michel-bauwens-11

Michel Bauwens: ‘We hebben een digitale sociaaldemocratie nodig’

Originele link: Château d’ Ampsin – Jan de Zutter

Hij woont nog steeds in Thailand, maar dat is een kwestie van tijd. Cyberfilosoof en peer-to-peer activist Michel Bauwens keert zeker terug naar Europa. “Azië heeft een op status gebaseerde consumptiecultuur die puur het liberale model volgt. Alles is er te koop. In Zuid-Amerika gebeurt er zoveel meer. Voor elke procent groei in het bbp heb je er, in vergelijking met Azië, vier keer minder armoede. Dat heeft te maken met de herverdelingspolitiek van linkse regeringen. In Europa zit echter de sociologische basis van peer-to-peer: de kenniswerkers. De crisis is hier ook een stuk erger. Er is een overschot aan precaire jongeren met veel kennis die werken aan het gemeengoed. De vraag naar informatie over peer-to-peer is hier enorm. Daarom is een nieuwe economie mogelijk in Europa.”

Jan de Zutter

Straks geeft hij een lezing en dat zal ongeveer de zesde activiteit zijn van die dag. Michel Bauwens (1958) heeft het druk, nu hij overal ter wereld gevraagd wordt omwille van zijn visie op een nieuw economisch model dat in de steigers staat, hoewel de meeste mensen dat nog niet echt merken. Bauwens is de oprichter van de Peer-to-Peer (P2P) Foundation, een netwerk van onderzoekers en activisten die de transitie naar een open, participatieve en op ‘commons’ gebaseerde economie bestuderen én ontwikkelen. Commons zijn ‘gemeenschappelijke eigendommen’ van een gemeenschap (hierna ‘gemeengoed’) en kunnen dus niet in private handen zijn. Het kan gaan om grondgebied dat door iedereen gebruikt en bewerkt mag worden, maar het kunnen ook culturele goederen zijn zoals literatuur of informatie. “Peer-to-peer heeft altijd bestaan,” zegt Bauwens. “Het kapitalisme heeft het gemeengoed willen afbreken, waardoor we het hier bijna niet meer vinden. Nu we digitaal gemeengoed kunnen maken, verandert dat stilaan. Dankzij internet en netwerktechnologieën is het makkelijker om samen globale projecten te organiseren. Het gemeengoed komt daardoor opnieuw in de maatschappij. Het creëert een nieuwe manier van denken.”

Bauwens belandde omwille van zijn werk in de top 100 van de wereldwijde ‘(En)Rich List’, die de meest inspirerende persoonlijkheden op het gebied van duurzaamheid in kaart brengt. Hij werd onder meer door de Ecuadoraanse regering gevraagd een model te ontwikkelen dat de economie van het land volledig kan hertekenen, gebaseerd op principes van open kennis en participatie. “In een peer-to-peer economie werken mensen samen aan een gemeengoed,” zegt Bauwens, “in tegenstelling tot een kapitalistische economie waar personen met elkaar goederen of ideeën uitwisselen. In een peer-to-peer economie worden sommigen betaald voor hun werk, anderen dan weer niet. Het is geen arbeid in de klassieke zin. Als een gemeengoed digitaal is, is het per definitie niet schaars. Je kan het gratis reproduceren. Er is geen spanning tussen vraag en aanbod. Het is dus geen marktproduct, maar rond de toegevoegde waarde van dat gemeengoed – dat niet in overvloed aanwezig is – kan je wel een economie creëren: het aanleren van het gebruiken en het installeren van die toepassingen, het ontwikkelen van nieuwe software, het integreren van die systemen, de strategieën errond, enzovoort. Het gaat om een andere economische visie dan de huidige die van alles een commodity maakt. Dat is misschien allemaal wat theoretisch, dus daarom geef ik een voorbeeld. De Verenigde Staten hebben geografische informatie vrijgegeven
als gemeengoed. Doordat iedereen die kaarten kan gebruiken – met apps, geolocation en andere toepassingen – is de economie er op dat vlak een stuk democratischer geworden. Een gemeengoed kan dus ook productief zijn. In Europa schermt elke natiestaat zijn eigen geografische informatiedatabank af. De staat investeert, wil daar iets van recupereren en geeft dus aan slechts een handvol bedrijven – zoals TomTom – een licentie. Kleine economieën komen zo in handen
van een paar monopolistische bedrijven.”

De Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin stelt dat dit soort economie binnen dertig jaar groter zal zijn dan de kapitalistische economie. Maar is ze complementair met die harde kapitalistische economie?

“Je moet het zien als een omkering: binnen de huidige markteconomie ontstaan nieuwe gemeengoederen. Vandaag nog wat periferisch als een subsysteem van de kapitalistische markt, maar stilaan verdrijven ze andere markten: Wikipedia vernietigt de Encyclopedia Britannica; elk miljoen dollar in vrije software vernietigt 64 miljoen dollar in privésoftware; een bedrijf met 400 werknemers kan op termijn niet op tegen een of meerdere netwerkbedrijven van 40 mensen met toegang tot 40.000 ontwikkelaars. Rifkin heeft gelijk: je krijgt een graduele verplaatsing van bestaande economische modellen naar gemeengoedmodellen. Bedrijven verzetten zich daar natuurlijk fel tegen. Neem nu breedband. Telecombedrijven stellen dikwijls dat de netneutraliteit moet worden afgeschaft, omdat Google en Facebook er gratis gebruik van maken en er winst mee maken. Netneutraliteit garandeert nu een open toegang tot het internet, terwijl sommige providers gebruikers er differentieel voor willen laten betalen. Mensen in de vrije media zijn natuurlijk tegen het afschaffen van netneutraliteit. Maar dat is een vals debat. Want in België ligt de Fiber, de glasvezelkabel, klaar die gigantische hoeveelheden informatie kan verwerken: naast de auto- en spoorwegen, naast de ring rond Antwerpen. Kapitalisme werkt volgens een schaarste-engineeringmechanisme: bedrijven houden artificiële schaarste in stand.
Ze willen de informatiestromen op het internet ook ‘schaars’ kunnen houden. Op die manier krijg je een kapitalisme dat tegen innovatie en vooruitgang is.”

Ook patenten zijn een blok aan het been van een peer-to-peer economie. Moeten we die afschaffen?

