Categorie archief: ecologie

Met alle Chinezen… (maar waarom niet met ons?)

Eerst gepubliceerd in De Standaard van 11 juni 2016 (opiniepagina).
Overgenomen met toestemming van de auteurs Dirk Holemans en Steven Vromman.

Het is alsof niets meer werkt. Ministers morren omdat kiezers hun maatregelen niet waarderen, burgers gaan de straat op omdat ze onzeker zijn over hun toekomst. Het ongenoegen zit diep. Mensen zijn niet vergeten hoe banken gered zijn met hun belastinggeld. Is de beloning daarvoor dat hun geld op de spaarboekjes nu niets meer opbrengt? Klassieke instrumenten om vooruit te komen, zoals het sociaal overleg, haperen. Ondertussen vergeten we ons voor te bereiden op een duurzame toekomst.

Neem nu het energiebeleid. Federaal blijven we inzetten op versleten kerncentrales, waarbij we behalve de risico’s voor de bevolking jaarlijks nog 1 miljard euro winst cadeau doen aan het Franse Engie, moederbedrijf van Electrabel. Vlaanderen zal dan weer 2 miljard euro subsidies betalen aan een houtpelletproducent uit Estland om een verouderde steenkoolcentrale om te bouwen tot een biomassacentrale. Een belangrijk deel van de Turteltaks gaat naar de financiering van deze miskleun, die niet zal bijdragen aan een sociaal-ecologisch energiebeleid. Om daar iets over te lezen, moet je naar het buitenland kijken. Spanje produceert op winderige dagen meer groene stroom dan het zelf nodig heeft. Noorwegen wil zonder verpinken tegen 2025 de auto op fossiele brandstoffen bannen.

Ook ons land zit vol positieve energie, maar je moet het willen zien. Steeds meer burgers willen zelf de handen uit de mouwen steken om ons land voor te bereiden op de toekomstvaardig. Denk aan stadslandbouwprojecten, repaircafés, hernieuwbare-energiecoöperaties, weggeefpleinen, digitale uitleenplatformen.

Mindshift

Het zou evident moeten zijn dat regeringen deze burgerenergie inzetten. Toch gebeurt het niet. Het vraagt een mindshift: ministers en hun kabinetten beslissen niet langer alleen, co-creatie wordt het model. De ivoren toren vervelt tot horizontale netwerken. De tijd is gekomen om die banden tussen burger en staat te smeden.

Een unieke kans dient zich nu aan voor een essentiële infrastructuur: ons stroomnet. Het heeft er alle schijn van dat de intercommunale Eandis aandelen zal verkopen aan een Chinese investeerder (DS 2 juni). Eandis, dat zijn eigenlijk u en ik, die via onze gemeentebesturen een groot deel van ons elektriciteitsnetwerk (de distributie) in handen hebben. Deze netbeheerder, waar de regeringspartijen de lakens uitdelen, heeft extra kapitaal nodig. Een geweldige kans om de actieve burgers erbij te betrekken, zou je denken. Maar helaas.

Waarom vervangen we de Chinese investeerder niet door de gebruikers van het stroomnet, de bevolking? Bied de aandelen te koop aan aan de burgers, die zich kunnen verenigen in coöperaties. Zo garandeer je dat het algemeen belang voorgaat op dat van investeerders. In Duitsland, Denemarken en Spanje zijn steeds er steeds meer steden waar de burgers het distributienetwerk (deels) terugkopen, wat meteen een positief effect heeft op de dienstverlening en ecologische doelstellingen.

Zomaar Chinezen in plaats van de eigen bevolking mede-eigenaar maken van ons stroomnet, is om vier redenen een gemiste kans van­jewelste.

1. De transitie naar een duurzaam energiesysteem zit muurvast. Het onduidelijke groenestroombeleid heeft ongeveer iedereen kwaad gekregen. Door burgers mede-eigenaar te maken van het stroomnet, creëer je betrokkenheid en openheid. Chinezen die mee beslissen kunnen de zaak enkel bemoeilijken. Geven we zo onze autonomie niet op? Hebben we dan de ruimte om te gaan voor een smart grid dat klaar is voor 100 procent hernieuwbare energie?

2. Een deel van het ongenoegen heeft te maken met de steeds hogere energiefactuur, waarvan de distributiekosten een groot deel uitmaken. Buitenlanders investeren niet voor onze mooie ogen, ze willen rendement. Zal de stroom niet gewoon nog duurder worden?

3. Het zal nog slechter gaan met onze democratie: de intrede van een externe partner is meestal geen goede zaak voor de transparantie. Wegens commerciële belangen zal het voor de burgers moeilijker zijn inzage te krijgen in de boeken. Dat geldt trouwens in heel Europa: de Chinese partner heeft zich al ingekocht in Italiaanse en Portugese stroomnetten. Hoe zit het eigenlijk met de gewenste Vlaamse verankering van ons industrieel weefsel?

4. Het beloofde dividend aan de investeerder kunnen we veel beter gebruiken voor twee zaken: investeren in een smart grid en de burgers die mee investeren een centje laten meeverdienen. Een stuk van het geld kunnen we prima gebruiken om de omslag naar hernieuwbare energie te versnellen. En waarom bieden we burgers geen mooie kans om hun spaargeld te investeren in de toekomst van hun kinderen, terwijl het ook nog iets opbrengt? Wat willen de volkspartijen: de Chinezen rijk maken of het spaargeld van hun kiezers iets doen opbrengen?

