Schermafbeelding 2014-04-07 om 21.44.40

Een eerste reactie op Dominique Willaert

In De Wereld Morgen , in Zeronaut en op deze blog (een paar artikels naar beneden scrollen) verscheen een artikel van Dominique Willaert met zeer interessante kritiek op de P2P-economie.

Helaas zijn er enkele misvattingen in geslopen, die ik hierbij wil rechtzetten. Alvorens meer uitgebreid te antwoorden op de tekst van Dominique, wil ik hem om te beginnen toch enkele vragen stellen:

1) kan Dominique één citaat geven waarin Michel Bauwens of ikzelf beweren dat we tegen de welvaartsstaat zijn?

2) En kan hij de bewering dat wij vinden dat een regulerende overheid niet langer noodzakelijk is aantonen met feiten?

Er staan nog andere beweringen in die onze visie niet of verstoord weergeven, maar ik wil me hier beperken tot een eerste reactie.

Basisinkomen

1) In ons boek “De Wereld Redden” wordt bijzonder weinig aandacht geschonken aan het basisinkomen, een punt dat verschillende keren naar voor werd gebracht door critici. Welnu, dat is juist, maar het boek gaat daar niet over, en daarom heb ik er ook geen verdere vragen over gesteld (ter herinnering: het boek is een lang interview dat ik had met Michel Bauwens, verspreid over twaalf Skype-gesprekken). Het boek gaat in essentie over de ontwikkeling van een nieuwe productiewijze (uiteraard binnen het kapitalisme), dat echter (nog) niet op eigen poten kan staan. Om dat te verwezenlijken, hebben we een hele reeks concrete voorstellen en werken we samen met organisaties die in de praktijk aan de weg timmeren, zoals de Open Coöperatieve van Catalonië.

2) Zowel Michel als ikzelf hebben twijfels geuit over de haalbaarheid van het basisinkomen. We pleiten voor een transitie-inkomen voor mensen die bijdragen tot de gemeengoedeconomie, dit als overgangsmaatregel. Nochtans wordt in het hele artikel van Dominique Willaert de P2P economie en het basisinkomen in één zak gestopt.

Religie?

3) We zijn geen “believers” in de P2P economie: ze bestaat en ontwikkelt zich aan een razend tempo. We zijn dus “vaststellers”.

4) Over die ontwikkelingen staan meer dan 20.000 artikels in de wiki van de P2P Foundation. Het bestuderen van al die ontwikkelingen kan je dan ook niet bestempelen als een “geloof”. Bovendien geven we nergens een blauwdruk van de toekomstige P2P-economie. In ons boek “De Wereld Redden” schetst Michel Bauwens vier ontwikkelingen (en daaraan gekoppelde toekomstscenario’s), waarbij wij de kant kiezen van de P2P-initiatieven met een sociaal doel, zowel lokaal als mondiaal. Deze bestuderen we niet alleen, maar propageren we ook. Tegelijk bekritiseren we de winstgerichte initiatieven zoals Uber en Airbnb, met name omdat deze netarchische kapitalistische bedrijven sociale verworvenheden op de helling zetten. We houden dus wel degelijk rekening met de klassennatuur van de samenleving en ontkennen nergens sociale strijd. We proberen zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, kortom, het tegenovergestelde van een religie.

Post-kapitalisme

5) De baseline van “De Wereld Redden” is “met P2P naar een postkapitalistische samenleving.” De zin “Het debat rond P2P-economie en het basisinkomen moet gekoppeld worden aan de vraag of we het vanuit een post-kapitalistisch perspectief durven voeren”. Sta me toe dit een bijzonder vreemde opmerking te vinden.

6) Zowel in het boek als in lezingen tonen we ons fervente tegenstanders van de Nederlandse participatiesamenleving of de Big Society. Dus nee, dat is niet hoe we de P2P-economie zien.

7) Onze stelling is dat we evolueren van een kapitalistische economie gebaseerd op Arbeid en Kapitaal en een daarbij horende arbeidsverdeling naar een P2P economie gebaseerd op de commons en een daarbij horende vrije taakverdeling. Binnen het huidige kapitalistische kader heeft deze tendens bijzonder destructieve kanten, zoals de Ubers en Mechanical Turks van deze wereld overduidelijk laten zien. Hoe we een inkomen kunnen verwerven uit deze activiteiten (en de commonseconomie onafhankelijk kunnen maken van het kapitalisme, net zoals de kapitalisten destijds hun economie wilden bevrijden van het feodale juk), is inderdaad een cruciale kwestie. We hebben daar voorstellen over, zoals de oprichting van open, solidaire coöperatieven en de vorming van een coalitie van ethische bedrijven rond de commons (coöperatieven, fairtradeorganisaties, ngo’s, non-profits, sociale ondernemers)… Voor meer uitleg verwijs ik naar een recent interview met Michel Bauwens in de OBS (weliswaar in het Frans)

Voor de rest stelt Dominique heel wat pertinente en interessante vragen, ook vragen waarop het onmogelijk is om vandaag al een antwoord te geven, tenzij hij een blauwdruk verwacht van een toekomstige P2P-maatschappij op wereldvlak. Welnu, die hebben we niet, hoewel we toch al een idee kunnen hebben op basis van bestaande praktijken op microschaal over hoe zo’n wereld er zou kunnen uitzien. Dat is meer dan Karl Marx destijds kon doen (niet dat we ons aan hem willen meten, maar alleen om te zeggen dat je van ons niet meer mag verwachten dan van Marx destijds). Marx heeft heel veel over het kapitalisme en de arbeidersklasse geschreven, maar nauwelijks iets over hoe de toekomstige socialistische maatschappij er zou (moeten) uitzien (behalve in vage algemeenheden en enkele utopische frasen over het communisme als ‘laatste stadium’ in de menselijke ontwikkeling)…

De sociaal-democratische massapartijen die de basis hebben gelegd voor de welvaartsstaat zijn pas na zijn dood van de grond gekomen overigens, maar dat is een ander verhaal…

1febb69

De Peer-to-peer economie leidt niet noodzakelijk tot meer inclusie op de arbeidsmarkt maar werkt de atomisering en deregulering ervan in de hand waardoor sociale bescherming bemoeilijkt wordt.

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

We publiceren hier de stelling van Herman Peeters

STELLING: De Peer-to-peer economie leidt niet noodzakelijk tot meer inclusie op de arbeidsmarkt maar werkt de atomisering en deregulering ervan in de hand waardoor sociale bescherming bemoeilijkt wordt.

