Nieuwe zakelijke modellen voor de transitieperiode
16th October 2007
Zeer duidelijk artikel van Michel Bauwens over de transitiefase van de overschakeling van ons huidige sociale systeem waarin we ons nu bevinden, origineel op 6minutes.
Eindeloze groei in ons beperkt natuurlijk systeem is onmogelijk. Wij bevinden ons nu in een transitiefase waarin nieuwe peer-productiegemeenschappen zoeken naar ideale samenwerkingsvormen. En die zijn er in het internet, nu al, en ze hebben succes.
In onze vorige bijdrage, over de nieuwe feodaliteit, probeerden we aan te tonen dat ons huidig systeem een fundamenteel probleem heeft gecreëerd, nl. de onmogelijkheid om een systeem van eindeloze groei te vrijwaren in een beperkt natuurlijk systeem. Extensieve groei in de ruimte wordt op termijn onmogelijk, maar tezelfdertijd blijkt dat intensieve groei in de immateriële economie niet geschikt is voor de traditionele marktmechanismen. Ons argument is immers dat de immateriële sfeer, met zijn non-rivale goederen die aan hypermarginale kost kunnen gereproduceerd worden, een sfeer van overvloed creëren die alleen in de marges de marktmechanismen toelaat.
Dat is samengevat het kernprobleem dat op een oplossing wacht, terwijl we ook de ecologische crisis moeten oplossen. Onze voorspelling is dat dit uiteindelijk zou leiden tot een combinatie van open design gemeenschappen, innovatiebedrijven zonder op eigendom gebaseerde licenties, met gedistribueerde fysieke productie op meer lokale schaal.
Het is even duidelijk dat zo’n omschakeling niet naadloos gebeurt. Ieder sociaal systeem probeert vooraleer zijn problemen op te lossen binnen het bestaande kader, om gevestigde belangen niet buiten spel te zetten. Pas in een tweede fase probeert men naar radicalere oplossing te zoeken, die een belangrijke verandering binnen de elite zouden vereisen. De heel radicale systeemverandering, een verandering van de sociale structuur zelf, komt pas wanneer duidelijk wordt dat beide vorige opties zijn uitgeput.
Momenteel zitten we dus in het begin van een transitiefase, waarbij aan de ene kant bestaande instituties ontdekken dat er een grotere vraag naar participatie bestaat vanuit de ‘geconnecteerde consument’, terwijl aan de andere pool nieuwe peer-productiegemeenschappen ontstaan die een ideale samenwerking zoeken met het bestaande institutionele veld. Hoe passen bedrijven zich aan ten opzichte van participatie en peer-productie, en hoe initiëren peer-productiegemeenschappen hun samenwerking met bedrijven? Laten we dit eerst bekijken vanuit het standpunt van de bedrijven, die participatie initiëren en ze proberen in te schakelen in hun eigen waarde process, en daarbij de controle op de samenwerking proberen te behouden. Ons huiswerk hierover werd al gedaan door Xavier Comtesse, in zijn model voor de ‘directe economie’.
Hij stelt een vijf-stappen model voor:
- Het traditionele model van de ‘passieve’ consumptie.
- Het self-service model.
- Het doe-het-zelf model. Ikea is hier het iconisch voorbeeld.
- Het co-design model. Men laat hier toe dat de consument minimaal het product zelf ‘aanpast’ en configureert. Het online bestellen en configureren van een Dell computer is hier het voorbeeld. De consument definieert zelf zijn noden.
- Co-creatie: Lego factory laat toe dat prosumenten zelf de design bepalen van een model, die Lego dan voor hun produceert, maar ook verder laat verkopen, waarbij de designers een percent krijgen op die verkoop.
Xavier Comtesse voegt hier, in onze opinie verkeerdelijk, de voorbeelden toe van vrije software en de Wikipedia.
Inderdaad, deze meer radicale voorbeelden van peer-productie moeten bekeken worden vanuit het standpunt van de gemeenschappen die actief aan ‘peer-productie’ doen.
Vandaar, als amendement op de directe economie, ons eigen model vertrekkende van de polariteit van de gemeenschappen, die ook actief de controle op de samenwerkingsverbanden wensen te behouden.
- Directe peer-productie zonder monetisering. Couchsurfing.com is een netwerk voor de uitwisseling van gastvrijheid, waarbij vrijwilligers gratis verblijf bieden aan reizigers. Geen enkele monetaire transactie komt hierbij te pas. Noteer ook dat Wikipedia moedwillig verzaakt aan miljoenen dollars aan reclame inkomsten.
- Directe peer-productie van een ‘commons’ (vrij verkrijgbare gemeenschappelijke gebruikswaarde), met aandacht voor een rechtvaardige monetisering. Een voorbeeld hiervan is de Oostenrijkse coöperatieve van vrije softwareprogrammeurs, de OS Alliance.
- Directie peer-productie van een commons, met een traditionele ecologie van bedrijven die toegevoegde waarde proberen te vermarkten. Voorbeeldig is het Linux-model van vrije software die door een hele reeks bedrijven van toegevoegde waarde wordt voorzien.
- Een variante van het Linux model: gemeenschappelijke open innovatie, met fysieke productie door privé-bedrijven. Dit is het model, nu reeds toegepast in de wereld van de extreme sport, waarbij amateurs werken aan de voortdurende verbetering van hun instrumenten, en bedrijven de designs uitvoeren. Dit open design model is belangrijk voor de toekomst en wordt reeds beschreven door Eric von Hippel in zijn ‘Democratization of Innovation’.
- Individueel gestuurd delen van creatieve expressie, via een proprietair uitwisselingsplatform. Gebruikswaarde wordt gedeeld, het platform verkoopt de ‘aandacht’ van de gemeenschap via reclame. Het Web 2.0 model, zoals toegepast door YouTube,Google, etc..
- Gemeenschappelijk gestuurde productie van goederen voor de markt: het aloude coöperatieve productiemodel met als voorbeeld het succesvolle Mondragon in Spanje.
- Individueel gestuurde productie van goederen voor de markt, op een gedistribueerde manier, gebruikmakend van platforms voor directe productie en distributie. Dit is het domein van minipreneurs, die hun design kunnen tonen via online platformen, die design fysiek kunnen ‘uitprinten’ via 3Dprinting of ‘fabbing’, en de productie lokaal of internationaal kunnen laten uitvoeren, onder hun persoonlijke controle.

