Categorie archief: Michel Bauwens

1395182_10202122479806420_1070858643_n

De deeleconomie moet open zijn, transparant en in handen van de werkers

door Jean Lievens
P2P Foundation Belgium

Verschenen in De Morgen van 14 mei 2016

Filosoof Rogier De Langhe hield in De Morgen van 11/5/2016 een vurig pleidooi voor de deeleconomie waarin hij een antwoord ziet op de huidige golf van burn-outs, depressies, vervroegde pensioneringen en zelfmoorden (DM 11/5). “Je werkt binnen structuren die jou als doel hebben, in plaats dat jij je te pletter moet lopen voor de structuren.” O ja?

Autonomie is voor veel deelnemers in de deeleconomie inderdaad een plus. Je “kiest” zelf min of meer wanneer je wilt werken en je kunt op verschillende terreinen naar keuze actief zijn. Bovendien is er een macro-economisch argument. De staat van de planeet laat niet langer toe dat we doorgaan zoals we bezig zijn. We verbruiken momenteel anderhalve planeet per jaar en als we niet radicaal overstappen naar een nieuw economisch paradigma, lijkt het doemscenario van het einde van onze soort reëel.

Op macro-economische schaal is het mutualiseren van grondstoffen en diensten de enige manier waarop we onze planeet kunnen behoeden voor roofbouw op grondstoffen die worden opgeofferd op het altaar van de groeilogica. En dit is precies waaraan de deeleconomie kan verhelpen. Alleen werkt het nu heersende model kwetsbaarheid en groeiende ongelijkheid in de hand.

Facebook, Google, Uber, Airbnb, Mechanical Turk: het zijn voorbeelden van kapitalistische bedrijven met een nieuw verdienmodel dat waarde onttrekt uit menselijke samenwerking. Ze hebben zich in ijltempo opgewerkt tot wereldspelers met zo goed als monopolieposities. Uber vergaarde in amper zeven jaar een marktwaarde van 60 miljard dollar (53 miljard euro). De vraag is of deze prille modellen gezien hun parasitair verdienmodel ooit volwassen zullen worden. Bart Eeckhout heeft dus overschot van gelijk: “Van bescheiden alternatief voor de vrije markt, heeft de deeleconomie zich ontwikkeld tot disruptieve steunbeer van deregulering.” (DM 12/5)

Deze ‘netarchische kapitalisten’ (die heersen over het netwerk), heiligen in woorden de vrije markt, maar bezondigen zich in de feiten aan oneerlijke concurrentie. Ze investeren zelf niet in infrastructuur, maar gebruiken de bestaande. Ze werken met freelancers waardoor ze sociale regressie in de hand werken.

Wat hier voor ‘deeleconomie’ doorgaat, wordt in de VS correcter omschreven als ‘gig-economie’. Een ‘gig’ is een optreden, maar betekent hier een korte klus. In de Amerikaanse verzoeknummer-economie – die niets met delen maar alles met huren en verkopen te maken heeft – bedraagt het gemiddelde uurloon amper 2,5 dollar (2,2 euro). Die ‘deeleconomie’ mag dan misschien een remedie zijn tegen de ratrace, maar of een race to the bottom zo veel beter is, durven wij sterk te betwijfelen.

Je kunt er, kortom, niet om heen dat De Langhe de huidige ‘deeleconomie’ te rooskleurig voorstelt. Want wat is je autonomie waard als je compleet afhankelijk bent van een platform dat een steeds groter deel van je omzet afleidt naar geldschieters die zelf niet investeren in een wagenpark, hotels of een uitzendbureau? Bovendien hebben werkers in deze gig-economie niet het recht om met elkaar in contact te treden waardoor hun inkomen permanent onder druk staat. Vraag en aanbod komen niet met elkaar in contact, maar vinden elkaar via ondoorzichtige algoritmes. In tegenstelling tot wat De Langhe suggereert, zijn dergelijke platformen niet ontworpen in het belang van de aanbieders, maar in dat van de eigenaars.

Wat stellen wij dan voor? Om te beginnen is regulering een must zodat de concurrentie met traditionele spelers eerlijk verloopt. Ten tweede moeten de sociale statuten worden gelijkgeschakeld. De vakbonden laten hier een kans liggen omdat ze zich vrijwel uitsluitend richten op het salariaat. Gelukkig zijn er initiatieven zoals Smart die zich met groeiend succes opwerpen als belangenverdediger van freelancers. Ten derde komt het erop aan alternatieven te ontwikkelen in de vorm van platformcoöperatieven, waarbij stedencoalities technische ontwikkelingen kunnen ondersteunen. Tegenover de extractieve kapitalistische modellen wordt meer en meer geëxperimenteerd met nieuwe coöperatieve modellen die zelf platformen en apps ontwikkelen, waardoor het eigendom- en beheermodel in lijn wordt gebracht met de peer-to-peer waardecreatie.

Het ontwikkelen van een app à la Uber is minder onoverkomelijk dan kapitaal bijeenschrapen om een staalfabriek te bouwen. Union Taxi Cooperative in Denver is maar één voorbeeld van een plaatselijk alternatief voor Uber. Steden als Seoel hebben Uber verboden en zelf een even gebruiksvriendelijke app ontwikkeld. Lokale overheden kunnen dus een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van nieuwe bedrijfsmodellen die voordeliger zijn voor de werknemers. Nog een voorbeeld: in New York City bestaat een coalitie van 24 coöperatieven die eigendom zijn van hoofdzakelijk vrouwelijke werkers. De leden hebben hun uurloon van 10 tot 25 dollar zien stijgen.