Afbakening:
Ik ga hier vooral in op het spanningsveld van de for-profit-/for-benefit as in het assenstelsel in het boek “De Wereld Redden”.
De stelling werk ik uit aan de hand van de arbeidsmarktpositie van de kenniswerker en de tegenstelling tussen de taxichauffeur en de Uberchauffeur.

1. Hoe bedient een werknemer zich van de arbeids- en inkomensverhogende mogelijkheden die het P2P-gemeengoed op de markt biedt?
Niet iedereen bedient zich even goed van de meerwaarden die uit een P2P-applicatie. (vb Uber) Zij die goed in de arbeidsmarkt ingebed zitten bedienen zich er beter van dan zij die in een precairder positie verkeren. De Uber-chauffeur blijkt een kenniswerker die goed geïntegreerd is op de arbeidsmarkt. Op basis van dit gegeven leidt de P2P-praktijk in de open accessomgeving tot uitsluiting i.p.v. insluiting.

2. Het mimetische karakter van de P2P-productie
P2P-werkers zitten in een geatomiseerde arbeidsmarkt vol gelijken in een zeer rivaliserende dynamiek. In het mimetische spanningsveld tracht de mens zich daarom van zijn gelijke te onderscheiden door zich te beroepen op vlijt en eigen verdienste.
Dit kan op verschillende manieren in een P2P-omgeving: Eén: investering in zijn menselijk kapitaal en het verhogen van zijn credits. Twee: Trachten zelf een netarchisch kapitalist te worden door een platform voor kennis-en informatieuitwisseling te stichten. Hiervoor kan hij putten uit de onuitputtelijke bron van gedeelde kennis die voor alle anderen even toegankelijk is.

3. Kenmerken van de arbeidsmarktpositie van de peer-to-peerwerker en de gevolgen voor zijn bescherming
De positie van P2P-werker is geïndividualiseerd in een gedereguleerde arbeidsmarkt met minimale bescherming. In een P2P-arbeidsomgeving wordt arbeid bekeken als ‘menselijk kapitaal’.
In de open-access omgeving is de houding (van een kenniswerker) t.a.v. het omgaan met (inkomens)bescherming een stuk ambigu: De kenniswerkers staan als individuen op de markt (die weinig of verkeerd gereguleerd is). Ze zijn afhankelijk van de open beschikbaarheid van kennis als hulpbron waaraan zij vrij bijdragen en naar goeddunken kunnen uit putten en die zij bijgevolg open willen houden. Daarnaast worden zijn constant verleid in te grijpen in de gedeelde hulpbron door hun kennisproduct te beschermen (d.i. schaars maken b.v. via auteursrecht), om een stabiel inkomen te kunnen bekomen.

4. Hoe komen we hier uit? (voer voor de discussie)
Verschillende pistes:
1. Activisme voor regulering.
2. Zelforganisatie van P2P-werkers. (moet de hand naar de ‘oude’ werknemersbeweging gereikt worden?)
3. Organiseren van het alternatief P2P-landschap, t.t.z. Het zelf in handen proberen nemen van de internetplatforms of het beschermen van het gemeengoed via licenties.
4. Onafhankelijk worden van een inkomen uit de hulpbron (via basisinkomen)
De strijd is politiek.

dominique-willaert-is-cordinator-van-victoria-deluxe-quotwij-komen-er-zelf-ongeschon

Dominique Willaert: De zwakke elementen van de P2P-economie

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

We publiceren hier de stelling van Dominique Willaert

Met veel interesse probeer ik de ontwikkelingen van de P2P economie te volgen.
Telkens ik teksten en interviews lees (en het boek ‘De wereld redden’) valt mij het enorm uitdagende karakter op van de P2P – maar ik kan me niet van de indruk ont-doen dat een aantal cruciale thema’s telkens een stuk uit de weg worden gegaan. Mij intrigeert vooral de vraag waarom dit zo is. In discussies die op de sociale media worden gevoerd over één van die thema’s – met name het basisinkomen – valt op dat wie in het basisinkomen gelooft dit niet zelden op een heel onvoorwaardelijke ma-nier doet. Wie vragen of opmerkingen m.b.t. het basisinkomen durft te formuleren wordt niet zelden weggezet als reactionair of tegendraads. Het onvoorwaardelijke geloof in het basisinkomen neemt naar mijn aanvoelen soms een soort religieuze vorm aan. Of: het neemt de vorm aan van een utopie aan en wie erin gelooft reageert geprikkeld op elke vorm van kritiek of bevraging. Omgekeerd is het echter ook zo dat wie sceptisch staat t.a.v. het basisinkomen dit soms weinig of niet on-derbouwt met argumenten. De denkdag die we op 12 maart organiseren is bedoeld om de wij/zij opstelling inzake P2P economie en basisinkomen op te heffen en te vervangen door een verdiepende dialoog.

In de stelling die ik wil ontwikkelen, wil ik graag enkele stappen uitwerken.

1. In de bespreking van de ontwikkeling van de P2P economie is één van de zwakke elementen dat er te weinig wordt gesproken over welk inkomen mensen uit deze nieuwe arbeid zullen/kunnen halen. Zelf denk ik dat de P2P economie zich in sneltreinvaart zal ontwikkelen en niet alleen binnen het terrein van kenniswerk(ers). Ook binnen andere werkdomeinen zal de P2P economie zich ontvouwen. Via nieuwe technologische toepassingen zal de P2P economie ook ingang vinden in de zorg-, onderwijs-, vormingssector. Meer en meer goederen EN diensten zullen binnen een P2P logica worden ontwikkeld. Dit maakt dat de arbeid en arbeidsorganisatie zich fundamenteel zal wijzigen. Dit zal ongetwijfeld een ingrijpende impact hebben op hoe de arbeidsvoorwaarden worden onderhandeld, verdedigd, bewaakt en over wie er beslist welke waarde er wordt ontwikkeld en naar wie de meerwaarde zal opeisen die binnen een P2P economie zal worden geproduceerd.

Waar een groot deel van de P2P economie zich misschien nu nog in de vrije tijd van mensen afspeelt, zal dit snel doorschuiven naar de reguliere arbeid. Mensen zullen benieuwd zijn en vragen naar welk soort inkomen ze uit hun (nieuwe) arbeid zullen halen. De kans bestaat dat in het begin veel mensen bereid zullen zijn om ‘onder’ een bepaalde prijs te zullen werken, omdat ze op die manier met hun nieuwe netwerken een plek zullen kunnen veroveren binnen ‘de markt’. Ik gebruik bewust het woord ‘markt’ omdat ik er hoegenaamd niet van overtuigd ben dat de P2P economie automatisch zal resulteren in een postkapitalistische samenleving. Dit zal enkel het geval zijn wanneer er een diepgaand debat + strijd wordt gevoerd rond hoe we de arbeid zullen waarderen (en koppelen aan een onderhandeld en gegarandeerd inkomen) + wanneer de meerwaarde in de toekomst niet langer in handen van een kleine elite zal terecht komen of blijven.

