Schermafbeelding 2015-06-22 om 15.45.33

AUTONOME AUTO’S: 25 BELEIDSMAATREGELEN VOOR 2025

Verslag Workshop 25 great minds towards ’25 – 11/03/’15 in Gent

In januari 2015 werkten Taxistop en Autopia mee aan een workshop in het Duitse Wremen met als onderwerp de zelfrijdende auto en de infrastructuur van de toekomst (verslag). Op 11 maart 2015 werd hierop verder gebouwd in Vlaanderen. Taxistop en Autopia brachten 25 great minds (vertegenwoordigers uit onder andere politiek, academische wereld, mobiliteitsveld, …) samen die een ganse dag nadachten en debatteerden over de zelfrijdende auto en de toekomst.

De dag startte met een korte inleiding over de stand van zaken betreffende zelfrijdende auto’s en shared mobility. Om de creatieve geesten van de nodige input te voorzien en te prikkelen, gaf toonaangevend denker en oprichter van de P2P-foundation Michel Bauwens zijn visie op de transitie van het huidig economisch klimaat naar een peer-to-peer economie.

UITGANGSPUNT VAN DE DAG: DE ZELFRIJDENDE AUTO: BUSINESS AS USUAL OF EEN GAME CHANGER?

De zelfrijdende auto dook voor het eerst op in films en tv-series uit de jaren ’80. Toen leek dit ware science fiction. Vandaag anno 2015 werden reeds miljoenen kilometers gereden met geautomatiseerde voertuigen en er wordt voorspeld dat de eerste zelfrijdende auto’s het volgende decennium hun intrede zullen doen in het dagdagelijks verkeer.

“De zelfrijdende auto’s kunnen tot 90% van de auto’s in steden doen verdwijnen”

De vraag is dus niet meer of het mogelijk is een zelfrijdende auto ter beschikking te stellen van de consument maar hoe de maatschappij ermee zal omgaan. Op de workshop in Wremen concludeerden de aanwezigen dat er enorme opportuniteiten in het verschiet liggen met deze nieuwe vorm van mobiliteit. Een recente studie van het International Transport Forum stelt dat de zelfrijdende auto’s tot 90% van de auto’s in steden kunnen doen verdwijnen1 zonder in te boeten op mobiliteit en mits openbaar vervoer als centraal vervoerssysteem.

Toch is enige voorzichtigheid geboden: de autonome voertuigen kunnen ook autogebruik en – bezit aantrekkelijker maken. De file kan aantrekkelijk worden, aangezien de auto ook een werk- of leefplek kan zijn. Dan liggen nog grotere problemen in het verschiet op vlak van congestie en ruimtegebruik. Dit is het business-as-usual-scenario.

De zelfrijdende auto kan dus ofwel een zegen zijn voor de leefbaarheid van steden ofwel nog meer congestie veroorzaken en stedelijke ruimte innemen.

Het ideale toekomstscenario: de gedeelde zelfrijdende auto

In de voormiddag zochten de 25 great minds naar het ideale toekomstscenario voor de zelfrijdende auto. De deelnemers kwamen unaniem tot het besluit dat de zelfrijdende auto als game changer moet benaderd worden. De impact kan zelfs ruimer zijn: Er zijn opportuniteiten om te evolueren naar meer gelijke kansen, basisbereikbaarheid en een meer evenwichtige maatschappij met de buurt als kloppend hart.

Volgens de 25 great minds zijn onderstaande fasen een realistisch en wenselijk scenario in het proces van de opkomst van de autonome auto:

– Fase 1: autonoom parkeren
– Fase 2: chauffeur bepaalt bestemming en route om er te geraken, auto rijdt autonoom
– Fase 3: chauffeur bepaalt bestemming, auto bepaalt route en rijdt autonoom
– Fase 4: chauffeur bepaalt bestemming, lokaal bestuur/overheid bepaalt route en auto
rijdt autonoom.

Om uiteindelijk het gewenste scenario 4 te bereiken is echter een zekere schaalgrootte noodzakelijk. Minimaal 50% van de rondrijdende wagens moet een zelfrijdende wagen zijn voor een goede werking, 100% voor een perfecte werking. Bovendien wordt de link gelegd tussen de autonome wagen en de deeleconomie. Er wordt verwacht/gewenst dat deze twee zullen samengaan.

COMBI-MOBILITEIT

De autonome auto schept opportuniteiten om gebruik los te koppelen van bezit. Het probleem van het teveel aan wagens kan ingedijkt worden en auto- en rittendelen zullen exponentieel toenemen, want mobiliteit à la carte wordt mogelijk. De autonome wagen moet gebruikt worden in combinatie (combi-mobiliteit) met een kwaliteitsvol collectief vervoer en een slim en sturend mobiliteitsbeleid. Kwaliteit, zekerheid, gebruiksgemak, flexibiliteit en veiligheid zijn belangrijke succesfactoren.

DE IDEALE BUURT

Delen kan ook een trigger zijn voor het ideale buurtmodel: De buurt is dan een ontmoetingsplaats en een aangename omgeving waarbij iedereen zich veilig kan voelen, waarbij iedereen rekening houdt met elkaar. De straat is dan geen transportas meer maar een publieke ruimte waar mensen elkaar ontmoeten zonder de hinder die samen gaat met particulier autobezit.

Veiligheid is het belangrijkste argument om in te zetten op de zelfrijdende auto.

De kost van verkeersongevallen, verkeersdoden en gewonden is enorm. 96% van alle ongevallen zijn te wijten aan een menselijke fout. De zelfrijdende auto kan dit reduceren tot bijna 0%. Overheden kunnen dit als voornaamste factor zien voor de versnelde invoering van de autonome wagen.

De overheid als regisseur

De (lokale) overheden hebben de sleutel in handen om tot het gewenste scenario te komen. Zij kunnen verkeersstromen real time sturen, en autonome auto’s naar bestemmingen begeleiden via een opgelegde weg in functie van de actuele situatie. Bovendien kunnen (lokale) overheden een slim, sturend prijsbeleid uitwerken.