“Ze moeten niet worden afgeschaft, maar wel drastisch teruggeschroefd naar vijf jaar in plaats van twintig jaar nu. Patenten hebben een vertragend effect op innovatie. Studies wijzen erop dat de voordelen ervan na vijf jaar verdwijnen. Daarna zit je met grote bedrijven die patenten exclusief gebruiken om innovatie van concurrenten via de rechtbank tegen te gaan. Ook het copyright moeten we terugschroeven naar 14 jaar; zoals in de jaren 1930. Waarom moet copyright 95 jaar gelden? Die auteurs zijn dan al lang dood; je kan hen toch niet meer vergoeden. Het is pure monopolisering. Het hedendaags neoliberaal kapitalisme is een rentesysteem. Het extraheert rente zonder productiviteit. Vandaag kan je weinig winst maken met productie, maar des te meer door de controle over netwerken en intellectuele eigendommen. Na de crisis van 2008 hadden we het systeem grondig moeten hervormen, zoals met de New Deal is gebeurd na de crisis van de jaren 1920. We brachten echter enkel kleine cosmetische
ingrepen aan. De basis van het systeem is nog altijd dezelfde.”

Onze industriële samenleving is opgebouwd rond grootschalige projecten, terwijl peer-to-peer eerder kleinschaligheid koestert. Kan je via peer-to-peer bijvoorbeeld een staalfabriek uit de grond stampen?

Michel Bauwens 5“Zeer zeker. Opnieuw nemen we de Verenigde Staten als voorbeeld. De staalindustrie is er niet meer zoals vroeger. Vandaag maken veel kleine bedrijven van 50 à 200 man er staal. Dat is weliswaar geen peer-to-peer model, maar wel anders dan ons model waar grote bedrijven duizenden werknemers tewerkstellen. Ook voor de autoassemblage zitten we in een transitie met twee modellen: een model waar in grote fabrieken veel arbeiders en machines een groot aantal auto’s maken die moeten worden verscheept; en een ander model waar een auto lokaal via open design wordt ontwikkeld door ambachtslui, in lokale microfabrieken wordt gemaakt met een 3D-printer. In het oude model, an economy of scale, moet je steeds meer dingen maken om de kost per eenheid naar beneden te drukken. Je hebt steeds meer energie en materiaal nodig om competitief te zijn. In het peer-to-peer model, volgens de logica van an economy of scope, doen we meer met hetzelfde. Je gebruikt kennis uit de hele wereld om lokaal iets te ontwikkelen. Studies wijzen uit dat driekwart van de kost van productie transport is. De dag dat de olie 400 dollar per vat kost, werkt dat oude model niet meer. Dan wordt de
economy of scope belangrijker dan de economy of scale.”

Vandaag kan je met competitieve kennis veel geld verdienen. Waar zit het verdienmodel in die nieuwe economie?

“Nu hebben we een sociaal onrechtvaardig systeem van the winner takes it all. De meerderheid werkt hard; slechts enkelingen gaan met 90 procent van de inkomsten lopen. In een economie met kennisgemeengoed krijg je een reputatie: hoe beter je wordt, hoe meer je zal bijdragen tot het gemeengoed, hoe hoger jouw reputatie.”

Daarmee ligt er nog geen brood op de plank.

“Jawel, want je kan dat verzilveren op de markt. Het gemeengoed werkt samen met de markt. Zo werd er door een groot IT-bedrijf dat in Duitsland wou rekruteren een ranking opgemaakt van softwareontwikkelaars die werken via GitHub, een site waar open softwareontwikkelaars hun vrije code deponeren. Men keek naar wie de beste kwaliteit leverde én het grootste netwerk kon ontwikkelen. De beste ontwikkelaars konden aan de slag bij Google. Zo wisten ze hun werk in een peer-to-peer omgeving te verzilveren. In deze procedure kwamen er geen cv’s of portfolio aan te pas. Het ging enkel over een directe analyse van de kwaliteit van hun werk in een open source gemeengoed en over de opgebouwde reputatie.”

Zijn er schattingen om de impact van de peer-to-peer economie te meten?

“Volgens het rapport ‘Fair Use in the US Economy’ uit 2010 bedraagt de hele economie rond gedeelde kennis met 17 miljoen werkers één zesde van het Amerikaanse bbp. Dat is toch al behoorlijk wat.”

Nieuwe fenomenen als Uber of Airbnb zijn uitgegroeid tot volwaardige spelers op de arbeidsmarkt. Ze zetten traditionele tewerkstelling onder druk en zorgen daarmee voor oneerlijke concurrentie en sociale dumping is de kritiek.

“Net daarom hebben we een digitale sociaaldemocratie nodig. De arbeidersbeweging van de 19de eeuw ontstond doordat van hun land verjaagde boeren zonder bezittingen in steden terechtkwamen. Gradueel bouwden die rechten op. Er ontstonden solidariteitsmechanismen, die de welvaartsstaat nadien voor iedereen veralgemeende. Vandaag worden opnieuw heel wat mensen verjaagd: uit arbeid deze keer. Denk aan freelancers. Ze verliezen hun job, maar blijven wel gemeengoed opbouwen en doorwerken, zodat ze nadien gemakkelijker terug kunnen naar de arbeidsmarkt. We kunnen niet ontkennen dat er geen probleem bestaat met het gemeengoed. Veel jonge journalisten schreven gratis op de weblog The Huffington Post om hun reputatie op te bouwen, maar bij de verkoop ervan heeft niemand daar een dollar van gezien, behalve oprichtster Arianna Huffington. Het gemeengoed wordt uitgebuit.”

Ook Facebook is zo’n parasitair systeem. Zonder haar gebruikers is het een leeg platform; toch zijn de winsten exclusief voor de club rond Mark Zuckerberg.

