Gezi-park

Van privaatrecht naar sociaal gebruiksrecht

Overgenomen van de blog van Daniel Verhoeven: “Van privaatrecht naar sociaal gebruiksrecht

Originele test (met extra links): hier

“de revolutie is dat moment waar een gemeenschap haar eigen lot weer in handen neemt, en haar kern-instituties opnieuw bedenkt en instelt” (Cornelius Castoriadis)

Bedenkingen bij Marx’s arbeidswaardeleer

Daarnaar gevraagd door Friedrich Engels bij de voltooiing van het eerste deel van ‘Het Kapitaal’, beschreef Marx zelf de methode die hij gebruikte om het kapitalistisch systeem in de 19de eeuw te ontrafelen. In zijn antwoord stelde hij dat hij het kapitalisme analyseerde als een op arbeidstijd gebaseerde economische organisatie. We vatten die arbeidswaardeleer hier kort samen.

Marx vertrok van een historische analyse. Onder het kapitalisme was volgens hem de economie overgeschakeld van een productie van gebruikswaren naar een productie van koopwaren. Daarom deconstrueerde Marx het waardebegrip en splitste het op in gebruikswaarde en ruilwaarde. Intrinsieke waarde en extrensieke waarde.

Het ene is het reële ding dat onze behoeften bevredigt, het andere is datzelfde ding als koopwaar. Onder de kapitalistische productiewijze verdwijnt de gebruikswaarde als het ware in de ruilwaarde: de ‘Warenfetisch’. Dit proces noemt men ook nog ‘commodificatie’ of ‘verzakelijking’, waarbij steeds meer aspecten van het menselijk handelen en de resultaten daarvan worden uitgedrukt in een geldwaarde in plaats van de intrinsieke of inherente waarde.

De ruilwaarde gerealiseerd in de ‘vrije markt’ werd de motor van de economie onder het kapitalisme. In het productieproces wordt meerwaarde gecreëerd en deze wordt door de kapitalist ontstolen aan de arbeider. Simpel uitgedrukt, de kapitalist vergoedt de arbeider slechts gedeeltelijk voor zijn aandeel in die waardecreatie, de rest steekt hij op zak om zijn kapitaal te vergroten. Dit is ook het mechanisme dat de accumulatie van kapitaal mogelijk maakt.

Volgens Marx was de oorsprong van de ongelijkheid in de 19de eeuw: de tegenstelling tussen de sociale creatie van meerwaarde (door de arbeiders) en de privé-toe-eigening van die meerwaarde (door de kapitalist). Dit was ook een bron voor strijd tussen arbeid en kapitaal, de klassenstrijd, die volgens hem zou uitmonden in de opheffing van de kapitalistische klasse: de emancipatie van de arbeiders door de arbeiders zelve.

Het kader waar de gebruikswaarde opgaat in de ruilwaarde, de totale onderwerping van de levenssfeer aan de commercie, zoals Marx het beschreef, bood als dusdanig geen emancipatorisch vooruitzicht, het was de basis van vervreemding. Dit kader creëerde per definitie schaarste door de diefstal van de meerwaarde. Het vooruitgangsoptimisme van Marx voorzag het verdwijnen van deze schaarste door de accumulatie en de navenante toename van de productiviteit. De vruchten ervan konden echter slechts geplukt worden door de socialisering van de productiemiddelen na de onteigening van de kapitalisten. (Karl Marx, The Value-Form, Appendix to the 1st German edition of Capital, Volume 1, 1867)

Marx was ook bij uitstek een filosoof van de Verlichting. De menselijke vrijheid en autonomie, het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten hebben daar hun wortels. Het project van de Verlichting wordt door Marx opgevat als een strijd tegen de vervreemding ‘Entfremdung’ van de arbeiders. Het verschijnt al in 1843 in ‘Zur Kritik der Hegelschen Rechtsphilosophie‘ waar hij uitlegt dat de arbeider door het kapitalistisch systeem beroofd wordt van elke mogelijkheid tot zelfrealisatie en lotsbepaling. Het systeem ontneemt hem zijn greep op zijn arbeid en het resultaat van die arbeid. Het legt ook zijn plek in de productie en de maatschappij onwrikbaar vast. No escape.

In de arbeidswaardeleer ontwikkeld in 1867 bij het schrijven van ‘Het Kapitaal’ wordt de vervreemding enkel in puur economische termen beschreven als commodificatie.

De grootste zwakte van Marxs economische analyse is dat ze de bevrijding uitstelt en dat ze schijnbaar automatisch en onvermijdelijk volgt uit de ontsporing van het kapitalisme.

Als we de strijd tegen de vervreemding en voor gelijkheid in het ‘nu’ willen voeren hebben we niks aan een verre belofte. Het verdwijnen van het kapitalisme is geen wetmatigheid, maar hangt af van de wil van de mensen in de maatschappij waarvan we niet eens weten of die wil ook wel aanwezig is. “Never put all your eggs in one basket.”

