarvan minstens een kwart gratis voor Linux werken.

Bedrijven zoals Facebook and Google, produceren geen goederen of diensten meer, zij zijn als platform een doorgeefluik voor de waarde die we als gebruikers zelf creëren door onze uitwisseling via sociale media. Wie de waarde creëert, krijgt geen inkomen, de volle honderd procent gaat naar de eigenaars van het platform.

De deeleconomie en de gedistribueerde netwerken voor klussen etc .. (crowdsourcing) zijn zo opgevat dat ze de belangen van de vraagzijde (consumptie) bevoordelen, en de belangen van het aanbod (de arbeid), benadelen. Volgens Trebor Scholz, in een nog ongepubliceerde studie, zou het gemiddelde loon van dit soort werk soms amper twee dollar per uur zijn, veel lager dan het legale minimumloon in de VS.

Er is dus schijnbaar een grote contradictie tussen het passionele engagement van de nieuwe laag kennisarbeiders voor het creëren van een gemeengoed dat voor allen beschikbaar is, en de economische realiteit in het kapitalisme, die voor hen meestal neerkomt op een structurele precariteit.

Marktwaarde en samenwerking

Er is echter hoop. Hoewel de peer to peer economie functioneert binnen het kader van de huidige politieke economie, beschikt ze ook over een aanzienlijke post-kapitalistische potentialiteit.

De post-kapitalische logica van peer productie hangt nauw samen met het creëren van wat Jeremy Rifkin de ‘collaboratieve commons’ noemt: het gemeengoed dat door samenwerking gecreëerd wordt. De logica is er niet een van arbeid en kapitaal maar van bijdragen tot een open gemeengoed. Kenniswerkers, betaald of niet, dragen met hun kennis, code of design bij aan een gemeengoed dat beheerd wordt door een nieuwsoortig sociaal contract: iedereen kan gebruikmaken van en bijdragen aan het gemeengoed, op voorwaarde dat het beschikbaar blijft voor iedereen.

De peer to peer dynamiek creëert dus een commons, een overvloedige, kopieerbare commons die op zichzelf geen marktwaarde heeft omdat zij door haar overvloed geen spanning kan creëren tussen vraag en aanbod, en dus geen prijs. Het werk zelf, dat gebeurt door de vrije bijdrage van tijd, kennis en energie, gebeurt via gemeenschappelijke coördinatie, dus niet via een hiërarchisch bevel. Het is dus geen prijsmechanisme (markt) of bevel (hiërarchie), maar een nieuw toewijzingsmechanisme gebaseerd op sociale coördinatie.

Binnen de huidige kapitalistische maatschappij kan men echter niet in zijn levensonderhoud voorzien zonder de creatie van marktwaarde, maar die gebeurt dus in de periferie van de commons, door rond en op basis van het gemeengoed diensten en producten te leveren die wel schaars zijn en dus marktwaarde creëren. De twee logica’s moeten dus samenwerken, de commons heeft de markt nodig om te overleven, maar de markt heeft de commons nodig om te innoveren en waarde te creeren.

Het probleem, bekeken vanuit het standpunt van de kenniswerkers, is dat de kapitalische markt nog steeds dominant is. Winstgerichte bedrijven gaan dus een aantal van die peerproducenten betaald werk bezorgen, maar zorgen er ook voor dat de meerwaarde gereasliseerd wordt via de bedrijven. De commons is dus niet autonoom.

Een Internationale van wederkerigheid?

Vandaag zien we hoe kennisarbeiders, diegenen die samen de commons creëren, net zoals de arbeiders van de 19de eeuw, naar oplossingen zoeken om hun welvaart en autonomie te versterken. Een van die projecten is de Freelancers Union in New York, die al bijna driehonderdduizend freelance kenniswerkers organiseert. Kenmerkend is dat die beweging niet louter een klassieke vakbond is, maar zelf ook geëngageerd is in het creëren van een alternatieve economie. Ze doen dat in een project dat ze de Quiet Revolution noemen.

Een andere reactie is het creëren van een coöperatieve economie rond de commons. Zo kent Argentinië bijvoorbeeld al een paar dozijn software coöperaties die uitsluitend, en tegen betaling, vrije software produceren voor het bedrijfsleven. De Cooperativa Integral Catalana is een voorbeeld van een snelgroeiend en open coöperatief consortium dat structureel verbonden is met het co-produceren van gemeengoed. In Baskenland is het zeer originele lasindias.net actief.