Mij lijkt het logisch dat mensen die arbeid verrichten binnen een P2P netwerk een inkomen kunnen halen uit die arbeid. Een inkomen dat onderhandeld kan worden en dat door middel van een reeks bindende afspraken kan gegarandeerd worden. De technologische evoluties doen vermoeden dat arbeidsduurvermindering eigenlijk al lang een politiek en economisch feit zou moeten zijn. Een volle werkweek zal uit 25 of 30 uur/week kunnen bestaan en voor de geleverde arbeid moet een volwaardig inkomen kunnen gegarandeerd worden. Voorstanders van een basisinkomen verge-ten soms dat geld (en een inkomen) nooit uit het niets ontstaat. Een inkomen is meestal het resultaat van waarde die gecreëerd wordt en een reeks politieke en economische besluiten die tot herverdelingsmechanismen leiden. Een deel van de waarde wordt omgezet in loon, een ander deel wordt omgezet in ‘kapitaal’. Kapitaal die de voorbije decennia steeds vaker in een soort speculatieve en virtuele economie terecht kwam en niet langer in de reële economie. O.a. Picketty leert ons dat het inkomen dat uit arbeid werd gehaald de voorbije decennia significant gedaald is t.o.v. het inkomen die een kleine elite uit kapitaal heeft kunnen halen.

Wanneer je mensen (en het liefst op mondiale schaal) een basisinkomen wil garan-deren moet je durven benoemen dat dit een strijd impliceert om een groot deel van ‘het ontsnapte’ kapitaal terug te halen, terug in handen te krijgen en dit geld (deze waarde) inzet te maken van een debat over hoe je deze middelen zal besteden/herverdelen. Je kan inkomen garanderen voor wie arbeid presteert en je kan ook in de toekomst vervangingsinkomens garanderen voor wie tijdelijk geen arbeid presteert. Bepaalde vormen van arbeid kun je ook fundamenteel hoger en beter ver-lonen dan wat nu het geval is. Handenarbeid, het uitvoeren van lastig en vuil werk kun je opwaarderen door hier een hoger inkomen aan te verbinden. Ouders die kie-zen om voor hun kinderen zorgen kun je een hoog inkomen garanderen omdat we dit als maatschappelijke arbeid beschouwen en willen waarderen.

En als uitsmijter: om mensen wereldwijd van een (basis) minimuminkomen te voor-zien kan er misschien een mondiale beweging ontstaan die eist dat extreme rijkdom (enkelingen die over gigantisch veel privaat eigendom/middelen beschikken) deze middelen terug naar de gemeenschap moeten laten vloeien. Noem het een geweld-loze en democratisch verworven actiemiddelen om extreme ongelijkheid onwettelijk te maken. Kan zo’n mondiale beweging eisen dat kapitaal niet wordt opgepot maar telkens terug wordt geïnvesteerd in verantwoorde economische activiteiten?

Vraag: op welke manier willen we binnen een P2P economie de maatschappelijke, ecologische, economische arbeid waarderen. Doen wit met een onderhandeld inko-men, kiezen we voor een basisinkomen? Naar wie gaat de (meer)waarde die binnen een P2P economie wordt gecreëerd?

2. Een tweede cruciaal thema die moet worden uitgediept is de vraag wie er binnen de P2P economie verantwoordelijk wordt voor de noodzakelijke reguleringen. Het is immers een illusie om te denken dat de diverse P2P netwerken op basis van zelf-organisatie en horizontale besluitvormingsprocessen vat kunnen krijgen op prijssetting, inkomensgarantie, respecteren van arbeidsafspraken,…
Het kapitalisme doet het net heel goed omdat het aansluit op wat door sociaal psy-chologen en sociologen wordt omschreven in de distinctietheorie (Weber – Bourdieu). Mensen willen zich onophoudelijk van elkaar onderscheiden. De P2P econo-mie zal leiden tot een nieuwe habitus voor veel mensen (= een plek waar mensen zich thuis voelen en waar ze veel gemeenschappelijk hebben met elkaar), maar pa-rallel zullen mensen zoeken hoe ze zich zullen kunnen onderscheiden van elkaar. Eén van de wijzen waarop dit zich willen van elkaar onderscheiden, zal manifeste-ren zal ook in de toekomst gesitueerd zijn binnen de arbeidswereld. In de wijze waarop we creëren, produceren zullen we ons willen onderscheiden van elkaar en in de verwachtingen die we ontwikkelen op vlak van de (zelf)waardering en verloning van onze arbeid. Vreemd genoeg wordt er binnen de P2P-beweging zelden tot nooit stil gestaan bij de factor ‘macht’. De machtsmechanismen die vandaag hegemonisch zijn gestructureerd zullen niet zo maar verdwijnen. Er zal slimme en duurzame en volhardende strijd nodig zijn om de macht te her veroveren. Eén van de meest uit-dagende perspectieven is dat binnen de P2P economie het onderscheid tussen werkgever en werknemer zich misschien wel fundamenteel kan wijzigen. Peer2Peer netwerken kunnen erin slagen om arbeidsprocessen en de wijze waarop de productie wordt georganiseerd terug te veroveren op anonieme, onzichtbare aandeelhouders. Zelf geloof ik dat er binnen een P2P economisch model de kans ontstaat dat de arbeiders veel sterker de productieprocessen bepalen en terug in handen krijgen. Er kan dus een veel sterkere economische democratie ontstaan. Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden zal/kan vervagen en wie arbeid ver-richt kan zichzelf deels als werknemer maar ook deels als werkgever gaan be-schouwen. Het syndicalisme zal dus zich op compleet andere en nieuwe manieren moeten ontwikkelen en niet langer gebaseerd op de oorspronkelijke arbeidsdeling en de ontwikkeling van de naoorlogse welvaartsstaat. Vakbonden zetten zich nu heel sterk in op wie er nog werkt (en op het behoud van koopkracht), terwijl de mensen die geen werk (meer) vinden, of de mensen die zich willen onttrekken aan de kapitalistische economie eigenlijk weinig syndicale aandacht en zorg ervaren.

