Wat hebben Geronimo, skype, wikipedia, open coffee, Al Qaida en Youtube met elkaar gemeen? Het zijn allemaal gedecentraliseerde netwerken. Rod Beckstrom en Ori Brafman gebruiken deze voorbeelden om een nieuw management systeem te modelleren. De toekomst van de organisatie is een gedecentraliseerde organisatie in plaats van een top down gecentraliseerde bedrijfsstructuur.
Het boek beschrijft de kracht van gedecentraliseerde organisaties aan de hand van de analogie ‘Starfish en Spider’, waarbij de Starfish voor een gedecentraliseerde organisatie staat en een Spider vergeleken wordt met een gecentraliseerde organisatie.
De Nederlandse Taal veranderd voortdurend. Wel of geen tussen ‘n’, zoals pannekoek of pannenkoek. Lastig lastig. Om dit op te zoeken heb je het groene boekje nodig. Steeds weer een nieuw groen boekje kopen, dat maakt de Nederlandse Taal wel erg kostbaar. Taal is toch van iedereen? Gelukkig is er nu Open Taal.
OpenTaal is voor taal als wat Wikipedia is voor een encyclopedie. Het wordt gedragen door vrijwilligers, die net als bij Wikipedia ervoor zorgen dat de inhoud correct en actueel is. Open source applicaties zoals Firefox en Openoffice maken gebruik van OpenTaal als spellingscontrole. Zo groot als Wikipedia zal het misschien niet worden, maar het zou kunnen bijdragen aan de bekendheid van de correcte Nederlandse spelling bij de Internet gebruikers.
OpenTaal biedt verschillende projecten, zoals spellingcontrole, synoniemen en grammaticacontrole. OpenTaal is volledig open, iedereen kan woorden toevoegen. Op Livre staat een interview met Simon Brouwer, de projectleider van OpenTaal.
Een van de eerste zaken die we leren in onze klassen economie is dat het gaat om schaarse goederen die op een optimale wijze geproduceerd en gedistribueeerd moeten worden. Volgens economisten wordt die optimale wijze bepaald of door het marktmechanisme, met de prijs als indicatie van de wenselijkheid van het goed, hierbij geholpen door de onderneming als mechanisme om de coordinatie en transactie-kosten te drukken.
Maar wat als schaarste vervangen wordt door een overvloed, wat als er hierdoor geen spanning meer is tussen vraag en aanbod. Hebben we dan nog een markt nodig, en de bijbehorende ondernemingsstructuur. Zowel de theorie als de praktijk suggereren dat het antwoord hierop inderdaad negatief is. De technologische ontwikkeling, en het materiele sukses van de kapitalistische economie, heeft de mogelijkheid gecreerd om immateriele goederen te produceren die gereproduceerd kunnen worden met een minimum aan transactie en coordinatiekosten, wat een kortsluiting veroorzaakt van het marktmechanisme en een nieuwe manier van produceren, beheren, en distribueren in het leven roept. Dat mechanisme is Open Source, en het razendsnelle sukses van die nieuwe methode is het thema van het boek van Steven Weber. Deze professor Politieke Wetenschappen heeft hierover een zeer belangrijk, vlot leesbaar, maar analytisch zeer rijk boek geschreven. Het is dus geen technisch boek voor programmeurs, maar een boek over de belangrijkste post-socialistische rivaal van het kapitalisme, een rivaal die nochtans heel belangrijk is voor het overleven van het economisch systeem, en waar spitsonderneming al gretig zelf gebruik van nemen.
Webber’s boek is niet het eerste over dit thema, maar wel een aanrader. Het belangrijkste boek over ‘commons-oriented peer production’, de naam voor open source wanneer het zich verspreid buiten het gebied van software, is dat van Yochai Benkler, ‘The Wealth of Networks’, die op zeer specifieke wijze analyseert, gebaseerd op de transactiekosten theorie van Ronarld Coase, wanneer de nieuwe productiemethode efficienter is dan productie door een prive onderneming. Het is heel intens geschreven, leest niet altijd zo vlot, maar is na Adam Smith’s Wealth of Nations, een onmisbaar boek. Pekka Himanen’s Hacker Ethic beschrijft de verandering in werkcultuur, die de door Max Weber beschreven protestant-kapitalistische werkethiek onderuit haalt. Hij probeert op de vraag te beantwoorden: wat is de logica van de nieuwe ‘passionele productie’ die binnen open source gemeenschappen worden toegepast? Mackenzie WarkHacker’s Manifesto doet een poging om de nieuwe klassestructuur uit te werken, en probeert aan te tonen dat zowel de eigenaars van communicatievectoren (Murdoch et al.) als de ‘cognitieve kapitalisten’ die leven van de rente van het intellectuele eigendom (Gates et al.), ondermijnd worden door open source. Meer praktisch georienteerde, en zeer vlot leesbare verhalen over de groei van de participatieve economie, en hoe bedrijven zich hier reeds aan aanpassen, vindt men bij Don Tapscott’s Wikinomics, en Charles Leadbeater’s We Think: the power of mass creativity.