10437337_845988588748999_1270480293390927516_n

Feestcongres – Ecologie en autonomie: hoe onze toekomst heroveren?

31 januari 2015 20:00
Kunstencentrum Vooruit Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, België

Denktank Oikos, die streeft naar sociaalecologische verandering, bestaat vijf jaar. En dat viert ze met stevige inhoud. Over hoe we als burgers de toekomst kunnen heroveren, de wereld redden van zielloos winstbejag. Dat vraagt om een visie over welvaart zonder groei, respect voor de planeet en solidariteit met de huidige en toekomstige generaties.
Dus geen economische G8, wel een ecologische E4. Vier topdenkers met wie Oikos samenwerkt, buigen zich over de opdracht die ecologische denkers van het eerste uur formuleerden: als burgers terug greep krijgen op je leefomgeving, je autonomie opeisen. En ook: samen werk maken van het goede leven, de vreugdevolle capaciteit ontwikkelen om de wereld zelf vorm te geven. Anno 2014 luidt die opdracht: hoe kunnen we als bevrijde individuen terug samenwerken, voorbij eenzijdige individualisering, op weg naar Autonomie 2.0? Deze topdenkers zijn Michel Bauwens, Olivier De Schutter, Paul Verhaeghe en Harald Welzer.
We organiseren voor onze verjaardag niet één maar twee evenementen: een feestcongres in de avond en vier gelijklopende eco-conversaties in de namiddag, waaruit je eentje kan kiezen.
Feestcongres
De avond van het Feestcongres wordt ingezet door Dirk Holemans die de ecologische uitdaging aan de hand van het begrip autonomie schetst. Vervolgens zullen Michel Bauwens, Paul Verhaeghe en Harald Welzer een bijdrage leveren van het perspectief van de economie, de mens en de samenleving. Ze gaan ook met elkaar in dialoog. Afsluitend formuleert Olivier De Schutter ‘Food for Thought’: een opdrachtverklaring voor de komende vijf jaar voor Oikos … en alle geëngageerde burgers. Inschrijven voor het feestcongres, kan hier of via de ‘Registreer’-knop onderaan de pagina.
Zelf meedenken in een eco-conversatie!
Oikos staat voor diepgang én interactie, het Feestcongres is daarom meer dan een luisteravond. We organiseren in de namiddag vier parallelle Eco-conversaties, waarin een van de denkers in gesprek gaat met een beperkte groep geïnteresseerden. In deze groepjes kan je zo ideeën uitwisselen, elkaar inspireren, en zelfs het risico lopen van gedacht te veranderen…
Welke vragen wil jij aan een van de E4 voorleggen? Over welke uitdaging wil je meer weten en in dialoog gaan? Laat het ons weten in een beknopte motivatie van maximum 5 lijnen via feestcongres[at]oikos.be, met als onderwerp ‘Eco-conversatie + Naam denker’. Wij laten je vervolgens via e-mail weten of je bij de gelukkigen bent. Op deze manier geven we niet alleen de snelle vogels een kans. Aan de deelnemers zal een inkom van 8€ gevraagd worden als deelname in de onkosten.
Meer lezen?

Speciaal voor dit Feestcongres schreef Oikos coördinator Dirk Holemans een beknopt essay om de uitdaging scherp te stellen. Het essay verschijnt in Oikos 71 en is vanaf begin december beschikbaar op de Oikos website.

De vier topsprekers met wie Oikos samenwerkt, zijn:

Michel Bauwens
michel bauwensMichel Bauwens is de oprichter van de Foundation for Peer-to-Peer Alternatives. In 2012 werd hij door het Post Growth Institute als enige Belg opgenomen in de lijst van de 100 meest inspirerende personen voor een duurzame toekomst. Hij schrijft onder meer voor Al Jazeera English en is adviseur voor Shareable magazine (San Francisco), Zumbara Time Bank (Istanbul) and ShareLex (Forum International des Dirigeants de l’Economie Sociale et Solidaire).
Oikos publiceerde samen met uitgeverij Houtekiet van hem De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving, een boek waarin hij de absurde logica omdraait waarop onze samenleving steunt: materiële overvloed (alsof de aarde oneindig is) en immateriële schaarste (alsof ideeën delen fout zou zijn). Terwijl we juist door ideeën te delen een duurzame samenleving kunnen bouwen. Burgers die als gelijken onder elkaar nieuwe samenwerkingsverbanden opstarten, gebaseerd op de commons, vormt volgens Bauwens de juiste weg naar een duurzame economie.

Paul Verhaeghe
Verhaeghe Paul-C Michiel Hendryckx-AEG voor bb en pers 2-12-2013
Paul Verhaeghe is gewoon hoogleraar psychologie aan de UGent. Sinds 2000 bestudeert hij de invloed van maatschappelijke veranderingen op de geestelijke gezondheid, een thema dat hij behandelt in Het einde van de psychotherapie en Identiteit. Verhaeghe analyseert hoe het neoliberale kader onze waarden en identiteit vormt. Het leidt tot een permanente concurrentiestrijd, een eenzijdig efficiëntieparadigma, dat een gevoel van mislukking veroorzaakt bij steeds meer mensen, mensen ziek maakt (burn-out) en geen ruimte laat voor het aanpakken van de ecologische uitdaging.
Paul Verhaeghe gaf in 2010 de jaarlijkse Oikos zomerlezing die een jaar later gepubliceerd werd in Oikos Tijdschrift onder de titel De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen. Het artikel werd door Liberales bekroond als ‘essay van het jaar’.

Olivier De Schutter
spindle-law-interview-olivier-de-schutterOlivier De Schutter is professor rechten aan de UCL en visiting professor aan de Columbia University. Hij is vooral gekend door zijn werk als gewezen Speciaal VN Rapporteur voor het Recht op Voedsel, waar hij agro-ecologie verdedigde als alternatief voor de onduurzame bio-industrie, en sterk gelooft in innovatie van onderuit. Verder is hij sinds 2004 secretaris-generaal van de Internationale Federatie voor Mensenrechten. Vanaf 2015 zetelt hij in de VN-commissie ‘Economische, Sociale en Culturele Rechten’.
In maart 2014 gaf De Schutter een lezing De Toekomst van ons voedsel georganiseerd door Oikos, Oxfam Wereldwinkels en GONZ. Hierin gaf hij aan dat met een ander landbouwmodel, gebaseerd op agro-ecologie, het perfect mogelijk is voldoende gezond voedsel te produceren met respect voor de landbouwers en de aarde.

Harald Welzer
Harald Welzer fotoHarald Welzer is directeur van Futurzwei – Stichting Toekomstvaardigheid en hoogleraar Transformatiedesign. Als sociaalpsycholoog is hij gespecialiseerd in cultuurwetenschappelijk onderzoek over de impact van klimaatverandering en de rol van transitie-initiatieven. In Klimaatoorlogen (2009) schetste hij nog een pessimistisch beeld over de toekomst, nu trekt hij in Zelf denken (2014) resoluut de kaart van het realistisch optimisme.
Welzer was in 2013 te gast op Het Groene Boek, waar hij wees op het belang van een andere mentale infrastructuur. De eenzijdige invulling van het Vooruitgangsdenken als ‘steeds meer, steeds sneller’ leidt tot een planetaire burn-out. Verhalen over rechtvaardigere en gelukkigere leefwijzen zijn broodnodig. Harald Welzer roept burgers op hun autonomie in handen te nemen via experimenten in het laboratorium van het maatschappelijk middenveld. In Zelf Denken, het resultaat van de samenwerking tussen uitgeverij Jan Van Arkel, het Goethe Institut en Oikos, werkt hij deze visie uit tot een hoopvol verhaal van verzet.