De vraag blijft wel: een P2P economie zal zich niet binnen een machtsvrije econo-mische en maatschappelijke ruimte ontwikkelen. Een auto die via een 3D-printer in Europa wordt geproduceerd zal niet noodzakelijk dezelfde prijs kosten als diezelfde auto (dus op dezelfde manier geproduceerd) in Brazilië wordt geproduceerd. Zullen arbeidsvoorwaarden, inkomens, prijzen, kwaliteitsgaranties op het niveau van de natiestaten worden geregeld of kun je hopen op mondiale reguleringsmechanis-men? Kunnen de huidige instellingen (WHO, IMF, …) binnen een P2P economie vervangen worden door nieuwe instellingen die op fundamenteel nieuwe manieren tot reguleringsafspraken komen (en dit omzetten in wetten die onderwerp van juri-dische bescherming kunnen worden?).

Vraag: op welke niveaus en schalen willen we dat er politieke en economische + ecologische reguleringsmechanismen worden ontwikkeld. Wat we als overheid of staat beschouwen hoeven we niet als iets vijandigs of beperkends te beschouwen maar als een veruitwendiging van democratische controle. Uiteraard hoeft dit geen kopie van onze parlementaire democratie te zijn. Er kunnen arbeids- en controleor-ganen worden ontwikkeld die een sterk bottom up karakter vertonen. Maar hoe sterk vinden we deze controle, regulering en bescherming noodzakelijk? Of denken we werkelijk dat de P2P economie en masse bevrijdde individuen en burgers zal voortbrengen die in staat zijn tot zelfregulering?

3. In de bespreking van de P2P economie en het basisinkomen wordt er tot nu niet doorgedacht over welke vorm van sociale bescherming en sociale zekerheid we bin-nen dit soort economie willen ontwikkelen. De sociale zekerheid zoals die in het Westen werd ontwikkeld, is een stelsel van solidariteit dat grotendeels voor een groot stuk door de werknemers wordt ontwikkeld. Een flink deel van het loon vloeit naar de overheid die deze middelen herverdeelt binnen het stelsel van de sociale zekerheid. Het zijn mensen die arbeid verrichten die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor dit soort solidariteit. Kapitaalsbezitters dragen hier ook toe bij, maar in veel mindere mate en de voorbije jaren is het aandeel dat uit arbeid komt significant groter geworden dan het deel dat uit kapitaal komt + laat ons niet verge-ten dat kapitaal heel dikwijls niets anders is dan rijkdom die door arbeid wordt voortgebracht en via accumulatie en het zich toe-eigenen van de meerwaarde als ‘kapitaal’ wordt beschouwd.

Een vreemde paradox is dat op vandaag van alle volwassenen wordt verwacht dat ze ‘werken’ en werkgevers vragen voortdurend om de loonkosten te dalen. Vreemd genoeg wordt het begrip loonkost door werkgevers bijna systematisch vervangen door loonlast. Het loon die werknemers voor hun arbeid ontvangen kunnen we toch nooit als last beschouwen. Terwijl een flink deel van het loon eigenlijk wordt ingezet om de sociale zekerheid te financieren en dus te waarborgen. Lonen die hoog genoeg liggen zijn dus een goede zaak wanneer we een kwaliteitsvolle sociale be-scherming willen organiseren.

Hoe zullen we binnen een Peer2Peer economie inzetten op de ontwikkeling van so-ciale bescherming? Verwachten we dat een deel van de sociale bescherming onder-ling tussen mensen (in lokale gemeenschappen) wordt georganiseerd? En leunt dit aan bij de participatiesamenleving die in Nederland al model vindt en ook stilaan opgang maakt in Vlaanderen? Of kiezen we voor een nog steeds door een overheid georganiseerd stelsel dat wordt gefinancierd door werknemers en diegenen die zich een groot deel van de meerwaarde toe-eigenen? Zal er sprake zijn van een nieuwe sociale kwestie? In het naoorlogse model werd van de werkgevers verwacht dat ze voor een quasi volledige tewerkstelling zouden zorgen. Van de overheid werd ver-wacht dat ze voor een opvangnet zouden zorgen in tijden van uitzonderingssituatie.
Vreemd genoeg staat vandaag ‘niet werken’ zo goed als synoniem van beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt’ ook al zijn er te weinig beschikbare jobs.

Qua arbeidsvolume en beschikbare jobs ziet het er naar uit dat het arbeidsvolume in de toekomst alleen maar kan en zal dalen. Daalt dan ook de (meer)waarde uit de verrichte arbeid? Uit welke andere bronnen kunnen we ‘rijkdom’ halen die tot her-verdeling kan leiden? Tot nu wordt de massawerkloosheid echter sterk misbruikt door middel van het drukken van de lonen. En het pleidooi om vervangingsinkom-sten te verlagen om op die manier mensen aan het werk te krijgen, is eigenlijk niet meer of minder dan een vorm van ontmanteling van de sociale zekerheid zoals deze tussen 1960 en 1990 werd ontwikkeld.

Vraag: Kan er binnen een P2P economie een fundamentele arbeidsherverdeling worden ontwikkeld zonder dat dit tot de ontmanteling van de sociale zekerheid leidt? Kunnen er loopbanen worden ontwikkeld die verbonden worden met een uni-verseel tijdskredietstelsel waarbij vormen van maatschappelijke en ecologische zorg mee onderdeel van dergelijke loopbaan worden? Beschouwen we het ontwikkelen van sociale bescherming als een volwaardig onderdeel van onze ‘economie’ waardoor we de uitgaven die we binnen het stelsel van sociale bescherming doen als in-vesteringen beschouwen? En: kan een P2P economie inzetten op het ontwikkelen van sociale bescherming op een zo universeel mogelijke schaal, tussen vanuit een mondiaal perspectief, zodat het imperialisme en oorlogen als onderdeel van het ka-pitalisme kunnen vervangen worden door vredesdividenden?

image_1

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

We publiceren hier de stelling van Fred Louckx

Michel Bauwens en zijn P2P Foundation hebben in de voorbije jaren terecht gewezen op het maatschappelijk belang van peer-to-peer productie. Hun werk past ongetwijfeld binnen de uitgangspunten van De Toekomstfabriek, met name het ontwikkelen van een laboratoriumfunctie rond allerlei maatschappelijke vraagstukken, met de bedoeling onze toekomstige samenleving vanuit een collectief emancipatorisch proces vorm te geven.

Anderhalve eeuw nadat Marx in 1858 in zijn beroemde machine-passage van de Grundrisse wees op het maatschappelijk potentieel van de General Intellect , is P2P als een vorm van kennis-, code- en designproductie werkelijkheid geworden. Deze P2P initiatieven openen perspectieven voor de ontwikkeling van commons-georiënteerde productie-activiteiten in de schoot van de huidige kapitalistische verhoudingen. Dit zou – volgens Michel Bauwens –een belangrijke stap zijn in de richting van een postkapitalistische samenleving. Alhoewel we het belang van deze P2P initiatieven zeker niet willen onderschatten, lijkt deze ambitie ons toch wel te hoog gegrepen.