Er is echter een grote “maar” aan dit verhaal. Wanneer je de integratie aan de (lokale) overheid overlaat, duurt het lang om dit te organiseren omwille van teveel hervormingen en tegenstellingen. Daarom is de denktank de idee van een partnerstaat zeer genegen. De overheid die een kader schept als partner in bottom-up-projecten van burgers. Partnerships tussen overheid en burgerinitiatieven zullen noodzakelijk blijken. De (lokale) overheid zal ook duidelijk een andere rol moeten invullen en meer een faciliterende i.p.v. sturende overheid worden.

Er is dus nood aan een overheid die infrastructuur aanpast en die een wettelijk kader schept ten voordele van de consument rond het bezit van de data, aansprakelijkheid, enz…

Een gediversifieerd aanbod door diverse operatoren

We merken dat de auto-industrie zich omvormt van autobouwer tot aanbieder van mobiliteit. Elk zichzelf respecterend merk experimenteert vandaag met vormen van gedeelde mobiliteit (bv. Mercedes: Car2go, BMW: Drivenow, Audi: Audiunite,…). De winsten van de gedeelde zelfrijdende auto gaan dan voornamelijk naar globale multinationals. Bovendien heeft de consument en de lokale overheid weinig zeggenschap over de organisatie en het product. Net zoals bijvoorbeeld bij energiereuzen, of grote IT-concerns. De denktank is van mening dat de winsten van gedeelde mobiliteit terug moeten vloeien naar de consument en de buurt.

De conclusie van de 25 great minds is dat er nood is aan diverse aanbieders en operatoren van de zelfrijdende auto (bv. auto-industrie, nutsbedrijven, intercommunales, …). Er wordt een bijzondere vermelding gemaakt over gebruikerscoöperaties en hun potentiële maatschappelijke rol in het beschikbaar maken van mobiliteit voor iedereen door het participatief karakter van een dergelijke organisatie.

Gemeenschappelijk bezit van data

Anno 2015 lijkt toegang en bezit van data één van de grote uitdagingen te zijn. Momenteel zit de data geconcentreerd bij grote marktspelers (Google, Facebook, Uber, …). Data zijn essentieel voor de regisseur van het ideale toekomstscenario. Op basis van die data kan het aanbod gediversifieerd worden in functie van de gebruiker, tijd en locatie. De overheid moet er over waken dat er geen monopolie rond data gecreëerd wordt. Zo lopen we het gevaar om in het scenario van de nutsbedrijven te komen waarbij één speler te veel macht heeft en de vrije markt niet optimaal kan functioneren.

Het is dus essentieel dat data en informatie beschikbaar zijn voor iedereen, over de landsgrenzen heen. Transport for Londen heeft bv. data vrijgegeven met de idee dat iedereen die een app wil maken, deze data kan gebruiken op voorwaarde dat ze de resultaten delen. Dit bleek heel succesvol. Ondertussen werken ongeveer 5.000 mensen met een app die zo gecreëerd is. Het beschikbaar stellen van data wordt verwacht van overheden, maar kan ook verwacht worden van autonome bedrijven, die een voorname publieke dienst aanbieden, zoals mobiliteit.

Indien een operator bepaalde standaard data collectief maakt op een centraal platform, dan zullen veel meer organisaties in staat zijn om bijvoorbeeld slimme auto’s of app’s te bouwen. Hierdoor krijg je een gezond maatschappelijk en concurrentieel model en kan de gebruiker zelf nodige keuzes maken. De data zijn dan onderdeel van de zogenaamde. commons (dixit Michel Bauwens) waardoor je veel meer gedecentraliseerde initiatieven genereert.

25 BELEIDSMAATREGELEN VOOR 2025

De boeiende denkdag werd afgesloten met het formuleren van 25 concrete beleidsmaatregelen om van de zelfrijdende auto een echte game changer te maken naar een duurzame mobiliteit met leefbare en gezellige buurten in 2025.

Zet in op een variabel, sturend prijsbeleid. Maak fiscaliteit sturend richting gebruik in plaats van bezit:

Het uitgangspunt is: autobezit afraden en duurzame alternatieven stimuleren. De maatschappij moet af van het individueel bezit van personenwagens. Een sturend prijsbeleid kan dit mee vorm geven. Het moet er op gericht zijn om de meest duurzame vorm van transport financieel het meest voordelig te maken.

1. Vervang de bedrijfswagencultuur door het mobiliteitsbudget: maak het fiscaal minder voordelig om bedrijfswagens aan te kopen;
2. Maak het fiscaal voordelig om een wagen samen aan te kopen: bv. indien een wagen gedeeld wordt, betaalt de consument 6% BTW, indien niet een hoge BTW (>21%);
3. Geef een subsidie voor de aankoop van elektrische (en CNG) wagens indien het voertuig gedeeld wordt;
4. Maak autobezit duurder;
5. Voer de slimme kilometerheffing in (bv. op basis van aantal passagiers, tijdstip en locatie
van verplaatsing, enz…).
6. Maak het fiscaal voordeliger om in de stad te wonen;
7. Geef fiscale stimuli aan mensen die verhuizen in functie van de werkplaats.
Bepaal een transparant en duidelijk kader waarin gedeelde mobiliteit zich afspeelt:
8. Stel duidelijke voorwaarden en definities op betreffende gedeelde autonome voertuigen (bv. wanneer spreken we over een deelwagen, hoeveel km moet je dan delen,..);
9. Organiseer één mobiliteitsdatabank waarin collectieve data beheerd worden (cfr. Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid of black list voor verzekeringen). Als overheid kan je een standaard (randvoorwaarden om data te verzamelen in eenzelfde format) opleggen. Als je deze standaard hanteert, krijg je toegang tot data;
10. Verduidelijk de regelgeving rond privacy en data en pas het juridisch kader aan i.f.v. zelfrijdende wagens en gedeelde mobiliteit (cfr. aansprakelijkheid);
11. Zet in op standaardisatie (bv. uniforme stekker voor alle elektrische wagens);
12. Beperk het aantal auto’s in steden “Low Ownership Zones”, of “Zero Ownership Zones”;
13. Laat de ontvangende stad bepalen op welke manier een auto de stad binnenkomt;14. Zet in op een totaal gedeelde economie: Het groeimodel van de huidige economie heeft grenzen. Er is nood aan een andere manier van waardecreatie: een maatschappij die niet enkel door winst gedreven is, maar ook op andere waarden zoals geluk, participatie, duurzaamheid, …

Maak een sturend beleid betreffende ruimtelijke ordening:

Voor een financieel haalbare, duurzame en gedeelde mobiliteit is het essentieel dat mensen zich vestigen op plaatsen met voldoende capaciteit op vlak van aanbod van collectief en zelfrijdend vervoer, goede fiets- en wandelinfrastructuur en voorzieningen.