“Stilaan komen we in een fase dat gemeenschappen daar oplossingen voor zoeken. In mijn P2P Foundation vertaalt een groep mensen gratis artikels over gemeengoed van het Engels naar het Spaans en omgekeerd. Dat wordt genoteerd in een pro bono boekhouding. Door bij te dragen aan het gemeengoed, bouwen ze een reputatie op. Als gevolg daarvan mochten twee van hen het nieuwe boek van David Bollier, Think like a commoner, vertalen. Je ziet onmiddellijk het probleem: tien mensen dragen bij aan de waarde van het gemeengoed en slechts twee profiteren van de markt. Dit Guerilla Translation collectief, dat deel uitmaakt van ons coöperatief netwerk, bouwde daarom een solidariteitsmechanisme op via een ‘open value accounting system’: 25 procent van die marktwaarde gaat naar die pro bono boekhouding om de andere bijdragers mee te vergoeden. In de toekomst kan de overheid dus ook een gemeengoed institutionaliseren om op die manier bijdragen tot het gemeengoed te vergoeden.”

Ook inzake regulering moet de overheid zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Kleine hotelletjes of taxidiensten worden overladen met regulering. Daar moeten Airbnb of Uber zich niets van aantrekken.

“Ik ben fel gekant tegen reguleringen die monopolies beschermen tegen innovatie, maar wel voorstander van een regulering tegen het misbruik van monopolies. Seoul, een ‘deelstad’, heeft Uber verboden. Niet om taxi’s te beschermen, wel om de eigen deeleconomie te beschermen tegen het Amerikaans monopolie van Uber. Dat is een goede zaak. Want een Uber-chauffeur heeft geen contact met de markt. Hij staat zwak tegenover zijn moederbedrijf; in San Francisco besliste Uber plots 20 procent minder te betalen voor dezelfde ritten. Daar moeten we voor oppassen. Anderzijds is de mutualisering van transport, in termen van duurzaamheid, natuurlijk wel een goede zaak. Elke deelwagen kan 15 privéwagens vervangen.
Als we dat systematisch zouden doen, kunnen we in het Westen in tijden van ecologische en economische crisis veel van onze welvaart beschermen.”

Hoe moet de 21ste eeuwse overheid er voor u dan uitzien?

“In het oude bureaucratische model produceert de staat een publieke dienst voor de gebruiker, waar diezelfde gebruiker geen enkele participatie in heeft. De dienstverlening kan goed of slecht zijn, ze is te nemen of te laten. Het kan anders. Ik geloof erg in het concept van de partnerstaat en in de commonificatie (nvdr., het transformeren tot coöperatief gedachtegoed) van publieke diensten. Neem nu de gezondheidszorg in Quebec. Daar zijn 98 procent van de nieuwe coöperaties solidariteitscoöperaties. Ook in de Emilia Romagna, Noord-Italië, bestaat het model van de solidariteitscoöperatie. Daar voorziet de staat fondsen, maar is de publieke gezondheid zelf in handen van de overheid, dokters, patiënten en gebruikers. Iedereen blijft het recht op gezondheidszorg behouden, maar ze wordt wel gecoproduceerd. De betrokkenheid en tevredenheid gingen er sterk omhoog. Over dat soort modellen moeten we nadenken. Het is geen kwestie van een zwakke of sterke staat, wel van een meer participatieve staat die de randvoorwaarden creëert om mensen zelf dingen te laten doen.”

Zoals de Furreai Kippu, een complementair muntsysteem in Japan. Als je er jouw bejaarde buurvrouw helpt, verdien je Furreai Kippu’s die je later zelf kan gebruiken om zorg te krijgen of die je kunt gebruiken voor de zorg voor jouw ouders.

“Dat is een mooi voorbeeld van een faciliterende overheid. We kunnen niet anders dan kritisch zijn over de overheid. Die functioneert vandaag niet meer naar behoren. Toen ik vijftien jaar geleden België verliet, reden de treinen nog op tijd. Nu ik even terug ben, doet bijna geen enkele trein dat meer. Het klassieke systeem staat op instorten. De staat is voor grote delen gecapteerd door de markt. De democratie wankelt. Een recente Amerikaanse studie vergeleek het stemgedrag van de volksvertegenwoordigers met de visie van haar kiezers én van haar financiers. Met de kiezers bleek er geen enkele correlatie te bestaan; met diegenen die hun verkiezingscampagne betaalden was er zo’n 85 procent correlatie. Onze democratie is dus een simulacrum geworden. Een partnerstaat kan die verdwenen participatie en democratie nieuw leven inblazen.”

In Nederland wordt de participatiestaat een trek-uw-plan-samenleving en ook in Vlaanderen zien we het discours van een terugtrekkende staat, waarbij van de bevolking verwacht wordt dat ze het zelf oplossen. Dat is wellicht niet het participatiemodel dat u bedoelt?

“Neen. We hebben dus een sterke linkse beweging nodig. Want er bestaat wel degelijk een contradictie tussen peer-to-peer en kapitalisme. Beiden hebben andere waarden. Het kapitalisme is niet het juiste systeem om van peer-to-peer gebruik te maken. Kijk naar crowdsourcing, waarin een organisatie gebruik maakt van een groep individuen voor consultancy, innovatie, beleidsvorming of onderzoek. Het idee an sich – dat iedereen kan bijdragen – is fantastisch. De realiteit is echter dat deze platformen met elkaar in concurrentie treden. Voor een project dienen
honderden mensen een design in, maar slechts twee mensen worden gekozen. De wereld van de arbeid betaalt een hoge prijs. Zo’n contradicties worden steeds groter.”

Hoe moeten we het peer-to-peer model dan wel inbedden in het huidige systeem?

“Ik pleit voor een gelijktijdige transformatie van een productieve, civiele maatschappij die bijdraagt aan het gemeengoed, een ethische markt en een partnerstaat. De drie moeten tegelijkertijd aangepakt worden om een nieuw evenwicht te vinden. Ik wil niets afschaffen. Alleen dat ze alle drie veranderen om de bloei van peer-to-peer op een sociaal rechtvaardige manier mogelijk maken.”

Wat is in zo’n nieuw model de rol van de vakbonden?

“Het voordeel van peer-to-peer is dat mensen passioneel een gemeengoed opbouwen, daarrond een economie creëren en daar inkomsten uit halen. De volle 100 procent van die mensen zijn gemotiveerd en zorgen voor hun eigen inkomen via open coöperaties. Je bent vrij en dus productief. Volgens het vakbondsmodel zijn vier op de vijf mensen niet gelukkig in hun job en werkt men om te overleven. Zolang dat de realiteit is, is het goed dat de vakbonden er zijn om de arbeiders te verdedigen. Ook Uber-chauffeurs zouden gesyndiceerd moeten worden. Maar het gezonde peer-to-peer model werkt anders. Ik zie in de toekomst nieuwe organisatiemodellen die wellicht iets gemeen zullen hebben met de ‘gilden’ van weleer. De Freelancers Union in de Verenigde Staten is daar een goed voorbeeld van”

In het peer-to-peer model mag je dan nog wel gepassioneerd bezig zijn, mensen bouwen er geen sociale rechten op, geen pensioenrechten, enzovoort.