Praktisch

Locatie: Theaterzaal Kunstencentrum Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 23 in 9000 Gent
Programma:
16u-18u: Eco-conversaties: ga in dialoog met een van de vier denkers in beperkte groep; inschrijven via feestcongres[at]oikos.be; bijdrage in de kosten €8
20u: Feestcongres: Toegang gratis, inschrijven verplicht via feestcongres[at]oikos.be

Een organisatie van Denktank Oikos in samenwerking met Vooruit en Triodos Bank.

schema-Bauwens_480x263

@VPROTegenlicht Hoe samen delen wel kan werken

Origineel artikel hier

verschenen op 7/12/2014 (welvaart voor iedereen)

Veel mensen waren teleurgesteld na de Tegenlicht uitzending Hoezo samen delen? De deeleconomie is mislukt. Het ideaal van samen delen is verworden tot een winstmachine met zelfs uitbuiting tot gevolg. Maar is de deeleconomie echt tot mislukken gedoemd?

De deeleconomie hield een belofte in voor een samenleving waarin iedereen voor elkaar klaar staat en iedereen elkaar helpt. Een ‘feel good’ economie. ‘Power to the people’. Bij nader inzien blijkt de deeleconomie twee gezichten te hebben, stelt Tegenlicht. Eén sociale van de bloemetjes en de bijtjes en van samen delen, maar ook één van de keiharde werkelijkheid van de markt: winstmaximalisatie en beurswaarde.

Uber

Het voornaamste voorbeeld dat Tegenlicht van de deeleconomie geeft, is het vervoersbedrijf Uber. Uber koppelt met behulp van een app passagiers en chauffeurs aan elkaar. Het idee was om lege plekken in auto´s beschikbaar te maken voor mensen die ergens naar toe moeten. Beter, sneller, makkelijker en goedkoper dan een traditionele taxi en ook nog goed voor het milieu.
Uber heeft aspecten van de deeleconmie: overcapaciteit wordt benut, chauffeurs krijgen in eerste instantie meer zeggenschap, tussenlagen worden weggehaald etc., maar om nu te zeggen dat het veel met samen delen te maken heeft. Uber lijkt vooral te streven naar zoveel mogelijk winst. Het bedrijf is inmiddels vele miljarden waard.
Wat vandaag de dag deeleconomie genoemd wordt, omvat enorm veel verschillende dingen: ‘Non-profit’, ‘not just for profit’, ‘mission driven for profit’, ‘for profit but with an ideology’, de reeks is eindeloos.

Kwadranten van de deeleconomie

De deeleconomie lijkt uitgegroeid tot een onoverzichtelijke chaos van tegenstrijdige belangen. De Belgische oprichter van de P2P Foundation Michel Bauwens schept orde met zijn schema dat bestaat uit vier kwadranten. De verticale as loopt van ‘centraal/globaal’ tot ‘decentraal/lokaal’. De horizontale as loopt van ‘oriëntatie op winst’ tot ‘oriëntatie op sociaal nut’. Het eerste kwadrant linksboven wordt gekenmerkt door centrale controle van de deeleconomie. Dit zijn commerciële bedrijven die kapitaal investeren in netwerken en platformen en daaraan veel geld verdienen (Facebook, AirBnb en Uber bijvoorbeeld).

De gebruikers hebben hier geen enkele controle over het beheer of over het design van het platform. Maar een leeg platform heeft geen waarde. De waarde komt van de gebruikers, door hun onderlinge uitwisseling, maar toch krijgen ze daar niks van terug. Als chauffeur van Uber heb je geen direct contact met de vraagzijde, het is een algoritme dat Uber beheert. Uber bepaalt wie met wie contact heeft. De chauffeurs zijn niet georganiseerd. Ze worden tegen elkaar uitgespeeld, ze zijn concurrenten van elkaar.

De modellen aan de linkerkant zijn extractieve modellen: de meerwaarde wordt eruit getrokkenHet platform zelf biedt heel weinig toegevoegde waarde. Het bedrijf dat het platform beheert, neemt geen verantwoordelijkheid voor de klant en het neemt ook geen verantwoordelijkheid voor het product of voor degenen die het product of de dienst leveren. De onderneming die het platform beheert, heeft dus heel weinig risico. Uiteindelijk bereikt zo’n type bedrijf vaak een monopolie positie en dan kan het met de prijzen doen wat het wil.

In Amerika zijn de kosten van de Uber-ritten met 20% goedkoper gemaakt. Chauffeurs hebben daardoor een verlies aan inkomen van 20%. Daar hebben ze zelf niets over te zeggen gehad.

Vraag en aanbod kan alleen maar tot goede prijsvorming leiden als er voldoende concurrentie tussen bedrijven is en als er een symmetrie in macht is tussen de verschillende participanten op de markt. Dit machtsevenwicht is bij Uber erg ver te zoeken, waardoor een 19e eeuwse toestand dreigt: ordinaire uitbuiting. Deze ontwikkeling is in niemands belang, stelt de econoom Robin Fransman in Tegenlicht. De deeleconomie die met idealen begon, heeft op veel plekken in de wereld al geleid tot grote sociale onrust en onderlinge conflicten.

In het kwadrant linksonder in het schema van Bauwens bevindt zich het ‘distributief kapitalisme’. Dit is wel deeleconomie en het is gedecentraliseerd, maar is toch nog steeds gericht op winst. De modellen aan de linkerkant zijn dan ook extractieve modellen: de meerwaarde waar de producenten voor zorgen, wordt eruit getrokken.

Echte deeleconomie: gericht op sociaal nut

Michel Bauwens stelt dat de echte deeleconomie een model van zelf-doen is. De initiatieven die hierbij horen, bevinden zich aan de rechterkant van het schema: de gerichtheid op het algemeen belang, het maatschappelijk nut of de ‘commons’ (gemeenschappelijk eigendom). Rechts onderaan situeert Bauwens de gerichtheid op de lokale commons, al die kleine, lokale initiatieven zoals autodelen, LETS en andere vormen van Social sharing. Die initiatieven zijn niet winstgericht, maar gericht op gemeenschappelijk belang.
Als ‘peer producers’ kun je je eigen coöperatie oprichten. Zo hou je de meerwaarde in je eigen gemeenschap. Tegenlicht laat drie voorbeelden zien: in het Broodfonds nemen mensen zelf het initiatief om hun eigen levensonderhoud te organiseren in geval van ziekte van een van de participanten. Het Broodfonds is geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, maar een collectief: een groep zzp’ers die solidair is met elkaar.