Het alternatief dat wij verdedigen moet open (source) zijn, transparant en in handen van de werkers. Plus: het moet gemeengoed voortbrengen – zoals het bedrijvennetwerk Enspiral, ontstaan in Nieuw-Zeeland, dat de open samenwerkingstool Loomio en de gemeenschappelijke investeringsapp CoBudget hebben ontwikkeld – draaien op een multi-stakeholderbestuur en transnationaal georganiseerd zijn. Enkel op die manier kan de deeleconomie uitgroeien tot mondiale, democratische alternatieven voor de huidige multinationals.

12232867_503127136514449_1937551257234855683_o

‘De Belgische regering kiest voor een trek-uw-plansamenleving’

De Standaard 12 december

Het laatste boek dat wijlen Jean-Luc Dehaene cadeau deed aan zijn partijvoorzitter Wouter Beke, was De wereld redden van Michel Bauwens. Dat is de Belgische peetvader van de peer-to-peerbeweging – een vraag-aanbodeconomie tussen particulieren – vooralsnog niet gelukt, maar zijn alternatieve model maakt wel opgang. ‘Ja, ik ben een wereldverbeteraar.’

volledig artikel hier

12186445_503126793181150_1956149186327379212_o

Twee projecten en 3 prioriteiten voor de P2P Foundation in 2016

door Michel Bauwens

Geschreven voor de groepsboog ‘New Commons
De P2P Foundation is een internationaal netwerk van onderzoekers en activisten die peer-to-peer praktijken, geïnterpreteerd als de gezamenlijke productie van gedeelde goederen, i.e. commons, onderzoeken, proberen te begrijpen en promoten. In dit kader hebben we begin 2015 drie strategische prioriteiten bepaald, die we hier even willen toelichten voor een Nederlandstalig publiek.

De eerste prioriteit is het werken naar een commons-georiënteerd transitiebeleid. Dat betekent een heroriëntatie van het productieapparaat en de maatschappij naar het creëren van gedeelde kennis en eventueel ook materiële goederen. Wij geloven dat dit nodig is omdat de huidige productievorm steunt op twee foutieve veronderstellingen.

De eerste is dat natuurlijke hulpbronnen oneindig zijn. We zitten verstrikt in een groeimechanisme dat enorm veel ‘negatieve externaliteiten’ veroorzaakt. Essentieel daarin is de vernietiging van de regeneratieve capaciteiten van onze planeet, met daarnaast ook al het materiële leed en de sociale onrechtvaardigheid die daaruit voortvloeit.

De tweede verkeerde veronderstelling is dat kennis moet worden geprivatiseerd. Menselijke samenwerking om problemen op te lossen wordt enorm moeilijk zo niet onmogelijk gemaakt. In commons-georiënteerde peer-productie dragen burgers vrijwillig bij tot gedeelde kennis
waarrond een dynamische maatschappij en economie kunnen ontstaan.

In het ideale geval worden die productieve commons gestimuleerd en gebruikt binnen een generatieve economie die mogelijkheden tot levensonderhoud creëert rond die commons, in tegenstelling tot een extractieve economie.

Tenslotte worden de inkadering en stimulering van het geheel ook georganiseerd door een ‘partnerstaat’-model, dat zowel individuele als sociale menselijke autonomie maximaal ondersteunt. Dit voorgestelde model vloeit rechtstreeks voort uit bestaande ervaringen van de commons-economie en de combinatie van productieve gemeenschappen, ethische ondernemerscoalities en stichtingen die het coöperatieve systeem mogelijk maken en beschermen. Streven naar politieke transitie betekent een stem geven aan burgers die gemeengoed creëren en beschermen en bestaande politieke krachten beïnvloeden door een positief programma op te stellen voor die transitie.

De tweede prioriteit is het scheppen van de economische voorwaarden. Dit noemen we ‘open coöperativisme’. Dit betekent dat we generatieve bedrijfsmodellen ondersteunen die niet gericht zijn op winstmaximalisatie, maar op het ondersteunen van een sociaal doel. Ze creëren een economie met toegevoegde waarde rond die commons en zorgen ervoor dat mensen kunnen leven van hun bijdragen tot die gemeengoederen. De aandacht gaat hier dus naar praktijken die het mogelijk maken om ethische ondernemerscoalities in het leven te roepen, die commons-vriendelijk zijn en zelf commons coproduceren.

Onze derde prioriteit betreft de ecologische transitie en in het bijzonder onze overtuiging dat de overstap naar het peer-productiemodel een voorwaarde is om de ecologische transitie te bewerkstelligen. Wanneer design en ontwikkeling inderdaad gebeuren binnen een open productieve gemeenschap die een gemeengoed creëert, is er geen geplande veroudering. Ten tweede maken de openheid en transparantie in het netwerk de realisatie van een open circulaire economie heel snel mogelijk.

Ten derde maakt de combinatie van globale samenwerking en lokale productie in microfabrieken enorme besparingen mogelijk op het vlak van goederentransport dat binnen het huidige productiesysteem momenteel twee derde van de materie en energie opslorpt . Ook de mutualisering van infrastructuur heeft ingrijpende gevolgen op het gebruik van hulpbronnen.

Hiermee zijn we beland bij het eerste onderzoeksproject van 2016: het berekenen van de maximale thermodynamische efficiëntie die we kunnen bereiken dankzij die transitie. Onze intuïtie zegt ons dat we met 20% van de hulpbronnen die we vandaag gebruiken zeker 80% van de goederen en diensten van de huidige samenleving kunnen vrijwaren. Voor dit project werken we we samen met het Frans-Australische BlaqSwans collectief.