15. Organiseer autostrades met grote zelfrijdende bussen. Aan afritten kunnen passagiers overstappen in kleinere zelfrijdende wagens voor de laatste kilometers;
16. Maak alle voetpaden 2 meter breed en voorzie veilige fietspaden;
17. Organiseer buurtparkings (in plaats van straatparkeren), waar de gedeelde voertuigen op
de meest interessante plaatsen gestationeerd zijn;
18. Laat gedeelde voertuigen op busstroken rijden, zonder de doorstroming van bussen
echter te hinderen;
19. Maak gebruik van bestaande parkeerterreinen van bv. grootwarenhuizen en bedrijven.

Zorg voor gebruiksgemak en sensibilisering:

20. Zet in de eerste plaats in op een modal shift naar stappen, fietsen en openbaar vervoer;
21. Maak één “MOBIB-kaart”, of MOBIB-betaal-app voor alle vervoersmodi (trein, tram, bus,
autodelen, fietsdelen, taxi, …);
22. Stimuleer proefprojecten met zelfrijdende auto’s;
23. Zorg voor collectieve promotie van duurzame, gedeelde mobiliteit (cfr. Promotie
diversiteit in VRT-programma’s);
24. Overweeg gratis openbaar vervoer voor mensen zonder rijbewijs;
25. Organiseer verschillende business modellen en abonnementsformules om de gedeelde
zelfrijdende auto beschikbaar en aantrekkelijk te maken voor een zo groot mogelijke doelgroep (bv. autonome bussen, autonome luxe-wagens, enz…).

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.52.35

Drie “governance hacks” om peer productie om te vormen tot een echt economisch en sociaal systeem

Door Michel Bauwens

Originele tekst P2P Foundation

Het kapitalisme was niet altijd een organisch en dominant systeem. Alvorens het de status verwierf van een volwaardige productiewijze, anders gesteld van een samenhangende manier om waarde te creëren en te verdelen, of van een specifieke vorm van samenleving en beschaving, diende het in te breken in het oude systeem om het naar zijn eigen beeld te kneden. In “zijn boek “De Grote Transformatie” legt Karl Polanyi uit hoe bijvoorbeeld de vroege kooplieden nog steeds afhankelijk waren van ambachtslui en gilden (het zogenaamde ‘putting-out’-systeem) en er aanvankelijk niet in slaagden om van arbeid een koopwaar te maken.

Deze situatie verschilt niet veel van het ‘proto’-productiesysteem dat vandaag in opmars is: peerproductie gericht op gemeengoed (‘commons-oriented peer production), waarbij een gemeenschap van bijdragers, al dan niet betaald, een gemeengoed of ‘commons’ (gedeelde hulpbronnen die beheerd worden door hun gebruikers) creëren in plaats van goederen (koopwaar). Hoe kan deze opkomende, postkapitalistische logica die nu al de logica van arbeid als koopwaar overstijgt, dominant worden? Hoe maken we van peerproductie een organisch systeem? Tegen deze achtergrond stellen de P2P Foundation en soortgelijke netwerken van P2P-activisten een aantal hacks voor.

De centrale kwestie is de volgende: hoe houden we de “waarde”” binnen de sfeer van de commons, zodat die kunnen groeien en zichzelf reproduceren? Of in andere woorden: hoe kunnen we op basis van onze bijdragen in ons levensonderhoud voorzien?”

De copyfair licentie

Een eerste “hack” is de copyfair licentie, een licentie die steunt op wederkerigheid. Waarom is dat nodig? Volgens de traditionele, negentiende-eeuwse definitie van communisme is de General Public Licentie technisch gezien een communistische licentie: “van ieder naargelang zijn bijdragen, voor ieder naargelang zijn noden”. Maar binnen onze huidige politieke economie leidt een dergelijke dynamiek onvermijdelijk tot de overheersing van een economie die gebaseerd is op “vrije en gedeelde hulpbronnen” door grote privéspelers en bovendien tot het gebruik van deze gedeelde hulpbronnen door organisaties die er niet toe bijdragen.

Dit “liberaal communisme” (communisme in dienst van het kapitaal en de liberale waarde van het ‘recht op delen’) is niet noodzakelijk een probleem voor niet-rivaliserende en antirivaliserende hulpbronnen zoals kennis en softwarecode, maar het kan wel problematisch zijn als we spreken over design, zaden en andere vormen van delen die verbonden zijn aan fysieke productie. Als we immers moeten investeren in gebouwen, machines, grondstoffen en salarissen, kan de private overheersing van de open economie een probleem vormen.

Bijgevolg zou een licentie die een of andere vorm van wederkerigheid vereist een aantal voordelen opleveren. De vereiste dat bedrijven die zelf niet bijdragen tot de commons een licentievergoeding zouden betalen, zou een kapitaalstroom genereren naar de sfeer van de commons, zijn gemeenschappen en “Stichtingen” (Foundations). Ten tweede -en belangrijker- zou de vereiste om wederkerigheid te definiëren opnieuw een “morele economie” creëren die positieve sociale externaliteiten zou re-integreren binnen de marktsfeer zelf.

Open coöperatieven

Onze tweede “hack” zou bovendien een dynamiek op gang brengen op het vlak van beheer en eigendom. Wij stellen voor dat commoners eigen “open coöperatieven” zouden oprichten, dus coöperatieven die niet alleen werken voor hun eigen leden, maar structureel en statutair samen commons creëren naast het voorzien van een inkomen voor de coöperatieve arbeiders. In dit model zou de coöperatieve een maatschappelijk doel hebben, niet winstgericht zijn (de winsten worden dan gebruikt om een maatschappelijk doel te realiseren), meerdere stakeholders betrekken, maar ook samen gemeengoed creëren in de vorm van zowel immateriële commons (gedeelde kennis) maar ook gedeelde materiële hulpbronnen (een voorbeeld is de woningcoöperatieve “Allianza Solidaria” in het zuiden van Quito die van zijn leden 100 uur arbeid vraagt voor de creatie van gemeenschappelijke parken).