Door een coöperatie op te richten hou je de meerwaarde in je eigen gemeenschapEen ander voorbeeld is de Griekse aardappelbeweging, waar producenten direct aardappelen leveren aan consumenten. Het gaat erom de logistiek van deze goederen te veranderen. Tussenpersonen die waarde afromen, worden uitgeschakeld, zodat een directe relatie tussen producent en consument wordt gelegd, waardoor de consument niet teveel betaalt en de producent toch een eerlijke prijs krijgt. Dit initiatief heeft zich als een olievlek over Griekenland verspreid.

Het derde voorbeeld is de Cooperativa Integral Catalana. Een coöperatie in Catalonië met 5.000 leden die heel snel groeit. Alles wat ze samen produceren is gemeengoed.

Deze hoopvolle initiatieven werden in Tegenlicht helaas overschaduwd door de misstanden bij bedrijven als Uber en door het volgende probleem in de deeleconomie dat aan de orde werd gesteld: hoe ga je om met vertrouwen op de internetplatforms?

Deeleconomie kan kapitalisme verslaan

Het Broodfonds, de aardappelbeweging en de coöperatie in Catalonië zijn lokaal en materieel kunnen om die reden niet anders dan decentraal georganiseerd zijn. Dit soort projecten bevinden zich rechtsonder in het schema.

Het kwadrant dat helemaal niet aan de orde kwam in de Tegenlicht uitzending is dat rechtsboven: de globale commons. Dit is een wereldwijde samenwerking op het vlak van kennis, ideeën, wetenschap, techniek en cultuur: bijv. Open Design zoals Wikispeed en het Wiki huis, de Free and Open Source Software beweging, Open Source Journalism, Creative Commons, etc. Omdat kennis en ideeën gemakkelijk hun weg vinden via internet, kunnen ze wereldwijd gedeeld worden. Daarom hebben de initiatieven in dit kwadrant zo enorm veel potentie.
“Geen enkel bedrijf, hoe groot het ook is en hoeveel mensen het ook kan rekruteren, is op den duur sterker dan een mondiaal netwerk van mensen die samenwerken.” – Michel BauwensEen open source ontwikkelomgeving is het reguliere gesloten circuit van patenten en octrooien op den duur de baas. Samenwerkende mensen kunnen de multinationals daarom verslaan, omdat ze simpelweg veel betere producten kunnen maken. Michel Bauwens: “Geen enkel bedrijf, hoe groot het ook is en hoeveel mensen het ook kan rekruteren, is op den duur sterker dan een mondiaal netwerk van mensen die samenwerken.”
De gerichtheid op het gemeenschappelijk belang en niet op winst, die de deeleconomie in de rechterhelft van het schema van Bauwens laat zien, biedt een alternatief voor het huidige economische systeem.
Tussen het 3e en 4e kwadrant kan een vruchtbare wisselwerking ontstaan als ideeën die wereldwijd zijn bedacht en uitgewerkt, lokaal worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld de ontwerpen van de Wikispeed auto en het Wiki huis kunnen op allerlei plaatsen worden gedownload en geproduceerd.

Waarom werden de initiatieven die gericht zijn op sociaal nut en niet op winst in Tegenlicht in de schaduw gesteld (3e kwadrant) of niet getoond (4e kwadrant)? Michel Bauwens schrijft in zijn boek De wereld redden, met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving (2013): “De media vestigen vooral de aandacht op zakelijke platformen die de deeleconomie vergemakkelijken en het bestaande economisch model niet fundamenteel in vraag stellen.”

Tegenlicht heeft het ondanks zijn naam niet gedurfd om tegen het kapitalisme in te gaan. De vraag die in de uitzending centraal stond, was: is de deeleconomie een droom die voorbestemd was te mislukken binnen een kapitalistisch systeem? De deeleconomie loopt binnen het kapitalisme inderdaad tegen zijn grenzen op, maar dat is logisch, want de deeleconomie is uiteindelijk bedoeld om met het kapitalisme te breken.

“De commons zullen de markt structureel overstijgen en de markt zal zich uiteindelijk onderwerpen aan de logica van de commons, zodra die zijn uitgegroeid tot het dominante model. We gaan van ‘coöperatie binnen competitie’ naar ‘competitite binnen coöperatie’, van commons binnen de markt naar de markt binnen de commons.” De kapitalistische markteconomie zal zich uiteindelijk onderwerpen aan de logica van het samen delen. @VPROTegenlicht was deze boodschap misschien iets te revolutionair?

Evolutie van kapitalisme naar deeleconomie

De overgang van het kapitalisme naar de deeleconomie zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. “Net zoals het feodalisme ontstond binnen de schoot van de Romeinse slavenmaatschappij en het kapitalisme binnen het feodalisme, groeit ook binnen het kapitalisme het embryo van een nieuwe samenleving”, schrijft Michel Bauwens.

Het proces van kapitalisme naar deeleconomie lijkt op een metamorfose van een rups die in een vlinder verandert. Aan de buitenkant zie je lange tijd vrijwel niets, maar inwendig in het lichaam van de rups is de omvorming naar iets totaal nieuws al aan de gang. Een vraatzuchtige rups wordt een prachtige vlinder.

Laat je initiatief niet kapen door een kapitalistische winstmachineHoe kan deze transformatie concreet gemaakt worden? Robin Fransman lichtte aan het einde van de uitzending een tipje van de sluier op: de taxichauffeurs van Uber kunnen zich verenigen en organiseren en hun eigen platform starten. Een platform waar ze zelf de controle over hebben. Zo wordt de meerwaarde niet afgeroomd, maar blijft binnen de eigen kring. De ritprijs kan relatief laag blijven, maar de chauffeurs houden een veel beter inkomen over en hebben bovendien meer zeggenschap. Die kant moeten we op: organisatie en solidariteit van peer-producenten onderling en wees erop bedacht: laat je initiatief niet kapen door een kapitalistische winstmachine.

GoodPlanetBelLancering2

GoodPlanet Belgium: Leren duurzaam leven

GoodPlanet Belgium leert sinds 1997 jongeren en volwassenen duurzaam leven. 50 medewerkers en tientallen vrijwilligers uit alle hoeken van het land zetten hiervoor dagelijks hun knowhow en passie op het vlak van duurzame ontwikkeling in.

Sinds 1997 leert GoodPlanet Belgium, voorheen GREEN vzw, jongeren en volwassenen duurzaam leven. 50 medewerkers en tientallen vrijwilligers uit alle hoeken van het land zetten hiervoor dagelijks hun knowhow en passie op het vlak van duurzame ontwikkeling in.

GoodPlanet Belgium ontwikkelt en begeleidt projecten, vormingen en lespakketten rond alle duurzaamheidsthema’s (water, energie, mobiliteit, consumptie, natuur, groene jobs, …). Zo wil deze vzw zoveel mogelijk mensen hun weg naar duurzaamheid laten vinden in onze complexe maatschappij en hen helpen om bewuste keuzes te maken.