“Klopt, maar je moet vertrekken vanuit de realiteit. Peer-to-peer vernietigt de bestaande jobs niet; het is de markt die steeds meer mensen uit de arbeid stoot. Je kan doen alsof dat niet gebeurt en dat oude model verdedigen, maar dan ben je louter defensief en dus verkeerd bezig. Vakbonden moeten meer doen voor freelancers. Ze moeten nadenken hoe die groep mensen zich kunnen verenigen, hoe ze voor hen solidariteitsmechanismen kunnen opbouwen. In Nederland bestaat het Broodfonds, een sociaal vangnet voor en door zelfstandigen. Veel mensen in de peer-to-peer economie maken er gebruik van. Men denkt er fel na over een andere manier van solidariteit. In die discussies zijn de vakbonden nergens te bekennen. Dat is jammer. Want het grote probleem van een peer-to-peer economie is inderdaad hoe zekerheid op te bouwen. Dat functioneert vooralsnog slecht.”

Zou dat geen rol kunnen zijn voor de sociaaldemocratie?

“Zeer zeker, maar ze doet dat hoegenaamd niet. De enige Vlaamse krant die niet over mijn boek De wereld redden (Uitgeverij Houtekiet & Denktank Oikos) schreef, was De Morgen. Dat is toch niet normaal? Dat betekent dat links veel te conservatief is, te veel aan oude modellen vasthangt terwijl de wereld aan het veranderen is. Op partijpolitiek niveau idem dito. Ik krijg uitnodigingen van CD&V, van Groen, van de Piratenpartij, van het Nederlandse Groenlinks… maar uit de hoek van de sp.a hoor ik niets. Dat is een probleem. Het betekent dat de sociaaldemocratie de draai niet vindt naar de nieuwe mentaliteit, naar de nieuwe jongeren, naar de kenniswerkers van de peer-to-peer economie.”

Wat moet de sociaaldemocratie dan doen om aansluiting te vinden?

“Ze moet aansluiting vinden bij de burgerbewegingen die zich met die zaken inlaten. Er zijn in Vlaanderen honderden verenigingen bezig met het heruitvinden van de voedselketen, van de energieketen, met co-working,… De jonge kennisarbeiders zijn de nieuwe arbeidersklasse. Er is geen andere arbeidersklasse meer in het Westen; die demografie gaat gestaag achteruit. Steeds minder mensen werken in de fysieke productie. De sociaaldemocratie is de partij geworden van de
overheidsambtenaren en van de bobo’s. Kijk opnieuw naar De Morgen. Onlangs stond ik in hun Zeno katern, maar de eerste vijf pagina’s gingen over Yves Desmet die meehielp in een driesterrenrestaurant van een of andere topchef, dat niemand kan betalen. De krant schrijft dus voor een elite. De overblijvende arbeiders stemden vroeger voor het Vlaams Blok, nu voor de N-VA. De sociaaldemocratie is volledig verkeerd bezig. De jonge kenniswerkers van vandaag worden aangetrokken door Groen, door de Piratenpartijen, door partijen als het Spaanse Podemos, het Griekse Syriza en de Italiaanse Vijfsterrenbeweging.”

Kan je dan geen begrip opbrengen voor klassieke partijen die bang zijn voor de vallende dominostenen in onze welvaartsstaat: eens je er een paar wegneemt, kan de hele boel ineen stuiken?

“Het is de taak van de politiek om te kijken naar alternatieven. Welke puzzelstukken ontbreken in de bestaande ecosystemen en hoe kunnen we als staat faciliteren om daar nieuwe evenwichten te vinden? We leven vandaag in een transitieperiode met twee economische modellen: een oud model dat nog altijd functioneert en een nieuw model dat ook al functioneert. Dat politici die pluraliteit erkennen, is voor mij al voldoende. Als je niet investeert in het nieuwe model, zit je in de penarie bij een crisis want dan zit je enkel nog met dat oude, onvolledige ecosysteem dat niet meer op zijn poten staat. Dat was het geval in 2008. Op dat moment kwam Rechts met haar plannen. Naomi Klein schreef in The Shock Doctrine (2007) over de opkomst van het rampenkapitalisme. Ze beschrijft hoe het neoliberalisme in tijden van crisis er zijn hervormingsprogramma’s doorduwde terwijl de mensen niet wisten wat er gebeurde. De crisis verlamde Links. Rechts had haar materiaal in de denktanks klaarliggen. Het kapitalisme zoekt altijd naar winst. Politiek gezien hebben ze die peer-to-peer systemen en participatiemodellen gebruikt als ideologie om de welvaartsstaat af te bouwen. Dat is jammer.”

Foto: Theo Beck

2531736_1415355689.4994

A new car for Abdeslam

Link naar origineel bericht

In de betogingen van 6 november verloor Abdeslam Gharrafi zijn oranje Peugeot 106 door een aantal heethoofden. Gharrafi werkt als elektricien en heeft zijn auto broodnodig om zijn werk te doen.

“In mijn auto lag ook al mijn materiaal dat ik gebruik als elektricien. Alles is weg. Mijn vrouw is ontroostbaar. We hadden dat autootje pas acht maanden. Ik moet daar een heel jaar voor werken.”

Laten we samen voldoende geld ophalen voor Abdeslam en zijn familie zodat ook hij als hardwerkende Belg zijn bijdrage kan blijven leveren aan deze maatschappij. Los van elke politieke of maatschappelijke visie kunnen we niet toestaan dat enkelingen levens kapotmaken en er voor zorgen dat de polarisatie nog groter wordt.

Dus arbeiders en werkgevers, Belg of nieuwe Belg, Vlaming of Waal, rijk of arm, Twitteraars of mensen die belangrijkere dingen te doen hebben ;), los van enige politieke voorkeur: let’s get this man a new car!