Deze nieuwe coöperatieven zouden niet langer uitmonden in organisaties die egoïstisch handelen op de kapitaalmarkten ten behoeve van hun eigen leden, maar zouden een gemeengoed creëren dat op natuurlijke wijze tot hun normale activiteiten zou behoren. Een gelijkaardig voorstel is het eigendomsmodel gebaseerd op eerlijk delen (‘fairshares ownership), waarbij het eigendom in vier gelijke parten wordt verdeeld: een voor de stichters, een voor de investeerders, een voor de arbeiders en een voor de gebruikersgemeenschappen.

Open aanvoerketens en open boekhouding

De derde en laatste hack die we voorstellen is de oprichting van open aanvoerketens en open boekhouding. Van zodra er een “ethische ondernemerscoalitie” is opgericht rond de copyfair licentie en/of een sociaal charter met gemeenschappelijke waarden en een oriëntatie naar het gemeengoed, kan op natuurlijke wijze worden overgeschakeld van competitie naar samenwerking en het delen van informatie over productie en boekhouding doorheen het netwerk. Een voorbeeld is Enspiral, een netwerk van sociale ondernemers in Nieuw Zeeland, die binnen hun netwerk transparantie bedrijven.

Dankzij deze hack zou de wederkerige en stigmergische coördinatie van productieve activiteiten die reeds van toepassing is in de immateriële productie van kennis, code en design, ook beginnen met het op gang brengen van een dynamiek van postkapitalistische wederkerige coördinatie in de sfeer van reële fysieke productie.

Als deze drie stappen door verschillende actoren gelijktijdig worden genomen, zou peerproductie op een betekenisvolle manier evolueren naar een functionerend organisch systeem dat in staat is om zichzelf te reproduceren aangezien de bijdragers tot de commons een coöperatief levensonderhoud zouden kunnen creëren. We zouden geëvolueerd zijn van een “communisme van kapitaal” naar een “kapitaal van de commons”.

vertaling: Jean Lievens

mainfesto

Internationale coalitie roept op tot sterk Europees pakket voor de circulaire economie

Overgenomen van de website van Plan C, gepubliceerd op 25 mei 2015

Vandaag riep een internationale coalitie van organisaties, waaronder Plan C, met een manifest op tot een versterkt pakket voor de circulaire economie.

Het manifest dient als input vanuit een zakelijk perspectief op het vernieuwde pakket voor de circulaire economie. De tekst is gebaseerd op de obstakels die bedrijven tegenkomen bij circulair ondernemen. De circulaire economie biedt op Europees niveau perspectief op 2 miljoen nieuwe banen, een netto besparing voor bedrijven tot 600 miljard euro, en honderden miljoenen tonnen vermeden afval.

Leiderschap

Sterk overheidsbeleid is cruciaal voor het plukken van de vruchten van een circulaire economie. Dit vergt leiderschap en investeringen in circulaire innovatie. Het manifest roept de EU en de lidstaten op om op te treden als launching customer door duurzaam in te kopen. Ook pleit de coalitie voor doelstellingen voor onderhoud, reparatie, hergebruik, renovatie en cascadering naast de bestaande doelen voor afvalstorting en recycling.

Tot slot pleit het manifest voor de start van een circulair koploperprogramma en een flexibel mededingingsbeleid.

Economische prikkels

Om de doelstellingen te bereiken, vraagt het manifest om met economische prikkels de juiste randvoorwaarden te scheppen voor circulaire businessmodellen. Fiscale prikkels zijn hiervoor belangrijk. Dit kan onder andere bereikt worden door aanpassing van de Europese btw-regels om differentiatie op basis van circulariteit mogelijk te maken. Dit is belangrijk om de consument te stimuleren circulaire producten en diensten te kopen. In aanvulling daarop kan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid producenten van circulaire producten voordelen bieden, terwijl tegelijkertijd aanzienlijk geïnvesteerd kan worden in een beter beheer van afval.

Breid bestaande maatregelen uit

De coalitie is voorstander van uitbreiding van de Ecodesign-richtlijn naar een richtlijn voor Circular Design. Bovendien vraagt het manifest om de voorzetting van onderzoeksprojecten rond circulaire economie.

Brede steun

Het manifest van De Groene Zaak, MVO Nederland en Circle Economy is ondertekend door Entreprendre Vert, Ecopreneur, Green Alliance, GreenBudgetEurope, INDR, l’Institut de l’Economie Circulaire, Plan C en UnternehmensGrün, die samen duizenden koplopende bedrijven in heel Europa vertegenwoordigen. Het bevat ook ondersteunende verklaringen van het European Environmental Bureau (EEB), ACR+ en Natuur & Milieu.

Schermafbeelding-2015-05-09-om-08.00.39-608x400

Hybride Bankieren maakt einde aan geld als exclusief transactiemiddel

Originele tekst gepubliceerd op 15/5/2015 op duurzaam.plus.nl
door Désirée Crommelin

hybride bankieren maakt een einde aan geld als exclusief transactiemiddel, stelt Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In zijn column voor duurzaamplus.nl anticipeert hij op de uitkomsten van een onderzoek naar voorwaarden en spelregels van Hybride Bankieren (HB) in de nieuwe economie. Het gaat daarbij om te innoveren naar alternatieve transactiesystemen van gelijkwaardig betalen met tijd, afval, zelfopgewekte energie en traditioneel geld. Dat regel je niet zo maar in ons bestaande sociaaleconomische klimaat. Jonker voorziet ‘schurende’ ontmoetingen met gevestigde belangen in een samenleving waar denken in geld in de haarvaten van haar economisch systeem zit en waar een instrumentarium voor alternatieve transactiesystemen nog ontbreekt.