De organisatie richt zich daarbij in de eerste plaats naar kinderen en jongeren. Jaarlijks worden 8.000 scholen bereikt en sensibiliseren de educatief medewerkers meer dan 200.000 kinderen en jongeren. GoodPlanet Belgium profileert zich voortaan ook als partner voor ondernemingen die stappen willen zetten in de richting van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook andere doelgroepen, zoals verenigingen of openbare besturen, kunnen bij GoodPlanet Belgium terecht. Zo worden jaarlijks ook ruim 20.000 volwassenen bereikt.

In 2013 werd de naam GREEN vzw ingeruild voor GoodPlanet Belgium. Daarmee wordt deze organisatie de Belgische partner in het internationale netwerk GoodPlanet, opgericht door de bekende Franse cineast en fotograaf Yann Arthus-Bertrand. Deze samenwerking leidt tot een nieuwe synergie: een sterke boodschap om steeds meer mensen duurzaam te leren leven, geïllustreerd door indrukwekkend beeld- en filmmateriaal van Yann Arthus-Bertrand.

MO_mondiaalcafe_AF_lowres_1

Mondiaal Café: Think Global, Act Local!

5 Gentse initiatieven die op lokaal niveau de wereld veranderen!

We worden vandaag op alle niveaus geconfronteerd met grote mondiale problemen en uitdagingen. De klimaatcrisis en de economische crisis leiden tot een instabiele wereld met catastrofale gevolgen voor mens en natuur. Het besef dat we ons leven en onze economie anders en beter moeten organiseren, groeit. Overal ter wereld organiseren gemotiveerde en geëngageerde burgers projecten en initiatieven die aantonen dat het anders kan. Ook in Gent. Om deze initiatieven in de kijker te zetten, hebben we er vijf uitgekozen die in Gent aan die andere wereld timmeren.

Kom kennismaken met deze vijf initiatieven op 18 december om 19u30 in de Zebrastraat in Gent:

1. Het Wijveld (landbouw/voedsel)
2. Energent (energie)
3. Samenhuizen vzw (gemeenschappelijk wonen)
4. Sociale kruideniers Samenlevingsopbouw Gent (armoede/voedsel)
5. Dégage vzw (autodelen)

MO*journalist John Vandaele interviewt de woordvoerders van deze vijf initiatieven en nadien kan het publiek zelf met hen in dialoog en in discussie gaan.

Mis deze boeiende en interactieve avond niet. Schrijf je NU in via info@mo.be.

Organisatie: MO*, Gents Noord-Zuid Overleg en Zebrastraat.

donderdag, 18 december, 2014 – 19:30

Zebrastraat, Zebrastraat 32, 9000, Gent, België

984097_10152872700077977_5261032776123659670_n

De strijd om onze vrije tijd: basisinkomen nu!

Originele versie hier (website Piratenpartij)

door Sarah Van Liefferinge

Dat het slopend is om een gezin te combineren met een carrière! Dat er te weinig tijd is om daarnaast ook te léven! Dat je het niet redt op je eentje! Noodkreten van oververmoeide ploetermama’s en -papa’s sierden onze kranten. En niet enkel zij proberen zich elke dag staande te houden in de rat-race. Zowat iederéén in deze samenleving loopt op de toppen van zijn of haar tenen: een broeinest voor emotionele ellende.
Het heeft niet lang geduurd vooraleer het debat uitmondde in een discussie tussen moeders die meer tijd met hun kinderen willen doorbrengen en moeders die graag veel werken. Ook de leeftijd waarop vrouwen best moeder kunnen worden werd een mediatiek thema. O ja, en vaders, vaders mochten ook nog iets zeggen, maar liefst kort. Triestig hoe deze kans tot maatschappijkritisch debat weeral uitdraait op polarisatie. Waarom niet samen strijden voor het goede leven voor iedereen?

Emotionele ellende
Want zeg nu eens eerlijk, vindt u het normaal dat steeds meer mensen (onafhankelijk van hun burgerlijke of sociale status) psychologische hulp zoeken? Angstaanvallen of depressies, eetstoornissen of verslavingen, relatieproblemen of burn-outs: redenen zijn er in overvloed, langetermijnsoplossingen jammer genoeg niet.

Sommige mensen laten zich ziek schrijven van het werk om tijd te nemen voor zichzelf. Anderen slikken pillen om de dagelijkse stress te doorstaan: antidepressiva (dagelijks één miljoen Belgen!!), angstremmers, slaapmiddelen of kalmeerpillen. En voor de kinderen is er Rilatine, zodat zij vroeg genoeg leren conformeren.

Uiteindelijk bestrijden we zo de symptomen, maar niet de ziekte. Er valt nauwelijks te ontsnappen aan de prestatie- en competitiedwang die we van kinds af door onze strot geramd krijgen. “The sky is the limit”. “We want it all, and we want it now”. Want zij die het écht willen en flink hun best doen, die bereiken wat ze maar wensen. En zij die door de mazen van het net vallen hebben dat aan zichzelf te danken.

Onze samenleving is doordrongen van het waanidee dat we keihard moeten werken (of geboren moeten zijn voor het geluk) om aanspraak te mogen maken op het goede leven. Ironisch genoeg staat net deze mentaliteit het goede leven in de weg.

We laten ons collectief beroven van onze vrije tijd en energie. Haast niemand vindt voldoende tijd om te genieten en na te denken, om te creëren en te ondernemen, om te ontdekken en te studeren, om te zorgen voor onze kinderen en onze ouders. We zitten allemaal samen, als dolgedraaide hamsters, gevangen in de achterhaalde dogma’s die onze regeringen blijven verdedigen: ‘economische groei’ en ‘jobs, jobs, jobs!’. Welzijn moet steeds opnieuw wijken voor welvaart.

Welzijn boven welvaart
Onze toekomst hangt niet af van de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, of van de pensioenleeftijd. Onze toekomst hangt af van of we er al dan niet in slagen om ons te bevrijden van onze groeiverslaving en onze hebzucht. Blijven we de slaaf van een economisch systeem dat enkel de elite dient? Of durven we te kiezen voor het goede leven?

Als we kiezen voor welzijn, zullen we ons doen en denken moeten veranderen. De maatschappij zoals die is bestendigt onze mentale structuren en ons gedrag, en onze denkbeelden over werk en arbeid houden onze gedateerde maatschappelijke structuren overeind.

Dus neen, we moeten niet allemaal voltijds aan de slag, dat is onmogelijk. Kortere werkweken en deeltijds werken zijn de toekomst. Neen, we moeten ons niet kapot werken om goed te mogen leven, want zo laten we het goede leven aan ons voorbijgaan. Neen, we hebben niet meer koopkracht en meer koopwaar nodig. De planeet en de mensheid kreunen onder onze consumptieverslaving. Neen, de menswetenschap economie en de besparingen zijn geen onontkoombare natuurwetten. Het zijn ideologische keuzes.