Update: We zijn al ver over de oorspronkelijke doelstelling. Bedankt iedereen voor je donatie! Aangezien het behaalde bedrag ons ook in staat stelt om andere mensen te steunen, gaan we ons best doen om iedereen -ook diegene zonder stem in de media- toch minstens een beetje te helpen!

Update2: Op initiatief van een aantal andere mensen is er ook een Paypal-link opgestart. Mensen die niet met kredietkaart willen storten, kunnen hier terecht

Schermafbeelding 2014-08-07 om 11_31_39

EEN BOEK VOOR IEDEREEN

Met dit zonnige weer zie je veel mensen overal en nergens lekker een boekje lezen; in het park, de tuin of op het strand. Toch is lezen niet voor iedereen vanzelfsprekend. Theo en Belinda Augustinus bedachten daarom een mooi initiatief: thuisbibliotheek de Ruit in Venlo. Hiermee maken ze lezen toegankelijk voor mensen die, om welke reden dan ook, geen gebruik kunnen maken van de bibliotheek. Klanten hoeven geen bijdrage te betalen en er is geen vaste terugbrengtermijn. Wat een prachtig initiatief!

Wil jij ook een boek delen met een ander? Kijk op Facebook hoe je dit kunt doen.

Oorspronkelijke tekst werd gepubliceerd in augustus, dus in volle zomer. Ondertussen is het herfst, maar dat is geen reden om geen boeken te lezen natuurlijk… hier.

Groei stadslandbouw afhankelijk van mogelijkheden om er een inkomen uit te verwerven

Overgenomen uit Groene Ruimte (17 oktober 2014)

Er is ruimte voor ontwikkeling van de stadslandbouw, vooral in middelgrote tot grote steden. Voorwaarde is wel dat er uit de stadslandbouw inkomen te verwerven is. Dat stellen de respondenten op een online enquête van het stedennetwerk stadslandbouw en DuurzaamDoor naar de op de huidige stand van zaken in de stadslandbouw, de uitdagingen en de aanpak voor deze uitdagingen.

De respondenten zijn op verschillende manieren en in verschillende regio’s en steden bij stadslandbouw betrokken. Een derde van de respondenten heeft meerdere rollen in het werkveld stadslandbouw. Zo blijkt dat veel respondenten die vanuit hun werk betrokken zijn bij stadslandbouw ook als burger een bijdrage leveren. Respondenten zijn bijna allemaal actief binnen een stad/regio of zijn landelijk bezig met stadslandbouw.

Respondenten zijn positiever over de toekomst van stadslandbouw dan over de huidige stand van zaken. Ze geven de toekomst van stadslandbouw gemiddeld een 7,6, terwijl de huidige stadslandbouw niet meer dan een 5,2 scoort. Slechts 18% geeft een onvoldoende, 57% geeft een 8 of hoger. Veel respondenten geven aan dat ze de ontwikkeling van stadslandbouw om zich heen zien gebeuren. De respondenten verwachten vooral een ontwikkeling van stadslandbouw in middelgrote tot grote steden. Ze geven wel aan dat een voorwaarde is dat er inkomen te verwerven is uit de stadslandbouw.

Om de stadsbouw verder te kunnen ontwikkelen zijn vooral minder regels en meer ruimte nodig. Ook heeft de stadslandbouw boegbeelden/voortrekkers nodig om het bij een breder publiek bekend te maken. De overheid moet verbindende rol spelen en kaders stellen, ondernemers en burgers moeten actie ondernemen

Zie voor meer informatie de factsheet Perspectief op stadslandbouw op de site van het Stedennetwerk Stadslandbouw.

bron: Stedennetwerk Stadslandbouw, 17/10/14

9956581_orig

Een Open Brief van het Fair.Coop Team

vertaald door Bram Crevits

We willen je laten kennismaken met Fair.Coop, The Earth Cooperative voor een eerlijke economie.

Fair.Coop ishet meest recente project van Enric Duran, medestichter van de Cooperativa Integral Catalana. Eén van de belangrijkste doelstellingen van Fair.Coop is om te bouwen aan een nieuw globaal economisch systeem gebaseerd op coöperatie, ethiek, solidariteit en rechtvaardigheid in onze economische verhoudingen.

“Het is onze bedoeling om de transitie te maken naar een nieuwe wereld door economische en sociale ongelijkheid zoveel mogelijk te reduceren, en tegelijk bij te dragen tot een nieuwe globale rijkdom, voor iedereen toegankelijk als commons.”

Fair.Coop steunt op zelf-organisatie via het internet en blijft buiten de controle van natiestaten of overheden. Het combineert de aanbevelingen van de P2P Foundation rond open coöperativisme dat op commons gericht is, met een cryptomunt als transactiemiddel en geldreserve – Faircoin – zonder de beperkingen die eigen zijn aan Bitcoin. Faircon wordt verhandeld op de geldmarkten zoals elke andere cryptomunt of reguliere valuta. We willen een nieuw, gedecentraliseerd economisch systeem creëren: een metasysteem dat op een gedistribueerde manier onafhankelijke systemen ondersteunt, input geeft en verbindt. De handel in cryptomunten op de geldmarkten is de voorbije twee jaar snel toegenomen. Met het concept van Global South kunnen gemeenschappen zich wereldwijd profileren en elkaar ondersteunen. Het is tijd voor het waarmaken van een echt vernetwerkt mondiaal burgerschap. Het is tijd om de verandering waar te maken die van bovenaf niet wordt bereikt: een eerlijk economisch systeem.

Of korter gezegd, zoals we bij Fair.Coop zeggen, het punt is om de wisselmarkt te hacken door het inbrengen van het coöperatie-virus als middel voor wereldwijde economische rechtvaardigheid.

Het plan van Fair.Coop is om samen een beweging te maken en een wereld te bouwen gebaseerd op de volgende principes:

• Herverdeling en economische uitwisseling tussen gelijken
• Open politieke participatie
• Decentralisatie als de organisatiemodel
• Productie van commons
• Delen en verspreiden van open kennis

Fair.Coop heeft een systeem ontwikkeld om deze doelen te bereiken, met daarin noodzakelijke elementen om te bouwen aan een nieuwe economie. Eén daarvan is Faircoin, zoals hierboven reeds vermeld. Maar ook Faircredit, een wereldwijd onderling kredietsysteem als middel om goederen en diensten uit te wisselen, ondersteund door Faircoin. En daarnaast Fairfunds, Fairsavings, Fairmarket, Fairbag en Coopfunding. Alles in detail vind je hier.