De tien geboden van peer-productie en de commons-economie

Originele tekst eerder gepubliceerd op de blog van de P2P Foundation en Wired

Voor een vrije, eerlijke en duurzame productiewijze en waardecreatie

Michel Bauwens, Berlijn, Oktober 23, 2015, voor de “Uncommons conferentie”

Zoals we elders probeerden aan te tonen, heeft het ontstaan van op commons gerichte peer-productie een nieuwe logica in het leven geroepen voor de samenwerking tussen open productieve gemeenschappen die gedeelde hulpbronnen (commons) creëren aan de hand van bijdragen, en marktgerichte entiteiten die toegevoegde waarde creëren bovenop of langs deze gedeelde commons.

Deze tekst handelt over ontluikende praktijken die een inspiratiebron kunnen zijn voor de nieuwe entiteiten van de ethische economie. De belangrijkste doelstelling is het creëren van nieuwe entiteiten die de traditionele bedrijfsvormen met hun winstmaximaliserende praktijken van waarde-extractie overstijgen. In plaats van extractieve kapitaalvormen hebben we generatieve vormen nodig die waarde co-creëren met en voor de commoners.

Voor de verklaring van de nieuwe praktijken, gebruik ik dezelfde formule als die van de Tien Geboden. Ze bestaan reeds allemaal onder verschillende gedaanten, maar moeten nog veralgemeend en geïntegreerd worden. Wat de wereld, de mensheid en alle wezens die de invloed ondergaan van onze activiteiten nodig hebben, is een productiewijze en productieverhoudingen die zowel vrij, eerlijk als duurzaam zijn.

Open en vrij

1. Gij zult open bedrijfsmodellen gebruiken die steunen op gedeelde kennis.

Gesloten bedrijfsmodellen zijn gebaseerd op artificiële schaarste. Hoewel kennis een niet- of zelfs anti-rivaliserend goed is waarvan de gebruikswaarde toeneemt naarmate het meer wordt gedeeld, en hoewel het in digitale vorm gemakkelijk kan gedeeld worden tegen zeer lage marginale kost, creëren veel extractieve bedrijven opzettelijk artificiële schaarste om rente te kunnen onttrekken aan het creëren of het gebruik van gedigitaliseerde kennis. Via legale onderdrukking of technologische sabotage worden goederen die natuurlijk kunnen worden gedeeld kunstmatig schaars gemaakt om extra winsten te genereren.

Dat is hemeltergend in een context waarin technische kennis in staat is levens te redden en de planeet te helen. Het eerste gebod is daarom het ethische gebod om te delen wat kan worden gedeeld, en om alleen marktwaarde te creëren bij hulpbronnen die schaars zijn, en toegevoegde waarde te creëren bovenop of langs deze commons. Open bedrijfsmodellen zijn marktstrategieën die gebaseerd zijn op de erkenning van natuurlijke overvloed en de weigering om een inkomen te genereren door die kunstmatig schaars te maken.

Meer informatie (in het Engels) is te vinden hier

Eerlijk

2. Gij zult werken via open coöperatieven

Er worden veel meer nieuwe ethische en generatieve entiteiten opgericht die meer in harmonie zijn met de uit bijdragen gecreëerde commons. De sleutel hierbij is om te kiezen voor postbedrijfsvormen die toelaten dat de bijdragende commoners in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Vooral open coöperatieven komen hiervoor in aanmerking. Ze hebben de volgende kenmerken:

1. Ze zijn doelgericht en hebben een sociale doelstelling die verbonden is aan de creatie van gedeelde hulpbronnen
2. Ze worden beheerd volgens een multi-stakeholdermodel, waarbij iedereen betrokken wordt die beïnvloed wordt door de werkzaamheden of bijdragen levert tot de betrokken activiteit
3. Ze verbinden zich statutair en volgens hun eigen regels met de productieve gemeenschappen voor het co-creëren van commons.

Ik voeg daar vaak nog een vierde voorwaarde aan toe, namelijk dat ze organisatorisch een globale visie hebben ten einde een tegenmacht te kunnen creëren tegenover de extractieve multinationals.

Coöperatieven zijn maar één van de potentiële vormen die commons-vriendelijke marktentiteiten kunnen aannemen. We zien ook de opkomst van meer open entiteiten zoals neo-tribale vormen (denk aan de werkwijze van de gemeenschap rond Ouishare), of meer strak georganiseerde nieuwe modellen zoals Enspiral.org, Las Indias of de Ethos Foundation. Een nog opener vorm is het soort van netwerk waarvoor de gemeenschap rond de open wetenschappelijke hardware Sensorica heeft gekozen. Ze wil de bijdragen strakker koppelen aan de gegenereerde inkomsten door alle microtaken in het beloningssysteem toe te laten aan de hand van open value accounting of contibutory acccounting (verder meer hierover).