Als we balans willen brengen in ons werk en in ons leven, zullen we arbeid en inkomen deels van elkaar moeten loskoppelen. Dat is het idee achter het basisinkomen. De Zwitserse bevolking beseft dit al, en stuurt erop aan met haar democratische burgerrechten: in 2016 moet het parlement zich buigen over de invoering van het basisinkomen. Waarop wachten wij nog? U gelooft toch zelf niet dat uw leven pas echt van start kan gaan na uw pensioen?

michel-bauwens-11

Michel Bauwens: ‘We hebben een digitale sociaaldemocratie nodig’

Originele link: Château d’ Ampsin – Jan de Zutter

Hij woont nog steeds in Thailand, maar dat is een kwestie van tijd. Cyberfilosoof en peer-to-peer activist Michel Bauwens keert zeker terug naar Europa. “Azië heeft een op status gebaseerde consumptiecultuur die puur het liberale model volgt. Alles is er te koop. In Zuid-Amerika gebeurt er zoveel meer. Voor elke procent groei in het bbp heb je er, in vergelijking met Azië, vier keer minder armoede. Dat heeft te maken met de herverdelingspolitiek van linkse regeringen. In Europa zit echter de sociologische basis van peer-to-peer: de kenniswerkers. De crisis is hier ook een stuk erger. Er is een overschot aan precaire jongeren met veel kennis die werken aan het gemeengoed. De vraag naar informatie over peer-to-peer is hier enorm. Daarom is een nieuwe economie mogelijk in Europa.”

Jan de Zutter

Straks geeft hij een lezing en dat zal ongeveer de zesde activiteit zijn van die dag. Michel Bauwens (1958) heeft het druk, nu hij overal ter wereld gevraagd wordt omwille van zijn visie op een nieuw economisch model dat in de steigers staat, hoewel de meeste mensen dat nog niet echt merken. Bauwens is de oprichter van de Peer-to-Peer (P2P) Foundation, een netwerk van onderzoekers en activisten die de transitie naar een open, participatieve en op ‘commons’ gebaseerde economie bestuderen én ontwikkelen. Commons zijn ‘gemeenschappelijke eigendommen’ van een gemeenschap (hierna ‘gemeengoed’) en kunnen dus niet in private handen zijn. Het kan gaan om grondgebied dat door iedereen gebruikt en bewerkt mag worden, maar het kunnen ook culturele goederen zijn zoals literatuur of informatie. “Peer-to-peer heeft altijd bestaan,” zegt Bauwens. “Het kapitalisme heeft het gemeengoed willen afbreken, waardoor we het hier bijna niet meer vinden. Nu we digitaal gemeengoed kunnen maken, verandert dat stilaan. Dankzij internet en netwerktechnologieën is het makkelijker om samen globale projecten te organiseren. Het gemeengoed komt daardoor opnieuw in de maatschappij. Het creëert een nieuwe manier van denken.”

Bauwens belandde omwille van zijn werk in de top 100 van de wereldwijde ‘(En)Rich List’, die de meest inspirerende persoonlijkheden op het gebied van duurzaamheid in kaart brengt. Hij werd onder meer door de Ecuadoraanse regering gevraagd een model te ontwikkelen dat de economie van het land volledig kan hertekenen, gebaseerd op principes van open kennis en participatie. “In een peer-to-peer economie werken mensen samen aan een gemeengoed,” zegt Bauwens, “in tegenstelling tot een kapitalistische economie waar personen met elkaar goederen of ideeën uitwisselen. In een peer-to-peer economie worden sommigen betaald voor hun werk, anderen dan weer niet. Het is geen arbeid in de klassieke zin. Als een gemeengoed digitaal is, is het per definitie niet schaars. Je kan het gratis reproduceren. Er is geen spanning tussen vraag en aanbod. Het is dus geen marktproduct, maar rond de toegevoegde waarde van dat gemeengoed – dat niet in overvloed aanwezig is – kan je wel een economie creëren: het aanleren van het gebruiken en het installeren van die toepassingen, het ontwikkelen van nieuwe software, het integreren van die systemen, de strategieën errond, enzovoort. Het gaat om een andere economische visie dan de huidige die van alles een commodity maakt. Dat is misschien allemaal wat theoretisch, dus daarom geef ik een voorbeeld. De Verenigde Staten hebben geografische informatie vrijgegeven
als gemeengoed. Doordat iedereen die kaarten kan gebruiken – met apps, geolocation en andere toepassingen – is de economie er op dat vlak een stuk democratischer geworden. Een gemeengoed kan dus ook productief zijn. In Europa schermt elke natiestaat zijn eigen geografische informatiedatabank af. De staat investeert, wil daar iets van recupereren en geeft dus aan slechts een handvol bedrijven – zoals TomTom – een licentie. Kleine economieën komen zo in handen
van een paar monopolistische bedrijven.”

De Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin stelt dat dit soort economie binnen dertig jaar groter zal zijn dan de kapitalistische economie. Maar is ze complementair met die harde kapitalistische economie?

“Je moet het zien als een omkering: binnen de huidige markteconomie ontstaan nieuwe gemeengoederen. Vandaag nog wat periferisch als een subsysteem van de kapitalistische markt, maar stilaan verdrijven ze andere markten: Wikipedia vernietigt de Encyclopedia Britannica; elk miljoen dollar in vrije software vernietigt 64 miljoen dollar in privésoftware; een bedrijf met 400 werknemers kan op termijn niet op tegen een of meerdere netwerkbedrijven van 40 mensen met toegang tot 40.000 ontwikkelaars. Rifkin heeft gelijk: je krijgt een graduele verplaatsing van bestaande economische modellen naar gemeengoedmodellen. Bedrijven verzetten zich daar natuurlijk fel tegen. Neem nu breedband. Telecombedrijven stellen dikwijls dat de netneutraliteit moet worden afgeschaft, omdat Google en Facebook er gratis gebruik van maken en er winst mee maken. Netneutraliteit garandeert nu een open toegang tot het internet, terwijl sommige providers gebruikers er differentieel voor willen laten betalen. Mensen in de vrije media zijn natuurlijk tegen het afschaffen van netneutraliteit. Maar dat is een vals debat. Want in België ligt de Fiber, de glasvezelkabel, klaar die gigantische hoeveelheden informatie kan verwerken: naast de auto- en spoorwegen, naast de ring rond Antwerpen. Kapitalisme werkt volgens een schaarste-engineeringmechanisme: bedrijven houden artificiële schaarste in stand.
Ze willen de informatiestromen op het internet ook ‘schaars’ kunnen houden. Op die manier krijg je een kapitalisme dat tegen innovatie en vooruitgang is.”

Ook patenten zijn een blok aan het been van een peer-to-peer economie. Moeten we die afschaffen?

“Ze moeten niet worden afgeschaft, maar wel drastisch teruggeschroefd naar vijf jaar in plaats van twintig jaar nu. Patenten hebben een vertragend effect op innovatie. Studies wijzen erop dat de voordelen ervan na vijf jaar verdwijnen. Daarna zit je met grote bedrijven die patenten exclusief gebruiken om innovatie van concurrenten via de rechtbank tegen te gaan. Ook het copyright moeten we terugschroeven naar 14 jaar; zoals in de jaren 1930. Waarom moet copyright 95 jaar gelden? Die auteurs zijn dan al lang dood; je kan hen toch niet meer vergoeden. Het is pure monopolisering. Het hedendaags neoliberaal kapitalisme is een rentesysteem. Het extraheert rente zonder productiviteit. Vandaag kan je weinig winst maken met productie, maar des te meer door de controle over netwerken en intellectuele eigendommen. Na de crisis van 2008 hadden we het systeem grondig moeten hervormen, zoals met de New Deal is gebeurd na de crisis van de jaren 1920. We brachten echter enkel kleine cosmetische
ingrepen aan. De basis van het systeem is nog altijd dezelfde.”