De P2P Foundation zelf speelt hierin een rol door het debat te lanceren rond een nieuw type licentie, gebaseerd op wederkerigheid. Het idee is dat een bepaald gemeengoed open en vrij gebruikt kan worden voor niet-commerciële doeleinden, door zowel niet-commerciële als commerciële actoren die het gemeenschappelijk welzijn nastreven. De licentie zou zelfs gelden voor op winst gerichte bedrijven op voorwaarde dat zij op hun beurt onbetaald bijdragen. Wie enkel gebruikt maar niet bijdraagt, moet dus betalen voor het gebruik van die licentie.

Wat belangrijk is, is echter niet die geldstroom, maar het principe dat de markt gericht moet zijn op wederkerigheid. De bedoeling van de nieuwe licentie is dus het creëren van een ethische marktcoalitie die mee het gemeengoed produceert, en om traditionele bedrijven te helpen in hun transformatie tot medewerkers aan de commons.

We moeten van de huidige, uitsluitend extractieve vormen van eigendom evolueren naar generatieve vormen van eigendom. Binnen die nieuwe sfeer ontstaan ook de debatten over en de experimenten voor nieuwe vormen van ‘genetwerkte’ solidariteit. Uitgangspunt is dat de welvaartstaat wellicht gedoemd is om te verzwakken in de huidige conjunctuur, en dat nieuwe vormen van solidariteit door de basis zelf moeten uitgewerkt worden. Dit soort ontwikkelingen worden nauwgezet opgevolgd in een speciale sectie van de p2pfoundation.net wiki.

Nieuwe politiek

Langzamerhand krijgt de nieuwe cultuur van de commons-producerende kennisarbeiders ook een politieke expressie.

Het eerste voorbeeld hiervan waren de Piraat Partijen die rechtsreeks voortkwamen uit de filesharing gemeenschappen in Zweden. In Spanje werd een Partido X gecreëerd, die een platform-partij wil zijn en gebruik wil maken van de directe democratie die via internettechnieken mogelijk wordt. Zij werd in electorale resultaten echter overvleugeld door het succes van Podemos, een partij die rechtstreeks voortkomt uit de 15M beweging, de sociale beweging van de precaire Spaanse jongeren. En in Griekenland haalde Syriza een elektorale overwinning. De partij komt voort uit de andersglobaliseringsbeweging enonderhoudt nauwe banden met zowat drieduizend door p2p waarden geinspireerde solidariteits initiatieven zoals social clinics, social farmacies…

Er beweegt dus iets: de nieuwe digitale cultuurexpressies van de jonge kenniswerkers krijgen stilaan politieke vorm. Net zoals dat gebeurde met de industrie-arbeiders in de 19de eeuw. Dehaene had dat goed gezien.

sharing_0_0

SHARING ECONOMY BREEKT DOOR

Volledig artikel hier (gepubliceerd op sprout, 12 juni 2014)

“68 procent van de 30.000 consumenten die Nielsen in 60 landen heeft ondervraagd, hechten niet zo erg aan hun spullen, dat ze deze niet willen delen met anderen – liefst voor geld natuurlijk. En ongeveer evenveel mensen zou ook wel zaken van anderen willen lenen of huren. Airbnb, Snappcar of Peerby; wij hebben inmiddels keuze genoeg.”

“Consumenten die bezittingen omzetten in een inkomstenbron door ze te delen, zullen dit jaar volgens Nielsen zo samen 3,5 miljard dollar verdienen. Die share economy of collaborative consumption begint een economische revolutie met impact te worden, concludeert Nielsens John Burbank in een toelichting. ‘Er is nu een gewenning ontstaan aan het delen via internet, die we een paar jaar geleden voor onmogelijk hadden gehouden.’”

Peerby – hoe werkt het?

Peerby – hoe werkt het? from Peerby on Vimeo.

Peerby is de app en website waarmee je makkelijk spullen kunt lenen en huren van mensen in je buurt. Bekijk deze video waarin we uitleggen hoe Peerby werkt. Ga naar peerby.nl om lid te worden! Heb je vragen of opmerkingen? Stuur een mail naar info@peerby.com.
Music credit goes to Crum – Happy guitar

arie_timmerman_1366037480

Internet: trek die kinderschoenen toch eens uit

Te lezen op Computable (12/6/2014-

auteur: Arie Timmerman

Hier de intro en het besluit:

Lang geleden, toen het internet nog in kinderschoenen stond, was hardware duur en heette de internetverbinding een inbelverbinding. Er werd zuinig met dure middelen omgegaan zodat een beperkte set servers werd ingericht. Hiermee konden vele eenvoudige werkstations verbinden en zo samenwerking faciliteren. Deze oplossing staat bekend als het client-servermodel. Met de groei van het internet werd ook deze oplossing omarmd en immens populair.

