Takis Fotopoulos, die Griekse econoom en een politieke wetenschapper is, beweert dat de macro-economische besluiten zouden moeten worden overwogen zoals wordt uitgevoerd door een combinatie van democratische planning, die de verwezenlijking van een terugkoppelingsproces onder werkplaatsassemblage, gemeenschappelijke assemblage en de assemblage door de staat impliceert. Hij heeft het concept ‘kunstmatige markt’ (artificial market) ontwikkeld die echte vrijheid van keus waarborgt, zonder de ongunstige gevolgen op te lopen zoals bij de klassieke markt.
Fotopoulos baseert zijn veronderstelling op een bonsysteem (voucher system). Concreter, de “toewijzing van economische middelen wordt ten eerste gemaakt op basis van de collectieve besluiten van de burgers, zoals die door de gemeenschap wordt uitgedrukt, en tweede, op basis van de individuele keuzen van de burgers, zoals die door een bonsysteem” wordt uitgedrukt. Het algemene criterium voor de toewijzing van middelen is efficiency, opnieuw gedefinieerd om doeltreffendheid te betekenen in het tevredenstellen van menselijke behoeften en niet alleen voor financiële motieven.
Betreffende de betekenis van behoeften maakt hij een onderscheid tussen fundamentele en niet fundamentele behoeften en een soortgelijk onderscheid tussen behoeften en ‘satisfiers’ (de middelen om deze behoeften te realiseren). De burgers zelf bepalen wat een behoefte is - basis of anders - op een democratische manier. Dan, het “niveau van de tevredenheid van de behoefte wordt collectief bepaald en door een democratisch planningsmechanisme, terwijl satisfiers voor zowel fundamentele als niet basisbehoeften door de geopenbaarde voorkeur van consumenten worden bepaald, zoals kenbaar gemaakt door middel van bonnen die aan hen in ruil voor hun fundamenteel en minder fundamenteel werk.”
Vandaar dat de prijzen in de kunstmatige markt functioneren als apparaten om schaarste met betrekking tot de wensen van burgers, d.w.z. als gidsen voor een democratische toewijzing van middelen aan te passen. Daarom worden de prijzen toegewezen met als functie het vergelijken van vraag en aanbod dat de soevereiniteit van zowel consumenten als producenten waarborgt. In een notedop, ondanks het feit dat de kunstmatige markt geen schaarste overtreft, waarborgt het dat alle basisbehoeften van de burgers bevredigd zijn. De vrijheid van keus en de constante stroom van informatie zijn de fundamentele bouwstenen van deze kunstmatige markt waarop een economische democratie zal worden gebaseerd.
Een piepklein, poeslief katje bij een artikel over een vermeende kattenplaag in Nederland. Dat is woensdagochtend het meest prominente nieuws bij de opening van de kersverse website www.wuz.nl.
Volgens eigenaar De Telegraaf is de website Wat U Zegt het grootste initiatief in Nederland op het gebied van burgerjournalistiek. Op site kunnen Nederlanders eigen nieuws uit hun buurt kwijt in de vorm van berichten, foto’s en filmpjes.
Lezers kunnen vervolgens op postcode zoeken naar nieuws van buurtgenoten. De redactie van Wat U Zegt plaatst de ,,leukste artikelen op de voorpagina van de site’’. Sommige krijgen zelfs een plaatsje in De Telegraaf of in het tv-programma Hart van Nederland.
Terug naar het katje. Zeewolde blijkt last te hebben van enorme kattenoverlast. ,,Kattenpoep in de zandbak van je kinderen, kattenpoep in de tuin als je lekker aan het tuinieren bent…’’, schrijft ene Bep.
De reacties zijn instemmend. Katten horen thuis te zitten, is de heersende mening. Anderen zien liever ook geen mensen, en vooral geen jongeren, op straat.
Zijn initiatieven als Wat U Zegt, Dorpspleinen, Unieuws.nl, Skoeps en Trouw in de buurt een aanwinst voor de journalistiek? Nauwelijks, zo lijkt de conclusie als je het bovenstaande voorbeeld leest. Burgerjournalistiek staat echter nog in de kinderschoenen, en mede door een gebrek aan bekendheid is de kwaliteit op dit moment matig in Nederland.
Websites in andere landen, zoals de Verenigde Staten en Zuid-Korea, laten zien dat deze vorm van journalistiek door gewone burgers wel degelijk voor een interessant en relevant aanbod aan nieuws kan zorgen.