Terugkeer naar de gebruikswaarde: het sociaal gebruiksrecht

Voor Friedrich Hayek, de ideoloog van het neoliberalisme zijn de eigendomsregels heilig. In het neoliberalisme gaat privaatrecht boven alles; ook de staat is hieraan ondergeschikt. Om hieraan te ontsnappen is verbeelding nodig. We moeten gewoon naar een andere horizon uitkijken. Tenzij we definitief de witte vlag willen hijsen en ons neerleggen bij de bestaande orde, het casino-kapitalisme, de debtocratie en de Gucci-economie.

We moeten ons kunnen inbeelden dat het privé-bezit in de huidige, historische, rechtsvorm niet kan overeind blijven. Dat het het ‘recht op misbruik’ waarbij de privé eigenaar alle rechten heeft om over het goed te beschikken, inclusief het recht om het te vernietigen, niet houdbaar is. En al gouw ontdekken we dan dat dit ‘recht op misbruik’ meer en meer wordt gecontesteerd.

In feite zetten de verschillende milieuwetgevingen al een stap in die richting. In bijna alle Europese landen is de boomkap aan strenge regels onderworpen, zo niet verboden.

De klimaat toppen gaan over het behoud van onze biosfeer met een wel zeer vitale gebruikswaarde. De bedoeling om de uitstoot van broeikasgassen te beperken via regelgeving en internationale afspraken ging ook daar over. Niet toevallig kregen we een ernstige terugval van de werkzaamheden vanaf het moment dat men uitstoot rechten ging verhandelen en de ruilwaarde binnen bracht binnen in de discussie. Hoe waanzinnig dit is, beseffen we pas door te stellen dat we onze biosfeer zelf niet kunnen omruilen.

Ook Dardot en Laval stellen in ‘Commun – Essai sur la révolution au XXIe siècle’ dat de regels van gezamenlijk gebruik moeten prevaleren boven eigendomsregels. Waar het volgens hen om draait is de mogelijkheid om collectief een in-gebruik-neming te regelen zonder daarom meteen als eigenaar op te treden. Tegen de eigendomslogica eisen sociale bewegingen niet zozeer het eigendom, als wel het gebruiksrecht – of het nu om de logica van staats- of van privébezit gaat.

Toen de regering van Erodgan het Gezi-park wou gebruiken om er een moskee en supermarkt te bouwen, vernietigde ze de gebruikswaarde van het park voor de burgers van Istanbul. De reactie bleef niet uit. Het recht van de overheid om de publieke ruimte als haar privé eigendom te beschouwen werd verworpen door de actievoerders.

De reconstructie van een op-zich-zelf-staande gebruikswaarde kan groeien en gedijen binnen nieuwe sociale levensvormen waar het gebruiksrecht van de nodige hulpbronnen voor ‘het goede leven’ een basisrecht is. Dit kan ons toelaten ons leven in te richten in een kader waar eigendomsregels, als bron van ongelijkheid en schaarste, niet langer prevaleren boven de reële gebruikswaarde.

Of dergelijke levensvormen wenselijk zijn, continuïteit en performantie kunnen garanderen is een vraag die ik opspaar voor het vierde deel. Of dergelijke levensvormen mogelijk zijn, moeten we in feite niet meer onderzoeken, ze hebben altijd bestaan en bestaan nog. Ik heb het over de ‘commons’ of de ‘meent’ een woord dat verdwenen is in de plooien van de geschiedenis. Nochtans is ons woord gemeente ervan afgeleid.

Unknown

Op weg naar ecologische catastrofe en klimaatchaos?

Fragment uit artikel, verschenen op de website van De Wereld Morgen, verschenen op 25 juli 2014.

Het betreft de inleidende teksten van Mathias Lievens en Anneleen Kenis voor het Gentse Feesten-debat met als thema: “Op weg naar de ecologische catastrofe en klimaatchaos”.

We hernemen hier de tekst van Matthias Lievens

De mondiale energieconsumptie blijft stijgen, jaar na jaar. Ook de hoeveelheid steenkool die wordt verbrand, blijft toenemen. Sinds 2010 rijden er op deze planeet meer dan een miljard auto’s rond. Elke dag worden ongeveer 165.000 nieuwe wagens geproduceerd.

Terwijl wetenschappers het ergste voorspellen, verdwijnt het thema de laatste jaren nochtans naar de achtergrond van het debat. Het recente IPCC-rapport passeerde relatief geruisloos. Een paar artikelen midden in de krant en daarmee leek de kous af.

Tijdens de laatste verkiezingscampagne was het milieuthema nagenoeg afwezig, met uitzondering misschien van de Oosterweelverbinding. Je zou voor minder een klimaatchaos vrezen. We zien tegelijk hoe het systeem in zijn voegen kraakt, zeker na de financiële crisis.

In Spanje bestaat momenteel heel wat ophef nu men er naar olie wil boren voor de kust van de Canarische eilanden. In de crisis is alles goed om de economie er terug bovenop te helpen. De toeristische sector staat op zijn achterste poten: de toeristen moeten blijven komen (met het vliegtuig natuurlijk). Maar naar olie boren, dat moet elders gebeuren. Ondertussen beseffen we steeds meer hoe kwetsbaar ons energiesysteem is.