Deze overschatte verwachtingen zijn wellicht toe te schrijven aan een aantal factoren:

1. De rudimentaire analytische onderbouwing van de historische en economische context waarbinnen P2P wordt gesitueerd ( zie bijvoorbeeld pagina’s 23-25, 45 en 92 van De Wereld Redden ).

2. Het angstvallig vermijden van het meerwaarde- en klassenbegrip, waardoor economische uitbuiting grotendeels buiten beeld blijft.

3. Het overmatig benadrukken van de rol van motivatie i.p.v. positie t.o.v. productiemiddelen, waardoor men tot ‘merkwaardige’ uitspraken over het kapitalisme komt ( bijvoorbeeld pagina 28: ‘In het kapitalisme werken mensen samen uit vrije wil. Er is geen onderdrukking nodig ‘ )

4. De sterke bibliografische oriëntatie op ‘managerial’ literatuur, gekoppeld aan een ogenschijnlijke smetvrees voor auteurs uit de meer radicaal linkse hoek ( we denken hier onder meer aan Negri, Virno en De Angelis ), die nochtans zeer lezenswaardige teksten hebben geproduceerd over de commons als emancipatorische potentia .

5. Het ontbreken van een grondige politieke analyse die verder gaat dan enkele simplistische uitspraken over revolutie ( pagina 85: ‘Willen we echt doorheen de ervaring van de Franse of Russische Revolutie waarbij miljoenen slachtoffers zijn gevallen ? Ik denk dat we een dergelijk scenario moeten vermijden als we dat kunnen’ ), coalities ( p. 107: ‘piratenpartij, groenen, nieuwe linkse partijen en sociale liberalen’ ) of de staat ( p. 119: ‘de partnerstaat’ ).

6. De vaststelling dat de commons zich in de visie van Michel Bauwens niet kunnen reproduceren zonder financiële steun van kapitalistische bedrijven ( dat geldt ook voor de Peer Production License, waarin het begrip wederkerigheid wordt geïntroduceerd ) ; het alternatief van een basisinkomen om deze vicieuze cirkel te doorbreken wordt even aangehaald ( pagina 77 ), maar niet uitgewerkt.

Betekent dit alles nu dat we de P2P-beweging kunnen herleiden tot de zoveelste rage (na het altermondialisme, de transitiebeweging enz.)? Helemaal niet. P2P en het commons-denken hebben wel degelijk het potentieel om een collectief emancipatorisch proces mee vorm te geven. Alleen moeten we erkennen dat het denken over P2P vandaag zijn prototype -fase nog niet is ontgroeid.

francine

Francine Mestrum: Sociale bescherming fundamenteel hervormen en beschouwen als sociale ‘commons’

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

We publiceren hier de stelling van Francine Mestrum

De wereld verandert zeer snel. Voortdurend worden nieuwe en ‘structurele’ hervormingen voorgesteld en uitgevoerd, helaas uitsluitend op voorstel van neoliberale of conservatieve krachten. Onze verzorgingsstaat staat zwaar onder druk.

De linkerzijde is tot nog toe grotendeels afwezig in het debat over de toekomst. De vakbonden zijn in het defensief gedrukt en verdedigen nog enkel een status quo. Er wordt getwijfeld aan hun innovatief vermogen. De enige nieuwe en vernieuwende voorstellen komen van de transitiebeweging. Ze slaan vooral op lokale initiatieven en zogenaamd ‘kleine revoluties’. Ze gaan vooral uit van een ecologische bezorgdheid en het sociale ontbreekt zeer vaak. Zo komen we tot een situatie waarin alleen nog sprake is van ‘burgerkracht’ en ‘basisinkomen’.

P2P productie zou een beter alternatief kunnen zijn in die mate dat het locaal en translocaal werkt. Sommigen zien er een kiem van een sociale revolutie in. Voorlopig ontbreekt echter nog de maatschappelijke en politieke dimensie. Er is twijfel over de vraag of het ooit meer kan worden dan een subsysteem van het kapitalisme, gebaseerd op vrijwilligerswerk.

Mijn tegenvoorstel bestaat erin te vertrekken van de sociale bescherming en die fundamenteel te hervormen en in haar geheel te beschouwen als sociale ‘commons’. Als zo’n idee grondig wordt uitgewerkt kan je niet anders dan ook het economische systeem (bijvoorbeeld met P2P, maar ook andere mogelijkheden) en het politieke systeem (democratisering) grondig hervormen.

Sociale commons zijn belangrijk voor zowel de materiële als de immateriële behoeften van mensen en samenlevingen, gebaseerd op een sociale zekerheid die de collectieve solidariteit organiseert en die de machtsverhouding tussen arbeid en kapitaal sterk heeft veranderd in het verleden. Vandaag voldoet dit systeem niet langer, maar in plaats van het af te bouwen kan het beter hervormd, verbreed en versterkt worden.

Bauwens-bio2

De nieuwe welvaartstaat is een partner staat: van welfare naar commonfare

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

We publiceren hier de stelling van Michel Bauwens

Uitleg: de oude welvaartstaat, gebaseerd op de kracht van de arbeidsbeweging staat niet alleen onder druk, maar wordt actief afgebouwd, en de onderliggende reden is de structurele zwakheid van de klassieke arbeidersklasse in de Westerse omgeving en de bewuste de-industrialisering onder het neoliberale regime.

De nieuwe welvaartstaat kan er alleen komen door ons te baseren op de nieuwe vormen van arbeid, die meer en meer ontsnappen aan het salariaat. Vandaar de noodzakelijke aandacht voor freelancers, het precariaat en diegenen die een nieuwe netwerk-samenleving opbouwen met de bijbehorende solidariteitsmechanismen.

Net zoals de oude welvaartsmechanismen gebaseerd waren op een veralgemening van de arbeidssolidariteit, zal de nieuwe ‘commonfare’ zich moeten baseren op de peer-to-peer-solidariteit en de nieuwe commons.

Dit vergt een respect voor de centrale rol van de productieve civiele maatschappij, voor de ondersteuning van nieuwe vormen van zelfstandig maar genetwerkt ondernemerschap (de sociale ondernemers zijn het nieuwe proletariaat!), en voor een nieuwe vorm van staat, die de juiste infrastructuren opbouwt voor individuele en sociale autonomie.