Bovendien is de invloed van burgerjournalistiek op dit moment al voelbaar in Nederland. Het heeft journalisten namelijk gedwongen beter rekening te houden met de belevingswereld van lezers.
Al jaren klagen softwaregiganten, Hollywoodproducenten en platenbazen steen en been over de verspreiding van illegale kopieën over het internet. Via de rechter draaien ze uitwisselplatforms als Napster en Kazaa de nek om. Constant blijven de concerns vloeken op initiatieven die het steeds gemakkelijker maken om bestanden over het web uit te wisselen.
Tot een week geleden. Microsoft kwam naar buiten met het verhaal dat internetters moeten meehelpen om bijvoorbeeld video clips te verspreiden. Aanbieders als YouTube kunnen de kosten voor bandbreedte in de toekomst niet meer ophoesten, als de steeds grotere bestanden alleen via hun eigen servers worden verspreid.
Volgens sommige deskundigen betaalt YouTube op dit moment 2 miljoen dollar per maand voor de bandbreedte die het nodig heeft om video clips te verspreiden. Als gebruikers door middel van peer-to-peer netwerken aan de distributie meehelpen, dalen deze kosten aanzienlijk. Internetters die een filmpje aan het kijken zijn, zouden deze kunnen doorgeven aan mensen die hetzelfde bestand aanklikken.
Op dit moment gebruikt de Amerikaanse gamesproducent Blizzard zijn klanten om aanpassingen in de software van World of Warcraft te verspreiden onder andere gamers. Betekent de interesse van de grote softwaremakers en entertainmentbedrijven voor peer-to-peer netwerken een rehabilitatie als Napster en Kazaa? Nee, illegale software en bestanden zullen zij altijd verwerpen.
De interesse van grote multinationals bewijst wel dat peer-to-peer initiatieven hun illegale karakter snel aan het verliezen zijn. En daarmee halen vooral de softwarebedrijven misschien het Paar van Troje binnen. Als internet doe-het-zelvers hebben peer-to-peer adepten een gezonde afkeer van de macht van bedrijven als Microsoft.
Het Office pakket van het bedrijf uit Redmond zou daar wel eens als eerste onder kunnen leiden. Concurrenten als Open Office, die langzaam marktaandeel van Microsoft afsnoepen, zijn ontwikkeld door vrijwillige peers over de hele wereld. Verliezers uit het verleden sluiten zich daarbij aan. Begin deze week sloot IBM zich bij het Open Office initiatief aan. Het bedrijf dat verschillende concurrentieslagen met Microsoft verloor, biedt zijn eigen Lotus Symphony met tekstverwerking en spreadsheet programma’s nu gratis aan.
Programma’s voor kinderen zoals het hoort, gemaakt door kinderen. En ook, zoals het hoort, onder toezicht op afstand van ouders. Want kinderen moeten leren, en het maken van onverantwoorde fouten hoort daarbij.
Dit alles biedt www.zappmixer.nl, een website van de publieke jongerenzender Zapp. Het doet misschien wat kinderlijk aan. Toch is dit initiatief een heel strak voorbeeld van user generated content die huidnauw aansluit bij de doelgroep.
Tot nu toe bood het internet vooral een platform om eigengemaakte teksten, podcasts en videocasts te tonen. Met de Z@PP Mixer kan iedereen, dus ook een kind, zelf videofilmpjes en andere multimedia-bestanden maken, zoals een flash filmpje of een diashow.
De grotemensenredactie van Zapp beoordeelt vervolgens of de bestanden goed genoeg zijn om uit te zenden. De Zapp doe-het-zelf-media is bedoeld voor kinderen tussen de zes en twaalf jaar.
Toegegeven, de kwaliteit van de producties is tot nu tot toe nogal ontluisterend. Aan de andere kant staat de Z@PP Mixer nog in de kinderschoenen. En dat kinderen snel leren, dat is een ware volkswijsheid.
Wat is er wel en niet reëel aan de verhalen over ‘web 2.0’ (en inmiddels al web 3.0)? Wat heeft een burger, een politicus of een gemeente er aan? Wat kun je morgen gebruiken, en wat overmorgen of nooit?