Gij zult hierover meer informatie (in het Engels) vinden hier

3. Gij zult gebruik maken van Open Value Accounting (“open-waarde-boekhouding”) of Contibutory Accounting (“bijdragende boekhouding”)

Peer-productie is gebaseerd op vrije, gedistribueerde taken van bijdragers die werken binnen een samenwerkingsinfrastructuur gedreven door een open gemeenschap. De traditie van een baan met vaste taakbeschrijving in ruil voor een salaris is allicht niet de meest aangewezen manier om de bijdragers tot dergelijke processen te belonen. Vandaar de geboorte van de open-waarde-boekhouding of bijdragende boekhouding, een praktijk die al bestaat bij Sensorica. Het systeem bestaat erin dat elke commoner bijdragen kan leveren, ingelogd naargelang een projectnummer, en ‘karmapunten’ krijgt na een peer-evaluatie. Als er inkomsten worden gegenereerd, dan vloeien die naargelang de gewogen bijdragen, zodat elke commoner op een eerlijke manier wordt vergoed. Bijdragende boekhouding of andere gelijkaardige oplossingen zijn belangrijk om te vermijden dat enkel een beperkt aantal bijdragers die dichter bij de markt staan zich alle waarde die door een veel grotere gemeenschap werd gecreëerd, zouden toe-eigenen. Open boekhouding verzekert een transparante (her)verdeling van de waarde voor alle deelnemers.

Gij zult meer informatie (in het Engels vinden hier

4. Gij zult een eerlijke verdeling van gemeenschappelijk gecreëerde waarde verzekeren via CopyFair Licenties

De copyleft licenties laten iedereen toe om de noodzakelijke kenniscommons te hergebruiken, op voorwaarde dat elke verandering en elke verbetering aan dezelfde commons wordt toegevoegd. Dat is een groot voordeel, maar we mogen daarbij de noodzaak tot eerlijkheid niet uit het oog verliezen. Wanneer we overgaan tot fysieke productie die middelen vergt voor gebouwen, grondstoffen en lonen, zien we dat een dergelijke licentie de onbeperkte commerciële exploitatie van de commons door extractieve modellen in de hand werkt. We moeten dus verzekeren dat het delen van kennis behouden blijft, maar wederkerigheid vragen voor de commerciële exploitatie van de commons zodat er een gelijk speelveld ontstaat voor de economisch ethische spelers die de sociale en ecologische kosten internaliseren. Dit wordt bewerkstelligd door copyfair licenties die wederkerigheid vragen in ruil voor het recht op commercialisering, met behoud van het volledig delen van de kennis.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie vinden hier

5. Gij zult solidariteit bedrijven en de levens- en werkrisico’s verminderen via commonfare-praktijken

Aangezien een van de grote gevolgen van de financiële en neoliberale globalisering de geleidelijke verzwakking van de macht van nationale staten is, bestaat er vandaag een sterke en geïntegreerde poging om de solidariteitsmechanismen, ingebed in het model van de welvaartsstaten, terug te schroeven. Zolang we de macht niet hebben om het tij te doen keren, is het noodzakelijk dat we substantiële gedistribueerde solidariteitsmechanismen heropbouwen, een praktijk die we “commonvaart” (versus welvaart) kunnen noemen. Voorbeelden als het Broodfonds (Nederland), Friendsurance (Duitsland) en de “health sharing ministries” (U.S.), of coöperatieve entiteiten zoals Coopaname in Frankrijk laten nieuwe vormen van gedistribueerde solidariteit zien die kunnen worden ontwikkeld om ons te beschermen tegen levens- en werkrisico’s

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Duurzaam

6. Gij zult open en duurzame ontwerpen gebruiken voor een open source circulaire economie

Productieve open gemeenschappen verzekeren maximale participatie via modulariteit en granulariteit. Omdat ze opereren in een context van gedeelde en overvloedige middelen, is de praktijk van geplande slijtage -die geen fout is maar een kenmerk van winstmaximaliserende bedrijven- volledig vreemd aan hen. Ethische ondernemersentiteiten zullen daarom deze open en duurzame modellen gebruiken en duurzame goederen en diensten produceren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

7. Gij zult verder gaan dan uitsluitend te steunen op onvolkomen prijssignalen van de markt en overgaan tot wederzijdse coördinatie van de productie via open aanvoerketens en open boekhouding.

Wat besluitvorming is voor planning en het prijsmechanisme voor de markt, is wederzijdse coördinatie voor de commons.

We zullen nooit komen tot een duurzame ‘circulaire economie’ waarbij de output van het ene productieproces gebruikt wordt als de input voor een ander, als we gesloten aanvoerketens gebruiken en als elke samenwerking onderworpen is aan pijnlijke onderhandelingen in een weinig transparante omgeving. Maar ondernemingscoalities die reeds onderling afhankelijk zijn door hun bijdragen aan collaboratieve commons kunnen ecosystemen van samenwerking creëren aan de hand van open aanvoerketens waarin de productieprocessen transparant worden en waarbij elke participant zijn gedrag kan aanpassen gebaseerd op de beschikbare kennis binnen het netwerk. Overproductie doet zich niet voor wanneer de werkelijke productie van het netwerk algemene kennis wordt.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

8. Gij zult cosmo-lokalisering bedrijven

Als het licht is, is het globaal, als het zwaar is, is het lokaal: dit is het nieuwe principe van commons gebaseerde peer-productie, waarbij kennis wereldwijd wordt gedeeld maar de productie kan plaatsvinden op basis van de vraag en gebaseerd op werkelijke noden via een netwerk van gedistribueerde co-working ateliers en microfabrieken. Sommige studies hebben aangetoond dat tot tweederden van de grondstoffen en energie niet naar de productie gaan, maar naar transport. Dit is duidelijk onhoudbaar. Een terugkeer naar plaatselijke productie via herlocalisering is een voorwaarde sine qua non voor de overgang naar duurzame productie.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier
http://p2pfoundation.net/Category:Sustainable_Manufacturing

9. Gij zult fysieke infrastructuur wederzijds delen

Platformcoöperatieven, datacoöperatieven en fairshare-vormen van gedistribueerde eigendom kunnen worden aangewend om samen de productie-infrastructuur te bezitten.