De Financial Times publiceerde afgelopen week een paginagrote analyse waarin wordt beweerd dat we vandaag een reële energiecrisis zouden meemaken, mocht er niet massaal aan fracking worden gedaan in de VS. Piekolie speelt hierin een rol, maar ook de instabiliteit in olieproducerende landen als Irak, Venezuela, Nigeria en Libië verklaart de latente energiecrisis. Alleen de exploitatie van schalie-olie in de VS houdt het energiesysteem recht. Maar hoe lang nog? Steeds meer analisten beweren immers dat de exploitatie van schalie-olie ook een zeepbel dreigt te worden.

Onconventionele energiebronnen als schalie-olie kunnen de problemen wel wat voor ons uit schuiven, maar ze kunnen ze niet uit de weg ruimen. Jeremy Legett, auteur van ‘Uit de olie’ doet de boude voorspelling dat we tegen het einde van 2015 een olieschok mogen verwachten. Dat wil niet zeggen dat de olie op zou zijn, maar wel dat de vraag substantieel groter wordt dan het aanbod en dat we dus met schokken te maken krijgen.

Daar tegenover staat een aantal interessante tendensen, ook bij ons. We zien hoe een groeiende groep mensen de autocultuur vaarwel zegt. In Antwerpen zien we een opmerkelijke massabeweging tegen Oosterweel, die erg veerkrachtig is en zich niet snel gewonnen geeft.

De vakbonden houden congressen over duurzaamheid, hoewel de praktische vertaling van het groene syndicalisme vaak nog moeilijk blijft. De groene en progressieve linkerzijde maakt kleine stapjes vooruit. Het kritisch ecologisch bewustzijn groeit. Het grote probleem is dat dit bewustzijn vaak moeilijk vertaald geraakt in collectief handelen.

Een andere interessante tendens is het hele debat over de ‘commons’. Er wordt op verschillende niveaus geëxperimenteerd met nieuwe vormen van organisatie voorbij de markt en de staat. In het academisch onderzoek bestaat hierover een enorme hype, maar ook sociale bewegingen hechten steeds meer belang aan ‘commoning’: van allerlei deelpraktijken tot het creëren van gemeenschappelijke ruimtes (pleinbezettingen bijvoorbeeld), en het stimuleren van open access via het internet.
(onze nadruk)
Sommige economische actoren springen ook op deze kar. Zo gaf Elon Musk, de topman van Tesla, een bedrijf dat elektrische wagens produceert, alle patenten voor die wagens vrij. Dat doet hij natuurlijk niet zomaar: hij wil vooral een doorbraak forceren voor elektrische auto’s. Maar zien we hier niet tegelijk hoe het systeem van intellectuele eigendom op grenzen of tegenstellingen botst? En hoe het economisch systeem zich hieraan noodgedwongen moet aanpassen?

Intussen kijken we uit naar wat de volgende grote klimaattop, in Parijs in 2015, zal brengen. Er zou een kleine doorbraak in de maak zijn, waarbij China en de VS zich zouden engageren. De grote vrees wordt: de ambitie zal te laag liggen en de oplossing zal vooral gebaseerd zijn op emissiehandel. In elk geval zijn de sociale bewegingen zich nu al volop aan het voorbereiden. Parijs moet een belegerde stad worden eind 2015. Er worden honderdduizenden mensen verwacht.

Kijken we in de ogen van de panda, of in de spiegel? De titel van het debat vandaag verwijst natuurlijk naar wat twee panelleden schreven. Etienne Vermeersch die ons erop wijst dat we mogelijk de laatste keer in de ogen van de panda kijken, voor die uitsterft. En Giselle Nath die ons uitdaagt om in de spiegel te kijken, en onze materiële levensstandaarden in vraag te stellen.

De vraag is natuurlijk wat we precies zien als we in de spiegel kijken. Zien we de mens met zijn egoïstische natuur, zijn kortetermijndenken, zijn verslaving aan olie? Of zien we een mens die simpelweg met te veel is, en daardoor een steeds groter beslag legt op de aarde? Of zien we een mens die gegrepen is door een maatschappelijk en economisch systeem dat op de dool is geraakt?

Zoals Eric Goeman aangaf met de titel van dit debat: ‘It’s the ideology, stupid!’ Tijd dus om even een stapje achteruit te zetten en een echt ideologisch debat te houden over de grondslagen van de ecologische catastrofe.

Een half miljoen burgers in Spanje kunnen nu zelf de gemeentelijke uitgaves controleren

Origineel artikel verschenen op 14 juni 2014 op de website globalinfo.nl

Meer dan een half miljoen mensen hebben nu toegang tot reële participatie in hun gemeente
De OCM’s: bewonersorganisaties om lokale overheden te controleren.

(Bron website auditoriaciudadana vertaling globalinfo.nl)

Na twee jaar werk bij het Spaanse Burger Debt Audit Platform (PACD), zijn we op het punt beland dat ons gemeentelijke instrument kunnen overdragen aan de burgers: de Gemeentelijke Burger Observatoria (OCM’s is de Spaanse afkorting, tevens de afkorting van de Wereldhandelsorganisatie, WTO, vert.), een project dat ondoorzichtigheid bestrijdt, en deelname stimuleert aan de regering op z’n meest toegankelijk niveau: de gemeentes.Met als doel om ze toegankelijk te maken en en participatie van onderaf mogelijk te maken.