Ons tweede onderzoeksproject is iets minder formeel en gaat over een economie die het minder moet hebben van het zeer inefficiënte prijzenmechanisme, maar evenmin van autoritaire centrale planning. Wat prijzen zijn voor een markteconomie en beslissingen voor een planeconomie, is gemeenschappelijke coördinatie voor een commons-economie.

Hoe moeten we ons dat inbeelden? Wat we vandaag al weten is dat de immateriële productie van commons gebeurt door middel van sociale signalen, i.e. stigmergie. Dat is vandaag de dominante methode in het produceren van open kennis (Wikipedia), vrije software (Linux) , en gedeelde conceptontwikkeling (Arduino).

Vermits we ook al weten dat bedrijven die werken in ethische ondernemerscoalities (Enspiral, Sensorica), interne transparantie beoefenen, dan is dit maar één stap naar de hypothese dat open logistiek en open boekhouding kan leiden tot het invoeren van stigmergische coördinatie in fysieke productieprocessen en dus naar een veralgemeende open circulaire economie. Het goede nieuws is dat de blockchain, het universele logboek dat voor bitcoin werd ontworpen, ook hiervoor kan dienen!

Tot zover de twee voorbeelden van hoe we proberen vooruit te gaan in het denken rond de commons-transitie in 2016.

Schermafbeelding 2016-01-16 om 17.42.14

Verander alles – De Broeikas

Oorspronkelijke tekst hier

Een project dat volop experimenteert met andere, nieuwe manieren van duurzamer leven zonder winstbejag centraal te plaatsen, dat is De Broeikas. Centraal ijkpunt is de terugkeer naar de rust, naar een vertragen, verstillen en verdiepen. De Broeikas verzet zich zo radicaal tegen de rushes van het dagelijkse leven en probeert vertrekkende vanuit kunst, cultuur en wetenschap een alternatief te bieden dat deint op het ritme van de natuur.

De stuwende geesten achter De Broeikas willen het anders doen. Omdat het kan, zowel sociaal als ecologisch. Ze verbinden en verzamelen mensen en initiatieven die geloven in een warme en begripvolle samenleving. Daar waar mogelijk, willen ze deze mensen soigneren, een forum geven en ruimte bieden. Dat alles met de bedoeling innovatieve coalities te smeden richting een vernieuwd samenleven. De Broeikas is prettig en verrijkend samenwerken, coöperatief en anders. Want waar kiemen kansen krijgen, kan synergie ontstaan en wordt innovatie mogelijk.

Het project De Broeikas is gesitueerd in de grote schuur van een oude beschermde vierkantshoeve in Neervelp, waar recent De Kaasdroger ingericht werd, een cohousingproject voor vier gezinnen. Via De Broeikas willen de bewoners hun woonproject openstellen voor andere participanten en geïnteresseerden. De Broeikas wil een labo zijn voor een andere wereld, een wereld waarin mensen gewone en gedurfde dingen uitproberen, op weg naar een andere, meer duurzame wereld. Daartoe hebben ze een coöperatie opgericht met ondertussen al 85 coöperanten.

Geïnteresseerden kunnen intekenen op aandelen om zo het project verder te steunen en mede-eigenaar van de schuur en haar activiteiten te worden. De organisatie wordt echter niet gestuurd door winst. Wie tekent voor een aandeel, tekent niet voor een financiële maar wel voor een sociaal-groene return. Het project van De Broeikas sluit zo naadloos aan het concept van de “WEconomy”, een filosofie die vol passie gepromoot wordt door Michel Bauwens, een Vlaming die wereldwijd bekend werd door zijn gedachtegoed over de peer-to-peereconomie.

Meer weten over De Broeikas of interesse om coöperant te worden?

images

De tien geboden van peer-productie en de commons-economie

Originele tekst eerder gepubliceerd op de blog van de P2P Foundation en Wired

Voor een vrije, eerlijke en duurzame productiewijze en waardecreatie

Michel Bauwens, Berlijn, Oktober 23, 2015, voor de “Uncommons conferentie”

Zoals we elders probeerden aan te tonen, heeft het ontstaan van op commons gerichte peer-productie een nieuwe logica in het leven geroepen voor de samenwerking tussen open productieve gemeenschappen die gedeelde hulpbronnen (commons) creëren aan de hand van bijdragen, en marktgerichte entiteiten die toegevoegde waarde creëren bovenop of langs deze gedeelde commons.

Deze tekst handelt over ontluikende praktijken die een inspiratiebron kunnen zijn voor de nieuwe entiteiten van de ethische economie. De belangrijkste doelstelling is het creëren van nieuwe entiteiten die de traditionele bedrijfsvormen met hun winstmaximaliserende praktijken van waarde-extractie overstijgen. In plaats van extractieve kapitaalvormen hebben we generatieve vormen nodig die waarde co-creëren met en voor de commoners.

Voor de verklaring van de nieuwe praktijken, gebruik ik dezelfde formule als die van de Tien Geboden. Ze bestaan reeds allemaal onder verschillende gedaanten, maar moeten nog veralgemeend en geïntegreerd worden. Wat de wereld, de mensheid en alle wezens die de invloed ondergaan van onze activiteiten nodig hebben, is een productiewijze en productieverhoudingen die zowel vrij, eerlijk als duurzaam zijn.

Open en vrij

1. Gij zult open bedrijfsmodellen gebruiken die steunen op gedeelde kennis.

Gesloten bedrijfsmodellen zijn gebaseerd op artificiële schaarste. Hoewel kennis een niet- of zelfs anti-rivaliserend goed is waarvan de gebruikswaarde toeneemt naarmate het meer wordt gedeeld, en hoewel het in digitale vorm gemakkelijk kan gedeeld worden tegen zeer lage marginale kost, creëren veel extractieve bedrijven opzettelijk artificiële schaarste om rente te kunnen onttrekken aan het creëren of het gebruik van gedigitaliseerde kennis. Via legale onderdrukking of technologische sabotage worden goederen die natuurlijk kunnen worden gedeeld kunstmatig schaars gemaakt om extra winsten te genereren.