Hybride bankieren

Hybride bankieren maakt het mogelijk op basis van verschillende soorten waarde-eenheden transacties met elkaar te doen, waarbij deze waarde-eenheden ook onderling geruild kunnen worden. In het project Hybride Bankieren (HB), opgezet vanuit de Nijmegen School of Management, proberen we uit te zoeken hoe dat zou kunnen werken. Een wetenschappelijke poging om buiten het gangbare systeem en de daarbij behorende alternatieve paden te denken. De term ‘hybride’ staat voor het vermengen van ongelijksoortige zaken. Bij Hybride Bankieren betekent dit, dat je verschillende mogelijkheden hebt om een doel – een transactie – te bereiken, waarbij je deze verschillende mogelijkheden naast elkaar laat bestaan en op elkaar afstemt.

Geld geen exclusief transactiemiddel

We leven in een tijd van een grote maatschappelijke transities ook op het gebied van bankieren. Terug naar de oude economie is geen optie. Dus moeten we op zoek gaan naar een andere, circulaire inrichting van de economie met nieuwe business modellen. Deze transitie vraagt om een kritische en fundamentele beschouwing over de rol en waarde van geld. Niet om een discussie aan te zwengelen over complementair geld, dat door private partijen wordt geschapen en naast het wettige betaalmiddel circuleert, noch over digitale munteenheden (crypto-currencies). Nee, gewoon een oplossing dichter bij huis zoeken, in de praktijk van ons eigen dagelijkse leven. Kunnen we een waardesysteem bedenken waarbinnen we tegelijkertijd en naast elkaar, kunnen betalen met tijd, afval, zelfopgewekte energie etc. en pas als het echt nodig is met traditioneel geld? Dus niet langer door eerst alles in euro’s uit te drukken (monetariseren). Die vraag proberen te beantwoorden leidt tot een zoektocht naar de voorwaarden, bouwstenen en spelregels voor een systeem Hybride Bankieren.
Verzet burger grootschalige systemen

Jan JonkerOnze huidige economie is heel kwetsbaar geworden. Maatschappelijk-organisatorische systemen die in de afgelopen eeuwen zijn ontwikkeld, lijken letterlijk niet meer van deze tijd. Steeds vaker lopen we tegen hun grenzen aan. Dat uit zich in diverse economische crises, uitsluiting van mensen en ecologische kaalslag. De onderliggende oorzaak is een te ‘enge’, te beperkte visie op groei die uitsluitend rust op financieel-economische argumenten. Een geld-gedreven economie die gebaseerd is op de illusie van greep-houden-op en de maakbaarheid ervan door managers. In werkelijkheid is van echte controle op het maatschappelijke systeem geen sprake. Kijk naar de malaise in de economie, de gezondheidszorg of het bankwezen. Net zoals een woudreus die van binnenuit aangevreten wordt door termieten opeens kan omvallen, zo lijkt hetzelfde met onze huidige systemen te gebeuren. Het is volgens mij daarom niet verwonderlijk dat er een steeds luidere roep om transitie, om verbouwing van systemen op steeds meer terreinen zoals zorg, beleid, onderwijs, bankieren, mobiliteit en energie. Grootschalige systemen, waarin de kloof tussen aanbieder en wij als patiënt, consument, leerling of student een groeiende weerstand oproept.

Wat je nu ziet is dat het ritselt in de maatschappij van nieuwe oplossingen, kansen, projecten, experimenten en alternatieve organisatie- en businessmodellen. In de rafelranden van de oude economie werken allerlei mensen hard aan het realiseren van een veerkrachtige, duurzame, inclusieve en circulaire economie – ook al weet niemand wat dat precies betekent. Die over elkaar heen buitelende opbouwende ontwikkelingen zijn op zichzelf niet voldoende om de nieuwe economie te realiseren. De kunst is om deze nieuwe mogelijkheden te vertalen in organisatie- en transactiemodellen, die recht doen aan de kansen die deze innovaties bieden. Die deze ondersteunen. Want de innovatieve ideeën die aan de keukentafel of op de zolderkamer bedacht worden, komen van mensen die vaak níet de beschikking hebben over gebouwen, machines, grond of geld. Het moet dus echt anders, maar hoe?

Betalen in tijd, afval, energie

Een fundamentele vraag die dan opdoemt, is wat waarde bij deze ontwikkelingen betekent. Welke rol speelt waarde in transacties? Onze samenleving bestaat immers uit een niet aflatende stroom van alledaagse grotere en kleinere transacties die we samen ‘economie’ noemen. Het meest gangbare middel bij transacties is het traditionele geld. Maar een blind vertrouwen in geld als enige ruilmiddel heeft de afgelopen jaren laten zien, dat dat een kwetsbaar sociaaleconomische systeem oplevert. Daarnaast sluit alleen werken met geld als transactiemiddel mensen uit van maatschappelijke deelname, domweg omdat ze geen geld hebben. Moeten we daarom niet veel fundamenteler met elkaar naar de uitwisseling van waarde kijken? Is het mogelijk afscheid te nemen van geld als exclusief transactiemiddel en unieke eenheid om ‘waarde’ uit te drukken en tóch transacties te laten plaatsvinden?

Spelregels HB

Inmiddels hebben we aan de Nijmegen School of Management nu zo’n anderhalf jaar onderzoek gedaan. Dat heeft inzicht opgeleverd in de bouwstenen van een HB-systeem. Het onderzoek concentreerde zich dit voorjaar op de spelregels en hoe deze in de praktijk ontstaan. Ze vormen een waardevolle aanzet om er verder over na te denken en te onderzoeken. Gaandeweg het onderzoeksproject werd steeds duidelijker dat succes van HB afhangt van de context. Er spelen minstens drie fundamentele kwesties een rol: de confrontatie met gevestigde belangen, het feit dat denken in geld in de haarvaten van ons economisch denken zit en het ontbreken van een instrumentarium voor alternatieve transactiesystemen. Het onderzoek laat zien wat echt anders denken over geld inhoudt. Het is pas een begin. De confrontatie met de (be)staande werkelijkheid zal nog voor ‘schurende’ ontmoetingen zorgen.