We lanceren het voorstel terwijl vijf observatoria al draaien die echte deelname mogelijk hebben gemaakt voor meer dan een half miljoen mensen in Burgos, Terrassa, Girona, Castelldefels en Moiá. En zij zullen niet de enigen zijn: er zijn groepen in verschillende gemeentes waar ze kennis vergaren en de voorbereiding treffen voor de start van hun eigen websites voor hun buurtgenoten.

De OCM’s stellen een gemeentelijke Burger Audit (controle van de boeken, vert.), die controle van onderop mogelijk maakt: onze volksraadplegingen in een gemeente zijn een onderdeel van het auditproces, omdat ze laten zien wat belangrijk voor ons is in onze stad. Een regeringsteam weet niet beter dan wij wat er nodig is in ons dorp of onze stad. Er zijn echter maar weinig gemeentes die instrumenten bieden voor echte deelname in lijn met de behoeften van de burgers.

We weten allemaal inmiddels dat onze gemeenten ondoorzichtig zijn; het is niet nodig om naar internationale vergelijkende gegevens te wijzen die dat bevestigen. Wij begrijpen niet waarom we minder informatie krijgen dan wat we doorgaans kunnen vinden op een eenvoudige kassabon. En we denken dat we moeten dit niet moeten accepteren: het is onze plicht ervoor te zorgen dat de gemeentelijke boekhouding openbaar worden gemaakt, en om dit te bereiken is publieke druk effectief.

Wij willen iedereen aansporen om een eigen OCM te vormen of aan te prijzen; een open, georganiseerde ruimte in zelfbeheer die onderdeel kan worden van een netwerk met de andere om meer controle te krijgen over gemeentelijke uitgaven. Tot nu toe waren wij slechts voorzien van veelal ineffectieve instellingen zoals rechtbanken van rekeningen of ombudsmannen.

Het door ons ontwikkelde instrument heeft ook een internationale oriëntatie en is beschikbaar in verschillende talen, zodat elke stad in de wereld er gebruik van kan maken. We hebben een open source project ontwikkeld omdat we geloven in de cultuur van transparantie en de waarde van het delen van informatie.

Als we corruptie willen bestrijden, de overheidsbegrotingen willen beïnvloeden en onze participatie verder willen laten gaan dan om de vier jaar stemmen… Is er een betere plek om te leren dan het lokale niveau? … En daarna, zullen we in staat zijn om het naar hoger niveau te tillen.

Verandering, onze toekomst, ligt net om de hoek.

Transparantie begint op de straat: bewegen!

515097_1systeemcrash

voor u gelezen: systeem crash

Overgenomen van blog Steven Vromman “Low Impact Man

Gunter Van Den Bossche is een van die mensen die ik regelmatig tegenkom op activiteiten en lezingen rond transitie en duurzaamheid. Hij is bijzonder begaan met deze kwesties en denkt hard na over hoe het nu verder kan of moet met onze wereld. De dag dat Nelson Mandela stierf (5 december 2013) besloot hij een boek te schrijven. Dit boek ‘Systeem crash’ is ondertussen uitgegeven en graag deel ik mijn bevindingen.

515097_1systeemcrashGunter is ambitieus, enerzijds wil hij een stand van zaken meegeven van alles wat misloopt en tegelijk de puzzelstukken voor een nieuwe wereld aangeven. Aangezien er heel wat misloopt gaat een groot deel van het boek over ons financieel systeem, piekolie en klimaatverandering, de groeidwang, het consumentisme, globalisering en andere uitdagingen. Daarbij bouwt hij verder op de ideeën van Heinberg en Leitaer, door het boek van Gunter te lezen krijg je dus meteen de inzichten van een aantal belangrijke denkers mee.

Gunter is econoom van opleiding en dat merk je aan de stukken over de geschiedenis van geld, het kredietsysteem en de impact van schulden. Regelmatig komt de stelling terug dat we af moeten van een financieel systeem gebaseerd op rente en schuldcreatie.

Het laatste kwart van het boek brengt dan puzzelstukken aan die een nieuwe samenleving – na de onvermijdelijke crash – mogelijk moet maken. Ik deel niet het enthousiasme van Gunter voor Thorium kerncentrales of technische gadgets als zelfsturende overdektje segway’s. Dat de auteur niet enkel gelooft in technologie kan je lezen in de pleidooien voor low-tech en voor innerlijke verandering. Zo staan er ook stukjes in over het belang van meditatie en liefde. Hoewel de vele puzzelstukken een plaats verdienen blijft het wat onduidelijk hoe we van het huidige model naar het nieuwe kunnen evolueren. Maar het is in elk geval een indrukwekkende prestatie om heel veel informatie in een leesbaar boek te bundelen.