Dat is hemeltergend in een context waarin technische kennis in staat is levens te redden en de planeet te helen. Het eerste gebod is daarom het ethische gebod om te delen wat kan worden gedeeld, en om alleen marktwaarde te creëren bij hulpbronnen die schaars zijn, en toegevoegde waarde te creëren bovenop of langs deze commons. Open bedrijfsmodellen zijn marktstrategieën die gebaseerd zijn op de erkenning van natuurlijke overvloed en de weigering om een inkomen te genereren door die kunstmatig schaars te maken.

Meer informatie (in het Engels) is te vinden hier

Eerlijk

2. Gij zult werken via open coöperatieven

Er worden veel meer nieuwe ethische en generatieve entiteiten opgericht die meer in harmonie zijn met de uit bijdragen gecreëerde commons. De sleutel hierbij is om te kiezen voor postbedrijfsvormen die toelaten dat de bijdragende commoners in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Vooral open coöperatieven komen hiervoor in aanmerking. Ze hebben de volgende kenmerken:

1. Ze zijn doelgericht en hebben een sociale doelstelling die verbonden is aan de creatie van gedeelde hulpbronnen
2. Ze worden beheerd volgens een multi-stakeholdermodel, waarbij iedereen betrokken wordt die beïnvloed wordt door de werkzaamheden of bijdragen levert tot de betrokken activiteit
3. Ze verbinden zich statutair en volgens hun eigen regels met de productieve gemeenschappen voor het co-creëren van commons.

Ik voeg daar vaak nog een vierde voorwaarde aan toe, namelijk dat ze organisatorisch een globale visie hebben ten einde een tegenmacht te kunnen creëren tegenover de extractieve multinationals.

Coöperatieven zijn maar één van de potentiële vormen die commons-vriendelijke marktentiteiten kunnen aannemen. We zien ook de opkomst van meer open entiteiten zoals neo-tribale vormen (denk aan de werkwijze van de gemeenschap rond Ouishare), of meer strak georganiseerde nieuwe modellen zoals Enspiral.org, Las Indias of de Ethos Foundation. Een nog opener vorm is het soort van netwerk waarvoor de gemeenschap rond de open wetenschappelijke hardware Sensorica heeft gekozen. Ze wil de bijdragen strakker koppelen aan de gegenereerde inkomsten door alle microtaken in het beloningssysteem toe te laten aan de hand van open value accounting of contibutory acccounting (verder meer hierover).

Gij zult hierover meer informatie (in het Engels) vinden hier

3. Gij zult gebruik maken van Open Value Accounting (“open-waarde-boekhouding”) of Contibutory Accounting (“bijdragende boekhouding”)

Peer-productie is gebaseerd op vrije, gedistribueerde taken van bijdragers die werken binnen een samenwerkingsinfrastructuur gedreven door een open gemeenschap. De traditie van een baan met vaste taakbeschrijving in ruil voor een salaris is allicht niet de meest aangewezen manier om de bijdragers tot dergelijke processen te belonen. Vandaar de geboorte van de open-waarde-boekhouding of bijdragende boekhouding, een praktijk die al bestaat bij Sensorica. Het systeem bestaat erin dat elke commoner bijdragen kan leveren, ingelogd naargelang een projectnummer, en ‘karmapunten’ krijgt na een peer-evaluatie. Als er inkomsten worden gegenereerd, dan vloeien die naargelang de gewogen bijdragen, zodat elke commoner op een eerlijke manier wordt vergoed. Bijdragende boekhouding of andere gelijkaardige oplossingen zijn belangrijk om te vermijden dat enkel een beperkt aantal bijdragers die dichter bij de markt staan zich alle waarde die door een veel grotere gemeenschap werd gecreëerd, zouden toe-eigenen. Open boekhouding verzekert een transparante (her)verdeling van de waarde voor alle deelnemers.

Gij zult meer informatie (in het Engels vinden hier

4. Gij zult een eerlijke verdeling van gemeenschappelijk gecreëerde waarde verzekeren via CopyFair Licenties

De copyleft licenties laten iedereen toe om de noodzakelijke kenniscommons te hergebruiken, op voorwaarde dat elke verandering en elke verbetering aan dezelfde commons wordt toegevoegd. Dat is een groot voordeel, maar we mogen daarbij de noodzaak tot eerlijkheid niet uit het oog verliezen. Wanneer we overgaan tot fysieke productie die middelen vergt voor gebouwen, grondstoffen en lonen, zien we dat een dergelijke licentie de onbeperkte commerciële exploitatie van de commons door extractieve modellen in de hand werkt. We moeten dus verzekeren dat het delen van kennis behouden blijft, maar wederkerigheid vragen voor de commerciële exploitatie van de commons zodat er een gelijk speelveld ontstaat voor de economisch ethische spelers die de sociale en ecologische kosten internaliseren. Dit wordt bewerkstelligd door copyfair licenties die wederkerigheid vragen in ruil voor het recht op commercialisering, met behoud van het volledig delen van de kennis.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie vinden hier