Moderne ontwikkelingen laten dit model niet los. Ook cloud-oplossingen bouwen voort op het principe dat alle informatie op centrale servers wordt opgeslagen en communicatie via centrale punten verloopt. Ook software-as-a-service oplossingen centraliseren online dienstverlening. Logisch vanuit het oogpunt van eenvoud. Minder logisch, gezien recente beveiligingsproblemen bij bijna elke grote internetspeler. Beveiligingsproblemen die juist door centrale opslag en doorvoer van informatie mogelijk zijn geworden.

(…)

Internet: trek die kinderschoenen toch eens uit. Stap over van het client-servermodel naar een peer-to-peer-alternatief. Nu veel internetgiganten te maken hebben gehad met beveiligingsincidenten en nu de macht van diezelfde internetgiganten steeds meer gewantrouwd wordt, is het tijd om het internet langzaam te hervormen. Een nieuwe start naar een veiliger internet.

Schermafbeelding 2014-06-22 om 20.16.02

Waarom we iedereen gratis geld moeten geven

lees het volledig artikel hier
(…)

Studies van over de hele wereld wijzen het inmiddels uit: gratis geld helpt. Er is al een verband aangetoond met minder criminaliteit, minder ongelijkheid, minder kindersterfte, minder ondervoeding, minder tienerzwangerschappen, minder gespijbel, betere schoolprestaties, hogere economische groei en emancipatie. ‘De belangrijkste reden dat mensen arm zijn, is dat ze niet genoeg geld hebben’, merkt ontwikkelingseconoom Charles Kenny droogjes op. ‘Het zou dan ook geen grote verrassing moeten zijn dat het geven van geld een uitstekende manier is om dat probleem te verhelpen.’

In het boek Just Give Money to the Poor (2010) geven onderzoekers van de OESO (de denktank van rijke landen) talloze voorbeelden van succesvol strooien met geld. In Namibië vlogen de ondervoeding (min 25 procent), criminaliteit (min 42 procent) en het spijbelen (van 40 naar bijna 0 procent) omlaag. In Malawi knalde het schoolbezoek van meisjes en vrouwen met 40 procent omhoog, waarbij het niet uitmaakte of er wel of geen voorwaarden werden gesteld.

Van Brazilië tot India, van Mexico tot Zuid-Afrika: gratis-geldprogramma’s hebben in de afgelopen tien jaar een enorme opmars doorgemaakt. Toen in 2000 de Millenniumdoelstellingen werden geformuleerd, werden de programma’s nog niet eens genoemd. Maar nu bereikt het geld meer dan 110 miljoen families in minstens 45 landen.

De OESO-onderzoekers sommen de voordelen op: (1) huishoudens maken goed gebruik van het geld, (2) de armoede neemt af, (3) er zijn veel langetermijnvoordelen qua inkomen, gezondheid en belastingopbrengsten, (4) er wordt niet minder door gewerkt, en (5) de programma’s zijn goedkoper Een presentatie van de bevindingen van de OESO-onderzoekers. dan de alternatieven.

(…)

De utopie

Gratis geld: het is geopperd door enkele van de grootste denkers uit de geschiedenis. Thomas More droomde ervan in zijn beroemde Utopia (1516). Talloze economen en filosofen , vaak ook Nobelprijswinnaars, zouden volgen. Onder de voorstanders bevonden zich linkse én rechtse denkers. Zelfs de grondleggers van het neoliberalisme, Friedrich Hayek en Milton Friedman, hebben ervoor gepleit. Artikel 25 van de Universele verklaring van de rechten van de mens (1948) verwijst er direct naar.

Het basisinkomen.

En dan niet slechts voor een paar jaar, alleen in ontwikkelingslanden of louter voor de armen, maar gewoon, gratis geld als mensenrecht voor iedereen. Noem het: ‘de kapitalistische weg naar het communisme’. Een maandelijkse toelage, genoeg om van te leven, zonder er iets voor te hoeven doen. Niemand die controleert of je het goed besteedt, niemand die zich afvraagt of je er wel recht op hebt. Geen wirwar aan toeslagen, uitkeringen en aftrekposten (met torenhoge uitvoeringskosten), maar hoogstens een extra toelage voor ouderen, werklozen en arbeidsongeschikten.

Het basisinkomen – het is een idee wiens tijd gekomen is.

(…)

(Gratis) geld maakt gelukkig

De diagnose is al vaker gemaakt.