Het boek kan besteld worden via de uitgeverij, of via Gunter zelf (gunter.van.den.bossche@telenet.be)

Scriptie - de kenniswerker de baas

Deeleconomie, grootkapitaal en de nieuwe sociale klasse

Oorspronkelijk gepubliceerd in MO (originele tekst) op 4 juli 2014

Het internet transformeert zichzelf van communicatieplatform tot productieplatform. Dat wijzigt de sociale verhoudingen fundamenteel. Een op vier werknemers is nu al freelance en tegen 2020 zou dat een op drie zijn. Kenniswerkers verdienen vaak erg weinig, terwijl ze toch hun eigen productiemiddelen bezitten. Creëert deze nieuwe sociale klasse ook een nieuw politiek speelveld?

Volgens de onlangs overleden Jean-Luc Dehaene zijn de klassieke politieke partijen, maar ook vakbonden en werkgeversorganisaties producten van een verleden tijd. Vandaag is het niet langer de politiek, maar technologie de drijfveer van verandering. In De Standaard van 19 april verwees hij in dat verband expliciet naar gedelocaliseerde peer-to-peer-initiatieven. Zijn er parallellen met het ontstaan van vakbonden en coöperaties tijdens het begin van de industriële samenleving?

In de negentiende eeuw ontstond een nieuwe klasse van proletarische arbeiders die waren weggejaagd uit hun land en ambacht, en zonder enige zekerheid en solidariteit afhankelijk waren van het kapitaal.

Om hun levensvoorwaarden te verbeteren, richtten zij solidariteitsmechanismen op, en allerlei sociale en politieke bewegingen die hun sociale eisen konden bijstaan. Die eisen en verlangens werden in belangrijke mate gerealiseerd toen de welvaartstaat die voorstellen ernstig nam en begon te realiseren.

Vandaag vindt een deproletarisering plaats. Een op vier werknemers is nu al freelance en tegen 2020 zou dat een op drie zijn, en in de VS zelfs een op twee. De nieuwe sociale klasse, de precaire kenniswerkers, bezitten hun eigen productie-middelen, zoals de computer, de netwerken, en in toenemende mate de nieuwe gedistribueerde productie-middelen zoals 3D printers. Toch is die nieuwe klasse vandaag ook erg onzeker in de context van de afbraak van de solidariteitsmechanismen van de welvaartstaat.

Breuk tussen kapitalisme en ondernemerschap

De nieuwe structurele realiteit van de kenniswerkers kwam zeer duidelijk tot uiting na de internet crisis van 2001. Ondanks de enorme kapitaalvlucht uit het internet, vond een enorme heropleving van de innovatie plaats en werd het participatieve Web 2.0 geboren, aanvankelijk zonder echte medewerking of financiering van het kapitaal.

De conclusie was duidelijk: het is vandaag mogelijk om heel complexe technologische projecten te creëren op basis van vrijwillige samenwerking, die bovendien minder dan ooit beperkt wordt door nationale of andere grenzen. Geld en kapitaal zijn nu minder nodig in de beginfase, eerder wanneer het project succesvol is en een economie begint te creëren. Er is dus een historische breuk onstaan tussen het kapitalisme en het ondernemerschap.
Het internet is inderdaad niet louter een communicatie-medium, het blijkt vooral een productie-medium te zijn. Overal ter wereld ontstaan er vrije software gemeenschappen, open hardware gemeenschappen, en vele andere projecten die gebaseerd zijn op gedeelde kennis. Volgens het Amerkaanse Fair Use Economy Report zou die economie in de VS nu al zorgen voor 17 miljoen arbeidsplaatsen en een zesde van het bruto nationaal product, geen peulschil dus.

Die mutualisering van de kennis gaat gepaard met een mutualisering van de fysieke economie. Meer en meer jongeren richten co-working ruimten in, en organiseren hackerspaces, makerspaces, diy biolabs en dies meer. En de zogenaamde deeleconomie laat de mutualisering toe van veel tot nu toe overtollige en ongebruikte goederen.

Het kapitalsme recupereert de vernieuwing

Maar het kapitalisme zou het kapitalisme niet zijn, als het daar geen winstmogelijkheden in zag. De nieuwe peer to peer economie is dus inderdaad al ingekapseld in het dominante system. Grote multinationals maken gebruik van vrije software, zoals IBM dat doet met Linux. Op die manier kan de multinational gebruik maken van het werk van honderdduizenden arbeiders, waarvan minstens een kwart gratis voor Linux werken.

Bedrijven zoals Facebook and Google, produceren geen goederen of diensten meer, zij zijn als platform een doorgeefluik voor de waarde die we als gebruikers zelf creëren door onze uitwisseling via sociale media. Wie de waarde creëert, krijgt geen inkomen, de volle honderd procent gaat naar de eigenaars van het platform.

De deeleconomie en de gedistribueerde netwerken voor klussen etc .. (crowdsourcing) zijn zo opgevat dat ze de belangen van de vraagzijde (consumptie) bevoordelen, en de belangen van het aanbod (de arbeid), benadelen. Volgens Trebor Scholz, in een nog ongepubliceerde studie, zou het gemiddelde loon van dit soort werk soms amper twee dollar per uur zijn, veel lager dan het legale minimumloon in de VS.