5. Gij zult solidariteit bedrijven en de levens- en werkrisico’s verminderen via commonfare-praktijken

Aangezien een van de grote gevolgen van de financiële en neoliberale globalisering de geleidelijke verzwakking van de macht van nationale staten is, bestaat er vandaag een sterke en geïntegreerde poging om de solidariteitsmechanismen, ingebed in het model van de welvaartsstaten, terug te schroeven. Zolang we de macht niet hebben om het tij te doen keren, is het noodzakelijk dat we substantiële gedistribueerde solidariteitsmechanismen heropbouwen, een praktijk die we “commonvaart” (versus welvaart) kunnen noemen. Voorbeelden als het Broodfonds (Nederland), Friendsurance (Duitsland) en de “health sharing ministries” (U.S.), of coöperatieve entiteiten zoals Coopaname in Frankrijk laten nieuwe vormen van gedistribueerde solidariteit zien die kunnen worden ontwikkeld om ons te beschermen tegen levens- en werkrisico’s

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Duurzaam

6. Gij zult open en duurzame ontwerpen gebruiken voor een open source circulaire economie

Productieve open gemeenschappen verzekeren maximale participatie via modulariteit en granulariteit. Omdat ze opereren in een context van gedeelde en overvloedige middelen, is de praktijk van geplande slijtage -die geen fout is maar een kenmerk van winstmaximaliserende bedrijven- volledig vreemd aan hen. Ethische ondernemersentiteiten zullen daarom deze open en duurzame modellen gebruiken en duurzame goederen en diensten produceren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

7. Gij zult verder gaan dan uitsluitend te steunen op onvolkomen prijssignalen van de markt en overgaan tot wederzijdse coördinatie van de productie via open aanvoerketens en open boekhouding.

Wat besluitvorming is voor planning en het prijsmechanisme voor de markt, is wederzijdse coördinatie voor de commons.

We zullen nooit komen tot een duurzame ‘circulaire economie’ waarbij de output van het ene productieproces gebruikt wordt als de input voor een ander, als we gesloten aanvoerketens gebruiken en als elke samenwerking onderworpen is aan pijnlijke onderhandelingen in een weinig transparante omgeving. Maar ondernemingscoalities die reeds onderling afhankelijk zijn door hun bijdragen aan collaboratieve commons kunnen ecosystemen van samenwerking creëren aan de hand van open aanvoerketens waarin de productieprocessen transparant worden en waarbij elke participant zijn gedrag kan aanpassen gebaseerd op de beschikbare kennis binnen het netwerk. Overproductie doet zich niet voor wanneer de werkelijke productie van het netwerk algemene kennis wordt.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

8. Gij zult cosmo-lokalisering bedrijven

Als het licht is, is het globaal, als het zwaar is, is het lokaal: dit is het nieuwe principe van commons gebaseerde peer-productie, waarbij kennis wereldwijd wordt gedeeld maar de productie kan plaatsvinden op basis van de vraag en gebaseerd op werkelijke noden via een netwerk van gedistribueerde co-working ateliers en microfabrieken. Sommige studies hebben aangetoond dat tot tweederden van de grondstoffen en energie niet naar de productie gaan, maar naar transport. Dit is duidelijk onhoudbaar. Een terugkeer naar plaatselijke productie via herlocalisering is een voorwaarde sine qua non voor de overgang naar duurzame productie.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier
http://p2pfoundation.net/Category:Sustainable_Manufacturing

9. Gij zult fysieke infrastructuur wederzijds delen

Platformcoöperatieven, datacoöperatieven en fairshare-vormen van gedistribueerde eigendom kunnen worden aangewend om samen de productie-infrastructuur te bezitten.

De zogenaamde deeleconomie van Airbnb en Uber is verkeerd genoemd, maar toont niettemin het potentieel aan van middelen die anders niet zouden worden gebruikt. Co-working, skill-sharing, ride-sharing zijn voorbeelden van de vele manieren waarop we middelen kunnen delen en hergebruiken om de thermodynamische efficiëntie van onze consumptie dramatisch te verhogen.

In de juiste context van co-eigendom en co-governance, kan een echte deeleconomie gigantische voordelen opleveren op het vlak van een verminderd gebruik van hulpbronnen. Onze productiemiddelen, inclusief machines, kunnen wederzijds gedeeld worden, in eigen eigendom, door al degenen die de waarde creëren.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

10. Gij zult generatief kapitaal mutualiseren

Generatieve kapitaalvormen kunnen niet steunen op een extractief geldaanbod dat gebaseerd is op samengestelde interest verschuldigd aan extractieve banken. We moeten af van de 38% rente die in alle goederen en diensten vervat is en ons geldsysteem veranderen, en het gebruik van wederzijdse kredietsystemen substantieel verhogen.

Gij zult meer (Engelstalige) informatie hierover vinden hier

Vertaling Jean Lievens

Alles suggesties voor verbeteringen aan de vertaling welkom op [email protected]

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.52.35

Drie “governance hacks” om peer productie om te vormen tot een echt economisch en sociaal systeem

Door Michel Bauwens

Originele tekst P2P Foundation

Het kapitalisme was niet altijd een organisch en dominant systeem. Alvorens het de status verwierf van een volwaardige productiewijze, anders gesteld van een samenhangende manier om waarde te creëren en te verdelen, of van een specifieke vorm van samenleving en beschaving, diende het in te breken in het oude systeem om het naar zijn eigen beeld te kneden. In “zijn boek “De Grote Transformatie” legt Karl Polanyi uit hoe bijvoorbeeld de vroege kooplieden nog steeds afhankelijk waren van ambachtslui en gilden (het zogenaamde ‘putting-out’-systeem) en er aanvankelijk niet in slaagden om van arbeid een koopwaar te maken.