Dat zijn vragen die worden gesteld aan de lezer door het Informatiehuis (alles is informatie, maar informatie is lang niet alles) als inleiding op de conferentie over de mogelijkheden van web 2.0 en web 3.0. Er wordt gesproken over wat de burger kan leren van de klant, over (de)reguleren en beleid ontwikkelen met Internet, over eParticipatie waarin aan bod komt hoe we de interactieve mogelijkheden van web 2.0 verzilveren voor de publieke zaak en de democratie, over burgerprofielen (zie ook Microsoft die daar vanaf 2 juni op in speelt met de ‘profile store’), over politiek op Google-maps, over e-Democracy-trends in de VS, etc.
‘Cultuur 2.0′ neemt hiervoor Web 2.0 in bruikleen, de jongste generatie van internetapplicaties, waarbij de nadruk ligt op het genereren, delen en waarderen van content; op collectieve intelligentie, samenwerking, deling en waardering en op de macht van de gebruiker. Op welke manier kunnen deze ontwikkelingen in de cultuursector worden toegepast? Zullen de culturele instituten nieuwe vormen van content of nieuwe visies ontwikkelen, wanneer zij het Cultuur 2.0 gedachtegoed omarmen en zich verbinden aan de actieve internetgebruiker - of zal dit het eind betekenen van de cultuur zoals wij die kennen?
Op Woensdag 30 mei zal het Virtueel Platform rond de 100 deelnemers verwelkomen in Felix Meritis op de Keizersgracht in Amsterdam op een seminardag die hopelijk zal stimuleren&irriteren. Onze sprekers zullen alle aspecten van Web 2.0 belichten en zich daarbij afvragen wat de positieve en negatieve kanten zijn. Zal het de ‘wisdom’ of crowds zijn die onze cultuur & culturele instellingen gaat
regeren of wordt het toch ‘the dumbness’ of crowds ? Internationale sprekers uit de bedrijfswereld, overheid en culturele sector zullen deelnemen aan dit seminar. Keynote spreker is Charles Leadbeater, schrijver van het boek ‘WeThink’.
Zelden klinkt de tegenstelling tussen kwaliteit en kwantiteit zo sterk door als bij blogs. Door de bomen zien we het blogbos niet meer en de enkele boom uit hardhout laat zich moeilijk vinden. Inmiddels hebben verschillende gespecialiseerde zoekmachines het probleem van de ondoorzichtigheid door enorme aantallen opgepakt. Websites als Technorati proberen gebruikers door middel van zoektermen en tags naar blogposts te leiden die hen interesseren.
De spreekwoordelijke speld in een hooiberg vinden is daarmee een makkie geworden. Een zoektocht naar kwalitatief hoogstaande blogs blijft echter een kwestie van lezen en nog eens lezen. Het Belgische bedrijfje MetaTale probeert nu assistentie te verlenen. MetaTale heeft zichzelf het doel gesteld om per thema de meest invloedrijke blogs in kaart te zetten. Het maakt gebruik van “objectieve data en cijfers die vervolgens worden geanalyseerd met behulp van wetenschappelijke algoritmes”. Klinkt goed.
MetaTale houdt een groot aantal gegevens van de meest uiteenlopende blogs bij, zoals het aantal links naar en vanuit de site, het aantal commentaren dat gebruikers plaatsen, het aantal posts etc. Met wiskundige formules zegt het bedrijfje te kunnen berekenen wie het meeste invloed heeft binnen de Vlaamse blogwereld.
Dat is waardevol voor potentiële adverteerders die rondlopen met de vraag, hoe zet ik op internet mijn reclamegeld zo effectief mogelijk in? Deze vraag wordt steeds belangrijker, want internet snoept marktaandeel af van televisie en de gedrukte media. Maar wat heeft de lezer en de blogger eraan?
De ranglijst van meest invloedrijke blogs zegt natuurlijk niet alles over de kwaliteit van die sites. Verder is het de vraag of de invloed van een blog zich laat berekenen door een serie algoritmes. Aan de andere kant geven zaken als het aantal bezoekers en de hoeveel commentaren die zij achterlaten wel een indicatie of de blog regelmatig iets interessants te melden heeft. Jammer genoeg bevat de ranglijst van MetaTale op dit moment alleen nog maar Belgische blogs.
Sinds een week ben ik een buzzer. Dat wil zeggen, ik heb me aangemeld bij de site buzzer.nl. Buzzer is een vorm van Word of Mouth of mond op mond marketing. Wat is Word of Mouth? Word of Mouth of WoM is de uitwisseling van een mening en/of informatie over een product of dienst tussen consumenten of gebruikers. Word of Mouth Marketing is het stimuleren van de vorming en verspreiding van die mening.