Er is dus schijnbaar een grote contradictie tussen het passionele engagement van de nieuwe laag kennisarbeiders voor het creëren van een gemeengoed dat voor allen beschikbaar is, en de economische realiteit in het kapitalisme, die voor hen meestal neerkomt op een structurele precariteit.

Marktwaarde en samenwerking

Er is echter hoop. Hoewel de peer to peer economie functioneert binnen het kader van de huidige politieke economie, beschikt ze ook over een aanzienlijke post-kapitalistische potentialiteit.

De post-kapitalische logica van peer productie hangt nauw samen met het creëren van wat Jeremy Rifkin de ‘collaboratieve commons’ noemt: het gemeengoed dat door samenwerking gecreëerd wordt. De logica is er niet een van arbeid en kapitaal maar van bijdragen tot een open gemeengoed. Kenniswerkers, betaald of niet, dragen met hun kennis, code of design bij aan een gemeengoed dat beheerd wordt door een nieuwsoortig sociaal contract: iedereen kan gebruikmaken van en bijdragen aan het gemeengoed, op voorwaarde dat het beschikbaar blijft voor iedereen.

De peer to peer dynamiek creëert dus een commons, een overvloedige, kopieerbare commons die op zichzelf geen marktwaarde heeft omdat zij door haar overvloed geen spanning kan creëren tussen vraag en aanbod, en dus geen prijs. Het werk zelf, dat gebeurt door de vrije bijdrage van tijd, kennis en energie, gebeurt via gemeenschappelijke coördinatie, dus niet via een hiërarchisch bevel. Het is dus geen prijsmechanisme (markt) of bevel (hiërarchie), maar een nieuw toewijzingsmechanisme gebaseerd op sociale coördinatie.

Binnen de huidige kapitalistische maatschappij kan men echter niet in zijn levensonderhoud voorzien zonder de creatie van marktwaarde, maar die gebeurt dus in de periferie van de commons, door rond en op basis van het gemeengoed diensten en producten te leveren die wel schaars zijn en dus marktwaarde creëren. De twee logica’s moeten dus samenwerken, de commons heeft de markt nodig om te overleven, maar de markt heeft de commons nodig om te innoveren en waarde te creeren.

Het probleem, bekeken vanuit het standpunt van de kenniswerkers, is dat de kapitalische markt nog steeds dominant is. Winstgerichte bedrijven gaan dus een aantal van die peerproducenten betaald werk bezorgen, maar zorgen er ook voor dat de meerwaarde gereasliseerd wordt via de bedrijven. De commons is dus niet autonoom.

Een Internationale van wederkerigheid?

Vandaag zien we hoe kennisarbeiders, diegenen die samen de commons creëren, net zoals de arbeiders van de 19de eeuw, naar oplossingen zoeken om hun welvaart en autonomie te versterken. Een van die projecten is de Freelancers Union in New York, die al bijna driehonderdduizend freelance kenniswerkers organiseert. Kenmerkend is dat die beweging niet louter een klassieke vakbond is, maar zelf ook geëngageerd is in het creëren van een alternatieve economie. Ze doen dat in een project dat ze de Quiet Revolution noemen.

Een andere reactie is het creëren van een coöperatieve economie rond de commons. Zo kent Argentinië bijvoorbeeld al een paar dozijn software coöperaties die uitsluitend, en tegen betaling, vrije software produceren voor het bedrijfsleven. De Cooperativa Integral Catalana is een voorbeeld van een snelgroeiend en open coöperatief consortium dat structureel verbonden is met het co-produceren van gemeengoed. In Baskenland is het zeer originele lasindias.net actief.

De P2P Foundation zelf speelt hierin een rol door het debat te lanceren rond een nieuw type licentie, gebaseerd op wederkerigheid. Het idee is dat een bepaald gemeengoed open en vrij gebruikt kan worden voor niet-commerciële doeleinden, door zowel niet-commerciële als commerciële actoren die het gemeenschappelijk welzijn nastreven. De licentie zou zelfs gelden voor op winst gerichte bedrijven op voorwaarde dat zij op hun beurt onbetaald bijdragen. Wie enkel gebruikt maar niet bijdraagt, moet dus betalen voor het gebruik van die licentie.

Wat belangrijk is, is echter niet die geldstroom, maar het principe dat de markt gericht moet zijn op wederkerigheid. De bedoeling van de nieuwe licentie is dus het creëren van een ethische marktcoalitie die mee het gemeengoed produceert, en om traditionele bedrijven te helpen in hun transformatie tot medewerkers aan de commons.

We moeten van de huidige, uitsluitend extractieve vormen van eigendom evolueren naar generatieve vormen van eigendom. Binnen die nieuwe sfeer ontstaan ook de debatten over en de experimenten voor nieuwe vormen van ‘genetwerkte’ solidariteit. Uitgangspunt is dat de welvaartstaat wellicht gedoemd is om te verzwakken in de huidige conjunctuur, en dat nieuwe vormen van solidariteit door de basis zelf moeten uitgewerkt worden. Dit soort ontwikkelingen worden nauwgezet opgevolgd in een speciale sectie van de p2pfoundation.net wiki.

Nieuwe politiek

Langzamerhand krijgt de nieuwe cultuur van de commons-producerende kennisarbeiders ook een politieke expressie.