Deze situatie verschilt niet veel van het ‘proto’-productiesysteem dat vandaag in opmars is: peerproductie gericht op gemeengoed (‘commons-oriented peer production), waarbij een gemeenschap van bijdragers, al dan niet betaald, een gemeengoed of ‘commons’ (gedeelde hulpbronnen die beheerd worden door hun gebruikers) creëren in plaats van goederen (koopwaar). Hoe kan deze opkomende, postkapitalistische logica die nu al de logica van arbeid als koopwaar overstijgt, dominant worden? Hoe maken we van peerproductie een organisch systeem? Tegen deze achtergrond stellen de P2P Foundation en soortgelijke netwerken van P2P-activisten een aantal hacks voor.

De centrale kwestie is de volgende: hoe houden we de “waarde”” binnen de sfeer van de commons, zodat die kunnen groeien en zichzelf reproduceren? Of in andere woorden: hoe kunnen we op basis van onze bijdragen in ons levensonderhoud voorzien?”

De copyfair licentie

Een eerste “hack” is de copyfair licentie, een licentie die steunt op wederkerigheid. Waarom is dat nodig? Volgens de traditionele, negentiende-eeuwse definitie van communisme is de General Public Licentie technisch gezien een communistische licentie: “van ieder naargelang zijn bijdragen, voor ieder naargelang zijn noden”. Maar binnen onze huidige politieke economie leidt een dergelijke dynamiek onvermijdelijk tot de overheersing van een economie die gebaseerd is op “vrije en gedeelde hulpbronnen” door grote privéspelers en bovendien tot het gebruik van deze gedeelde hulpbronnen door organisaties die er niet toe bijdragen.

Dit “liberaal communisme” (communisme in dienst van het kapitaal en de liberale waarde van het ‘recht op delen’) is niet noodzakelijk een probleem voor niet-rivaliserende en antirivaliserende hulpbronnen zoals kennis en softwarecode, maar het kan wel problematisch zijn als we spreken over design, zaden en andere vormen van delen die verbonden zijn aan fysieke productie. Als we immers moeten investeren in gebouwen, machines, grondstoffen en salarissen, kan de private overheersing van de open economie een probleem vormen.

Bijgevolg zou een licentie die een of andere vorm van wederkerigheid vereist een aantal voordelen opleveren. De vereiste dat bedrijven die zelf niet bijdragen tot de commons een licentievergoeding zouden betalen, zou een kapitaalstroom genereren naar de sfeer van de commons, zijn gemeenschappen en “Stichtingen” (Foundations). Ten tweede -en belangrijker- zou de vereiste om wederkerigheid te definiëren opnieuw een “morele economie” creëren die positieve sociale externaliteiten zou re-integreren binnen de marktsfeer zelf.

Open coöperatieven

Onze tweede “hack” zou bovendien een dynamiek op gang brengen op het vlak van beheer en eigendom. Wij stellen voor dat commoners eigen “open coöperatieven” zouden oprichten, dus coöperatieven die niet alleen werken voor hun eigen leden, maar structureel en statutair samen commons creëren naast het voorzien van een inkomen voor de coöperatieve arbeiders. In dit model zou de coöperatieve een maatschappelijk doel hebben, niet winstgericht zijn (de winsten worden dan gebruikt om een maatschappelijk doel te realiseren), meerdere stakeholders betrekken, maar ook samen gemeengoed creëren in de vorm van zowel immateriële commons (gedeelde kennis) maar ook gedeelde materiële hulpbronnen (een voorbeeld is de woningcoöperatieve “Allianza Solidaria” in het zuiden van Quito die van zijn leden 100 uur arbeid vraagt voor de creatie van gemeenschappelijke parken).

Deze nieuwe coöperatieven zouden niet langer uitmonden in organisaties die egoïstisch handelen op de kapitaalmarkten ten behoeve van hun eigen leden, maar zouden een gemeengoed creëren dat op natuurlijke wijze tot hun normale activiteiten zou behoren. Een gelijkaardig voorstel is het eigendomsmodel gebaseerd op eerlijk delen (‘fairshares ownership), waarbij het eigendom in vier gelijke parten wordt verdeeld: een voor de stichters, een voor de investeerders, een voor de arbeiders en een voor de gebruikersgemeenschappen.

Open aanvoerketens en open boekhouding

De derde en laatste hack die we voorstellen is de oprichting van open aanvoerketens en open boekhouding. Van zodra er een “ethische ondernemerscoalitie” is opgericht rond de copyfair licentie en/of een sociaal charter met gemeenschappelijke waarden en een oriëntatie naar het gemeengoed, kan op natuurlijke wijze worden overgeschakeld van competitie naar samenwerking en het delen van informatie over productie en boekhouding doorheen het netwerk. Een voorbeeld is Enspiral, een netwerk van sociale ondernemers in Nieuw Zeeland, die binnen hun netwerk transparantie bedrijven.

Dankzij deze hack zou de wederkerige en stigmergische coördinatie van productieve activiteiten die reeds van toepassing is in de immateriële productie van kennis, code en design, ook beginnen met het op gang brengen van een dynamiek van postkapitalistische wederkerige coördinatie in de sfeer van reële fysieke productie.

Als deze drie stappen door verschillende actoren gelijktijdig worden genomen, zou peerproductie op een betekenisvolle manier evolueren naar een functionerend organisch systeem dat in staat is om zichzelf te reproduceren aangezien de bijdragers tot de commons een coöperatief levensonderhoud zouden kunnen creëren. We zouden geëvolueerd zijn van een “communisme van kapitaal” naar een “kapitaal van de commons”.

vertaling: Jean Lievens

rogier-de-langhe-foto-ugent

Vangnetten en springplanken

Er is wat deining ontstaan omtrent een vrije tribune in De Morgen door Rogier De Langhe en Michel Bauwens.