De zogenaamde deeleconomie van Airbnb en Uber is verkeerd genoemd, maar toont niettemin het potentieel aan van middelen die anders niet zouden worden gebruikt. Co-working, skill-sharing, ride-sharing zijn voorbeelden van de vele manieren waarop we middelen kunnen delen en hergebruiken om de thermodynamische efficiëntie van onze consumptie dramatisch te verhogen.

In de juiste context van co-eigendom en co-governance, kan een echte deeleconomie gigantische voordelen opleveren op het vlak van een verminderd gebruik van hulpbronnen. Onze productiemiddelen, inclusief machines, kunnen wederzijds gedeeld worden, in eigen eigendom, door al degenen die de waarde creëren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

10. Gij zult generatief kapitaal mutualiseren

Generatieve kapitaalvormen kunnen niet steunen op een extractief geldaanbod dat gebaseerd is op samengestelde interest verschuldigd aan extractieve banken. We moeten af van de 38% rente die in alle goederen en diensten vervat is en ons geldsysteem veranderen, en het gebruik van wederzijdse kredietsystemen substantieel verhogen.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Vertaling Jean Lievens

Alles suggesties voor verbeteringen aan de vertaling welkom op [email protected]

Internationale coalitie roept op tot sterk Europees pakket voor de circulaire economie

Overgenomen van de website van Plan C, gepubliceerd op 25 mei 2015

Vandaag riep een internationale coalitie van organisaties, waaronder Plan C, met een manifest op tot een versterkt pakket voor de circulaire economie.

Het manifest dient als input vanuit een zakelijk perspectief op het vernieuwde pakket voor de circulaire economie. De tekst is gebaseerd op de obstakels die bedrijven tegenkomen bij circulair ondernemen. De circulaire economie biedt op Europees niveau perspectief op 2 miljoen nieuwe banen, een netto besparing voor bedrijven tot 600 miljard euro, en honderden miljoenen tonnen vermeden afval.

Leiderschap

Sterk overheidsbeleid is cruciaal voor het plukken van de vruchten van een circulaire economie. Dit vergt leiderschap en investeringen in circulaire innovatie. Het manifest roept de EU en de lidstaten op om op te treden als launching customer door duurzaam in te kopen. Ook pleit de coalitie voor doelstellingen voor onderhoud, reparatie, hergebruik, renovatie en cascadering naast de bestaande doelen voor afvalstorting en recycling.

Tot slot pleit het manifest voor de start van een circulair koploperprogramma en een flexibel mededingingsbeleid.

Economische prikkels

Om de doelstellingen te bereiken, vraagt het manifest om met economische prikkels de juiste randvoorwaarden te scheppen voor circulaire businessmodellen. Fiscale prikkels zijn hiervoor belangrijk. Dit kan onder andere bereikt worden door aanpassing van de Europese btw-regels om differentiatie op basis van circulariteit mogelijk te maken. Dit is belangrijk om de consument te stimuleren circulaire producten en diensten te kopen. In aanvulling daarop kan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid producenten van circulaire producten voordelen bieden, terwijl tegelijkertijd aanzienlijk geïnvesteerd kan worden in een beter beheer van afval.

Breid bestaande maatregelen uit

De coalitie is voorstander van uitbreiding van de Ecodesign-richtlijn naar een richtlijn voor Circular Design. Bovendien vraagt het manifest om de voorzetting van onderzoeksprojecten rond circulaire economie.

Brede steun

Het manifest van De Groene Zaak, MVO Nederland en Circle Economy is ondertekend door Entreprendre Vert, Ecopreneur, Green Alliance, GreenBudgetEurope, INDR, l’Institut de l’Economie Circulaire, Plan C en UnternehmensGrün, die samen duizenden koplopende bedrijven in heel Europa vertegenwoordigen. Het bevat ook ondersteunende verklaringen van het European Environmental Bureau (EEB), ACR+ en Natuur & Milieu.

De terugkeer van de vooruitgang (en de waanzin van de groei)

Eerst verschenen in De Wereld Morgen op 18 mei 2015
door Lieven De Cauter

Open brief aan NV-A voorzitter Bart De Wever, Minister-president Geert Bourgeois, VLD partijvoorzitter Gwendolyne Rutten, rector Rik Torfs en alle andere vooruitgangsoptimisten: vooruitgang door groei is op dit moment in de geschiedenis pure, pure waanzin. De terugkeer van de vooruitgang als ideologisch kernwoord is totaal onverantwoord.