Het eerste voorbeeld hiervan waren de Piraat Partijen die rechtsreeks voortkwamen uit de filesharing gemeenschappen in Zweden. In Spanje werd een Partido X gecreëerd, die een platform-partij wil zijn en gebruik wil maken van de directe democratie die via internettechnieken mogelijk wordt. Zij werd in electorale resultaten echter overvleugeld door het succes van Podemos, een partij die rechtstreeks voortkomt uit de 15M beweging, de sociale beweging van de precaire Spaanse jongeren. En in Griekenland haalde Syriza een elektorale overwinning. De partij komt voort uit de andersglobaliseringsbeweging enonderhoudt nauwe banden met zowat drieduizend door p2p waarden geinspireerde solidariteits initiatieven zoals social clinics, social farmacies…

Er beweegt dus iets: de nieuwe digitale cultuurexpressies van de jonge kenniswerkers krijgen stilaan politieke vorm. Net zoals dat gebeurde met de industrie-arbeiders in de 19de eeuw. Dehaene had dat goed gezien.

sharing_0_0

SHARING ECONOMY BREEKT DOOR

Volledig artikel hier (gepubliceerd op sprout, 12 juni 2014)

“68 procent van de 30.000 consumenten die Nielsen in 60 landen heeft ondervraagd, hechten niet zo erg aan hun spullen, dat ze deze niet willen delen met anderen – liefst voor geld natuurlijk. En ongeveer evenveel mensen zou ook wel zaken van anderen willen lenen of huren. Airbnb, Snappcar of Peerby; wij hebben inmiddels keuze genoeg.”

“Consumenten die bezittingen omzetten in een inkomstenbron door ze te delen, zullen dit jaar volgens Nielsen zo samen 3,5 miljard dollar verdienen. Die share economy of collaborative consumption begint een economische revolutie met impact te worden, concludeert Nielsens John Burbank in een toelichting. ‘Er is nu een gewenning ontstaan aan het delen via internet, die we een paar jaar geleden voor onmogelijk hadden gehouden.’”

Peerby – hoe werkt het?

Peerby – hoe werkt het? from Peerby on Vimeo.

Peerby is de app en website waarmee je makkelijk spullen kunt lenen en huren van mensen in je buurt. Bekijk deze video waarin we uitleggen hoe Peerby werkt. Ga naar peerby.nl om lid te worden! Heb je vragen of opmerkingen? Stuur een mail naar info@peerby.com.
Music credit goes to Crum – Happy guitar

arie_timmerman_1366037480

Internet: trek die kinderschoenen toch eens uit

Te lezen op Computable (12/6/2014-

auteur: Arie Timmerman

Hier de intro en het besluit:

Lang geleden, toen het internet nog in kinderschoenen stond, was hardware duur en heette de internetverbinding een inbelverbinding. Er werd zuinig met dure middelen omgegaan zodat een beperkte set servers werd ingericht. Hiermee konden vele eenvoudige werkstations verbinden en zo samenwerking faciliteren. Deze oplossing staat bekend als het client-servermodel. Met de groei van het internet werd ook deze oplossing omarmd en immens populair.

Moderne ontwikkelingen laten dit model niet los. Ook cloud-oplossingen bouwen voort op het principe dat alle informatie op centrale servers wordt opgeslagen en communicatie via centrale punten verloopt. Ook software-as-a-service oplossingen centraliseren online dienstverlening. Logisch vanuit het oogpunt van eenvoud. Minder logisch, gezien recente beveiligingsproblemen bij bijna elke grote internetspeler. Beveiligingsproblemen die juist door centrale opslag en doorvoer van informatie mogelijk zijn geworden.

(…)

Internet: trek die kinderschoenen toch eens uit. Stap over van het client-servermodel naar een peer-to-peer-alternatief. Nu veel internetgiganten te maken hebben gehad met beveiligingsincidenten en nu de macht van diezelfde internetgiganten steeds meer gewantrouwd wordt, is het tijd om het internet langzaam te hervormen. Een nieuwe start naar een veiliger internet.

Schermafbeelding 2014-06-22 om 20.16.02

Waarom we iedereen gratis geld moeten geven

lees het volledig artikel hier
(…)

Studies van over de hele wereld wijzen het inmiddels uit: gratis geld helpt. Er is al een verband aangetoond met minder criminaliteit, minder ongelijkheid, minder kindersterfte, minder ondervoeding, minder tienerzwangerschappen, minder gespijbel, betere schoolprestaties, hogere economische groei en emancipatie. ‘De belangrijkste reden dat mensen arm zijn, is dat ze niet genoeg geld hebben’, merkt ontwikkelingseconoom Charles Kenny droogjes op. ‘Het zou dan ook geen grote verrassing moeten zijn dat het geven van geld een uitstekende manier is om dat probleem te verhelpen.’

In het boek Just Give Money to the Poor (2010) geven onderzoekers van de OESO (de denktank van rijke landen) talloze voorbeelden van succesvol strooien met geld. In Namibië vlogen de ondervoeding (min 25 procent), criminaliteit (min 42 procent) en het spijbelen (van 40 naar bijna 0 procent) omlaag. In Malawi knalde het schoolbezoek van meisjes en vrouwen met 40 procent omhoog, waarbij het niet uitmaakte of er wel of geen voorwaarden werden gesteld.