Een sleuteldomein voor FairCoop is communicatie en vernetwerking te faciliteren en te ondersteunen tussen alle mogelijke projecten die creëren of produceren onder de Open Source principes.
We willen verbindingen leggen tussen groepen die zich engageren voor het algemeen belang. Vooral ook om te leren samenwerken, meer specifiek rond de immateriële aspecten (kennis, design, context) van dit soort materiële creatie. Daarnaast willen we peer-productie ondersteunen om bij te dragen tot de commons. We doen dit door samenwerking met groepen en gemeenschappen voor wie dit opzet een voordeel kan opleveren, hetzij als middel of grondstof voor hun eigen productie, hetzij voor hun directe consumptie.

We geloven dat het ook voor jou interessant is om je te verbinden met Fair.Coop, aangezien we gemeenschappelijke doelen en idealen hebben op het vlak van coöperatie, solidariteit en open productie. En we nodigen je uit om met ons mee te werken aan een gemeenschappelijk doel: een nieuw mondiaal economisch systeem, gebaseerd op globale rechtvaardigheid. We komen allemaal uit verschillende collectieven en organisaties die alternatieven creëren, maar soms zien we onszelf vastzitten in deze transitie, steeds geconfronteerd met nieuws over een gebrek aan recht in de wereld. Als we willen bouwen aan een alternatief economisch systeem dat rechtvaardig is voor alle mensen, dan moeten we er ons ten eerste van bewust zijn dat we niet alleen staan. Anderen zijn op een andere plaats hetzelfde aan het doen. Het is door dit in te zien dat we ook beseffen dat dit alternatief zich aan het ontwikkelen is, als enige andere uitweg. Bovendien kunnen we leren van elkaar en delen met elkaar, en moeten we geen tijd en middelen verliezen door dezelde problemen op te lossen. Door samen te werken kunnen we meer bereiken dan ooit.

We nodigen je uit om te kijken hoe je kan participeren in dit project, ondermeer hoe je een Fair.Coop lid wordt via het fair.coop sociaal netwerk. Dit sociaal netwerk is Fair.Coop’s belangrijkste participatieforum. Het is een plaats waar we kunnen delen, elkaar kunnen ontmoeten, discussiëren en samen bouwen met alle Fair.Coop gebruikers en leden wereldwijd. Ons netwerk is open voor iedereen en laat toe om deel te nemen in fora, groepen en teams. Als promotoren van Fair.Coop zijn we ervan overtuigd dat dit sociaal netwerk een commons kan worden, zowel door de kwaliteiten van de inhoud als door het ontstaan van projecten gelinkt aan praktijken en concepten zoals open coöperativisme, integrale revolutie, evenwaardige samenwerking, zelf-organisatie, ‘empowerment’, digitale commons, en zoveel meer. Er is immens veel technologie beschikbaar om beter in synergie met de planeet te leven, en er rest ons weinig tijd. Het moment is gekomen om te delen wat we weten en onze beste ideeën in de praktijk te brengen.

Ontdek hier hoe je kan participeren met jouw tijd of met andere bijdragen. Aarzel vooral niet om contact op te nemen als je vragen hebt en ontdek onze gezamenlijke mogelijkheden om een nieuwe en rechtvaardige wereld te creëren.

Fair.Coop: Economie, politiek, kennis, samenwerking, productie; dit alles peer-to-peer, open en coöperatief.

In solidariteit en hoop,

Het Fair.Coop team

VARIATIE BRIEF B – OPEN KENNIS

“Intellectuele eigendom is slecht voor de vooruitgang van de menselijke soort, en bevoordeelt privébelangen. Kennis wordt geprivatiseerd ongeacht het feit dat “toen ik in staat was verder te kijken, was het omdat ik op de schouders van reuzen kon staan.”
[..]
We geloven dat het ook voor jou interessant is om je te verbinden met Fair.Coop, omdat we gemeenschappelijke doelen en idealen hebben op het vlak van coöperatie, open kennis, P2P praktijken en open productie. We nodigen je uit om met ons samen te werken aan een gemeenschappelijk doel: globale economische rechtvaardigheid. Kennis is van nature vrij, en we willen het huidig stelsel doorbreken door het promoten van het gebruik van open Copyleft of Creative Commons licenties of andere mechanismen voor de bescherming van de Commons tegen privé winstbejag, met ondermeer de Peer Production License en andere Commons Based Reciprocity Licenses (of CBRLs). We organiseren ons van onderuit op een directe, gedecentraliseerde manier en halen ons voordeel uit de transparantie die het Internet biedt om een andere politiek weer te geven.

VARIATIE BRIEF C – FAIRTRADE
FairMarket is ontworpen als een virtuele plek met een veelheid aan verkoopsruimtes. FairMarket biedt door coöperatieve leden geproduceerde goederen en diensten aan aan iedereen (ook niet-FairCoop leden), en promoot daarmee FairCoop en stimuleert andere projecten en individuen om deel te worden van de coöperatieve.

media_xl_1010228

Deeleconomie: ook zorgsector gaan diensten delen

Overgenomen uit Zorginstellingen, platform voor managers in de gezondheids- en ouderenzorg

Ziekenhuis Rijnstate gaat als eerste ziekenhuis materiaal en diensten delen met andere organisaties, meldt Rijnstate. Het ziekenhuis hoopt zo onbenutte capaciteit, de overvloed, in te zetten voor anderen.
Al een tijd delen over de hele wereld mensen en organisaties hun materialen en diensten met elkaar om deze overvloed efficiënt in te zetten. Nu Rijnstate zich als eerste ziekenhuis zijn diensten te huur aanbiedt, start de deeleconomie ook in de zorgsector.

Deeleconomie: huren en verhuren

Rijnstate Ziekenhuis participeert in het business-to-business marktplaats FLOOW2. Organisaties kunnen hier hun ‘overdaad’ aan diensten en materiaal onderling (ver)huren of (ver)kopen.