Het vooruitgangsgeloof, dat ontstond in de Verlichting en in 19de eeuw een soort basis werd voor het optimisme van de burgerij en via wereldtentoonstellingen tot en met expo ‘58 met veel poeha werd uitgedragen, had in de jaren tachtig van de vorige eeuw afgedaan. De Franse filosoof Lyotard bond de kat de bel aan en stelde vast dat de ‘grote verhalen over emancipatie en vooruitgang’ hun geloofwaardigheid hadden verloren. Er was nog wel groei en ontwikkeling, maar, zei hij, gezien alle catastrofale neveneffecten (van de Holocaust tot de atoombom, van het kolonialisme tot de opwarming van de aarde) durven we het geen vooruitgang meer noemen.

Verhofstadt & Slangen die een neus hadden voor tijdsgeest, vonden het aangewezen om de PVV, de ‘Partij voor Vrijheid en Vooruitgang’ van zijn oubollige naam te ontdoen en een facelift te geven: de ‘Vlaamse Liberale Democraten’ waren geboren.

Bruntland probeerde de kool en de geit te sparen door het magische, maar niets zeggende concept van duurzame ontwikkeling in de plaats te stellen van de kapitalistische vooruitgangsidee. Maar duurzame ontwikkeling is een holle frase gebleken en daarbovenop nog eens een contradictie in de termen: groei en duurzaamheid zijn onverzoenbaar gebleken.

Lees er alle statistieken over CO2-uitstoot maar op na. Maar je kan ook gewoon rondkijken: als alles en iedereen, zowel producten als mensen steeds meer de wereld rondvliegen, kan dat alleen maar leiden tot meer uitstoot. Richard Branson, die zwoer dat hij de wereld van de klimaatcatastrofe zou redden, heeft zijn Virgin-vloot en dus zijn uitstoot intussen vermenigvuldigd. De luchtvaartindustrie moet groeien, zoals de auto-industrie, de olie-industrie en de verpakkingsindustrie. En natuurlijk de wapenindustrie en beveiligingsindustrie (die doet gouden zaken: het ‘catastrofe-kapitalisme’ is in opmars). Kortom: vooruitgang door groei is onhoudbaar gebleken en duurzame ontwikkeling letterlijk een maat voor niets.

Nu, juist nu, is plots, out of the blue, de vooruitgangidee als politiek buzzword weer helemaal terug van weggeweest. Het werd het kernwoord van de N-VA campagnes: ‘Verandering voor vooruitgang’. En ook Gwendolyn Rutten laat zich, zoals bekend (en zoals onlangs nog in De Standaard [8 mei]), niet onbetuigd in haar enthousiaste geloofsbelijdenis aan de vooruitgang. En de vrijheid natuurlijk, ‘zolang die de vrijheid van anderen niet schaadt’. Laat me niet lachen, Gwendolyn. Het is om bij te wenen: laat uw liberale mantra eens los op Monsanto of de bootvluchtelingen en je zal zien hoe hol hij klinkt.

Al dat hernieuwde vooruitgangsgeloof is naïef, en dat is een understatement. We stevenen met quasi-wetenschappelijke zekerheid af op een catastrofale opwarming van de aarde: tot 6 graden Celsius meer tegen 2100 als de CO2 uitstoot onverminderd blijft groeien. Bij 6 graden opwarming is volgens wetenschappers niets meer zeker, niet eens het overleven van de menselijke soort.

Nu, net op dit moment in de geschiedenis, juist doordat die geschiedenis wordt opgevat als vooruitgang en dus groei, zijn we zeer risicovolle diepzee-olievoorraden, erg vervuilende tar sands aan het ontginnen en schaliegas aan het aanboren. Fracking is een ramp op zich. De Duitse Energiewende wordt een maat voor niets wegens het sterk gestegen gebruik van het bruinkool voor elektriciteitsproductie. En in China rijzen de steenkoolcentrales als paddenstoelen uit de grond. Net nu we al decennia weten dat het misgaat, begint het ‘tijdperk van de extreme energie’ (in de treffende termen van Naomi Klein).

De klimaatcatastrofe is begonnen. Maar onze politici blijven de wonderen van de groei en de vooruitgang bezingen. Ze zwaaien graag met statistieken maar blijven alle klimaatrapporten onverstoord naast zich neerleggen. Net zoals de journalisten van de economiebladzijden maar blijven schrijven alsof ze op letterlijk op een andere planeet leven. Die ‘lobotomie’ in de berichtgeving zou moeten worden aangepakt.

Zelfs de groenen blijven, in hun zoektocht naar het midden, zedig zwijgen. ‘Je moet de mensen een positief verhaal brengen’, weet je wel. Na 200 jaar optimisme misschien toch eens het geweer van schouder veranderen, nee? Ook onze goede rector Torfs heeft het nog altijd niet begrepen (DS 18 mei); hij gelooft ook nog altijd dat groei fantastisch is en herverdeling een miskleun. Hij gelooft zelfs dat nulgroei en herverdeling rampzalig zouden zijn. In zijn optimisme heeft hij duidelijk de natuur, die hij bezingt in zijn stuk, vergeten. Hooggeachte Heer Rector, Beste Rik, lees toch maar eens de rapporten van het IPCC (Of, als je durft: Naomi Klein’s This changes everything zal u uit uw slaap houden. Wedden?).