We zitten opgescheept met een verzorgingsstaat uit een vervlogen tijdperk, toen de man nog de kostwinner was en hij een leven lang bij één bedrijf kon blijven. Het pensioenstelsel en de ontslagbescherming zijn nog altijd gericht op de geluksvogels met een vaste baan, de sociale zekerheid leunt op de misvatting dat de economie genoeg banen creëert en uitkeringen zijn vaak geen trampoline, maar een valkuil.

Nog niet eerder is de tijd zo rijp geweest voor de invoering van een universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen. Vergrijzing stelt ons voor de taak ouderen zo lang mogelijk erbij te houden. Flexibilisering betekent dat we meer zekerheid moeten creëren. Globalisering zorgt ervoor dat de lonen van de middenklasse steeds verder worden uitgehold. De emancipatie van vrouwen wordt pas voltooid als ze een grotere financiële onafhankelijkheid verwerven. De groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid betekent dat we de laatsten extra moeten ondersteunen. En de opkomst van robots zou zelfs hoogopgeleiden hun baan kunnen kosten.

(…)

Harmen van Sprang: (ShareNL) ’In de deeleconomie is een boor geen product maar een service’

Harmen van Sprang: (ShareNL) ’In de deeleconomie is een boor geen product maar een service’ from 7 ditches tv on Vimeo.

De deeleconomie is het modewoord van het moment. Is het een hype of een waarheid? Harmen van Sprang, co-founder van ShareNL, wil met zijn bedrijf de deeleconomie bevorderen.
“In de deeleconomie delen we dingen met elkaar, net als duizenden jaren terug”, zegt Van Sprang. “In de moderne tijd betekend het dat je via internet kunt kijken welke spullen je kunt lenen of huren in plaats van te kopen. “ Van auto’s en boormachines tot eten en vaardigheden.”

Er zijn steeds meer jonge bedrijven die zich daar mee bezig houden, van huisraad via Peerby tot auto’s via SnappCar en eten via thuisafgehaald.nl. ShareNL is een initiatief van deze bedrijven. “ We willen delen bevorderen” , zegt Van Sprang. “En we staan pas aan het begin.”
Delen is volgens de ondernemer geen trend, maar een transitie. “Het blijft, want het is sociaal, duurzaam en kostenbesparend.” We kunnen het met zijn allen met minder af.

En daarom is de trend van de deeleconomie “ disruptive” – het gaat de huidige markt opschudden. “Niet iedereen hoeft meer een boor te kopen”, zegt Van Sprang. “Een boor is geen product meer, maar een service.”

En boorfabrikanten moeten daar rekening mee houden. “ Ze moeten met de veranderende markt meebewegen en denken in termen van services rondom een product”, zegt Van Sprang.

origineel hier

Schermafbeelding 2014-06-22 om 20.09.42

Spirittrade.be: een website die als doel heeft peer-to-peer uitwisseling te faciliteren in het Nederlands taalgebied.

Spirittrade.be is een website die als doel heeft peer-to-peer uitwisseling te faciliteren in het Nederlands taalgebied.

Enerzijds helpt Spirittrade.be mensen hun talenten gemakkelijker met elkaar te delen door ledenprofielen aan te bieden waar vraag en aanbod van ruilbare diensten en producten op kan worden gezet.

Vanuit het idee dat elk systeem balans zoekt, wordt het aangemoedigd iets te ruilen voor de hulp, de dienst of het product dat men ontvangt. Dat kan geld zijn, maar liever nog iets anders. Spirittrade.be wil innoveren op het terrein van die uitwisseling en deze gemakkelijker maken voor zijn leden. Spirittrade.be werkt uitsluitend legaal en wil zijn leden helpen hun talent op een legale manier in te zetten en dit juridisch te helpen omkaderen.

Anderzijds wil Spirittrade.be eveneens andere initiatieven die in lijn zijn met zijn visie in de verf zetten. Dit zal Spirittrade.be doen door regelmatig een artikel te schrijven over een persoon of een project dat in lijn ligt met zijn ambities.

Meer informatie over Spirittrade hier.

140611154136.Cover2.1.resized.200x0

‘Nog veel ict-ontwikkeling nodig voor Europees smart grid’

Gepubliceerd op Technisch Weekblad, 17 juni 2014

Fragment:

Met de opkomst van duurzame energie moet het elektriciteitsnet straks zijn ingericht op decentrale opwekking en op een slimme manier kunnen inspelen op de fluctuaties van het aanbod en tweerichtingsverkeer op het elektriciteitsnet. La Poutré organiseerde samen met collega’s het afgelopen jaar namens het Europese kennisconsortium EIT ICT Labs verschillende rondetafelbijeenkomsten, waarbij ict-wetenschappers, energiebedrijven en lokale en Europese beleidsmakers samen bespraken welke belangrijke stappen nodig zijn om tot zo’n slim Europees energiesysteem te komen.