In de Wereld Morgen verscheen een bits antwoord van Christopher Callewaert en Thomas Decreus die de auteurs beschuldigden van het basisinkomen te willen gebruiken als breekijzer tegen de vakbonden.

We publiceren hier het artikel, zoals gelezen en goedgekeurd door Michel, die bezorgd was door de volgende passage “Traditionele mastodonten zoals vakbonden en mutualiteiten strijken substantiele vergoedingen voor hun rol als middenveld terwijl het nieuwe middenveld dat ontstaat rond thema’s als duurzaamheid en gezonde levensstijl veelal is aangewezen op karige cultuursubsidies”, en er een paragraaf aan had toegevoegd betreffende de banken, die echter niet werd weerhouden in het uiteindelijk gepubliceerde artikel.

Op het einde publiceren we tevens Michels rechtzetting gericht aan De Morgen

In de weekendkrant stak CD&V-voorzitter Wouter Beke de hand uit naar de deeleconomie.

De peer-to-peer theorie van Michel Bauwens strookt volgens hem met de christendemocratische gedachte. Het verwante idee van het basisinkomen lag moeilijker.

Waarom zouden we ons fijnmazige opvangnet vervangen door veel bottere vorm van herverdeling, vraagt Beke zich af. Een antwoord is dat voor een denker als Michel Bauwens het basisinkomen helemaal niet dient voor herverdeling. Het basisinkomen is een hefboom voor zelfrealisatie en past zo alsnog in de christendemocratische gedachten. Niet als vangnet maar als springplank.

De roep om het basisinkomen is dan geen roep om nieuwe vangnetten maar om nieuwe springplanken. De oude springplanken zijn te vinden in het traditionele middenveld, die lang geleden ook ooit begonnen als bottom-up initiatieven die mensen de middelen gaven om zichzelf te organiseren. Dat middenveld verandert vandaag razendsnel. De digitale revolutie geeft mensen ongeziene mogelijkheden om zichzelf te organiseren. Om de vloeibaarheid en diversiteit van dat nieuwe middenveld te respecteren zou ook de traditionele institutionele omkadering ervan moeten worden herzien, zodat de mensen van vandaag opnieuw de mogelijkheid krijgen om zichzelf te organiseren zoals ze dat vandaag zouden willen.

Traditionele mastodonten zoals vakbonden en mutualiteiten strijken substantiele vergoedingen voor hun rol als middenveld terwijl het nieuwe middenveld dat ontstaat rond thema’s als duurzaamheid en gezonde levensstijl veelal is aangewezen op karige cultuursubsidies. Ondertussen worden nog veel meer miljarden euro’s (in de V.S. 13 triljoen dollar in 2008) naar de banken doorgesluisd, om hun speculatieve rol in de economie te ondersteunen. Het pleidooi voor het positieve basisinkomen is geen pleidooi voor een alternatieve sociale zekerheid, maar een pleidooi voor een alternatieve financiering van het middenveld. Geld voor niets, het blijft een vreemd idee Rechtzetting Michel Bauwens

Geachte,

Ik zou graag het volgende rechtzetten. In de gezamenlijke tekst die ik had goedgekeurd met Rogier de Langhe had ik de volgende paragraaf goedgekeurd:

Hier is dus geen sprake van een onverdedigbaarheid van de steun aan vakbonden en mutualiteiten. Het argument is dat het nieuwe middenveld ook zo’n steun verdient. En het argument is verder gericht als een kritiek tegen de veel grotere steun aan de speculatieve bankwereld.

Ter verduidelijking dus: ik ben voor steun aan vakbonden en mutualiteiten, en niet tegen de sociale zekerheid; maar laat aan specialisten over welke juist de optimale relatie moet zijn tussen beide.

Er is blijkbaar een miscommunicatie geweest met Rogier hierover.

Michel

1265088_10151993633841951_8097442409625131837_o

Lezing: Is alles van iedereen?

georganiseerd door sp.a

Wanneer? 28 mei 2015 om 20:00

Waar? De Studio
Maarschalk Gerardstraat 4, 2000, Antwerpen

Wereldwijd staat de Belg Michel Bauwens bekend als de pleitbezorger van een nieuwe economie waarin evenwaardige deelnemers samen werken aan gemeenschappelijke welvaart. De oprichter van de Foundation for Peer to Peer Alternatives daagt daarmee niet enkel het kapitalisme uit, maar evenzeer het klassieke socialistische antwoord daarop.

Steeds meer jonge mensen gaan aan de slag in de deeleconomie of in microbedrijven en werken via crowdsourcing en open source. De digitale revolutie doet nieuwe vormen van solidariteit ontstaan. Bauwens ziet daarin een nieuwe, progressieve, sociale beweging ontstaan.

Programma

20.00u Inleiding door Kathleen Van Brempt, Europees parlementslid sp.a

20.10u Lezing door Michel Bauwens, oprichter van de Foundation for Peer to Peer Alternatives, mede-stichter van de Commons Strategies Group, die conferenties organiseert rond the commons, en auteur van ‘De Wereld Redden’.

21.10u Vragenronde

21.30u Receptie

Interesse? Reserveer dan nu je gratis tickets voor de lezing van Michel Bauwens.

Schermafbeelding 2014-04-07 om 21.44.40

Een eerste reactie op Dominique Willaert

In De Wereld Morgen , in Zeronaut en op deze blog (een paar artikels naar beneden scrollen) verscheen een artikel van Dominique Willaert met zeer interessante kritiek op de P2P-economie.