De hele politieke klasse en ook veruit de meeste academici (om van de captains of industry nog maar te zwijgen) zijn bezig aan een schandalig klimaat-negationisme, ja een schuldig verzuim van wereldhistorische proporties. Alle middelen zijn goed om hen op andere gedachten te brengen, de ‘klimaatzaak’ is er een van. Ik herhaal: alle middelen.

Vooruitgang kan vandaag de dag alleen transitie heten. Die overgang zal een radicale omslag moeten zijn om het allerergste te voorkomen. We hebben volgens wetenschappers nog een kleine tien jaar om onze CO2-uitstoot drastisch in te perken zodat we onder twee graden opwarming blijven, op zich al veel teveel.

Onderzoek aan Stanford heeft uitgewezen dat we perfect op zero CO2 kunnen overschakelen – we moeten alleen willen. We kunnen zonder kapitalisme – zal lastig zijn, want de belangen gigantisch – maar we kunnen niet zonder de biosfeer. Politici die vooruitgang door groei blijven bepleiten zijn wetenschappelijk en ethisch onverantwoord bezig. Ze hebben hun mond vol over onze kinderen en kleinkinderen (met name Minister-president Bourgeois), maar zijn minstens passief medeplichtig aan het vergiftigen van de biosfeer op massale schaal. De plotse terugkeer van de vooruitgang als politiek kernwoord is op dit moment in de geschiedenis totaal van de pot gerukt.

Aan allen: ‘Open uw ogen voordat de waanzin van de groei die van uw kleinkinderen sluit!’.

Voorwoord Michel Bauwens bij nieuw boek: De circulaire economie

Cyberfilosoof Michel Bauwens schreef een voorwoord bij de kersverse publicatie van De Helling. ‘De circulaire economie: waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten.’

Oorspronkelijk tekst hier(Bureau De Helling, Wetenschappelijk bureau GroenLinks)
Socrates Schouten brengt in deze publicatie een degelijke beschrijving van de materiele, economische en technische voorwaarden die noodzakelijk zijn voor het efficiënt invoeren van een circulaire economie, en biedt daarbij een zeer nuttige nieuwe leidraad voor burgers en beleidsmakers die begaan zijn met de duurzaamheid van ons economisch stelsel en samenleving.

Toch moeten we ons ook de fundamentele vraag stellen: kan dat wel binnen de huidige maatschappelijke parameters van onze politieke economie ? Met andere woorden: is het mogelijk om een duurzame, circulaire economie te creëren in een systeem dat fundamenteel gericht is op economische groei en de accumulatie van winstgericht privé-kapitaal? Moeten we niet ook gaan kijken naar de mogelijkheden om de basislogica van het productiesysteem zelf te veranderen?

Peer productie, waarbij open contributies van betaalde en onbetaalde burgers een gedeeld gemeengoed creëren van kennis, code en design, lijkt een interessante manier om de circulaire economie te bekijken vanuit een ander, meer systeem-veranderend perspectief, en niet louter als een serie technische voorstellen. De post-kapitalistische logica van peer productie is gebaseerd op contributies in plaats van Arbeid. Het creëert producten die buiten de markt vallen, omdat ze door velen tegelijk gebruikt kunnen worden (in economische termen: het zijn niet-rivale producten).

Eerst en vooral is de logica van innovatie fundamenteel anders in peer productie. Marktgerichte innovatie kan alleen marktgerichte diensten en producten ontwikkelen waarbij slijtage en wegwerp gepland is. Artificiële schaarste wordt ingebouwd in het systeem. Die motivatie ontbreekt helemaal bij open design en onderzoeksgemeenschappen die werken met open licenties. Design van zulke producten en diensten is haast automatisch ingesteld op duurzaamheid, modulaire en plaatselijke productie, recycling en biologische afbreekbaarheid. Dit gebeurt ‘systemisch’, zonder dat hier noodzakelijk ecologisch bewustzijn mee gepaard gaat. De open gemeenschappen missen soms nog wel de kennis die open productieprocessen kan verrijken met de technische interventies voor de circulaire economie, zoals cradle to cradle design. De combinatie van het intrinsiek duurzaam design proces en ecologisch bewustzijn zou de groene impact van peer productie nog veel groter kunnen maken.

Ten tweede leidt peer productie tot een geheel andere relatie met vraag en aanbod. Traditionele kapitalistische productie is gericht op het creëren van kunstmatige noden via marketing en reclame. Daarmee ontstaat een economie gestuurd door het aanbod dat aan de man gebracht moet worden. Peer productie kan daarentegen de nieuwe logica hanteren van ‘wat licht is, is globaal, wat zwaar is, is lokaal’. De technische en wetenschappelijke samenwerking gebeurt wereldwijd en wordt ook mondiaal gedeeld, terwijl de productiemethoden gebruik maken van nieuwe machines die gedistribueerde lokale productie mogelijk maken (zoals 3D printers). Productie in lokale microfabrieken, via gedeelde gedownloade designs, laat toe om een vraag-gerichte economie op te bouwen. Daarnaast vermindert lokale productie het aandeel van energie en materie dat naar transport gaat drastisch.