De conclusie? ‘Wat betreft ict zijn er drie belangrijke uitdagingen. Allereerst moeten we methoden ontwikkelen om de data uit smart meters en sensoren te verwerken. Daarnaast is security een belangrijk issue, zowel de bescherming tegen cyberaanvallen als het waarborgen van de privacy. Ten slotte gaat het om het matchen van vraag en aanbod. Hier zijn al goede technieken voor, maar we moeten nog belangrijke stappen zetten om dat op een generieke en voldoende betrouwbare manier te doen voor alle schaalgroottes.’

Ook de Europese regelgeving houdt nog onvoldoende rekening met de ontwikkeling van een vraaggestuurde markt richting een aanbodgestuurd, gedecentraliseerd systeem, denkt La Poutré. ‘Bedrijven mogen niet altijd uitvoeren wat ze willen. Voor pilots kunnen zij daar dan vaak nog wel toestemming voor regelen, maar dat is voor commerciële projecten straks anders. Het is heel belangrijk om op een gecoördineerde manier die Europese energieregels aan te pakken.’

05042fa6-496c-4604-b3c6-ac93ea65d079_Schermafbeelding 2014-06-02 om 13.50.05

Hoe het neoliberalisme in Londen ten grave werd gedragen

Christine Lagarde. Foto: IMF

Interessant artikel uit Vrij Nederland (2 juni 2014)

Hier enkele fragmenten:

“De bedoeling van Inclusive Capitalism Initiative is dat er veranderingen worden aangebracht in het kapitalisme. Het moet tot het kapitalisme doordringen dat het er niet is om de rijken rijker te maken, maar dat iedereen er beter van moet kunnen worden. Om te laten zien hoe het hele systeem scheef is gegroeid gebruikt Inclusive Capitalism het appartementengebouw van Harvard-econoom Larry Katz om de economische toestand van de laatste dertig jaar te visualiseren: in het penthouse bevindt zich 0,7% van de wereldbevolking en 41% van het wereldinkomen. Daaronder zit 7,7% dat 42% van het wereldinkomen heeft. Daaronder zit 22,9% met 13%. En tenslotte: het grootste deel van het gebouw, 68%, waarvan gezegd wordt dat het voor het grootste deel onder water staat, bezit 3% van het wereldinkomen.”

“De toespraken van Lagarde en Carney draaiden er niet om heen: het hedendaagse kapitalisme bevindt zich in een beschamende toestand en de banken zijn daar voor het grootste deel verantwoordelijk voor. Het is niet onwaarschijnlijk dat het algemene ongenoegen over het kapitalisme op een dag naar buiten komt. De misstanden zijn te groot geworden. Het is alsof Forester de Rothschild dit voor wil zijn. De Occupy-beweging en het boek van Thomas Picketty over het kapitalisme in de twintigste eeuw hebben het probleem ook onontkoombaar bloot gelegd.”

“De financiële wereld heeft mensen nodig die waarden even serieus nemen ‘as valuation, culture as seriously als capital’. De hele financiële wereld, waarvan een flink deel in de zaal zat, werd door Lagarde voorgehouden dat er meer op de wereld is dan geld. Ze hield ze Aristoteles voor die er de nadruk op legde dat waarden en deugden niet zomaar aangenomen kunnen worden, die moeten worden ontwikkeld, onderhouden, gekoesterd en verzorgd gedurende vele jaren. Het moet een cultuur zijn: ‘We need a stronger and systematic ethical dimension’, zei Lagarde. Aan de aanwezigen, van wie het moeilijk te ontkennen viel dat ze bestaan door wat ze bezitten, hield ze een uitspraak van Oscar Wilde voor: ‘the true perfection of man lies, not in what man has, but in what man is.’”

“Je zou kunnen zeggen dat de financiële wereld zich met deze conferentie onder eigen curatele heeft geplaatst. Maar dat is volgens Lagarde niet genoeg, om terug te keren naar fatsoenlijke verhoudingen zijn nog jaren nodig, en ‘it requires alert watchdogs, including from civil society.’”

Towards a more Inclusive Capitalism van Dominic Barton is te downloaden op de website inclusivecapitalism.org.