Sociale innovatie is de nieuwe trend
30th June 2007
Op Sync.nl las ik laatst een zeer actueel, en voor mij persoonlijk zeer interessant artikel. Daarom plaats ik deze in zijn geheel op de P2P Foundation blog. De credits gaan naar Audrie van Veen.
Na technologische innovatie moet sociale innovatie Nederland redden in de mondiale concurrentiestrijd. Het gaat dan met name om innovatieve bedrijfsprocessen en het betrekken van de medewerker daarbij. Onlangs publiceerde de Erasmus Universiteit Rotterdam een rapport over sociale innovatie in NL, de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2006/2007. Dit jaar is voor de tweede achtereenvolgende keer een grootschalig onderzoek verricht onder 9000 bedrijven en organisaties in Nederland. Onderzocht is in hoeverre verschillende management- en organisatiefactoren bijdragen aan succesvolle innovaties. De resultaten zijn opnieuw opvallend vinden de onderzoekers, de hoogleraren Bedrijfskunde Henk Volberda en Frans van den Bosch en Dr. Justin Jansen.
De belangrijkste uitkomst is dat Nederland op innovatie-indicatoren niet goed scoort, steeds meer van onze kennisintensieve activiteiten worden verplaatst naar opkomende economieën als India, China, Rusland en Brazilië. Terwijl we excelleren in kennisontwikkeling in wetenschap en technologie, zijn we slecht in het herkennen van kennis, het verspreiden daarvan binnen organisaties en het benutten van deze kennis in de vorm van nieuwe producten, diensten en processen.
Meer lange-termijnvisie
Met name de bouw-, transport- en industriesector scoren slecht op innovatie, de zakelijke dienstverlening daarentegen is wel innovatief. De bouw, transport en industrie beperken zich veelal tot kleine procesverbeteringen, terwijl in de zakelijke dienstverlening wel meer geïnnoveerd wordt. De Erasmus Concurrentie- en Innovatiemonitor stelt dat, terwijl de meeste bedrijven zich nog steeds op kostenverlaging, herstructurering en verbetering van de efficiency richten, het economische tij nu zo opleeft dat men zich juist moet richten op sociale innovatie. Leiderschap moet zich meer op de lange termijn richten. Ook wordt niet voldoende gebruik gemaakt van mogelijkheden voor open innovatie en netwerken met kennisinstellingen.
Werknemer is bron van innovatie
Henk Volberda, één van de hoogleraren achter de Concurrentie- en Innovatiemonitor, vindt het vreemd dat ondanks de krapte op de arbeidsmarkt de aandacht nog steeds niet uitgaat naar de medewerkers. Het Nederlandse bedrijfsleven ziet de werknemers slechts als kostenpost, niet als mogelijke bron van innovaties. Op de korte termijn lijkt het misschien goed om uit te wijken naar het buitenland, maar op de lange termijn is dit funest voor de Nederlandse economie. We maken volgens de Rotterdamse hoogleraar niet genoeg gebruik van de kennis die hier voorhanden is.
Technologie geen voorwaarde voor radicale innovaties
Volgens Volberda is het een wijdverbreid misverstand dat radicale innovaties met name ontstaan als er technologische ontwikkeling plaatsvindt. Sociale innovatie zoals nieuwe werkvormen, nieuwe orgnisatiemodellen en nieuwe methoden van leidinggeven, is veel belangrijker. Zonder deze processen hebben technologische vernieuwingen geen succes. Het is dus vooral zaak dat het management van organisaties zich hiervan bewust is. Dus minder aandacht voor de kwartaalcijfers, en meer aandacht voor strategisch leiderschap.
Medewerker meer dan productiefactor
Volgens Volberda is 75 procent van het succes van radicale veranderingen afhankelijk van de medewerkers in een organisatie, van slim managen en flexibel organiseren, en dus slechts voor een kwart van investeringen in techniek, onderzoek en ontwikkeling. Dit is koren op de molen van de vakbonden. Jaap Jongejan, voorzitter van de CNV Bedrijvenbond, zei onlangs in Trouw dat werkgevers het nu eens slimmer aan moeten pakken. Geen trucjes als geld of een leuke auto, maar werknemers het gevoel geven dat ze als mens worden gezien, niet als economische productiefactor. Dus houdt rekening met de thuissituatie. Ook de grote groep mensen die langs de zijlijn staat, zoals gehandicapten, allochtonen en 50-plussers. Vraag je eens af wat deze groepen voor de organisatie kunnen betekenen. Voor 23-jarigen trekken werkgevers alles uit de kast, terwijl die na een jaar of zes weer vertrekt. Een 50-plusser kan nog wel 12 jaar rendement opleveren, aldus Jongejan.
Trend of hype?
Op het jaarcongres van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (zie ook het kader), waar veel werkgevers, belangenorganisaties en HR-mensen bijeen waren gekomen, ontstond groot enthousiasme voor deze nieuwe visie. “We gaan in Nederland misschien niet alle doelstellingen van de Lissabonstrategie halen, maar we hebben ons de afgelopen jaren dan ook veel te sterk gericht op technologische innovatie. Terwijl het juist om sociale innovatie gaat!” was de algemene gedachte.
Natuurlijk is het schouderklopje op zijn tijd minstens zo belangrijk als de financiële beloning en is strategisch management belangrijk voor het bedrijfssucces, maar hebben we het hier daadwerkelijk altijd over innovatie? Mag je niet gewoon verwachten van organisaties dat ze hun mensen zien als meer dan alleen productiefactoren, en dat hun inzicht in het bedrijf wordt gewaardeerd en er rekening wordt gehouden met hun privéleven? En als een leider met strategische visie (waaraan het blijkens de onderzoeksresultaten vaak aan ontbreekt in ons polderland) wordt aangesteld, is dat dan innovatie? Of hebben we het hier over randvoorwaarden om (technologische) innovaties te laten slagen? Wat mij betreft is een innovatie iets vernieuwends, een nieuw idee, goed, dienst of proces. Is iets dat al in andere succesvolle organisaties wordt toegepast een innovatie als het nu ook in uw organisatie wordt gebruikt?
Vanzelfsprekend
Laten we de lat iets hoger leggen en kijken naar waarom bepaalde organisaties wel succesvol zijn en helemaal geen problemen hebben met het vinden van kennis binnen hun organisatie en daarbuiten in innovatienetwerken. De Erasmus Innovatie Award die is uitgereikt aan Ten Cate (zie kader) bewijst dat het om een intelligent samenspel van organisatiestrategie en technologische kennisontwikkeling gaat. Verbeteringen op het gebied van menselijk kapitaal en leiderschap zijn natuurlijk goed voor onze economie en moeten we stimuleren. Laten we de pareltjes, de échte sociale innovaties, als zodanig bestempelen en daarvan leren, maar verder goede organisatiestrategie en respect voor medewerkers gewoon ‘behoorlijk organisatiebestuur’ noemen… Het zou immers vanzelfsprekend moeten zijn. Het lijkt mij een mooie uitdaging voor het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie om dat te bewerkstelligen.
Posted in innovatie | No Comments »