Helaas zijn er enkele misvattingen in geslopen, die ik hierbij wil rechtzetten. Alvorens meer uitgebreid te antwoorden op de tekst van Dominique, wil ik hem om te beginnen toch enkele vragen stellen:

1) kan Dominique één citaat geven waarin Michel Bauwens of ikzelf beweren dat we tegen de welvaartsstaat zijn?

2) En kan hij de bewering dat wij vinden dat een regulerende overheid niet langer noodzakelijk is aantonen met feiten?

Er staan nog andere beweringen in die onze visie niet of verstoord weergeven, maar ik wil me hier beperken tot een eerste reactie.

Basisinkomen

1) In ons boek “De Wereld Redden” wordt bijzonder weinig aandacht geschonken aan het basisinkomen, een punt dat verschillende keren naar voor werd gebracht door critici. Welnu, dat is juist, maar het boek gaat daar niet over, en daarom heb ik er ook geen verdere vragen over gesteld (ter herinnering: het boek is een lang interview dat ik had met Michel Bauwens, verspreid over twaalf Skype-gesprekken). Het boek gaat in essentie over de ontwikkeling van een nieuwe productiewijze (uiteraard binnen het kapitalisme), dat echter (nog) niet op eigen poten kan staan. Om dat te verwezenlijken, hebben we een hele reeks concrete voorstellen en werken we samen met organisaties die in de praktijk aan de weg timmeren, zoals de Open Coöperatieve van Catalonië.

2) Zowel Michel als ikzelf hebben twijfels geuit over de haalbaarheid van het basisinkomen. We pleiten voor een transitie-inkomen voor mensen die bijdragen tot de gemeengoedeconomie, dit als overgangsmaatregel. Nochtans wordt in het hele artikel van Dominique Willaert de P2P economie en het basisinkomen in één zak gestopt.

Religie?

3) We zijn geen “believers” in de P2P economie: ze bestaat en ontwikkelt zich aan een razend tempo. We zijn dus “vaststellers”.

4) Over die ontwikkelingen staan meer dan 20.000 artikels in de wiki van de P2P Foundation. Het bestuderen van al die ontwikkelingen kan je dan ook niet bestempelen als een “geloof”. Bovendien geven we nergens een blauwdruk van de toekomstige P2P-economie. In ons boek “De Wereld Redden” schetst Michel Bauwens vier ontwikkelingen (en daaraan gekoppelde toekomstscenario’s), waarbij wij de kant kiezen van de P2P-initiatieven met een sociaal doel, zowel lokaal als mondiaal. Deze bestuderen we niet alleen, maar propageren we ook. Tegelijk bekritiseren we de winstgerichte initiatieven zoals Uber en Airbnb, met name omdat deze netarchische kapitalistische bedrijven sociale verworvenheden op de helling zetten. We houden dus wel degelijk rekening met de klassennatuur van de samenleving en ontkennen nergens sociale strijd. We proberen zo wetenschappelijk mogelijk te werk te gaan, kortom, het tegenovergestelde van een religie.

Post-kapitalisme

5) De baseline van “De Wereld Redden” is “met P2P naar een postkapitalistische samenleving.” De zin “Het debat rond P2P-economie en het basisinkomen moet gekoppeld worden aan de vraag of we het vanuit een post-kapitalistisch perspectief durven voeren”. Sta me toe dit een bijzonder vreemde opmerking te vinden.

6) Zowel in het boek als in lezingen tonen we ons fervente tegenstanders van de Nederlandse participatiesamenleving of de Big Society. Dus nee, dat is niet hoe we de P2P-economie zien.

7) Onze stelling is dat we evolueren van een kapitalistische economie gebaseerd op Arbeid en Kapitaal en een daarbij horende arbeidsverdeling naar een P2P economie gebaseerd op de commons en een daarbij horende vrije taakverdeling. Binnen het huidige kapitalistische kader heeft deze tendens bijzonder destructieve kanten, zoals de Ubers en Mechanical Turks van deze wereld overduidelijk laten zien. Hoe we een inkomen kunnen verwerven uit deze activiteiten (en de commonseconomie onafhankelijk kunnen maken van het kapitalisme, net zoals de kapitalisten destijds hun economie wilden bevrijden van het feodale juk), is inderdaad een cruciale kwestie. We hebben daar voorstellen over, zoals de oprichting van open, solidaire coöperatieven en de vorming van een coalitie van ethische bedrijven rond de commons (coöperatieven, fairtradeorganisaties, ngo’s, non-profits, sociale ondernemers)… Voor meer uitleg verwijs ik naar een recent interview met Michel Bauwens in de OBS (weliswaar in het Frans)

Voor de rest stelt Dominique heel wat pertinente en interessante vragen, ook vragen waarop het onmogelijk is om vandaag al een antwoord te geven, tenzij hij een blauwdruk verwacht van een toekomstige P2P-maatschappij op wereldvlak. Welnu, die hebben we niet, hoewel we toch al een idee kunnen hebben op basis van bestaande praktijken op microschaal over hoe zo’n wereld er zou kunnen uitzien. Dat is meer dan Karl Marx destijds kon doen (niet dat we ons aan hem willen meten, maar alleen om te zeggen dat je van ons niet meer mag verwachten dan van Marx destijds). Marx heeft heel veel over het kapitalisme en de arbeidersklasse geschreven, maar nauwelijks iets over hoe de toekomstige socialistische maatschappij er zou (moeten) uitzien (behalve in vage algemeenheden en enkele utopische frasen over het communisme als ‘laatste stadium’ in de menselijke ontwikkeling)…

De sociaal-democratische massapartijen die de basis hebben gelegd voor de welvaartsstaat zijn pas na zijn dood van de grond gekomen overigens, maar dat is een ander verhaal…