Onze industriële samenleving is opgebouwd rond grootschalige projecten, terwijl peer-to-peer eerder kleinschaligheid koestert. Kan je via peer-to-peer bijvoorbeeld een staalfabriek uit de grond stampen?

Michel Bauwens 5“Zeer zeker. Opnieuw nemen we de Verenigde Staten als voorbeeld. De staalindustrie is er niet meer zoals vroeger. Vandaag maken veel kleine bedrijven van 50 à 200 man er staal. Dat is weliswaar geen peer-to-peer model, maar wel anders dan ons model waar grote bedrijven duizenden werknemers tewerkstellen. Ook voor de autoassemblage zitten we in een transitie met twee modellen: een model waar in grote fabrieken veel arbeiders en machines een groot aantal auto’s maken die moeten worden verscheept; en een ander model waar een auto lokaal via open design wordt ontwikkeld door ambachtslui, in lokale microfabrieken wordt gemaakt met een 3D-printer. In het oude model, an economy of scale, moet je steeds meer dingen maken om de kost per eenheid naar beneden te drukken. Je hebt steeds meer energie en materiaal nodig om competitief te zijn. In het peer-to-peer model, volgens de logica van an economy of scope, doen we meer met hetzelfde. Je gebruikt kennis uit de hele wereld om lokaal iets te ontwikkelen. Studies wijzen uit dat driekwart van de kost van productie transport is. De dag dat de olie 400 dollar per vat kost, werkt dat oude model niet meer. Dan wordt de
economy of scope belangrijker dan de economy of scale.”

Vandaag kan je met competitieve kennis veel geld verdienen. Waar zit het verdienmodel in die nieuwe economie?

“Nu hebben we een sociaal onrechtvaardig systeem van the winner takes it all. De meerderheid werkt hard; slechts enkelingen gaan met 90 procent van de inkomsten lopen. In een economie met kennisgemeengoed krijg je een reputatie: hoe beter je wordt, hoe meer je zal bijdragen tot het gemeengoed, hoe hoger jouw reputatie.”

Daarmee ligt er nog geen brood op de plank.

“Jawel, want je kan dat verzilveren op de markt. Het gemeengoed werkt samen met de markt. Zo werd er door een groot IT-bedrijf dat in Duitsland wou rekruteren een ranking opgemaakt van softwareontwikkelaars die werken via GitHub, een site waar open softwareontwikkelaars hun vrije code deponeren. Men keek naar wie de beste kwaliteit leverde én het grootste netwerk kon ontwikkelen. De beste ontwikkelaars konden aan de slag bij Google. Zo wisten ze hun werk in een peer-to-peer omgeving te verzilveren. In deze procedure kwamen er geen cv’s of portfolio aan te pas. Het ging enkel over een directe analyse van de kwaliteit van hun werk in een open source gemeengoed en over de opgebouwde reputatie.”

Zijn er schattingen om de impact van de peer-to-peer economie te meten?

“Volgens het rapport ‘Fair Use in the US Economy’ uit 2010 bedraagt de hele economie rond gedeelde kennis met 17 miljoen werkers één zesde van het Amerikaanse bbp. Dat is toch al behoorlijk wat.”

Nieuwe fenomenen als Uber of Airbnb zijn uitgegroeid tot volwaardige spelers op de arbeidsmarkt. Ze zetten traditionele tewerkstelling onder druk en zorgen daarmee voor oneerlijke concurrentie en sociale dumping is de kritiek.

“Net daarom hebben we een digitale sociaaldemocratie nodig. De arbeidersbeweging van de 19de eeuw ontstond doordat van hun land verjaagde boeren zonder bezittingen in steden terechtkwamen. Gradueel bouwden die rechten op. Er ontstonden solidariteitsmechanismen, die de welvaartsstaat nadien voor iedereen veralgemeende. Vandaag worden opnieuw heel wat mensen verjaagd: uit arbeid deze keer. Denk aan freelancers. Ze verliezen hun job, maar blijven wel gemeengoed opbouwen en doorwerken, zodat ze nadien gemakkelijker terug kunnen naar de arbeidsmarkt. We kunnen niet ontkennen dat er geen probleem bestaat met het gemeengoed. Veel jonge journalisten schreven gratis op de weblog The Huffington Post om hun reputatie op te bouwen, maar bij de verkoop ervan heeft niemand daar een dollar van gezien, behalve oprichtster Arianna Huffington. Het gemeengoed wordt uitgebuit.”

Ook Facebook is zo’n parasitair systeem. Zonder haar gebruikers is het een leeg platform; toch zijn de winsten exclusief voor de club rond Mark Zuckerberg.

“Stilaan komen we in een fase dat gemeenschappen daar oplossingen voor zoeken. In mijn P2P Foundation vertaalt een groep mensen gratis artikels over gemeengoed van het Engels naar het Spaans en omgekeerd. Dat wordt genoteerd in een pro bono boekhouding. Door bij te dragen aan het gemeengoed, bouwen ze een reputatie op. Als gevolg daarvan mochten twee van hen het nieuwe boek van David Bollier, Think like a commoner, vertalen. Je ziet onmiddellijk het probleem: tien mensen dragen bij aan de waarde van het gemeengoed en slechts twee profiteren van de markt. Dit Guerilla Translation collectief, dat deel uitmaakt van ons coöperatief netwerk, bouwde daarom een solidariteitsmechanisme op via een ‘open value accounting system’: 25 procent van die marktwaarde gaat naar die pro bono boekhouding om de andere bijdragers mee te vergoeden. In de toekomst kan de overheid dus ook een gemeengoed institutionaliseren om op die manier bijdragen tot het gemeengoed te vergoeden.”

Ook inzake regulering moet de overheid zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Kleine hotelletjes of taxidiensten worden overladen met regulering. Daar moeten Airbnb of Uber zich niets van aantrekken.

“Ik ben fel gekant tegen reguleringen die monopolies beschermen tegen innovatie, maar wel voorstander van een regulering tegen het misbruik van monopolies. Seoul, een ‘deelstad’, heeft Uber verboden. Niet om taxi’s te beschermen, wel om de eigen deeleconomie te beschermen tegen het Amerikaans monopolie van Uber. Dat is een goede zaak. Want een Uber-chauffeur heeft geen contact met de markt. Hij staat zwak tegenover zijn moederbedrijf; in San Francisco besliste Uber plots 20 procent minder te betalen voor dezelfde ritten. Daar moeten we voor oppassen. Anderzijds is de mutualisering van transport, in termen van duurzaamheid, natuurlijk wel een goede zaak. Elke deelwagen kan 15 privéwagens vervangen.
Als we dat systematisch zouden doen, kunnen we in het Westen in tijden van ecologische en economische crisis veel van onze welvaart beschermen.”

Hoe moet de 21ste eeuwse overheid er voor u dan uitzien?