Van Brazilië tot India, van Mexico tot Zuid-Afrika: gratis-geldprogramma’s hebben in de afgelopen tien jaar een enorme opmars doorgemaakt. Toen in 2000 de Millenniumdoelstellingen werden geformuleerd, werden de programma’s nog niet eens genoemd. Maar nu bereikt het geld meer dan 110 miljoen families in minstens 45 landen.

De OESO-onderzoekers sommen de voordelen op: (1) huishoudens maken goed gebruik van het geld, (2) de armoede neemt af, (3) er zijn veel langetermijnvoordelen qua inkomen, gezondheid en belastingopbrengsten, (4) er wordt niet minder door gewerkt, en (5) de programma’s zijn goedkoper Een presentatie van de bevindingen van de OESO-onderzoekers. dan de alternatieven.

(…)

De utopie

Gratis geld: het is geopperd door enkele van de grootste denkers uit de geschiedenis. Thomas More droomde ervan in zijn beroemde Utopia (1516). Talloze economen en filosofen , vaak ook Nobelprijswinnaars, zouden volgen. Onder de voorstanders bevonden zich linkse én rechtse denkers. Zelfs de grondleggers van het neoliberalisme, Friedrich Hayek en Milton Friedman, hebben ervoor gepleit. Artikel 25 van de Universele verklaring van de rechten van de mens (1948) verwijst er direct naar.

Het basisinkomen.

En dan niet slechts voor een paar jaar, alleen in ontwikkelingslanden of louter voor de armen, maar gewoon, gratis geld als mensenrecht voor iedereen. Noem het: ‘de kapitalistische weg naar het communisme’. Een maandelijkse toelage, genoeg om van te leven, zonder er iets voor te hoeven doen. Niemand die controleert of je het goed besteedt, niemand die zich afvraagt of je er wel recht op hebt. Geen wirwar aan toeslagen, uitkeringen en aftrekposten (met torenhoge uitvoeringskosten), maar hoogstens een extra toelage voor ouderen, werklozen en arbeidsongeschikten.

Het basisinkomen – het is een idee wiens tijd gekomen is.

(…)

(Gratis) geld maakt gelukkig

De diagnose is al vaker gemaakt.

We zitten opgescheept met een verzorgingsstaat uit een vervlogen tijdperk, toen de man nog de kostwinner was en hij een leven lang bij één bedrijf kon blijven. Het pensioenstelsel en de ontslagbescherming zijn nog altijd gericht op de geluksvogels met een vaste baan, de sociale zekerheid leunt op de misvatting dat de economie genoeg banen creëert en uitkeringen zijn vaak geen trampoline, maar een valkuil.

Nog niet eerder is de tijd zo rijp geweest voor de invoering van een universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen. Vergrijzing stelt ons voor de taak ouderen zo lang mogelijk erbij te houden. Flexibilisering betekent dat we meer zekerheid moeten creëren. Globalisering zorgt ervoor dat de lonen van de middenklasse steeds verder worden uitgehold. De emancipatie van vrouwen wordt pas voltooid als ze een grotere financiële onafhankelijkheid verwerven. De groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid betekent dat we de laatsten extra moeten ondersteunen. En de opkomst van robots zou zelfs hoogopgeleiden hun baan kunnen kosten.

(…)

Harmen van Sprang: (ShareNL) ’In de deeleconomie is een boor geen product maar een service’

Harmen van Sprang: (ShareNL) ’In de deeleconomie is een boor geen product maar een service’ from 7 ditches tv on Vimeo.

De deeleconomie is het modewoord van het moment. Is het een hype of een waarheid? Harmen van Sprang, co-founder van ShareNL, wil met zijn bedrijf de deeleconomie bevorderen.
“In de deeleconomie delen we dingen met elkaar, net als duizenden jaren terug”, zegt Van Sprang. “In de moderne tijd betekend het dat je via internet kunt kijken welke spullen je kunt lenen of huren in plaats van te kopen. “ Van auto’s en boormachines tot eten en vaardigheden.”

Er zijn steeds meer jonge bedrijven die zich daar mee bezig houden, van huisraad via Peerby tot auto’s via SnappCar en eten via thuisafgehaald.nl. ShareNL is een initiatief van deze bedrijven. “ We willen delen bevorderen” , zegt Van Sprang. “En we staan pas aan het begin.”
Delen is volgens de ondernemer geen trend, maar een transitie. “Het blijft, want het is sociaal, duurzaam en kostenbesparend.” We kunnen het met zijn allen met minder af.

En daarom is de trend van de deeleconomie “ disruptive” – het gaat de huidige markt opschudden. “Niet iedereen hoeft meer een boor te kopen”, zegt Van Sprang. “Een boor is geen product meer, maar een service.”

En boorfabrikanten moeten daar rekening mee houden. “ Ze moeten met de veranderende markt meebewegen en denken in termen van services rondom een product”, zegt Van Sprang.

origineel hier