Peer productie, tot nu toe gebaseerd op de mutualisering van kennis, kan ook bijdragen aan de mutualisering van fysieke infrastructuur. De open en ge-netwerkte productie van goederen en diensten op lokaal vlak, kan immers gedaan worden voor toepassingen in de deeleconomie in plaats van voor individueel eigendom.

Dat is het kern-argument dat ik zou willen maken: peer productie biedt systemische voordelen voor het ontwikkelen van een nieuw soort productie, gebaseerd op gedeelde kennis, die nog veel meer voordelen biedt wanneer het gekoppeld kan worden aan ecologisch bewustzijn en aan de technische en wetenschappelijke kennis die wordt ontwikkelt rond duurzaamheid, de deeleconomie, en de circulaire economie.

Uiteraard gaat het hier om een ‘politieke’ economie, en is netwerkinfrastructuur alleen niet voldoende om dit technisch te verwezenlijken. Design is immers een techno-sociaal proces waarbij technologie nooit waardenvrij of neutraal is. Technologie vertegenwoordigt in zijn architectuur zelf, politiek-sociale waardepatronen en materiele belangen. Dat blijkt ook uit onderstaande figuur die vier mogelijke techno-sociale configuraties expliciteert:

(zie illustratie boven)

In het netarchische model is de gebruikerskant ‘peer to peer’, maar al de rest is gecentraliseerd, hiërarchisch en onder de controle en eigendom van private eigenaars. In het gedistribueerde kapitalistische model, wordt centralisatie vermeden maar blijft de hoofdmotivatie winstgericht.

Interessanter voor de realisering van het volle potentieel van de deeleconomie zijn dus de twee modellen aan de rechterkant. In het model van de lokale veerkracht wordt peer to peer technologie gebruikt om de logistieke en andere facetten van productie te richten op het lokale voordeel; terwijl in het scenario van de global commons ook naar de mondiale waarde-ketens wordt gekeken.

Ik ben het dus zeer met Socrates Schouten eens dat de realisatie van technische en politieke voorstellen voor een circulaire economie gezien moeten worden als een interventie die ook een fundamentele verandering van de politieke economie vereist. Naar mijn mening is de ontwikkeling van modellen die gebaseerd zijn op de logica van de peer productie daarbij van wezenlijk belang.

Nieuwe publicatie: De circulaire economie – Waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten

originele tekst

Grondstoffen zijn te waardevol om verloren te laten gaan als afval. Steeds meer burgers en bedrijven zijn zich daarvan bewust. Op 14 oktober wordt tijdens de lezing van Michel Bauwens een nieuwe publicatie van De Helling gepresenteerd: ‘De circulaire economie: waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten’ (Socrates Schouten). Deze publicatie wordt op dezelfde dag gepresenteerd als de notitie van Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren over een duurzame deeleconomie.

De circulaire economie geniet groeiende belangstelling van burgers, bedrijven en overheden. Groene ondernemers knopen het uiteinde van de ene keten aan het begin van een andere en ontwikkelen en passant nieuwe verdienmodellen. Ook bestaande bedrijven haken aan. Eindelijk lijkt er een manier gevonden waarop de economie kan blijven groeien en toch duurzaam wordt. De belofte wordt echter niet zomaar ingelost. De meeste aandacht gaat uit naar de economische schaarste van grondstoffen. Dat fenomeen is van een veel lichtere orde dan het werkelijke probleem: de eindige capaciteit van de natuurlijke ecosystemen. Als we een gezonde, houdbare economie willen die de eigen voedingsbodem intact laat, dan moet het economisch systeem flink op de schop. De kloof tussen producent en consument, die na anderhalve eeuw olie-gedreven globalisering flink is gegroeid, zal de komende decennia kleiner moeten. De circulaire economie kan daarbij een uitstekend model zijn. Een verkeerde invulling van de circulaire economie kan echter ook averechts werken. Dit boek analyseert de verschillende aspecten en mogelijkheden van de circulaire economie en stelt een fundamentele, groene invulling voor, met winst voor mens en milieu.

Het boek ‘De circulaire economie’ kan hier besteld worden.

Deze publicatie valt tegelijk met de notitie die Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren lanceerde over de deeleconomie. Daarin worden tien stappen naar een duurzame deeleconomie gepresenteerd, waarin ze de overheid aanmoedigt de deeleconomie beter te faciliteren.

Wereldwijde overstap groene energie levert 71.000 miljard dollar op

Originele link (overgenomen uit “Het kan wel“)`Er is nog 44.000 miljard dollar nodig om tegen 2050 wereldwijd volledig op groene energie te draaien. Dat lijkt verschrikkelijk veel. Maar het beeld wordt anders als je bedenkt hoeveel inkomsten er tegenover staan: 155.000 miljard dollar. Oftewel: de netto winst van de overstap is 71 biljoen dollar, ongeveer 55 biljoen euro.
En het is niet de minste die met dit bedrag komt. Het Internationaal Energie Agentschap publiceerde in mei 2014 een berekening waar dit bedrag uitrolde: het rapport Energy Technology Perspectives 2014.