“In het oude bureaucratische model produceert de staat een publieke dienst voor de gebruiker, waar diezelfde gebruiker geen enkele participatie in heeft. De dienstverlening kan goed of slecht zijn, ze is te nemen of te laten. Het kan anders. Ik geloof erg in het concept van de partnerstaat en in de commonificatie (nvdr., het transformeren tot coöperatief gedachtegoed) van publieke diensten. Neem nu de gezondheidszorg in Quebec. Daar zijn 98 procent van de nieuwe coöperaties solidariteitscoöperaties. Ook in de Emilia Romagna, Noord-Italië, bestaat het model van de solidariteitscoöperatie. Daar voorziet de staat fondsen, maar is de publieke gezondheid zelf in handen van de overheid, dokters, patiënten en gebruikers. Iedereen blijft het recht op gezondheidszorg behouden, maar ze wordt wel gecoproduceerd. De betrokkenheid en tevredenheid gingen er sterk omhoog. Over dat soort modellen moeten we nadenken. Het is geen kwestie van een zwakke of sterke staat, wel van een meer participatieve staat die de randvoorwaarden creëert om mensen zelf dingen te laten doen.”

Zoals de Furreai Kippu, een complementair muntsysteem in Japan. Als je er jouw bejaarde buurvrouw helpt, verdien je Furreai Kippu’s die je later zelf kan gebruiken om zorg te krijgen of die je kunt gebruiken voor de zorg voor jouw ouders.

“Dat is een mooi voorbeeld van een faciliterende overheid. We kunnen niet anders dan kritisch zijn over de overheid. Die functioneert vandaag niet meer naar behoren. Toen ik vijftien jaar geleden België verliet, reden de treinen nog op tijd. Nu ik even terug ben, doet bijna geen enkele trein dat meer. Het klassieke systeem staat op instorten. De staat is voor grote delen gecapteerd door de markt. De democratie wankelt. Een recente Amerikaanse studie vergeleek het stemgedrag van de volksvertegenwoordigers met de visie van haar kiezers én van haar financiers. Met de kiezers bleek er geen enkele correlatie te bestaan; met diegenen die hun verkiezingscampagne betaalden was er zo’n 85 procent correlatie. Onze democratie is dus een simulacrum geworden. Een partnerstaat kan die verdwenen participatie en democratie nieuw leven inblazen.”

In Nederland wordt de participatiestaat een trek-uw-plan-samenleving en ook in Vlaanderen zien we het discours van een terugtrekkende staat, waarbij van de bevolking verwacht wordt dat ze het zelf oplossen. Dat is wellicht niet het participatiemodel dat u bedoelt?

“Neen. We hebben dus een sterke linkse beweging nodig. Want er bestaat wel degelijk een contradictie tussen peer-to-peer en kapitalisme. Beiden hebben andere waarden. Het kapitalisme is niet het juiste systeem om van peer-to-peer gebruik te maken. Kijk naar crowdsourcing, waarin een organisatie gebruik maakt van een groep individuen voor consultancy, innovatie, beleidsvorming of onderzoek. Het idee an sich – dat iedereen kan bijdragen – is fantastisch. De realiteit is echter dat deze platformen met elkaar in concurrentie treden. Voor een project dienen
honderden mensen een design in, maar slechts twee mensen worden gekozen. De wereld van de arbeid betaalt een hoge prijs. Zo’n contradicties worden steeds groter.”

Hoe moeten we het peer-to-peer model dan wel inbedden in het huidige systeem?

“Ik pleit voor een gelijktijdige transformatie van een productieve, civiele maatschappij die bijdraagt aan het gemeengoed, een ethische markt en een partnerstaat. De drie moeten tegelijkertijd aangepakt worden om een nieuw evenwicht te vinden. Ik wil niets afschaffen. Alleen dat ze alle drie veranderen om de bloei van peer-to-peer op een sociaal rechtvaardige manier mogelijk maken.”

Wat is in zo’n nieuw model de rol van de vakbonden?

“Het voordeel van peer-to-peer is dat mensen passioneel een gemeengoed opbouwen, daarrond een economie creëren en daar inkomsten uit halen. De volle 100 procent van die mensen zijn gemotiveerd en zorgen voor hun eigen inkomen via open coöperaties. Je bent vrij en dus productief. Volgens het vakbondsmodel zijn vier op de vijf mensen niet gelukkig in hun job en werkt men om te overleven. Zolang dat de realiteit is, is het goed dat de vakbonden er zijn om de arbeiders te verdedigen. Ook Uber-chauffeurs zouden gesyndiceerd moeten worden. Maar het gezonde peer-to-peer model werkt anders. Ik zie in de toekomst nieuwe organisatiemodellen die wellicht iets gemeen zullen hebben met de ‘gilden’ van weleer. De Freelancers Union in de Verenigde Staten is daar een goed voorbeeld van”

In het peer-to-peer model mag je dan nog wel gepassioneerd bezig zijn, mensen bouwen er geen sociale rechten op, geen pensioenrechten, enzovoort.

“Klopt, maar je moet vertrekken vanuit de realiteit. Peer-to-peer vernietigt de bestaande jobs niet; het is de markt die steeds meer mensen uit de arbeid stoot. Je kan doen alsof dat niet gebeurt en dat oude model verdedigen, maar dan ben je louter defensief en dus verkeerd bezig. Vakbonden moeten meer doen voor freelancers. Ze moeten nadenken hoe die groep mensen zich kunnen verenigen, hoe ze voor hen solidariteitsmechanismen kunnen opbouwen. In Nederland bestaat het Broodfonds, een sociaal vangnet voor en door zelfstandigen. Veel mensen in de peer-to-peer economie maken er gebruik van. Men denkt er fel na over een andere manier van solidariteit. In die discussies zijn de vakbonden nergens te bekennen. Dat is jammer. Want het grote probleem van een peer-to-peer economie is inderdaad hoe zekerheid op te bouwen. Dat functioneert vooralsnog slecht.”

Zou dat geen rol kunnen zijn voor de sociaaldemocratie?

“Zeer zeker, maar ze doet dat hoegenaamd niet. De enige Vlaamse krant die niet over mijn boek De wereld redden (Uitgeverij Houtekiet & Denktank Oikos) schreef, was De Morgen. Dat is toch niet normaal? Dat betekent dat links veel te conservatief is, te veel aan oude modellen vasthangt terwijl de wereld aan het veranderen is. Op partijpolitiek niveau idem dito. Ik krijg uitnodigingen van CD&V, van Groen, van de Piratenpartij, van het Nederlandse Groenlinks… maar uit de hoek van de sp.a hoor ik niets. Dat is een probleem. Het betekent dat de sociaaldemocratie de draai niet vindt naar de nieuwe mentaliteit, naar de nieuwe jongeren, naar de kenniswerkers van de peer-to-peer economie.”

Wat moet de sociaaldemocratie dan doen om aansluiting te vinden?