Niet alleen apparatuur, maar ook faciliteiten en specifieke kennis en kunde zet Rijnstate te huur. Zo kunnen andere organisaties op FLOOW2 een rits kantoorstoelen, een aantal bedden, parkeerplekken in het weekend, speciale deskundigheid over hygiëne en infectiepreventie huren. Maar ook sportfaciliteiten, maaltijdkarren en een simulatiecentrum.

Kosten besparen

Waarom? Het ziekenhuis wil kosten besparen en onbenutte capaciteit efficiënt inzetten. In de toekomst hoopt ze ook andermans kennis en diensten in te huren om euro’s te winnen. “Door in de zorg onderling te delen, zetten we onze capaciteit zo efficiënt mogelijk in”, reageert Royan van Velze, manager Inkoop van Rijnstate. “We hebben hier bijvoorbeeld een PET CT-scan, een duur apparaat dat niet ieder ziekenhuis heeft. Het kan interessant zijn voor andere ziekenhuizen hier gebruik van te maken. Op deze manier delen we de kosten en aan we verantwoordelijk om met beperkte zorgbudgetten.

GROTE ACTIE VOOR STICHTING JARIGE JOB

uit De Peperbus
(16 oktober 2014)

Deze dag wordt aandacht besteed aan Stichting Jarige Job De open dagen maken deel uit van de FEESTENBANK waar mensen die nooit naar een feest kunnen gaan GRATIS naar toe kunnen.Stichting NICE MOVE een stichting die actief is op het gebied van maatschappelijk werk, werk en inkomen en reintegraties houd op verschillende data en plaatsen informatiedagen. Er worden informatiedagen gehouden over participatie, werk en inkomen, opleidingen. Deze dag wordt ook aandacht besteed aan Stichting Jarige Job een stichting die kinderen een verjaardag bezorgd als de ouders dat niet kunnen en aan stichting Make a Wish. Een deel van de tickets inkomsten gaan naar deze twee stichtingen.

Stichting NICE MOVE een stichting die actief is op het gebied van maatschappelijk werk, werk en inkomen en reintegraties houd op verschillende data en plaatsen informatiedagen. Er worden informatiedagen gehouden over participatie, werk en inkomen, opleidingen.

Deze dag wordt ook aandacht besteed aan Stichting Jarige Job een stichting die kinderen een verjaardag bezorgd als de ouders dat niet kunnen en aan stichting Make a Wish. Een deel van de tickets inkomsten gaan naar deze twee stichtingen.

Er zijn lezingen over Budgetcoaching en schuldhulpverlening van Chris Ferdinandus budgetcoach en mr drs GM van Duin over maatschappij en economie.

Henry Wentink van My Wheels deelauto zal een lezing geven over deeleconomie en zijn op te starten deeleconomie centrum. Medewerkers van CMN ruil en betaalsysteem zullen informatie geven over de rol van de banken en het alternatief voor de bank. Ook zullen contactpersonen van de Basisinkomen partij een nieuwe serieuze partij informatie geven over de doelstellingen van hun partij. Sta op en Schitter in jouw identiteit”. is een presentatie van R. Kok

Voorts houdt Lucas Slager van Lothlorien een lezing over zekerheden en coach je zelf. U kunt deelnemen aan een workshop budgetspel en aan het soep en broodjesconcert van Harry Loco woodstock performer a tribute to Bob Dylan. Om 16.00 uur vind een optreden plaats van Cabaretier Roel Verburg. Om 19.30 uur een concert van Harry Loco .

24 OKTOBER ZWOLLE DOMINICANEN KLOOSTER ASSENDORPSTRAAT

30 OKTOBER ASSEN WIJKGEBOUW MARKEHUUS SCHARMBARG

14 NOVEMBER WIJKGEBOUW DE ENK ENKSTRAAT ZWOLLE

21 NOVEMBER HET HEERENHUIS GRONINGEN SPILSLUIZEN

18 en 19 DECEMBER PARTYC HET DAK LEERDAM

16 JANUARI 2015 KERK BOOTHSTRAAT 7 UTRECHT

23 JANUARI 2015 CAFE DE POTTER SCHAIJK NRD BRABANT

30 JANUARI WIJKCENTRUM DE STOLP DEN BOSCH

27 en 28 FEBRUARI HET VEERHUIS NIEUWEGEIN

20 TOT EN MET 27 JUNI 2015 NETL PARK KRAGGENBURG

de-deeleconomie-wordt-een-deelmaatschappij

‘De deeleconomie wordt een deelmaatschappij’

Fragmenten uit een artikel, gepubliceerd op17 oktober op Nu.nl

(…)

Intussen is Amsterdam wel de eerste stad ter wereld die Airbnb gelegaliseerd heeft. De verhuurder is daarbij wel aan regels gebonden. Iedereen mag zijn huis verhuren, zolang dat maar maximaal twee maanden per jaar gebeurt en er toestemming is van de huiseigenaar of de Vereniging van Eigenaren.

Tegenstanders wijzen op oneerlijke concurrentie: particulieren die via platforms als Airbnb hun woning als vakantieverblijf aanbieden, hebben met veel minder regeltjes en kosten te maken dan hotels.

Dat geldt ook voor UberPop, dat Amsterdam sinds afgelopen zomer gebruikt als proeftuin, ondanks een verbod op de dienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Chauffeurs die toch via de app mensen vervoeren, riskeren dan ook een boete en een strafblad.

(…)

De Utrechtse Hoogleraar Innovatie Koen Frenken onderschrijft de mening van Andela. “Uber valt niet onder de definitie van de deeleconomie, waarin sprake is van het delen van onbenutte capaciteit. Iemand vervoert op afroep iemand anders van a naar b, dus het is geen liftdienst, zoals BlaBlaCar.”

Illegaal hotel
Airbnb behoort volgens Frenken dan weer wel tot de deeleconomie, “maar niet als je continu je huis onderverhuurt. Dan run je gewoon een illegaal hotel.”
Er is vaker sprake van een hellend vlak. “Kijk naar Thuisafgehaald.nl. Als je een maaltijd over hebt en die via internet aanbiedt, is dat onbenutte capaciteit. Als je echter twintig maaltijden staat te koken, speel je restaurantje.”
De overheid aarzelt nog met het opleggen van regelgeving. “Kamerleden willen wel graag innovatie”, denkt Frenken, “maar er zitten veel haken en ogen aan regels.”