Ok, een vorm van marketing dus, waarom zou ik daar aan meewerken? Daar komt het concept van Buzzer om de hoek kijken. Mensen die buzzen, doen dat omdat ze nieuwsgierig zijn naar nieuwe producten. Mensen geven natuurlijk vaker hun mening over producten die zij gebruiken, en dat kan een positieve of negatieve mening zijn. Buzzer is eigenlijk een dienst die producenten kan helpen om naamsbekendheid te verkrijgen. Deze producten worden namelijk gratis aangeboden aan een aantal buzzers. Als deze consumenten hun ervaringen en meningen delen met anderen, zijn ze aan het buzzen. Als zij dit kunnen aantonen en verifieerbaar kunnen maken, dan verdienen zij daar krediet mee, ze komen dan eerder in aanmerking voor een volgend product. In het ideale geval is de producent blij en zijn de consumenten blij.
Dit geven van je mening is eigenlijk ‘P2P marketing’, als die term al bestaat. Mensen geven op een gedecentraliseerde manier hun mening aan gelijken, namelijk andere consumenten. In combinatie met het Internet als gedistribueerd netwerk geven al deze meningen een eerlijk beeld over een product, vergelijkbaar met het Wisdom of Crowds principe.
Volgens mij een goed initiatief, maar Buzzer.nl kan nog meer uit dit initiatief halen. Zo kun je wel je mening kenbaar maken aan Buzzer, maar zijn de meningen van anderen niet op de site te vinden. Misschien is dit een bewuste keuze, zodat consumenten niet beïnvloed worden door anderen. Dit is op zich jammer, want juist door de mogelijkheid te geven om op meningen en ervaringen van anderen te reageren kan er een levendige discussie ontstaan waar de producent wellicht meer waarde aan kan onttrekken dan de verzameling van individuele meningen. Misschien zit dat nog in het vat, we zullen het zien. Dit was trouwens mijn eerste buzz!
De populaire peer to peer diensten op het internet bieden de gebruiker een verbreding van zijn bestaan. Door informatie overdracht van gelijken groeit de kennis van het collectief. Zo veel is duidelijk. Maar hebben deze praktijken ook invloed op het echte leven? Op Wikipedia wordt je wijzer, op Amazon kan je kijken wat ‘gelijken’ van een bepaald product vonden voor dat je het koopt en op Hyves kan je makkelijk communiceren.
Een idee om door dit netwerk van gelijken de leukste plekken van een bepaalde stad op kaart te zetten komt van een fransman in Londen. Walid zag een mogelijkheid om alle kennis over minder bekende barretjes, restaurants en specialisten van zijn vrienden, kennissen en uiteindelijk de rest van de wereld op zijn site TrustedPlaces.com te verzamelen. Zo hoeft men niet toevallig eens in de zoveel tijd een nieuwe leuke plek in de stad te ontdekken, maar kan men, door de goed geïndexeerde databank van Walid elke dag tientallen nieuwe plekken ontdekken.
In theorie klinkt dit erg interessant, maar werkt het ook? Hier voor ben ik (onder andere) een lang weekend naar Londen gereisd. Ik had een mapje gemaakt met print-outs van de hoogst aanbevolen locaties van Londen en liet mij leiden door de resultaten van dit p2p initiatief. Nu heb ik vele jaren in Londen gewoond, dus mag ik mij wel een redelijke kenner noemen. Toch heb ik via deze site een ongelofelijk vernieuwend weekend gehad, met fantastische barretjes, clubs, restaurants en lunch tentjes waar ik nog nooit eerder was geweest, of vaak aan voorbei ben gelopen zonder dat mij opviel wat daar binnen was.
Op het moment van schrijven zijn er 1809 recensies van plekken in Londen alleen, en maar 4 in heel Nederland. Als lezer van dit artikel roep ik u op om uw enkele van uw favoriete plekken in Nederland op de site Trustedplaces.com te zetten. Wie weet ontdekt volgende week via deze site een hele nieuwe kant van de stad in welke u vaak naar de zelfde tenten gaat! Laten wij Nederland op de kaart zetten!
Een al bestaand Nederlandse alternatief is www.iens.nl, maar deze site heeft een stuk minder web 2.0 community-feeling.