Dit alles moet gekoppeld worden aan een nieuwe industrialisering van Europa, gebaseerd op het peer-to-peer-model: “Wat licht is, is globaal, wat zwaar is, is lokaal’. Dit laatste is een conditio sine qua non om de “meerwaarde” ook binnen Europa te houden.

toekomstfabriek

P2P denkdag 12 maart (Gent)

De P2P werkgroep binnen De Toekomstfabriek organiseerde samen met Victoria Deluxe in Gent een denkdag op donderdag 12 maart onder leiding van Michel Bauwens en Francine Mestrum.

De bedoeling van deze denkdag was om rond een vijftal stellingen te werken, gecentreerd rond de P2P-economie en aanverwante thema’s (bv. het onvoorwaardelijk basisinkomen).

De deelnemers mochten grondig van mening verschillen, maar de bedoeling was dialogisch te werk te gaan om zo samen versterkt uit deze denkdag te komen.

We publiceren de 5 stellingen integraal op onze blog. Er volgt later een geschreven weergave van de discussies.

De stellingen zijn respectievelijk van Michel Bauwens, Francine Mestrum, Fred Louckx, Herman Peeters en Dominique Willaert.

voorlopig_beeld_homepage_crowdfunding.gent

STAD GENT LANCEERT EERSTE CIVIC CROWDFUNDINGPLATFORM

Overgenomen van 1%Club

Vandaag lanceert de Stad Gent als eerste stad in Vlaanderen een lokaal georienteerd crowdfunding platform. Het platform is bedoeld voor Gentenaars en ondernemingen die een innovatief, duurzaam project willen starten en naar alternatieve financiering zoeken.

Gents idee? Doe er wat mee!
Met de samenwerking tussen de Stad Gent en 1%Club krijgen inwoners en andere betrokkenen de mogelijkheid de stad te maken en te beleven. De Stad Gent wil met het platform mensen ondersteunen die initiatief nemen in hun stad en niet wachten tot de overheid het heft in handen neemt.

Bekijk www.crowdfunding.gent.

Samen iets voor elkaar krijgen
Civic crowdfunding is het online fondsen werven via een grote groep kleine financiers om een verbetering van een publieke dienst of iets in de openbare ruimte te realiseren. Vaak zijn deelnemers aan civic crowdfunding-projecten gemeenten, inwoners, bedrijven, stichtingen, verenigingen en corporaties.

Voor meer info kun je ook op onze civic crowdfunding pagina kijken.

Sezayi Arslan

oshw-logos

Een nieuw verhaal voor links

eerst gepubliceerd in de Wereld Morgen

Links heeft een nieuw, optimistisch verhaal nodig. Het oude werkt niet meer. Welbeschouwd speelt de arbeidersbeweging al minstens drie decennia in verdediging. Met dit defensieve spel verliest ze de ene match na de andere. Als het roer niet snel wordt omgegooid, dreigt de degradatie, of erger. Een heroriëntatie naar nieuwe burgerinitiatieven en -bewegingen dringt zich op.

Het blijft nog wachten op de slaagkansen van de hervormingen in Griekenland en het effect ervan op de rest van Europa, maar tot nu toe is sociale afbraak overal de boodschap. Vaste jobs worden schaarser, studeren duurder, de ongelijkheid neemt toe, solidariteitsmechanismen gaan op de schop, de natuur gaat om zeep en het klimaat slaat op hol.

En er zijn geen sociale zekerheden meer. Leuke tijd om in op te groeien. Jongeren krijgen een negatief sociaal contract aangeboden, en velen concluderen dat de vorige generatie alles heeft opgebrast. Soylent Green, een sciencefictionfilm uit de begin jaren zeventig waarin 65-plussers tot groene koekjes worden verwerkt, komt achter het hoekje gluren.

Destructieve creatie

De creatieve destructie van Schumpeter heeft plaats geruimd voor destructieve creatie. Binnen twintig jaar zullen robots tot 50% van de huidige jobs in België hebben overgenomen. Op zich een leuk vooruitzicht, ware het niet dat alle winst naar de eigenaars van de robotten gaat. Met de automatisering kalft het salariaat zienderogen af. Het vaste arbeidscontract moet wijken voor precaire statuten van freelancers en zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel), vandaag al goed voor een derde (tegen 2020 de helft) van de Amerikaanse werkers.

In Nederland, altijd een stapje “voorop”, is dit al een op vier. Velen vinden hun autonomie een pluspunt, maar ze hossen wel zonder sociale bescherming van de ene tijdelijke opdracht naar de andere. Permanent. Ze vallen naast het sociale vangnet van de overheid en kunnen een privéverzekering niet betalen Daarom vonden ze de broodfondsen uit, solidariteitsfondsen van ongeveer 150 man die maandelijks 25 euro in een pot leggen en bij ziekte een uitkering krijgen van 750 euro. Het is de hergeboorte van de negentiende-eeuwse mutualiteiten.

Klusjes en bullshit jobs

Daarnaast groeit het leger dat met de eigen auto taxichauffeur speelt voor Uber, een kamer op overschot verhuurt via Airbnb of (bij)klust voor een habbekrats via Taskrabbit of Mechanical Turk. Denk niet dat het gaat om onkruid wieden of de hond uitlaten: in de VS heb je al platforms voor dokters (Health Tap) en advocaten (Upcounsel).

Voor velen bieden deze platforms nog altijd een leuke bijverdienste, maar steeds meer mensen worden ervan afhankelijk om te overleven. Oorspronkelijk hadden veel platforms een sociale doelstelling: delen tegen kostprijs of zelfs gratis. Maar ze worden zienderogen gekaapt door beleggers die alleen maar uit zijn op financieel gewin. Met hun geld breiden de platforms uit en worden ze professioneler, maar de sociale logica moet wijken voor de winstlogica.

Durfkapitalisten (ze hebben hun naam niet gestolen) hebben een flink deel van de ontluikende deeleconomie gekaapt. De term had oorspronkelijk vooral betrekking op het delen (sharing) van gemeenschappelijke dingen (auto’s, boren, tuinen..) wat zowel het milieu als het sociale weefsel ten goede komt. Gelukkig bestaan er nog altijd heel wat deelplatformen waar de nadruk blijft liggen op dat laatste.

Maar dat geldt al lang niet meer voor de Airbnb’s en Ubers van deze wereld. Airbnb investeert niet in hotels, Uber niet in taxi’s. Het zijn slechts platforms die vraag en aanbod samenbrengen, maar wel met een steeds groter stuk van de koek gaan lopen. Voor jonge mensen die af en toe hun appartement verhuren aan toeristen (en dan tijdelijk bij hun ouders of vrienden logeren), biedt Airbnb een mooi extraatje. Maar als je voor je hele inkomen afhankelijk bent van dergelijke platforms, krijg je al gauw een moderne vorm van feodalisme. “Vazaleconomie” zou misschien een beter woord zijn. Op de keper beschouwd, hebben we hier te maken met een parasitair systeem van de ergste soort.