(…)
Per saldo pakt de deeleconomie positief uit, denkt Frenken. “Autodelen levert mogelijk een grote milieuwinst op, vooral doordat een deel van de autoproductie hierdoor wegvalt. Ook is er een sociaal aspect, mensen ontmoeten eerder vreemden, komen uit een sociaal isolement.”

netwerk peer2peer

Voorwoord Michel Bauwens bij nieuw boek: De circulaire economie

Cyberfilosoof Michel Bauwens schreef een voorwoord bij de kersverse publicatie van De Helling. ‘De circulaire economie: waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten.’

Oorspronkelijk tekst hier(Bureau De Helling, Wetenschappelijk bureau GroenLinks)
Socrates Schouten brengt in deze publicatie een degelijke beschrijving van de materiele, economische en technische voorwaarden die noodzakelijk zijn voor het efficiënt invoeren van een circulaire economie, en biedt daarbij een zeer nuttige nieuwe leidraad voor burgers en beleidsmakers die begaan zijn met de duurzaamheid van ons economisch stelsel en samenleving.

Toch moeten we ons ook de fundamentele vraag stellen: kan dat wel binnen de huidige maatschappelijke parameters van onze politieke economie ? Met andere woorden: is het mogelijk om een duurzame, circulaire economie te creëren in een systeem dat fundamenteel gericht is op economische groei en de accumulatie van winstgericht privé-kapitaal? Moeten we niet ook gaan kijken naar de mogelijkheden om de basislogica van het productiesysteem zelf te veranderen?

Peer productie, waarbij open contributies van betaalde en onbetaalde burgers een gedeeld gemeengoed creëren van kennis, code en design, lijkt een interessante manier om de circulaire economie te bekijken vanuit een ander, meer systeem-veranderend perspectief, en niet louter als een serie technische voorstellen. De post-kapitalistische logica van peer productie is gebaseerd op contributies in plaats van Arbeid. Het creëert producten die buiten de markt vallen, omdat ze door velen tegelijk gebruikt kunnen worden (in economische termen: het zijn niet-rivale producten).

Eerst en vooral is de logica van innovatie fundamenteel anders in peer productie. Marktgerichte innovatie kan alleen marktgerichte diensten en producten ontwikkelen waarbij slijtage en wegwerp gepland is. Artificiële schaarste wordt ingebouwd in het systeem. Die motivatie ontbreekt helemaal bij open design en onderzoeksgemeenschappen die werken met open licenties. Design van zulke producten en diensten is haast automatisch ingesteld op duurzaamheid, modulaire en plaatselijke productie, recycling en biologische afbreekbaarheid. Dit gebeurt ‘systemisch’, zonder dat hier noodzakelijk ecologisch bewustzijn mee gepaard gaat. De open gemeenschappen missen soms nog wel de kennis die open productieprocessen kan verrijken met de technische interventies voor de circulaire economie, zoals cradle to cradle design. De combinatie van het intrinsiek duurzaam design proces en ecologisch bewustzijn zou de groene impact van peer productie nog veel groter kunnen maken.

Ten tweede leidt peer productie tot een geheel andere relatie met vraag en aanbod. Traditionele kapitalistische productie is gericht op het creëren van kunstmatige noden via marketing en reclame. Daarmee ontstaat een economie gestuurd door het aanbod dat aan de man gebracht moet worden. Peer productie kan daarentegen de nieuwe logica hanteren van ‘wat licht is, is globaal, wat zwaar is, is lokaal’. De technische en wetenschappelijke samenwerking gebeurt wereldwijd en wordt ook mondiaal gedeeld, terwijl de productiemethoden gebruik maken van nieuwe machines die gedistribueerde lokale productie mogelijk maken (zoals 3D printers). Productie in lokale microfabrieken, via gedeelde gedownloade designs, laat toe om een vraag-gerichte economie op te bouwen. Daarnaast vermindert lokale productie het aandeel van energie en materie dat naar transport gaat drastisch.

Peer productie, tot nu toe gebaseerd op de mutualisering van kennis, kan ook bijdragen aan de mutualisering van fysieke infrastructuur. De open en ge-netwerkte productie van goederen en diensten op lokaal vlak, kan immers gedaan worden voor toepassingen in de deeleconomie in plaats van voor individueel eigendom.

Dat is het kern-argument dat ik zou willen maken: peer productie biedt systemische voordelen voor het ontwikkelen van een nieuw soort productie, gebaseerd op gedeelde kennis, die nog veel meer voordelen biedt wanneer het gekoppeld kan worden aan ecologisch bewustzijn en aan de technische en wetenschappelijke kennis die wordt ontwikkelt rond duurzaamheid, de deeleconomie, en de circulaire economie.

Uiteraard gaat het hier om een ‘politieke’ economie, en is netwerkinfrastructuur alleen niet voldoende om dit technisch te verwezenlijken. Design is immers een techno-sociaal proces waarbij technologie nooit waardenvrij of neutraal is. Technologie vertegenwoordigt in zijn architectuur zelf, politiek-sociale waardepatronen en materiele belangen. Dat blijkt ook uit onderstaande figuur die vier mogelijke techno-sociale configuraties expliciteert:

(zie illustratie boven)

In het netarchische model is de gebruikerskant ‘peer to peer’, maar al de rest is gecentraliseerd, hiërarchisch en onder de controle en eigendom van private eigenaars. In het gedistribueerde kapitalistische model, wordt centralisatie vermeden maar blijft de hoofdmotivatie winstgericht.

Interessanter voor de realisering van het volle potentieel van de deeleconomie zijn dus de twee modellen aan de rechterkant. In het model van de lokale veerkracht wordt peer to peer technologie gebruikt om de logistieke en andere facetten van productie te richten op het lokale voordeel; terwijl in het scenario van de global commons ook naar de mondiale waarde-ketens wordt gekeken.

Ik ben het dus zeer met Socrates Schouten eens dat de realisatie van technische en politieke voorstellen voor een circulaire economie gezien moeten worden als een interventie die ook een fundamentele verandering van de politieke economie vereist. Naar mijn mening is de ontwikkeling van modellen die gebaseerd zijn op de logica van de peer productie daarbij van wezenlijk belang.