Conferentie Taal en Rekenen – Lezing Jan Rotmans

Jan Rotmans, hoogleraar Transitiekunde aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam, nam de zaal in hoog tempo mee op een transitiereis. Hij haakte tijdens zijn verhaal steeds in op wat de transitie, de kanteling van de samenleving voor onze studenten en docenten betekent. Met een leuk filmpje over pinguïns liet hij zien dat een kantelaar met behulp van leiderschap, strategie en visie verandering kan bereiken. Volgens Rotmans zit het onderwijs in een kramp en daarom moet men een fundamentele omslag maken in denken, organiseren en handelen. Transitie van het onderwijs is noodzakelijk.
MEER WEERGEVEN

Schermafbeelding 2015-06-09 om 20.18.11

MEER MARKT BETEKENT: MEER BUREAUCRATIE

Origineel artikel door Eelke Van Ark:
gepubliceerd op “Follow the Money“, 8 juni 2015
Meer marktwerking leidt niet tot minder, maar tot meer bureaucratie, stelt David Graeber in zijn nieuwste boek Utopia of Rules. De vergelijking met de Nederlandse zorgsector dringt zich op.
De Amerikaanse antropoloog David Graeber, professor aan de London School of Economics, is zo’n schrijver die je aan het denken zet op een manier die weinigen gegeven is. Zo haalde hij met zijn fascinerende boek Debt, the first 5000 years, onze fundamentele manier van denken over geld, schuld en krediet overhoop met een uiteenzetting over hoe geld daadwerkelijk ontstond. Niet, zoals ons geleerd wordt op school, om ruilhandel makkelijker te maken – maar vanuit een complex systeem van wederzijdse gunsten en sociale transacties; ofwel krediet was de voorloper van geld. Dit jaar verscheen zijn boek Utopia of Rules: on technology, stupidity, and the secret joys of bureaucracy, dat eenzelfde poging doet om onze ideeën over bureaucratie op de proef te stellen.

Het is een essaybundel in drie delen, die met kleurrijke voorbeelden vanuit de prehistorie tot aan het verschijnen van de film The Dark Knight Rises onze wereld toont als een immer uitbreidende bureaucratie die steeds meer aspecten van ons leven omvat en onze inventiviteit en creativiteit smoort. Maar tegelijkertijd werpen deze opstellen een licht op de aantrekkelijke kanten en de functionaliteit van een onpersoonlijk regelframewerk.

De IJzeren Wet van Liberalisme
Graeber gaat in Utopia of Rules voortvarend van start door ons voor te houden hoe het discours over bureaucratie steeds meer verdween, terwijl de hoeveelheid papierwerk steeg. ‘Bureaucracy is the water in which we swim‘, stelt hij. We ademen bureaucratie, het valt ons nauwelijks meer op en daarom praten we er niet meer over. Ter illustratie bevat het boek twee grafieken. Een die het gebruik van het woord ‘bureaucratie’ met een piek vlak voor de jaren tachtig weergeeft, en een van in het algemeen aan papierwerk gerelateerde termen. Die vertoont een hockeystick-curve die blijft stijgen tot in het heden.
De grootste eye-opener van het boek volgt al vlot. Die hangt samen met de manier waarop we markt en overheid zien: als twee onafhankelijk bestaande, ja zelfs diametraal tegenovergestelde realiteiten die niets met elkaar te maken hebben. Een illusie die zijn oorsprong vindt in het liberalisme van de negentiende eeuw met zijn droom van een markt die vrijheid zou bieden en de macht van de autoritaire staat uiteindelijk zou ondermijnen. Maar, laat Graeber zien, geen enkele markt is ooit ontstaan buiten die overheid om. Integendeel: markten zijn altijd ofwel het bijproduct geweest van overheidsingrijpen, ofwel direct door overheden geschapen.

Met die droom van marktvrijheid ontstond ook de overtuiging dat de markt het fenomeen bureaucratie vanzelf zou oplossen. Een idee dat we vandaag de dag nog voor lief nemen: overheid staat gelijk aan bureaucratie, terwijl elementen van markt en marktwerking geassocieerd worden met minder regels en meer efficiency.

Niets was echter minder waar, demonstreert Graeber aan de hand van de opkomst van het Engelse liberalisme: dat leidde tot een explosie van dienaren van die bureaucratie: juristen, notarissen, inspecteurs, politie-functionarissen en meer. ‘Het onderhouden van een vrije markteconomie bleek duizendmaal meer papierwerk te vergen dan een absolute monarchie in de stijl van Lodewijk de Veertiende’.

Die groei van bureaucratie was er niet ondanks maar terwille van de vrije markt, bureaucratie diende juist voor het faciliteren van die markt. Dit zien we zo vaak terug in onze wereld dat David Graeber er een sociologische wet voor voorstelt: De IJzeren Wet van Liberalisme. Die stelt: iedere markthervorming, ieder initiatief vanuit de overheid om te dereguleren en marktelementen de ruimte te geven, zal uiteindelijk leiden tot een toename van de totale hoeveelheid papierwerk en het aantal ambtenaren dat de overheid in dienst heeft.

Oftewel: meer markt brengt altijd meer regels en meer papierwerk.

‘Deregulering’ in de zorg
Hoe dit idee ook tegen ons intuïtieve beeld van de markt als flexibele, regelarme vrijplaats indruist – Graeber maakt hier een uitstekend punt. De enige plek in het Nederlandse debat waar de afgelopen paar jaar voorzichtig het thema bureaucratie weer opduikt, is niet voor niets de vers geprivatiseerde zorgsector.

Een eerste vereiste om van de zorg een markt te maken was het ontwerpen van een stelsel om alle mogelijke behandelingen als uniforme producten te kunnen voorzien van een prijs. Het systeem van Diagnose- en Behandelcombinaties, kortweg ‘DBC-systeem’, werd daarvoor opgetuigd. Veertigduizend verschillende ‘zorgproducten’ werden daarin beschreven. Het systeem zorgde voor een enorme toename aan administratieve lasten, was even prijsopdrijvend als het 26 jaar eerder ook al was toen het in de Verenigde Staten werd ingevoerd en is inmiddels vervangen door een versimpelde versie getiteld ‘DBC’s op weg naar Transparantie’ – met alle menselijke en financiële inzet van dien en de bijbehorende regels en verplichtingen ten opzichte van het gebruik van het systeem.