Basisinkomen

Vandaag verdien je vooral geld met geld (rente), eigendom (aandelen en obligaties) en controle over netwerken via intellectueel eigendom en marketing. Immateriële zaken dus, waarvan de waarde eigenlijk “politiek” bepaald wordt. Volgens Roland Duchatelet is in België maar 7% van de bevolking meer betrokken bij de productie van voedsel en materiële goederen. De rest zijn diensten, vaak verpakt in wat de Amerikaanse antropoloog en anarchist David Graeber “bullshit jobs” noemt: banen waarvan de betrokkenen zelf vinden dat ze eigenlijk overbodig zijn. Winsten vallen steeds minder te rapen in de productie, die grotendeels naar het zuiden is verhuist waar arbeid in overvoed en dus goedkoop is.

Onlangs kwam Rutger Bregman daarover vertellen in Reyers Laat. De Nederlandse golden boy verdedigde er op speelse wijze een andere visie op arbeid die hij koppelde aan een onvoorwaardelijk basisinkomen. Zijn standpunt botste op ongeloof bij een oogbolrollende Liesbeth Homans die zich – mondhoeken richting studiovloer – afvroeg wie dit ging betalen. Rutger Bregman repliceerde gevat dat de minister er negentiende-eeuwse opvattingen op nahield. In onze samenleving bestaan andere herverdelingsmechanismen dan via de overheid.

Er stroomt inderdaad heel wat geld naar boven, naar mensen met “bullshitjobs” die in wezen geen bijdrage leveren tot de reële economie en zelfs welvaart vernietigen. Spreekt er eigenlijk nog iemand over de bankencrisis? Nee, natuurlijk niet. De Islam, ja. En 60-plussers die op hun gat in Benidorm profiteren. Activeren dat zootje!

Rutger Bregman noemt zich liberaal in hart en nieren. Hij gelooft in meritocratie en vindt dat mensen moeten bijdragen voor hun geld. Een basisinkomen is daar niet mee in contradictie omdat dit juist de mogelijkheid biedt om te doen wat je graag doet en waar je het best in bent. Iedereen profiteert daarbij, de maatschappij al zeker. Mensen met minder prettige en zware beroepen zouden juist meer moeten verdienen. Daar kan “de wortel en de stok” nog spelen. Allemaal interessante denkpistes waar ik het in de grond mee eens ben. Alleen hebben we een transitieprogramma nodig dat steunt op een nieuw paradigma, want binnen het oude zie ik het niet gebeuren.

Peer-productie en het gemeengoed

We moeten inderdaad anders gaan aankijken tegen arbeid, maar hoe? Welk werk bedoelen we? Spreken we over loonarbeid, of nuttige bijdragen aan gemeengoed projecten, die tot nu toe meestal onbetaald blijven? Hoe komen we tot een systeem waarin mensen meer beloond worden naar werk (en minder naar bezit), maar met sterke ingebouwde solidariteitsmechanismen die de zwakkeren de nodige bescherming bieden? We bevinden ons immers voor de volgende paradox.

Onze welvaartsstaat steunt op solidariteitsmechanismen die werden uitgevonden, uitgebouwd en uiteindelijk via de staat veralgemeend door de arbeidersbeweging (mutualiteiten, pensioenkassen, werkloosheidskassen). Overal in Europa wordt dit stelsel afgebouwd. Maar dit is maar één zijde van de medaille. De andere blijft tot nu toe onderbelicht.

In de afgelopen twintig jaar zijn we immers ook getuige van een nieuw ontluikend economisch systeem dat een andere logica volgt. Dit systeem wordt aangedreven door het internet dat horizontale communicatie en collaboratie mogelijk maakt tegen zeer lage kostprijs. Daardoor kunnen steeds meer zaken beter en goedkoper geregeld worden via samenwerkingsplatformen dan via traditionele organisaties. Burgers bouwen samen software, kennis en ontwerpen.

Met meer dan 30.000 open-hardwareprojecten, van auto’s over landbouwmachines tot robotten en satellieten zien we dat de logica van delen en produceren via het internet zich ook doorzet in het productieproces. Na de miniaturisering van de computer zijn vandaag de machines aan de beurt. Het delen en kopiëren van digitale muziek, software, film, design, kennis… op het internet vloeit over naar het delen van infrastructuur in fablabs, co-working-, hackers- en makerspaces.

Helaas bestaan er nog geen uitgewerkte studies om al die nieuwe ontwikkelingen in kaart te brengen, maar in Barcelona groeide het aantal co-workingspaces van 3 naar 50 in drie jaar tijd, in Wenen was er drie jaar geleden één hackerspace, vandaag zijn er vijftien, in de VS groeide stadslandbouw door (hoofdzakelijk) collectieve groepen met 48% in twee jaar tijd… De laatste tien jaar groeit het aantal burgerinitiatieven als kool, zoals te zien is in een recente studie van Tine de Moor. Ook de coöperatieve beweging zit in de lift: vandaag werken meer mensen voor coöperatieven dan voor multinationals.

Naar een nieuw model rond de commons

Maar de belangrijkste revolutionaire verandering is volgens mij de opkomst van digitaal gemeengoed: globale, complexe projecten rond open kennis, software en design, die voor iedereen vrij beschikbaar is. Rond dit nieuw gemeengoed groeit een nieuwe economie van freelancers en allerhande bedrijven die deze “commons” als grondstof gebruiken voor het maken van producten en diensten met toegevoegde waarde.

Het gebruik van open software door bedrijven (denk aan IBM en Linux) is vrij bekend, maar nieuw is toch de snelle opkomst van allerhande open-hardwareprojecten. Het idee is eenvoudig: alles dat gemaakt wordt, moet eerst geconcipieerd worden. In klassieke bedrijven wordt die kennis beschermd door patenten. Die zijn bedoeld om innovatie te stimuleren omdat bedrijven hun onderzoekskosten willen recupereren. Maar in de praktijk zijn ze uitgegroeid tot innovatieremmers die patenthouders zolang mogelijk monopoliewinsten bezorgen.

Niet zo bij open hardware: iedereen kan de concepten verbeteren en iedereen kan ze downloaden. Met de nodige machines, eventueel gedeeld in een fablab, kan een doe-het-zelver het product zelf maken. Soms kan je een pakket onderdelen (vaak vervaardigd met 3D-printers) kopen en ze als een meubel van Ikea zelf ineen steken, of je kan het afgewerkte product kopen bij een open hardwarebedrijf. Deze laatste wint dan wel niks op het intellectueel eigendom, aangezien het ontwerp vrij beschikbaar is, maar wordt wel vergoed voor zijn arbeid. Loon naar werk dus.