Vincent Dekker, die voor Trouw een blog bijhoudt over zonne-energie, schrijft:

“Tegenstanders van verduurzaming brengen voortdurend te berde dat we er zo verschrikkelijk veel geld aan ‘kwijt zijn’. Wat ze er dan nooit bij vertellen is hoeveel extra inkomsten daar tegenover staan. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA), een instelling die toch niet van dagdromerij kan worden beticht, heeft dat eens uitgerekend. En die komt dus op een nettowinst van 71 biljoen dollar tussen nu en 2050.”

Het rapport dat in mei dit jaar gepubliceerd werd, kwam onlangs weer in het nieuws. CERES, een netwerk van grote investeerders, wil haast maken met de investeringen in de groene energiesector. Volgens CERES staat er niets in de weg om veel meer te investeren. Het enige wat nodig is zijn bedrijven en investeerders die leiderschap tonen.

CERES is daarom een campagne gestart, de Clean Trillion Campagne, om investeerders warm te maken voor groene energie. Het jaarlijks geïnvesteerde bedrag moet in 2030 rond de 1.000 miljard dollar per jaar liggen. Op dit moment wordt er jaarlijks ‘slechts’ 288 miljard dollar geïnvesteerd in schone energie.

Bron: Trouw.

Coffee with the Future

Coffee with the Future Dirk Holemans

16 september om 19u30
Clouds in my Coffee, Dendermondsesteenweg 104, Gent

Dirk Holemans is coördinator van de sociaal-ecologische denktank Oikos, houdt van groene thee en het publieke debat. Dat maakt hem tot een ideale gast voor een volgende coffee with the future! Ga met hem het debat aan over politieke ecologie, democratie, ruimtelijke ordening, duurzame mobiliteit en milieufilosofie.

Schrijf je snel in via [email protected]!

Dirk Holemans is ook hoofdredacteur van Oikos en fractieleider van Groen! van de Gentse Gemeenteraad. Hij was Vlaams parlementslid voor Groen!, onderzoeker, docent en zakelijk leider van het sociaal-artistiek huis Victoria Deluxe te Gent.

Deze inspirerende ontmoeting vindt plaats in Clouds in my Coffee, vlakbij station Gent Dampoort en een hemelse plek om te dromen over een duurzame toekomst!

Coffee with the Future Michel Bauwens

12 oktober om 19.30
Koffiebar Mok, Diestsestraat 165, Leuven.

Ga het boeiende gesprek aan met Michel Bauwens, Belgische cyberfilosoof en oprichter van de Peer-to-Peer Foundation for Alternatives. P2P Foundation is een wereldwijd netwerk van wetenschappers en activisten dat onderzoek doet naar peer-to-peer netwerken en praktijken.

Bauwens ziet in nieuwe fenomenen zoals de samenwerkingseconomie, peer-to-peernetwerken, open source, crowdsourcing, fab labs, microfabrieken, de makersbeweging en stadslandbouw een weg naar een postkapitalistische samenleving, waarbij de markt zal onderworpen worden aan het algemeen belang.

Doordat het aantal plaatsen beperkt is kun je in directe, diepgaande dialoog gaan met deze boeiende spreker. Schrijf je dus snel in via [email protected]!

Maak alles zelf: Instructies voor lowtech doe-het-zelvers

uit: Transitiontowns.nl

Zelf bier brouwen of voedsel inblikken? Zonnepanelen of een windturbine in elkaar knutselen? Een fietskar monteren, een aarden huis bouwen of zelf bakstenen bakken? Koken en voedsel bewaren zonder elektriciteit? Wat je ook zelf wil maken, de handleiding ervoor staat op het internet. Met de zomer als de ideale klustijd voor de deur, een overzicht uit Low Tech Magazine: Maak alles zelf: handleidingen en instructies voor lowtech doe-het-zelvers

Lowtech Magazine is een weblog van Kris De Decker, waarin hij al sinds september 2007 een onderzoeksjournalistiek bedrijft over milieu, energie en technologie. Het magazine stelt zich vragen bij het blind geloof in vooruitgang en hoogtechnologische oplossingen. Kris kijkt vaak terug in de geschiedenis van technologie en traditionele kennis en duikt daar schatten aan nuttige voorbeelden op. Zijn artikelen passen vaak uitstekend bij de aanpak van Transition Towns.

De bibliotheek van Practical Action

De vanuit het Verenigd Koninkrijk opererende organisatie Practical Action heeft zich als doel gesteld de levensomstandigheden te verbeteren in ontwikkelingslanden. Dat doet ze door het opzetten van projecten in Latijns-Amerika, Zuid-Azië en Afrika, en door het aanbieden van een online catalogus met technische handleidingen. De organisatie opereert al sinds 1966 (weliswaar onder een andere naam) en is geïnspireerd door het werk van E.F. Schumacher, de peetvader van de lowtech (als je z’n boeken kan vinden: lezen!).

Een overzicht van de (voor ons) interessante handleidingen vindt u terug in het origineel artikel (zie link bovenaan).

de klimaatcrisis – de essentie

Een bijgewerkte en geactualiseerde versie van De klimaatcrisis [hoofdstuk 2 in Terra reversa: Mondiaal klimaatpoker – later meer over dit boek] met medewerking van Pierre Huybrechts is hier te vinden (het is dus een nieuwe editie van het afgebeelde werk).

Ter aanvulling: het IPCC-rapport van afgelopen jaar.

Met dank aan Christanarcy