Ziekenhuisfusies
Maar een misschien nog simpelere illustratie van Graeber’s punt is te vinden in de recente discussie in onze omgeving over ziekenhuisfusies. Dat ziekenhuizen het aantrekkelijk vinden om te fuseren zag iedereen aankomen: de stimulans daartoe is groot, doordat de instellingen een betere onderhandelingspositie willen in de verplichte onderhandelingen met de machtige zorgverzekeraars. Dat te grote ziekenhuizen onwenselijk zijn, vinden zelfs de voorstanders van het zorgstelsel, minister Edith Schippers voorop.

Er waren in principe twee opties: óf een algeheel fusieverbod – zoals dat ook al eerder van kracht was geweest, óf fusies toelaten onder voorwaarden. De eerste optie is direct overheidsingrijpen op de vrijheid van ziekenhuizen. De tweede is een vorm van meer marktvrijheid, waarbij twee toezichthouders per geval groen licht geven voor een fusie of niet. Aan de hand van een aantal protocollen en criteria uiteraard. Liberaal Schippers koos vanzelfsprekend voor de laatste optie. Met als gevolg: een flinke ureninzet van de toezichthouders om de fusievoorstellen te beoordelen, waarvan er een achteraf liet weten dat de meeste fusies tot onacceptabele prijsstijgingen zouden leiden. Geen enkele fusie werd afgewezen, wat leidde tot nieuwe commotie over de ziekenhuisfusies in de politiek en de roep om beter toezicht. Een verbod had zowel de belasting van de toezichthouders bespaard als de commotie over gevaarlijke fusies.

Winstuitkering
Tot slot laat het wetsvoorstel dat winstuitkering in de zorg mogelijk moet maken, zien hoe meer marktvrijheid meer bureaucratie veroorzaakt. Op dit moment is het nog steeds verboden voor een zorginstelling om winst uit te keren aan aandeelhouders. Bijzonder markt-onvrij, zou je kunnen zeggen. Edith Schippers wil op dit punt dan ook graag dereguleren. Winstuitkering moet mogelijk worden. Gewoon dat verbod opheffen dus?

Dat blijkt lastig: door zonder verdere voorwaarden aandeelhouderswinst mogelijk te maken, wordt het voor investeerders van twijfelachtig allooi ook makkelijk om een instelling leeg te trekken. Al zou de investeerder het in principe goed menen: onder druk van aandeelhouders winst maken geeft veel risico op beknibbelen op kwaliteit of het verhogen van prijzen, vrezen economen. Daarom zijn er allerlei extra wettelijke voorwaarden nodig om winstuitkering mogelijk te maken. Ten eerste de wet zelf, die eind 2014 werd teruggetrokken door Schippers om hem later opnieuw voor te kunnen leggen aan de Kamer. Daarin staat onder meer opgenomen aan welke voorwaarden een ziekenhuis moet voldoen om winst te mogen uitkeren en na hoeveel tijd dat mag. De wet zou een heel nieuw toetsingskader voor ziekenhuizen met zich meebrengen, om maar te zwijgen over bijkomende beleidsregels of inzet van toezichthouders en juristen als ziekenhuizen daadwerkelijk met hun aandelen de markt zouden betreden.

De IJzeren wet van Liberalisme lijkt hier kortom onverkort op te gaan: dat wordt een flinke groei in papierwerk.

Menselijkheid
Graebers boek is een aanklacht tegen het steeds verder uitbreiden van bureaucratie. Het bedrijfsleven wordt in groeiende mate beheerst door bureaucratieën, niet alleen van buitenaf maar ook van binnenuit. Grote bedrijven zijn in feite bureaucratieën op zich. Zoals de zorgverzekeraars in Nederland dat zijn, maar ook het gemiddelde telecombedrijf of de bank. Deels is dat noodgedwongen: zowel Achmea als DSW hebben zich te houden aan de verplichtingen die de overheid stelt aan zorgverzekeraars. Dat krijg je als je als commercieel bedrijf een publieke taak moet uitvoeren. Maar deels hangt dat ook samen met de grootte van het bedrijf. De grote zorgverzekeraars zijn met hun enorme klantenbestanden per definitie aangewezen op de binaire logica van de bureaucratie die alles vereenvoudigt en standaardiseert; iets anders zou het niet werkbaar zijn.

Het gevaar daarvan is volgens David Graeber de teloorgang van onze capaciteit voor innovatie en het creatief oplossen van problemen. Wetenschappers zijn meer tijd kwijt met het invullen van formulieren en het schrijven van onderzoeksaanvragen, laat hij zien, en het pitchen van een origineel idee is per definitie weinig kansrijk voor het ontvangen van financiering. Managers moeten in de bureaucratie namelijk kunnen aantonen dat ze onderzoeksgelden zinnig besteden en zijn daarom op zoek naar veilige investeringen. Een origineel idee is risicovol: niemand heeft namelijk ooit laten zien dat het werkt. Zo smoort de auditcultuur ieder creatief initiatief in de kiem.

Ook daarin dringt de vergelijking met de zorg zich op. Het controleren van kwaliteit van zorg lijkt een doel op zich te worden. Het aantal kwaliteitsindicatoren vertienvoudigde de afgelopen vijf jaar en oud-minister Hans Hoogervorst zegt in bestuursblad Lucide begin dit jaar dat het nog maar het begin is: ‘Kwaliteitsmanagement staat nog maar in de kinderschoenen’. De hoeveelheid tijd en middelen die in het controleren en administreren van al die indicatoren gaat zitten verdringt niet alleen in financieel opzicht de professional, maar ook diens vakkennis en creatieve vermogen tot probleemoplossing.

De binaire logica van de zakelijke bureaucratie, waarin alles noodzakelijkerwijs versimpeld, onpersoonlijk en inwisselbaar is, botst met de fundamentele menselijkheid die de zorg hoort te behouden.

Om daaruit te komen, is het zaak om onze systemen ondergeschikt te maken aan hun intrinsieke bedoelingen. Professionals en patiënten de ruimte te geven voor nieuwe oplossingen. Dat vergt een kritische blik op zowel de zucht naar controle en beheersing van de zorg als de notie dat marktmechanismen vanzelf alles wel op zouden lossen.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken

De Grote Transitie: Manifest voor een duurzame en solidaire economie

Overgenomen van “De Grote Transitie”
Bestaanszekerheid en genoeg banen door werk te verdelen. 100% duurzame energie. Schone productieprocessen die slim en zuinig omgaan met schaarse grondstoffen. Een lokale democratie waarbij mensen weer centraal staan. We hebben alles in huis om dit te verwezenlijken: de juiste kennis en technologieën, het geld, de instrumenten en de organisatiekracht. Wat houdt ons dan nog tegen?