Open-hardwarebedrijven zijn vaak starters die een klassieke bedrijfsvorm aannemen en voor hun financiering een beroep doen op crowdfunding en durfkapitalisten. Maar niets belet jonge ondernemers om een coöperatieve op te richten, een bedrijfsvorm die veel beter aansluit bij de praktijk van vrije bijdragen aan een gemeengoed en de deelcultuur in de virtuele wereld.

Als die productiecoöperatieven zich dan nog eens met elkaar zouden verbinden in een wereldwijd netwerk rond het open-designgemeengoed, dan krijg je een soort van gedistribueerde multinational die in staat is het klassieke model te verslaan omdat ze efficiënter en goedkoper kan werken. Als je ten slotte ook de boekhouding en aanvoerketen van die coöperatieven open en transparant maakt en alle stakeholders betrekt, dan kom je tot een nieuw economisch model dat zowel de markt als de klassieke planeconomie in de schaduw stelt.

In dit verhaal moet de overheid het geweer van schouder veranderen en evolueren van betuttelende marktstaat naar faciliterende partnerstaat: een overheid die burgerinitiatieven mogelijk maakt en stimuleert. Ook die evolutie is bezig, zij het vooral op plaatselijk vlak. Zo heeft Bologna onlangs een “reglement voor de commons” ingevoerd, die al door 25 andere gemeenten is overgenomen (Michel Bauwens en Dirk Holemans in Knack van 22/2/2015).

Burgers doen voorstellen aan de gemeente, bijvoorbeeld om hun wijk te verfraaien. Na overleg kan de gemeente middelen vrijmaken waarmee die burgers hun plannen zelf kunnen waarmaken. Dat vergt ook een ommekeer in het politieke denken, want de meeste politici willen zich vooral profileren rond wat zij doen voor de burger.

Utopisch? Misschien. Maar op microniveau wordt er al volop geëxperimenteerd en in theorie kunnen we ons vandaag voorstellen hoe dit model op macroniveau zou kunnen werken. Daarom kan het P2P-verhaal vandaag dezelfde rol spelen als het socialistisch verhaal in de negentiende eeuw. Ook toen waren er honderden en duizenden basisinitiatieven.

De arbeiders vochten niet alleen op hun werkplaats voor betere werkomstandigheden, maar creëerden ook machtige organisaties waarmee ze hun politieke stempel drukten op de twintigste eeuw. Maar hun macht kalft af. De productie is voor een groot deel verhuisd naar ontwikkelingslanden en hier proberen bedrijven de syndicale macht verder te breken, gisteren door outsourcing, vandaag door crowdsourcing.

Nieuw links

De erosie van de macht van de arbeidersbeweging weerspiegelt zich in een crisis van de sociaaldemocratie, die probeert afstand te nemen van de syndicale achterban om te kunnen verruimen (met bijzonder weinig succes), maar ook weinig aansluiting vindt bij de nieuwe bewegingen en de vele initiatieven die opborrelen vanuit de civiele maatschappij.

De nieuwe progressieve formaties in Griekenland en Spanje knopen daar wel bij aan. Het is zeer significant dat Gianni Dragasakis, de nieuwe vicepremier van de Syriza-regering in Griekenland, in zijn parlementstoespraak expliciet verwees naar het ontwikkelen van bottom-up, op gemeengoed gebaseerde peerproductiemodellen om tegemoet te komen aan de noden van de Griekse bevolking.

Dr. Vasilis Kostakis, medewerker van de P2P Foundation en samen met Michel Bauwens auteur van het boek Network Society and Future Scenarios for a Collaborative Economy, schrijft: “Het lijkt erop dat Syriza een politiek nastreeft die in de lijn ligt van het idee van de “partnerstaat” en dat op het vlak van onderwijs, overheidsbeleid en R&D. Om er een paar te vernoemen:

– Het vrijgeven van openbare data
– Het vrijgeven van alles kennis die gefinancierd wordt met belastingsgeld
– Het creëren van een omgeving die samenwerking stimuleert tussen kleine ondernemers en coöperatieven, waarbij initiatieven die steunen op open-source-technologieën en -praktijken worden aangemoedigd
– Het ontwikkelen van bepaalde participatieve processen (en het versterken van de bestaande) om burgers te betrekken bij het beleid
– Het aannemen van open standaarden en patronen voor openbare diensten en onderwijs.

Het is bij mijn weten voor de eerste keer dat een Europese regering expliciet een politiek verdedigt die aansluit bij de nieuwe economische logica in wording. Onafhankelijk van de manier waarop in België deze nieuwe politiek gestalte zal krijgen, ben ik hoopvol dat er een progressieve meerderheid kan gevonden worden rond de kernideeën van de nieuwe p2p-logica: de creatie van een nieuwe economie van ethische bedrijven rond collectief gecreëerd gemeengoed, of in de woorden van Jeremy Rifkin, commons-based peer production. Daarbij kan elke politieke partij haar eigen klemtonen leggen: duurzaamheid, sociaal ondernemerschap, solidariteit.

Maar niet alleen de rechtse partijen, ook de vakbonden en de sociaaldemocratie zijn in mijn ogen nog te veel gericht op het verdedigen van het oude systeem dat steunt op arbeid en kapitaal. Veel verder dan een vermogenswinstbelasting komt men niet.

Ik denk echter dat de ommekeer zich niet kan realiseren via een loutere herverdeling binnen het oude systeem, als dit niet gekoppeld wordt aan een heroriëntatie naar het nieuwe systeem. Dit is nu eenmaal nodig om de traditionele links-rechtsverhouding te overstijgen en een zo groot mogelijke politieke meerderheid te verwerven om een begeleide, vreedzame transitie mogelijk te maken.

Jean Lievens

10384532_1545353119069553_4055484845279685930_n

Fietswieders: een open landbouwmachine om organische landbouw leuker te maken

De Fietswieders is een lowtech landbouwmachine die gebaseerd is op open source en het leven van (organische) landbouwers leuker wil maken.

De community rond de Fietswieders is te vinden op Facebook.

Bekijk ook de video

Als bijkomende info vinden we op Facebook nog de volgende “lange” verklaring:

“Wat gebeurt er als twee jonge boeren en een smid de handen in elkaar slaan? Samen ontwikkelen ze een geweldige machine: de fietswieder. Landbouw zal nooit meer hetzelfde zijn. We delen onze zoektocht en trakteren op vage foto’s, onduidelijke schetsen, hard-core engineering en groote ideëen.”