“Ze moet aansluiting vinden bij de burgerbewegingen die zich met die zaken inlaten. Er zijn in Vlaanderen honderden verenigingen bezig met het heruitvinden van de voedselketen, van de energieketen, met co-working,… De jonge kennisarbeiders zijn de nieuwe arbeidersklasse. Er is geen andere arbeidersklasse meer in het Westen; die demografie gaat gestaag achteruit. Steeds minder mensen werken in de fysieke productie. De sociaaldemocratie is de partij geworden van de
overheidsambtenaren en van de bobo’s. Kijk opnieuw naar De Morgen. Onlangs stond ik in hun Zeno katern, maar de eerste vijf pagina’s gingen over Yves Desmet die meehielp in een driesterrenrestaurant van een of andere topchef, dat niemand kan betalen. De krant schrijft dus voor een elite. De overblijvende arbeiders stemden vroeger voor het Vlaams Blok, nu voor de N-VA. De sociaaldemocratie is volledig verkeerd bezig. De jonge kenniswerkers van vandaag worden aangetrokken door Groen, door de Piratenpartijen, door partijen als het Spaanse Podemos, het Griekse Syriza en de Italiaanse Vijfsterrenbeweging.”

Kan je dan geen begrip opbrengen voor klassieke partijen die bang zijn voor de vallende dominostenen in onze welvaartsstaat: eens je er een paar wegneemt, kan de hele boel ineen stuiken?

“Het is de taak van de politiek om te kijken naar alternatieven. Welke puzzelstukken ontbreken in de bestaande ecosystemen en hoe kunnen we als staat faciliteren om daar nieuwe evenwichten te vinden? We leven vandaag in een transitieperiode met twee economische modellen: een oud model dat nog altijd functioneert en een nieuw model dat ook al functioneert. Dat politici die pluraliteit erkennen, is voor mij al voldoende. Als je niet investeert in het nieuwe model, zit je in de penarie bij een crisis want dan zit je enkel nog met dat oude, onvolledige ecosysteem dat niet meer op zijn poten staat. Dat was het geval in 2008. Op dat moment kwam Rechts met haar plannen. Naomi Klein schreef in The Shock Doctrine (2007) over de opkomst van het rampenkapitalisme. Ze beschrijft hoe het neoliberalisme in tijden van crisis er zijn hervormingsprogramma’s doorduwde terwijl de mensen niet wisten wat er gebeurde. De crisis verlamde Links. Rechts had haar materiaal in de denktanks klaarliggen. Het kapitalisme zoekt altijd naar winst. Politiek gezien hebben ze die peer-to-peer systemen en participatiemodellen gebruikt als ideologie om de welvaartsstaat af te bouwen. Dat is jammer.”

Foto: Theo Beck

2531736_1415355689.4994

A new car for Abdeslam

Link naar origineel bericht

In de betogingen van 6 november verloor Abdeslam Gharrafi zijn oranje Peugeot 106 door een aantal heethoofden. Gharrafi werkt als elektricien en heeft zijn auto broodnodig om zijn werk te doen.

“In mijn auto lag ook al mijn materiaal dat ik gebruik als elektricien. Alles is weg. Mijn vrouw is ontroostbaar. We hadden dat autootje pas acht maanden. Ik moet daar een heel jaar voor werken.”

Laten we samen voldoende geld ophalen voor Abdeslam en zijn familie zodat ook hij als hardwerkende Belg zijn bijdrage kan blijven leveren aan deze maatschappij. Los van elke politieke of maatschappelijke visie kunnen we niet toestaan dat enkelingen levens kapotmaken en er voor zorgen dat de polarisatie nog groter wordt.

Dus arbeiders en werkgevers, Belg of nieuwe Belg, Vlaming of Waal, rijk of arm, Twitteraars of mensen die belangrijkere dingen te doen hebben ;), los van enige politieke voorkeur: let’s get this man a new car!

Update: We zijn al ver over de oorspronkelijke doelstelling. Bedankt iedereen voor je donatie! Aangezien het behaalde bedrag ons ook in staat stelt om andere mensen te steunen, gaan we ons best doen om iedereen -ook diegene zonder stem in de media- toch minstens een beetje te helpen!

Update2: Op initiatief van een aantal andere mensen is er ook een Paypal-link opgestart. Mensen die niet met kredietkaart willen storten, kunnen hier terecht

Schermafbeelding 2014-08-07 om 11_31_39

EEN BOEK VOOR IEDEREEN

Met dit zonnige weer zie je veel mensen overal en nergens lekker een boekje lezen; in het park, de tuin of op het strand. Toch is lezen niet voor iedereen vanzelfsprekend. Theo en Belinda Augustinus bedachten daarom een mooi initiatief: thuisbibliotheek de Ruit in Venlo. Hiermee maken ze lezen toegankelijk voor mensen die, om welke reden dan ook, geen gebruik kunnen maken van de bibliotheek. Klanten hoeven geen bijdrage te betalen en er is geen vaste terugbrengtermijn. Wat een prachtig initiatief!

Wil jij ook een boek delen met een ander? Kijk op Facebook hoe je dit kunt doen.

Oorspronkelijke tekst werd gepubliceerd in augustus, dus in volle zomer. Ondertussen is het herfst, maar dat is geen reden om geen boeken te lezen natuurlijk… hier.

Groei stadslandbouw afhankelijk van mogelijkheden om er een inkomen uit te verwerven

Overgenomen uit Groene Ruimte (17 oktober 2014)

Er is ruimte voor ontwikkeling van de stadslandbouw, vooral in middelgrote tot grote steden. Voorwaarde is wel dat er uit de stadslandbouw inkomen te verwerven is. Dat stellen de respondenten op een online enquête van het stedennetwerk stadslandbouw en DuurzaamDoor naar de op de huidige stand van zaken in de stadslandbouw, de uitdagingen en de aanpak voor deze uitdagingen.

De respondenten zijn op verschillende manieren en in verschillende regio’s en steden bij stadslandbouw betrokken. Een derde van de respondenten heeft meerdere rollen in het werkveld stadslandbouw. Zo blijkt dat veel respondenten die vanuit hun werk betrokken zijn bij stadslandbouw ook als burger een bijdrage leveren. Respondenten zijn bijna allemaal actief binnen een stad/regio of zijn landelijk bezig met stadslandbouw.

Respondenten zijn positiever over de toekomst van stadslandbouw dan over de huidige stand van zaken. Ze geven de toekomst van stadslandbouw gemiddeld een 7,6, terwijl de huidige stadslandbouw niet meer dan een 5,2 scoort. Slechts 18% geeft een onvoldoende, 57% geeft een 8 of hoger. Veel respondenten geven aan dat ze de ontwikkeling van stadslandbouw om zich heen zien gebeuren. De respondenten verwachten vooral een ontwikkeling van stadslandbouw in middelgrote tot grote steden. Ze geven wel aan dat een voorwaarde is dat er inkomen te verwerven is uit de stadslandbouw.

Om de stadsbouw verder te kunnen ontwikkelen zijn vooral minder regels en meer ruimte nodig. Ook heeft de stadslandbouw boegbeelden/voortrekkers nodig om het bij een breder publiek bekend te maken. De overheid moet verbindende rol spelen en kaders stellen, ondernemers en burgers moeten actie ondernemen

Zie voor meer informatie de factsheet Perspectief op stadslandbouw op de site van het Stedennetwerk Stadslandbouw.

bron: Stedennetwerk Stadslandbouw, 17/10/14