Dat zijn vooral bestaande belangen en machten die krampachtig vasthouden aan hun positie en aan een economie gefixeerd op groei. Met zo min mogelijk regels en zoveel mogelijk winst door een zo laag mogelijke kostprijs. Sociale en ecologische kosten worden op de gemeenschap afgewenteld waardoor hele samenlevingen ontwricht raken en we een onleefbare wereld achterlaten.

Dat laten we zo niet doorgaan. We gaan de economie met mens en milieu in evenwicht brengen. De aantasting van het milieu ondergraaft de basis van het menselijk leven. Doordat de gevolgen daarvan meestal veel later voelbaar worden en dan grotendeels onomkeerbaar zijn, is de urgentie om nu maatregelen te nemen bijzonder groot.

Mens- en natuurwaarden
De visie achter De Grote Transitie gaat uit van kwaliteit en van welzijn, niet van alsmaar meer willen hebben. In deze visie staan mens- en natuurwaarden boven financiële waarden; geld is slechts een middel. Er is nu eenmaal veel meer van waarde dan we in geld kunnen uitdrukken. Daarom kiezen we voor een economie die binnen de grenzen van het milieu blijft en die niet van groei afhankelijk is. Een circulaire en regionale economie, waardoor we voor basisbehoeften als voedsel, energie en grondstoffen minder afhankelijk worden van een oncontroleerbare wereldmarkt. Een economie van eerlijk delen van kennis, werk en inkomen. Kortom, we kiezen voor een economie die in dienst staat van mensen en niet van munten.

Daarvoor zijn actieve burgers nodig die hun verantwoordelijkheid nemen. Burgers die samenwerken en in hun eigen leefomgeving, als consument, als klant van een bank en door hun levensstijl laten zien dat het anders kan. Die politici erop aanspreken om hún verantwoordelijkheid te nemen. Burgers kunnen veel in gang zetten, maar als de politiek niet meewerkt komen we niet uit de sociale en ecologische misère. We hebben politieke leiders nodig die macht op de markt terugveroveren en de invloed van (grote) bedrijven beperken. Leiders die het dogma van economische groei als doel op zich achter zich laten. Leiders die inzien hoe de ecologische crisis de bestaansgrond onder onze voeten wegslaat en die crisis bij zijn wortels durven aan te pakken.

Balans met de Aarde
De dwang om economisch alsmaar te groeien, een beperkt begrip van wat echte welvaart is; het zijn dezelfde krachten die achter de aanhoudende economische, sociale en ecologische problemen schuilgaan. Door die verwevenheid kunnen die problemen alleen in samenhang met elkaar worden aangepakt. Zo kan een ontspannen samenleving niet worden bereikt zonder herverdeling van werk en dat is alleen mogelijk als belasting verschuift: minder op arbeid, meer op vervuiling, gebruik van grondstoffen, winst en vermogen. Daardoor wordt de energietransitie vanzelf aantrekkelijker en komt ook de circulaire economie in zicht. Alleen als de economie weer in balans is met de Aarde, dienstbaar wordt aan de samenleving en de ongelijkheid afneemt, kan vertrouwen het winnen van de angst voor verandering. Platform Duurzame en Solidaire Economie laat zien welke tien veranderingen mogelijk én noodzakelijk zijn om die Grote Transitie tot stand te brengen. Als we daar allemaal aan bijdragen, dan komt die transitie er!

We zijn ons ervan bewust dat we in een geglobaliseerde wereld leven met sterke onderlinge afhankelijkheden. Die kunnen we ook vóór ons laten werken door nu met elkaar aan te pakken wat we in en vanuit Nederland en Europa kunnen doen. Zo laten we zien hoe we overal ter wereld kunnen werken aan een goed leven voor iedereen.

Joost de Valk (Yoast): Zonder open source waren wij er niet”

Wanneer The Guardian haar online koppen niet door een speciaal team van specialisten laat schrijven kost dat 1 tot 2 miljoen unieke bezoekers per dag. Search engine optimization is een vak en de Nederlander Joost de Valk weet er alles van. Zijn blog yoast.com groeide in acht jaar tijd uit tot een toonaangevend bedrijf op dit terrein. In Top Names vertelt De Valk over hoe dat is gegaan.

Schermafbeelding 2015-06-03 om 22.48.33

Een park in je straat?

Een straat gedurende een paar maanden doorknippen en de ruimte teruggeven aan de bewoners. Een verre droom? In Gent experimeteren ze er al enkele jaren mee en tal van andere plaatsen volgen nu hun voorbeeld. De drijvende kracht achter het project is VZW het Lab van Troje. Drie jaar geleden begonnen ze met twee centrumstraten. Dit jaar worden maar liefst 25 straten, verspreid over 16 plaatsen in Gent van 1 mei tot 13 juli heringericht.

Ze worden “Leefstraten” genoemd. De projecten worden getrokken en gedragen door de buurtbewoners. Zij stellen voor welke stukken onderbroken worden, hoe ze ingericht worden, welke activiteiten er ingericht worden,… Het Lab van Troje regelt contacten met de verschillende stadsadministratie en overheidsdiensten (brandweer, afvalophaling, openbaar vervoer,…). De resultaten zijn verbluffend. Bewoners en bestuur bekijken mobiliteit en openbare ruimte ineens door een andere bril.

sp.a Stad Brussel nodigt Dries Gysels van het Lab van Troje voor een woordje uitleg. Hoe krijg je zo’n dynamiek op gang in de stad? Wie zijn de drijvende krachten achter deze Leefstraten? hoe loopt zo’n traject? Wat is de rol van de Stad (bestuur en administratie) hierin? Hoe selecteer je potentiële leefstraten,… Een inspirerende avond!

Meer info: www.leefstraat.be

Praktisch:

Dinsdag 16 juni 2015 om 20u in Schrödinger’s Cat (Lakensestraat 104 – 1000 Brussel – metro Rogier).

Facebook